|
REGULATIESTARHEID
EN DE BETEKENIS VAN DE DRAINAGE VOOR O.A. DE EAV
R.M. Edelbroek, arts
Print dit artikel
Regulatieve en energetische geneeskundige (en soms gefantaseerde)
methoden en diagnostieken baseren zich op het inzicht
in de fundamentele mogelijkheden van levende systemen
tot zelforganisatie -regulatie en autonome correctie
van pathologische afwijkingen van de evenwichtssituaties.
De mens wordt binnen deze regulatie beschouwd als een
fysisch-psychische totaliteit binnen de psycho-sociale
omgeving en de omringende natuur waarin hij/zij leeft.
Ziekte is binnen de regulatie een onvermogen de zelforganisatie
en autonome regulatie te handhaven. Regulatieve therapieën
en diagnostieken zoals neuraaltherapie, acupunctuur,
EAV, BFD etc., etc., hebben tot doel deze autoregulatieve
mechanismen binnen het organisme te diagnostiseren (
voorzover deze verstoord zijn ) en te ondersteunen cq.
te bevorderen en daar waar zij worden geblokkeerd bijvoorbeeld
door haarden en stoorvelden en foci en geleid hebben
tot starheid binnen de harmonische functies van het organisme
, dit op te heffen, te herstellen of dit proces in gang
te zetten.
Het begrip 'Grundregulation' heeft binnen deze diagnostieken
en methoden een fundamentele plaats en impliceert in deze,
een autoregulatieve activiteit tussen eindstroombanen van
de vaten en de lymfebanen, de 'Grondsubstantie' van Pischinger,
de terminale vegetatieve axonen, de cellulaire componenten
( zoals fibroblasten, mestcellen, afweercellen waaronder
de zeer belangrijke macrofaag ) en orgaanparenchymcellen,
met als doel het handhaven van de homeostase van het organisme.
Hierbij is een fundamenteel gegegeven van belang dat geen
enkele cel direkt contact heeft met de eindstroombaan of
zenuweindigingen wordt aangehaakt, maar dat altijd de 'Grondsubstantie'
als vehiculum van informatie van aan- en afvoer van stoffen
optreedt. Hierbij is de 'grondsubstantie'een continu stroomsysteem
( "Fließgleichgewicht") .
Regulatiestarheid betekent niets anders dan dat regulatiemechanismen
die t.h.v. het B.B.R.S . moeten werken dit niet of onvoldoende
doen zodat deze mechanismen moeilijker functioneren en
waarbij de tendens tot chroniciteit en "verstarring" van
de regulatiemechanismen dreigt cq. zich ontwikkelt. De
consequentie hiervan is dat het organisme slechter of zelfs
niet op stimulatietherapieën reageert en slechts suppressie
(voor kortere of langere periode) werkt. Inzicht in de
mechanismen die hiertoe aanleiding kunnen geven kan geneesmethoden
in een aantal gevallen helpen, het niet effectief zijn
van een goed ingestelde therapie te begrijpen, of te voorkomen
dat dit gebeurt.
De kern van de regulatie speelt zich af binnen het BBRS
waarbij als de homeostase op dit niveau slechter functioneert,
autoregulatieve mechanismen met een ontstekingsbevorderende
sympaticotoon gestuurde alarmreactie en een parasympaticotoon
gestuurde tegenreactie reageert, waarbij binnen een tijdsbestek
van circa 7 dagen via deze autoregulatieve mechanismen
een herstel van de homeostase op het niveau van de BBRS
optreedt.
Kijken we naar dit B.B.R.S., dit BASIS BIO REGULATIE SYSTEEM
( als systeem beschreven door H. Lamers , W. Linnemans
en Van Wijk en als zodanig gepostuleerd en dus niet door
de Duitsers vanuit de neuraaltherapie!) dan wordt dit gevormd
door:
- CELLEN
Fibroblasten en de differentiëringsvormen hiervan
zoals histiocyten, macrofagen, lymfocyten, plasmacellen,
mestcellen ( maar ook bijvoorbeeld de gliacellen binnen
het CZS en de osteocyten ).
De functie van deze cellen is zowel specifiek als aspecifiek
op aspecifieke prikkels. Deze fibroblasten verzorgen de
biosynthese en het metabolisme van de muco-polysacchariden
en daarmee het milieu en de homeostase binnen het B.B.R.S.
Zij beïnvloeden de concentraties van ionen, de pH,
de temperatuur, de circulatie van elektrolyten etc. De
corrigerende reacties van deze cellen is altijd aspecifiek
op uiteenlopende prikkels zoals infectie, toxinevorming,
zuurstoftekort, straling, vreemde cellen, mechanische druk,
etc. .
- GRONDSUBSTANTIE ( matrix )
In principe bestaat de grondsubstantie uit hoogpolymere
suikers die ten dele aan eiwitten zijn gebonden ( proteoglycanen
en glycosaminoglycanen = PG's, GAG's ). Ingebouwd in dit
suiker-eiwitnetwerk bevinden zich structuurverbindingsglycoproteïnen
( collageen, elastine, fibronectine etc. ). Door deze structuur
behoudt de matrix een hoge mate van stabiliteit, elasticiteit
en moleculaire zeeffunctie. De PG's en GAG's zijn elektro-negatief
geladen en daarom in het vermogen tot watermoleculen binding
en ionenuitwisseling. Daardoor beïnvloeden zij het
totale regulatieve functioneren in de extracellulaire ruimte.
Volgens Prof. H. Heine zijn deze biopolymeren van water-suiker-eiwittencomplexen,
de oudste informatiesystemen van de zuurstofademende een-
en meercellige organismen. De samenstelling van deze tussen
de cellen gelegen vloeistof is analoog aan het zeewater.
In combinatie met de eiwit- suikerpolymeren wordt een redoxsysteem
gecreëeerd dat door afgifte en opname van elektronen,
iedere informatie die de grondsubstantie bereikt kan opslaan
of verwerken. Het is cybernetisch gezien een open systeem
en kan in de gezonde situatie alle energie, ook vanuit
radicaalreacties neutraliseren en omzetten. Aldus is het
B.B.R.S. een holistisch regulerend systeem.
- EXTRACELLULAIRE VLOEISTOF
Tesamen met de cellen vormt dit het celmilieu van Pischinger.
- CAPILLAIREN EN LYMFEVATEN
Deze beïnvloeden via de permeabiliteit van de vaatwand,
de samenstelling van de extracellulaire vloeistof.
- ZENUWVLECHTWERKEN
Hierbij gaat het om het vegetatief zenuwstelsel. Dit is
een ruimtelijk netwerk van mergloze zenuwen die vrij eindigen
in de extracellulaire ruimte. Via connecties met ruggemerg
en langs deze weg met hogere hersencentra beïnvloeden
perifere en centrale zenuwsystemen elkaar voortdurend en
is er een (in)direkte relatie tussen CZS en BBRS.
Bij alle acute-, subacute- en chronische ziekten treden
veranderingen op in het patroon van het netwerk van hoogpolymere
glycoproteïnen en glyco-complexen ( proteoglycanen,
glycosameminoglycanen ), waaruit de grondstructuur van
het 'Grundsystem' is opgebouwd. Deze proteoglycanen zijn
aan hyaluronzuur gebonden via verbindingsglycoproteïnen.
Door de negatieve lading ligt het hyaluronzuur uitgestrekt.
Ditzelfde geldt voor de polysacharidenketens en opzichte
van de structuureiwitten zoals het collageen en elastine.
Ter plaatse bevindt zich ook vloeibaar kristallijn gebonden
water en is er ionenuitwisseling tussen de polysaccharidenketens
mogelijk. De proteoglycanen liggen zodoende als een soort
oppervlaktefilm ( glycocalyx ) om de cellen , de bloedvaten
, de vrije zenuweindigingen van het autonome zenuwstelsel
( hierdoor is het 'Grundsystem' direkt verbonden met het
CZS en de aan het hormonaal systeem gekoppelde, regulerende
zenuwsysteem in de medulla oblongata en diëncephalon)
en andere weefselcomponenten zoals macrofagen, mestcellen,
fibrocyten, Th2 , Th3 cellen, fibroblasten etc. Het totale
complex vormt dan het 'Grundsystem von Pischinger' . Binnen
dit systeem vindt dan ook, waar we later op terug zullen
komen de regulatie plaats met betrekking tot het prikkel-reactie
gedrag. Dit wil zeggen dat een sympathicotone 'shock'reactie
gevolgd wordt door een vagotone tegenregulatie die met
ionen-verschuivingen binnen de bloedpool ter plaatse en
het 'Grundsystem' samengaat.
Professor Helmut Heine stelt (1985) dat deze biopolymeren
van water-suiker-eiwit-complexen de oudste informatie systemen
zijn van zuurstofademende èèn- en meercellige
organismen. De samenstelling binnen het "weefselwater" is
analoog aan het zeewater. Iso-ionie, iso-osmie en iso-tonie
van de 'grondsubstantie' worden op deze manier bepaald
door de samenstelling en kwaliteit van de eiwit-suikerpolymeren
( Hauss et al 1968 ). Hiermee wordt namelijk ook een biopotentiaal
voor het "Leven" gegarandeerd en opgebouwd, welke
als redoxpotentiaal is te meten. Dit redoxsysteem is perfect
in staat, door afgifte en opname van elektronen, iedere
informatie die de Grondsubstantie bereikt, op te slaan,
te geleiden en te verwerken ( door middel van zogenaamde
bio-cybernetische terugkoppelingsmecha- nismen). Bovendien
is dit systeem energetisch een open-systeem en is het in
gezonde-toestand in staat alle belastende situaties, ook
die welke vanuit bijvoorbeeld vrije radikalenvorming ontstaan,
te neutraliseren of zelfs te gebruiken. Bij chronische
klachten vermindert de regulatiecapaciteit en kan in de
zogenaamde sympathicotone ( chronische exsudatieve ) als
ook in de vagotone ( chronische proliferatieve ) reacties
blijven steken. ( men spreekt dan van reactiestarheid binnen
het 'Grundsystem'. of een eigen "oscillerend" leven
gaan leiden. Chroniciteit is altijd meer of minder gekoppeld
aan weefselacidotische omstandigheden die pro-inflammatoire
situaties ter plaatse, in stand houden ( versto- ring elektrolyten-evenwicht,
toename acute fase eiwitten, verhoogd plasminegehalte,
toename ontstekings bevorderende cytokinen, zoals TNF-alpha,
IL-1 ). Deze weefselomstandigheden vormen dan ook de bron
van wat in de neuraaltherapie een haard of stoorveld wordt
genoemd. Binnen het 'Grundsystem' zal de ontstekingsmodulatie
dusdanig gestuurd dienen te worden dat de regulatie van
aspecifieke ontstekings- reacties leidt tot een vermindering
van verstoorde redoxpotentialen binnen het 'Grundsystem'.
De redoxpontieaal is een elektrochemisch concept en is
de expressie van de elektronen transport potentiaal tussen
koppels van gereduceerde en geoxideerde stoffen. Een negatieve
reductiepotentiaal betekent dat een substantie een lagere
affiniteit voor elektronen heeft dan H 2 ( waarbij het
reductiepotentiaalkoppel van het H + /H 2 koppel wordt
gedefinieerd als 0 Volt ). Een positieve reduktiepotentiaal
betekent dat een bepaalde substantie een grotere affiniteit
voor elektronen heeft dan H 2.
Met andere woorden een sterke reductor, zoals NADH, levert
elektronen en heeft een negatieve reductiepotentiaal, terwijl
een sterke oxidator, zoals O 2 , elektronen snel accepteert
en dus een positieve reductiepotentiaal heeft. Van zeer
veel belangrijke biologisch actieve stoffen kent men de
redoxkoppels. Verstoring van de evenwichtssituatie tussen
de diverse redoxpotentialen van redoxkoppels ( zoals NAD
+ /NADH , pyruvaat/lactaat, Fe 3+ / Fe 2+ etc.) spelen
een belangrijke rol binnen het 'Grundsystem' met betrekking
tot vrije radikalenpathologie en functioneren van biochemisch
actieve celsystemen. Chronische verstoringen ter plaatse
van het BBRS kunnen aldus latente of manifeste weefselacidotische
omstandigheden ter plaatse doen toenemen cq. onderhouden.
Samenvattend :
het B.B.R.S. is opgebouwd uit 3 hoofdcompartimenten :
- de cellulaire / losmazige bindweefsel component : 'das
Grundsystem'
- de humorale / hormonale bloed/lymfe component
- de neurale component
Zoals hierboven reeds kort gememoreerd, gelden binnen
het BBRS voortdurend dynamische wisselwerkingen tussen
wat biodynamische terugkoppelingsmechanismen worden genoemd,
zoals te zien is aan bijvoorbeeld de regulatieve reacties
van het immuunsysteem, het hormonale systeem, de wisselwerking
tussen het ortho- en parasympathisch zenuwstelstel op exogene
prikkels, het circulatoir / lymfatisch systeem, het intercellulair
communicatief systeem waar de glycocalyx een belangrijke
rol vervult en het intra-extracellulaire communicaties
systeem via elektrolyten gradiënten en receptor-inductor
koppelingen. Het geheel wordt de homeostatische functie
van het BBRS genoemd en binnen vooral het duitstalig gebied
wordt de regulerende biotherapeutische activiteit op dit
gehele systeem, de UMSTIMMUNG genoemd. Waarmee men dan
bedoeld: een harmoniserende invloed uitoefenen op een verstoord
evenwicht binnen het BBRS. De kennis met betrekking tot
deze regelkringsystemen wordt de biocybernetica genoemd.
In biocybernetische zin betekent umstimmung een harmonisering
van biologische regelkringen, waardoor een evenwicht binnen
het organisme ontstaat, werkzaam kan zijn en waarbij de
in elkaar grijpende regelkringen in harmonie samenwerken,
om zodoende een duurzame gezondheid te garanderen. Deze
regelkringen bevinden zich niet alleen op organisch niveau
maar ook op cellulair en intercellulair niveau. Binnen
de cel kunnen fysiologische processen alleen dankzij feedback
mechanismen plaatsvinden waarbij remming en activering
in een samenvattende regulering centraal staan.
Dit systeemdenken kwam in het begin van de 20e eeuw tot
ontwikkeling vanuit het cellulair concept van Virchow die
de cel centraal stelde, en de conclusies van de fysioloog
Claude Bernard (1813-1878) die aantoonde dat iedere cel
omgeven was door een 'milieu interieur' : een milieu tussen
het uitwendige milieu en de cellen en waarmee de cel in
een continue wisselwerking met zijn omgeving, het 'milieu
exterieur', trad.
Het "Grundsystem" is hiervan zowel een integratief
onderdeel als een voortzetting , waarbij de informatieve
uitwisseling tussen de verschillende componenten in een
voortdurend systeem van onderling afhankelijke regelkringen
wordt bewerkstelligd en waar de afzonderlijke functionele
componenten binnen strak georganiseerde terugkoppelingsschema's
worden gehandhaafd. Afwijkingen van deze binnen geringe
tolerantiegrenzen strak geregelde waarden, leidt tot ontregeling
en daarmee ziekte. Dit is dan ook de cybernetische (systeemdenken)
opvatting van ziekte.
Cybernetica is een systeemdenken en een denken in regelkringen
impliceert :
- informatie : ontvangen en overdracht
- sturing
- regeling
- terugkoppeling
Men onderscheidt open regelsystemen naast gesloten regelsystemen
.
Van open regelsystemen spreekt men als het uitgangssignaal
geen invloed heeft op het ingangssignaal ( open loop system
). De eenvoudigste vorm is de aan-uit regeling. Er is geen
vaststaande relatie tussen het ingangssignaal en het uitgangssignaal.
Fysiologisch kan men bijvoorbeeld denken aan de totaliteit
van het ledigen van de blaas.( afhankelijkheid van de vullingsgraad
). Indien echter de uitgangsgrootheid varieert met de veranderingen
in het ingangssignaal dan spreekt men van proportionele
regeling . Een voorbeeld hiervan is de autoregulatie (intrinsieke
regulatie) van het hart. Als de bloedtoevoer (input) naar
het hart toeneemt neemt daarmee de contractiekracht (output)
van het hart ook toe.
Van een gesloten regelkringssysteem ( closed-loop system
) is sprake wanneer de uitgangsgrootheid op een of andere
manier het uitgangssignaal van het regelsysteem beïnvloedt.
Van de uitgangsgrootheid wordt een signaal teruggekoppeld
naar de ingang van het systeem.
In principe 2 mogelijkheden :
- Positieve terugkoppeling : Het teruggekoppelde signaal
wordt opgeteld bij het ingangssignaal. Voorbeeld hiervan
is bijvoorbeeld het ontstaan van de actiepotentiaal
- Negatieve terugkoppeling : Het teruggekoppelde signaal
wordt afgetrokken van het ingangssignaal.
Voorbeeld hiervan zijn vele hormonale systemen en spijsverteringssystemen.
Het zijn vooral negatieve teruggekoppelde regelsystemen
die de basis vormen voor het handhaven van de homeostasis.
Het risisco van teruggekoppelde systemen is dat zij kunnen
oscilleren. Daarom zijn er weer subsystemen nodig die binnen
een teruggekoppeld regelkringensysteem dit voorkomen. Daardoor
zijn vaak biologische regelkringsystemen zo gecompliceerd
, omdat deze neiging bij biologische systemen voortdurend
op de loer ligt. (een voorbeeld hiervan zijn de 24-uursritmen
in ons lichaam). Vaak moeten bij teruggekoppelde regelsystemen
de constantheid van het uitgangssignaal proportioneel worden
bewaakt. Dat betekent dat naarmate storende factoren de
uitgangsgrootheid meer van de referentiewaarde doen afwijken,
het regelproces een grotere activiteit zal moeten ontwikkelen
om deze storingen te compenseren. Dat houdt in dat naarmate
de uitgangsgrootheid sterker afwijkt van de referentiewaarde,
het correctiesignaal dat het proces stuurt steeds krachtiger
zal zijn. De uitgangswaarde zal steeds meer van de referentiewaarde
moeten afwijken maar voor de homeostasis is dat echter
meestal juist niet gewenst.
Servosystemen zijn een klasse regelsystemen waarbij de
uitgangsgrootheid nauwkeurig het verloop van het ingangssignaal
volgt. Het vermogen is aan de uitgang meestal veel groter
dan aan de ingang. Daardoor kunnen activiteiten die zeer
veel energie vragen met zwak energetische signalen worden
gestuurd. ( besturing van onze lichaamsbeweging gestuurd
door zeer kleine energetische signalen vanuit het zenuwstelsel
).
Het geheel van geregelde biocybernetische waarden zorgt
voor harmonisering, een evenwichtssituatie , de HOMEOSTASE
, waarbij er een continue feedback moet zijn wil het systeem
zich kunnen handhaven ( homoios = gelijk, stasis = toestand
). Hierbij spelen zich heel vaak polycausale factoren en
omstandigheden af en wat is terug te vinden in het holistisch
denken van de biotherapie.
Uit dit systeemdenken is direkt af te leiden dat GEZONDHEID
zowel een biochemisch, morfologisch, fysiologisch als psychologisch
gebeuren is, in een continue wisselwerking, en dat ziekte
een acute of chronische verstoring van de biocybernetische
levensprocessen inhoudt. Met andere woorden een cybernetisch
samenspel van moleculair-biologische-, cellulaire-, organische-,
functionele-, psychische storingen en processen en zeker
niet een monocausaal gebeuren.
O. BERGSMANN heeft de reacties op de behandeling van en
de werking van methoden zoals de homeopathie , de acupunctuur
, de neuraaltherapie, EAV, VEGA, BFD, BICOM etc. verklaart
vanuit de BIOCYBERNETICA : om de homeostase in evenwicht
te houden zijn vele regelkringen en schakelmechanismen
nodig. Deze worden gevormd door o.a. neurogene en hormonale
biofeedback systemen. Slechts door een interactieve uitwisseling
tussen deze regelkringen kunnen de levensprocessen intakt
worden gehouden. Bij een storing van het antwoord op een
prikkel of bij uitblijven van een antwoord (reactie-starheid
) spreken we van ziekte. BERGSMANN heeft op vele manieren
aangetoond in zijn werken, dat bij een storing in een lichaamskwadrant
deze diverse veranderde functies vertoont:
- in de elektrische meetwaarden ter plaatse,
- in de tonus van de huid en spieren,
- in de capillaire werking ,
- van de pH op capillair niveau,
- in het leucocyten aantal,
- in de electrolyten samenstelling van K + ,Ca ++ , Mg
++ .
Voor het regelsysteem zijn 3 therapeutische ingrepen dus
mogelijk :
- Verwijdering van de op het regelsysteem inwerkende ziekteoorzaken
( d.m.v. de neuraaltherapie en de diverse biotherapieën
cq acupunctuur, homeopathie worden haarden als oorzaken
van ziektes uit de weg geruimd.
- De regelaar ( regelrichting ) door juiste therapeutische
prikkels aanzetten tot normalisering van de functies (
actieve regulatie ) Op dit niveau van het regelsysteem
werken de neuraalacupunctuur en de neuraaltherapie volgens
Huneke , de TCM en de homeopathie .
- Passieve regulatie: de meestal niet tot het gewenste
doel leidende verwijdering van symptomen van de desbetreffende
klacht of ziekte of haard .
Biotherapieën kunnen wij uit bovenstaande zondermeer
rekenen tot de REGULATIE-GENEESKUNDE en daarmee tot de
complementaire geneeskunde. Evenwel sturing is niet hetzelfde
als regeling. Beide streven naar een correctie van een
systeem, echter de manier waarop dit doel wordt bereikt
is anders. Bij sturing worden ook de richting en de aard
van het proces van buitenaf gedicteerd. Flechtner stelt: " Er
grijpt iets van buiten op het systeem aan. De buiten het
systeem bevindende "stuurder" geeft het systeem
een richting, een doel. Zorgt er voor dat het systeem deze
richting, dit doel kan bereiken. In zijn kerngedachte is
dat altijd de richting, de bedoeling van onze complementaire
therapeutische biotherapeutische complementaire geneeskunde.
Regeling daarentegen houdt systeem-eigensturing in. Door
bijvoorbeeld negatieve terugkoppeling kan het systeem zelfregulerend
zijn referentiewaarde , de waarde die het systeem "moet" hebben,
handhaven. Deze normwaarde is van buiten het systeem bepaald
maar de manier waarop deze normwaarde wordt bereikt wordt
door het systeem zelf bepaald, i.t.t. bij sturing. Regulatie
is een van de wezenlijke eigenschappen van het leven. Regulatiegeneeskunde
gaat dan ook uit van de principiële eigenschap van
biologische systemen, namelijk autonome correctie van pathologische
afwijkingen van de normwaarden.
Chronische ziekten zijn dan cybernetisch gezien storingen
in deze fundamentele eigenschap van biologische systemen
namelijk van het handhaven van harmonische regelkringsystemen.
De consequentie hiervan is dat INGRIJPEN VAN BUITENAF SLECHTS
NOODZAKELIJK ZIJN INDIEN ER SPRAKE IS VAN REGULATIEBLOKKADES
EN DIENEN VOOR BIOLOGISCHE SYSTEMEN SLECHTS ACTIVERING
VAN DE LICHAAMSEIGEN STURING TE BETEKENEN. Sturende ingrepen
in biologische regelkring- systemen zullen dan ook altijd
tot bijwerkingen aanleiding geven. Essentieel binnen het
functioneren van het totale concept van regelkringen is
het begrip 'Informatie'. Regulatiestoornissen berusten
voornamelijk op storingen in de informatie overdracht.
In principe kunnen binnen de regulerende therapieën
2 groepen worden onderscheiden: niet-specifieke methoden
en specifieke methoden. Bij niet-specifieke methoden worden
onafhankelijk van de aanwezige oorzaken van de regulatiestoornissen
en zonder kennis met betrekking tot deze stoornissen een
therapie ingesteld om de fysiologische regulatie te herstellen.
Specifieke methoden zijn er op gericht herstel van de autonome
regulatie door doelgerichte uitschakeling van stoorbronnen
( na preciese diagnose ) te bewerkstelligen. Deze informatie
overdracht kan op diverse wijzen plaats vinden, o.a. langs
humorale signalen , nervale signalen, elektromagnetische
signalen van zeer geringe veldsterkten, signaalvorming
met behulp van geactiveerde fotonen etc. Pathologische
veranderingen of blokkades van regulatie processen dienen
dan ook door eliminatie van de stoorfactoren cq. stoorbronnen
die ze veroorzaken te worden bewerkstelligt. Vele "alternatieve"methoden
proberen langs deze weg verstoorde regelkringsystemen te
herstellen. Dit bereiken zij heel vaak door de effectiviteit
van een correct gekozen energetische informatie ( bijvoorbeeld
met een homeopathisch of isotherapeutisch dan wel de acupunctuur
of de neuraaltherapeutische procaïne applicatie ).
Ook voor wat de acupunctuur betreft zien we dat de prik
en de combinatie van prikken binnen het lokale B.B.R.S.
en het totale B.B.R.S. een energetisch-morfologisch reactie(patroon)
oproept op het niveau van de mesenchymale matrix van het
'Grundsystem'. In het niveau van de hoogpolymere glycoproteïne-complexen
in hun relatie met de polysacchariden ketens en het daarbinnen
gevangen vloeibaar-kristallijn water een dipool-antenne
systeem ontstaat een "dipool-antenne"systeem
waarvan de eigenresonantie ligt in het frequentiebereik
van het zichtbare licht en UV-gebied. Daarnaast functioneert
het 'Grundsystem' als moleculaire zeef welke continu "schoon
gehouden"dient te worden. Er is een continue circulerende
stroom van aan- en afvoer van benodigde stoffen en afvalstoffen
en waarbij iedere vorm van stase leidt tot blokkering van
regelkringen en waarbij indien deze blokkering te lang
aanhoudt een starheid binnen de regelkringen dreigt.
Het was Selye die een model beschreef binnen dit regulatiesysteem
dat in twee fasen verloopt en waarbij deze fasen elkaar
in steeds mindere mate opvolgen om uiteindelijk weer een
evenwichtsniveau binnen het geheel van regelkringen te
bereiken, die dan de harmonische van het gehele systeem
wordt genoemd. Gebeurt dit niet dan dreigt STARHEID binnen
deze constante regulatie die enerzijds beschreven is aan
de hand van het ontstekingsmodel van Selye en aan de andere
kant door RECKEWEG reeds in de jaren '40-50 van de vorige
eeuw uitstekend is geformuleerd, in het 6-fasen model met
de dynamische functionaliteit van de progressieve en regressieve
vikariatie.
Selye beschrijft het ontstekingsverloop in 2, elkaar steeds
in mindere mate opvolgende fasen, die uitdoven naar een "steady
state" harmonisatiefase. Wanneer dit fasenverloop
wordt verstoord of geblokkeerd kunnen in grote lijnen 2
typen, wat men regulatiestarheden noemt, optreden. In de
eerste fase van ontsteking zien we een snelle toename van
de Th-l en Th-2 ontstekingsuitlokkende lymfocyten. De hypofysevoorkwab
wordt, als gevolg van de op gang komende ontsteking, gestimuleerd
tot het vrijgeven van ACTH. Uiteindelijk resulteert dit
in een eerste fase tot het vrijgeven van desoxycortisone
(mineralocorticoïde) door de bijnierschors. Hierdoor
wordt de ontsteking nog meer aangezwengeld. Elektrolyten
treden uit de bloedbaan wat, met het zuurder wordend milieu,
lokaal het elektrisch potentiaal opdrijft in de extracellulaire
ruimte. Afweercellen zoals macrofagen trekken chemotactisch
(met IL-I) andere afweercellen naar de plaats van homotoxinevernietiging
aan. De ontsteking komt op volle toeren. Het komt tot meer
weefselbeschadiging waarbij vooral de schade aan het collageen
als 'trigger' voor de inflammatie geldt. Selye beschreef
deze fase als de shockfase. In een tweede daaropvolgende
fase (de antishock-fase) worden de Th-3-regulatorcellen
massaal ter hoogte van de lymfeklieren aangemaakt. Ze inhiberen
de Th-I en Th-2-cellen (immunologische regulatie). Verder
maakt de bijnierschors (hormonale regulatie) nu glucocorticoïden
vrij (cortisone). AIs gevolg van het herstel van het weefsel
en de absorptie van elektrolyten wordt het milieu basisch
en daalt het extracellulair elektrisch potentiaal. Al deze
parameters temperen de ontsteking. Na verloop van tijd
start, als gevolg van de nog resterende aanwezige toxinen
en de beschadiging aan het collageen, de eerste fase weer
op. Minder nut deze keer. Er zijn immers minder uitlokkende
factoren (toxinen, schade aan weefsel,...). Dit alles gebeurt
autoregulerend in een 'gezond' organisme met een 'gezonde'matrix.
T.a.v. die starheid binnen het model van Selye onderscheidt
men 2 typen (ten dele overgenomen uit het boekje van B.
van Brandt: "Regulatiestarheid, probleemstelling en
biotherapeutische oplossing") :
Regulatiestarheid Type l
De ontsteking komt op gang (shockfase) maar gaat autoregulerend
niet over in de tweede fase. Met andere woorden de biotherapeut
heeft bijvoorbeeld Traumeel H (Heel) correct voorgeschreven
om de ontsteking te behandelen, maar deze stimulatietherapie
heeft geen effect. De primair aangemaakte Th-3-cellen bereiken
niet of te traag de lymfeklieren, omdat de lymfatische
circulatie als gevolg van de verstopte matrix geremd wordt.
Hier is absoluut een lymfedrainage nodig waarbij niet alleen
de matrix wordt gereinigd maar ook het lymfeminuutvolume
(naar de lymfeklier) wordt verhoogd. We zullen in de behandeling
niet alleen maar gebruik moeten maken van Traumeel H (Heel),
maar ook, en dit terzelfdertijd, van Lymphomyosot H (Heel)
. Patiënten met regulatiestarheid van het Type l herkennen
we aan chronisch inflammatoire aandoeningen die niet op
stimulatietherapie reageren. Suppressietherapie (bijvoorbeeld
met cortisone) werkt alleen doordat fase II door substitutie
is ingeleid. Na verloop van tijd steekt echter opnieuw
een eerste fase op (recidief) die door nog meer starheid
van het BBRS is gekenmerkt. Aan de oorzaak, de ontstekingsuitlokkende
aanwezigheid van homotoxinen, is niets gedaan.
Regulatiestarheid Type II
Hier betreft het patiënten die (bijvoorbeeld als gevolg
van een doorgedreven suppressietherapie) op het einde van
de tweede fase blijven steken en niet tot autoregulatie
komen. Met andere woorden, het lokale afweersysteem reageert
niet meer op de in de matrix aanwezige homotoxinen, geeft
geen 'signaal'door naar het CZS of het endocrinum. Deze
patiënten zijn gekenmerkt door vage, klinisch onuitgesproken
klachten. We merken vage hoofdpijn, futloosheid, vermoeidheid,
zeurende pijnen zonder tekenen van ontsteking, etc. Strikt
klassiek geneeskundig zijn deze patiënten nooit ziek.
Alle toxinen gaan echter in depot, dat wil zeggen, ze worden
ter hoogte van de extracellulaire ruimte opgeslagen. Op
lange termijn laat het effect zich raden: verstopte matrix,
zware schade aan het proteoglycanennetwerk dat zijn functie
als biofysische filter niet meer kan waarmaken en uiteindelijk
intracellulaire beschadigingen die stormachtig kunnen verlopen
(nooit ziek geweest, nooit koorts, en plots kanker). Met
name stoorvelden, "haarden" kunnen latent deze
regulatiestarheid type I en II onderhouden of versterken
en latent het totale biocybernetisch regelkringensysteem
van ons organisme verstoren waarbij geleidelijk dan wel
plots een ziekte dan wel klacht(en) te voorschijn kan komen
welke dan nog eens versterkt wordt door suppressie technieken.
Dit proces werd door Reckeweg geformuleerd in zijn beschrijving
van de depositiefase die dan overging in de impregnatiefase
en vandaar naar degeneratie- en dedifferentiatie wat een
dynamisch verloop weergaf in een richting van "point
of no return" . Treedt dus binnen de biologische regelsystemen
regulatiestarheid op, of anders gezegd, is door middel
van de eigen regelkringen van het organisme geen blokkering
te voorkomen dan zal chroniciteit van de ontregeling van
de biodynamische regelkringen optreden en komen klachten
en ziekten in hun definitieve chronische fase. Juist de
homotoxicologie met zijn ten dienste staande biotherapeutische
stoffen wil op de eerste twee mogelijkheden duidelijk invloed
uitoefenen en daarmee de cybernetische functie van 'het
Grundsystem' ( wat een integratief systeem is met het milieu
interieur van de cel ) m.b.v. een regressieve vikariatieve
impuls helpen cq. stimuleren. Binnen dit systeemdenken
en de biotherapie wordt dat ook wel UMSTIMMEN genoemd.
Tussen alle regelkringen bestaan terugkoppelingssystemen
: regelkringen en schakelmechanismen . Het geheel zorgt
voor een harmonisering, een evenwichtssituatie, de homeostase
, waarbij er een continue dynamische energie-eisende feedback,
of te wel een combinatie van open- en gesloten regelkringen
, moet zijn wil het systeem zich kunnen handhaven. Deze
evenwichtssituatie zou men kunnen vergelijken met het snijpunt
tussen progressieve en regressieve vikariatie op de biologische
scheidingslijn van het model van Reckeweg. Vrij vertaald
naar de woorden van W.B. Cannon ( 1887-1945) zouden we
kunnen zeggen : de homeostase is de dynamiek binnen de
homotoxicologie , die wordt bepaald doorhet driedimensionaal
assenstelsel van de ziekte-fasen, de weefsel-fasen en de
vikariatie met in het centrum de biologische cesuur (scheidingslijn)
die de begrenzing vormt in de matrixzone tussen de depositie-
en impreg- natiefase. Voor wat het organisme en de homotoxicologie
betreft ontstaat er een dynamisch biologisch evenwicht
waarbij als een van de regelkringen binnen deze homeostase
ontregeld raakt of geblokkeerd wordt, dat altijd zijnweerslag
zal hebben op de overige regelkringen en zodoende de harmonie
binnen het totale systeem cq. bet organisme onder druk
zal zetten of zal beschadigen. Of te wel de homeostase
zal verstoren . Dit cybernetisch denkmodel kunnen we dus
mijnsinziens rechtstreeks toepassen op het homotoxicologisch
denkmodel van Reckeweg en biedt ons de mogelijkheid volgens
dit model de ziekte maar ook de situatie waarin het organisme
zich bevindt, te beïnvloeden . Dat betekent ook dat
indien de verstoring binnen deze terugkoppelingsysstemen
dusdanig is dat herstel van een biologisch dynamisch evenwicht
niet meer mogelijk is, pathologie steeds verder rechts
op de horizontale as van het dynamisch model van Reckeweg
zal evalueren. We zouden zodoende de biologische cesuur
tussen de humorale en de cellulaire fase van het model
van Reckeweg ook de tolerantiegrens van de regelkringen
kunnen noemen : hier voorbij wordt regulatie van en door
de regelkringen en dus de adaptatie van bet organisme steeds
moeilijker en moeizamer en zal als het proces zich tot
in de degeneratie- en dedifferentiatiefase uiterst moeilijk
tot onherstelbaar .Vallen regelkringen uit dat kan binnen
zekere grens ( de biologische cesuur ) compensatie door
andere regelkringen of dynamische compensatoire feedbackmechanismen
een evenwicht worden gehandhaafd of bnnen het raam van
de homotoxicologie, de regressieve vikariatie op gang worden
gehouden. In het geval dat dit niet meer lukt zal de biologische
cesuur worden gepasseerd en binnen het model van Reckeweg
komen we dan in de cellulaire-ziektefase, waarbij gaandeweg
via de impregnatie-fase, degeneratie-fase en uiteindelijk
de dedifferentiatie-fase, een herstel steeds moeizamer
zal kunnen worden totdat zelfs een 'point of no return'
dreigt te worden bereikt. Umstimmung betekent dus in cybernetische
zin een harmonisering van de biologische regelkringen waardoor
een biologisch evenwicht binnen het organisme ontstaat
en werkzaam is en waarbij de in elkaar grijpende regelkringen
in harmonie samenwerken en een duurzame gezondheid garanderen
.Die regelkringen bevinden zich niet alleen op organisch
niveau maar ook op cellulair en intercellulair niveau.
Binnen de cel bijvoorbeeld kunnen fysiologische processen
alleen dankzij feedback-mechanismen plaatsvinden waarbij
allerlei remmende en stimulerende stoffen zoals enzymen,
eiwitten, sporenelementen, concentratie-gradiënten
van substraten die stimulerend en/of remmend werken op
hun eigen regelkring, niet alleen katalytisch maar ook
regulerend optreden. Daar kunnen bijvoorbeeld de intermediaire
katalysatoren van de homotoxicologie aangrijpen en regelkringen
in positieve zin beïnvloeden, vooral in het niveau
van de impregnatiefase en verder in het verloop van de
cellulaire ziektefase.(fig.10)
Treedt echter binnen deze biologische regelsystemen bijvoorbeeld
reactiestarheid op of anders gezegd, is door middel van
de eigen regelkringen van het organisme geen blokkering
te voorkomen ( geen regressieve vikariatie te bereiken)
dan zal chroniciteit van de ontregeling optreden en komen
klachten en ziekten in hun definitieve chronische fase.
Wat hier met roodvonk als voorbeeld is beschreven kan voor
iedere andere klacht of ziekte worden gedaan. Vandaar dat
Reckeweg ziektetabellen heeft opgesteld. Volgens de homotoxicologie
kan echter door een juiste homotoxicologische therapie
en mede afhankelijk van de mogelijkheid van het organisme
om via biofeedback-reacties op deze situatie ( in de vorm
van een regressieve vikariatie) te reageren, een driedimensionale
verschuiving optreden vanuit de cellulaire-ziektefase naar
de humorale-ziektefase (eerste as) via de mesodermale-
naar de ectodermale weefselfase (tweede as), langs de spil
van de biologische cesuur (derde as).
Wat kunnen de signalen zijn die op CHRONICITEIT duiden
:
- blijven bestaan van klacht(en) en/of ziekte
- verslechtering van de biologische situatie van het organisme
- onvoldoende reacties op een juist en correct ingestelde
therapie ( regulatiestarheid )
- aanwijzingen van blokkades en stoorvelden
Zoals hierboven m.b.t. aanwijzingen en gevolgen van regulatiestarheid
binnen complexen van biocybernetische regelkringen reeds
is gezegd, is het onstaan van stoorvelden cq. haarden een
van de belangrijkste factoren in het ontwikkelen, onderhouden
en versterken van chroniciteit HARRY LAMERS geeft in zijn
boek 'Neuraaltherapie' aan, dat de aard van de invloeden
op het B.B.R.S. zich afspeelt op 2 niveaus: het moleculair-cellulair
niveau en het niveau van elektromagnetische straling. Voor
wat het laatste betreft speelt de biofotonen theorie van
Popp een belangrijke rol. Volgens hem kan (naar het werk
van de Vesta-Forschung), ook langs een mogelijk derde interactieniveau,
geluidsgolven, fundamentele informatie-overdracht plaatsvinden.
Wanneer nu binnen deze niveaus van interactie informatie-blokkade
optreedt ontstaat het fenomeen van het stoorveld. Hierbij
kunnen we vanuit drie invalshoeken het stoorveld beschouwen
:
- histologisch stoorveld : we zien chronische ontstekingen
van niet-afbreekbare substanties ( zie de overeenkomsten
met het model van Reckeweg in de impregnatie - depositiefase
overgangen en de theorie van homotoxinen en retoxinen ).
Deze substanties kunnen zowel lichaamsvreemd als lichaamseigen
zijn zoals bijvoorbeeld lymfocytaire-plasmocytaire infiltraten
( de immunologische component ) en desaggregaties van de
grondsubstantie.
- klinisch stoorveld : hierbij is een stoorveld meer een
sub-chronische ontsteking van bindweefsel met weinig tot
geen symptomen ( niveau van de matrixzone van het model
van Reckeweg ). De functie van de humorale ziektestadiumfase
( excretiefase, ontstekingsfase ) heeft zijn werk niet
optimaal kunnen doen waardoor de subchronische ontsteking
een negatieve "informatieve" activiteit binnen
dat grondsysteem gaat ontplooien dat zowel lokaal als door
de functie van de interactieve niveaus binnen het B.B.R.S.
op afstand een belastende activiteit kan gaan uitoefenen.
Er ontstaat op die manier een pathogene ziekteveroorzakende
inwerking ( dit is een van de heel belangrijke redenen
waarom we altijd moeten draineren bij onze "ontgiftende" biotherapie
) op het organisme. Daarom valt te begrijpen dat ons lichaamssysteem
een open cybernetisch systeem is ( volgens H. Lamers ).
- cybernetisch stoorveld : het stoorveld wordt beschouwd
als chronisch irritatieve impulsen die de neuronale regelcircuits
met wisselende intensiteit. Hierdoor kunnen de complexe
terugkoppelingsregulaties worden ontregeld wat zelfs kan
uitmonden in een oscilerende deregulatie.
Dienaangaande verdeelde BERGSMANN de relatie tussen stoorveld
en de op afstand gelegen klinisch zichtbare verstoring
in:
-- tijdelijke relaties tussen ziekte en optreden van een
stoorveld
-- systematische relaties : verstoring van een gehele
regelkring door een stoorveld
-- veranderingen in kwadranten of lichaamshelft door een
stoorveld
-- veranderingen in de meridiaansystemen m.b.t. de acupunctuur,
d.w.z. een stoorveld ligt binnen een meridiaan gebied (
ziektesymptomen op een ver-punt van de desbetreffende meridiaan
of de gekoppelde daarvan ).
Voor het lokaliseren van een van de belangrijkste groep
van stoorvelden (focale) haarden zou ik een diagnostische
methode , die duidelijke overeenkomsten heeft met de acupunctuur,
willen bespreken. Dit als een van de vele andere mogelijkheden
voor lokaliseren en behandelen van bepaalde stoorvelden
in het kader van homepathie, acupunctuur en neuraaltherapie,
EAV e.d. Er blijkt namelijk een samenhang te zijn tussen
drukpunten in de buurt van Cervicale-0 tot Cervicale-7
en KNO klachten. Zodoende bieden deze punten een eenvoudige
manier voor diagnose van stoorvelden, (focale) haarden
in het Hoofd/KNO gebied, welke punten ook EAV-technisch
benaderd kunnen worden en waarbij een ZA op deze punten
een overeenkomstige conclusie kunnen bieden als de bevindingen
bij druk en een positieve respons i.v.v. een ZA kunnen
tonen laten zien terwijl bij druk geen pijn cq. gevoeligheid
door de patiënt wordt aangegeven.
De ADLER-LANGER-DRUKPUNTEN :
Deze drukpunten liggen suboccipitaal en het gebied van
de nervus suboccipitalis minor en paravertebraal t.h.v.
de processi spinosi der halswervels C1 - C7.
Zij liggen 2 - 3 sun (vingerbreedtes) lateraal van de
processi spinosi.
Een drukpijnlijkpunt op het hoogste punt van de m. trapezius
( Dri 15 ) of 1 sun daaronder gelegen het punt Ga 21 is
een signaal voor een storing in het gebied van de tonsillen.
Diagnostiek: de patiënt zit rechtop, hoofd licht
voorwaarts gebogen.
De hand van de onderzoeker ondersteunt de schedel door
met de vingers het hoofd t.h.v. voorhoofd en slapen vast
te houden, waardoor de nekspieren beter kunnen ontspannen.
De rechter hand tast met duim en wijsvinger of middelvinger
rechts en links, afwisselend, in caudale richting de drukpunten
af van C0 - C7. Een heel licht zijwaarts neigen van het
hoofd, afgedwongen met de linker hand, maakt het vinden
van de punten iets gemakkelijker.
Naast het aangeven van drukpijnlijkheid kan de onderzoeker
na wat oefening, kleine spier- spanningen t.h.v. de wervels
aanvoelen:
C-0 correspondeert met het achterste gedeelte van de neusholte
en voorhoofdsholte
C-1 storingen in de kaakholtes, zeefbeencellen, en distale
gedeelte van de neusholte **drukpijn t.h.v. de infra- en
supraorbitalis bevestigen de diagnose correspondeert ~~
met Bla 10 en de homeopathische middelen , gelsemium en
hypericum
C-2 storingen van de tanden van de bovenkaak correspondeert
~~ met non-meridian point 22 ( Royston Low : The non-meridial
points of acupuncture ) en de homeopathische middelen china,
kreosotum, causticum
C-3 storingen van de tanden van de onderkaak,
C4-7 storingen gebied van de tonsillen , oren (chronisch
)
C4 correspondeert ~~ met non meridian point 33 ( Royston
Low: The non-meridial points of acupuncture ) en de homeopathische
middelen belladonna , guajacum, lachesis, mercurius corrosivus
C-7 ~~ Dri-15 : kortbestaande (acute) klachten m.b.t.
de tonsillen , oren en de homeopathische middelen , mercurius
corrosivus, belladonna, calcium carbonicum, lac caninum
Samenvattend: drukpijn/spierspanning cq. ZA t.p.v.:
C-0-1 : actief stoorveld neusholte en kaakholte gebied
C-2-3 : actief stoorveld tanden
C-4-7 : Stoorveld Ring van Waldeier
bij kinderen ontbreken vaak drukpijnlijke punten( EAV
kan hierbij dus van dienst zijn ). Blijvende gevoeligheid
van punten kan echter ook door afwijkingen van de HWK zelf.
** bepaalde geneesmiddelen kunnen de drukpijnlijkheid
verstoren ( corticosteroïden, psychofarmaca bijvoorbeeld)
*** soms kunnen processen in het thoracale of abdominale
gebied de drukpunten gevoelig maken . De invloed van thoracale
en abdominale stoorvelden op C-3 komt omdat de cervicale
plexus C 1-4 omvat en vandaar uit verbindingen heeft met
de sympathische grensstreng, cutane takken zoals de n.occipitalis
minor, n. auricularis magnus ,de n. supraclavicularis.
Takken van de n. phrenicus bereiken de thorax en buikholte
(diafragma) Andere vezels lopen tot de v. cava inf. of
als rami abdominalis tesamen met vezels van de sympathicus
tot de plexus phrenicus. Overeenkomstige drukpunten ziet
men ook bij ziekten van de organen die in het segmentale
bereik liggen van de overige wervels:
C-3 , Th. 1-6 : hart
C3-4, Th. 3-5 : long
C3-4, Th. 7-9 : maag
C3-4, Th.6-10: lever , gal-galblaas , alvleesklier
Th.10 - L3 : nier , blaas , ureter
STOORVELD APPENDIX ( o.a. naar Rosie Frey )
Een ander belangrijk stoorveld wat tot nu toe heel vaak
aan de aandacht is ontsnapt als mogelijkheid van een stoorveld
waar onder andere collega Rosie Frey over heeft gepubliceerd
( zie literatuuroverzicht ) en op refereeravonden hieromtrent
tekst en uitleg heeft gegeven is de APPENDIX, en met name
de bete- kenis daarvan als een LATENT stoorveld. Zij beschrijft
als symptomen van een mogelijk stoorveld appendix o.a.:
algemeen: moeheid, immuunzwakte, verhoogde temperatuur,
concentratiestoornissen
Intestinaal: tongbeslag, maagklachten, chronische gastritis,
ulcus, vol gevoel, candidadiasis, spastisch colon, onduidelijke
en vage buikklachten, voedselintoleranties, therapieresistente
dysbiosen, meteorisme, wisselende stoelgang.
Hormonaal: dysregulatie menstruatie, verstoorde schilsklierwerking
( beide liggen op de maagmeridiaan, evenals de appendix
; daar iedere focus de hypothalamus belast, is hierdoor
de storing op de as hypothalamus-schildklier-bijnier-eierstokken
te verklaren).
Huid: ( via de neergetische verbindingen met de Dikkedarm
): eczemen, ontstekingen
Wervelkolom: artrosen, ischialgieën, Bechterew !
Gynecologie: allerlei klachten op dit gebied. Vaak kan
al een neuraaltherapeutische injectie-sessie op de suprapubische
zone en de appendix uitsluitsel geven of hier vanuit de
appendix een stoorveld functioneert.
Secundair: secundaire foci welke door de appendix worden
geïnduceerd: tonsillen, sinusitis, colitis, ziekte
van Crohn.
Onderzoeksmethoden en therapie-technieken die zij aangeeft
in zake het stoorveld appendix:
- Temperatuurmeting axillair en rectaal: indien de temperatuur
rectaal meer dan een graad verschilt t.o.v. axillair dan
kan dat duiden op een ontstekinsproces in het kleine bekken.
- Neuraaltherapeutische proefinjecties aan Mc. Burney
: op de helft van de afstand vanaf de navel op de lijn
navel-spina iliaca anterior superior ( kinesiologisch door
haar bevestigd ). Dit 1-2x per week doen en indien effectief
de tijdspanne tussen de priksessies langer maken. Mede
afhankelijk van testresultaten. Gebruik een 5 ml spuit
met naald 0,4/40mm. Bij de liggende patiënt aan Mc.
Burney een kwaddel aanbrengen ( intracutaan en liefst met
procaïne )en de naald dan verticaal dieper schuiven
in de richting van het appendix-niveau. Hierbij moet de
patiënt aangeven het moment dat hij/zij een scherpe
pijn ervaart. Dit is een peritoneale pijnreactie en de
naald bevindt zich dan preperitoneaal. Hier wordt dan 1cc
gedeponeerd. Als reactie ziet men soms een beginverergering
die meestal binnen 36-48 uur weg is ( misselijkheid, maagklachten,
koorts). Dit is een gunstige reactie en betekent een vikariatie
vanuit de chronische naar de acute fase. DRAINEREN is dan
ook essentieel en gezien de symptomatologie is dan een
brede drainage van belang, afhankelijk van o.a. de fase
waarin het stoorveld het organisme heeft belast ( Reckeweg
).
Met betrekking tot de neuraaltherapie geeft Peter Dosch
in zijn leerboek "Lehrbuch der Neuraltherapie nach
Huneke" aan: acute ontstekingsprocessen. Tevens dient
gerealiseerd te worden dat ook na verwijdering van de appendix,
dit niveau nog steeds als een stoorveld kan functioneren
mede ook omdat de lymfatische betekenis zowel qua immuunsysteem
als qua drainagesysteem op dat niveau gestoord kan zijn
- Prikken van de Lan Wei zone: 2 sun distaal van Ma 36
. Dit gebied/punt is vaak drukgevoelig als de appendix "stoort".
Daarnaast kan men Lan wei ook neuraltherapeutisch inspuiten
tesamen met McBurney-zone.
- Electro-acupunctuur, kinesiologie, thermoregulatie diagnostiek:
testen met "chronische appendicitis", "necrotiserende
appendicitis"of "appendicitis" nosode bijvoorbeeld,
in verschillende potentiesterktes.
- Onderzoek focaal stoorveld Gebit ( bijvoorbeeld 1e molaar
rechter onderkaak ).
Vanuit deze waarnemingen met betrekking tot de appendix
bijvoorbeeld is te begrijpen dat de darm voor de EAV en
de neuraaltherapie een belangrijk stoorveld kan zijn en
betekenen. De appendix zou men de "tonsil" van
de buik kunnen noemen en heeft daarmee voor de neuraaltherapie
een overeenkomstige betekenis als de tonsil in het KNO
gebied. De ring van Waldeyer zou men overeenkomstig kunnen
beschouwen met de plaques van Peyer in het laatste deel
van het ileum en de appendix. In hun overeenkomstige functionaliteiten
zoals met betrekking tot de strategisch gepositioneerde
immunologische "poortwachtersfunctie" kunnen
en zullen zij elkaar ook beïnvloeden en dienen wij
bij stoorvelddiagnostiek van de "Ring van Waldeyer" ook
altijd de stoorvelddiagnostiek van dit gebied van de buik
in ogenschouw te nemen. Ons darmsysteem dienen we te realiseren
is ons grootste immuunsysteem en biologisch regelkringensysteem
dat we kennen en in de moderne tijd min of meer het meest
bedreigde. Stoorvelden en blokkades vanuit dit gebied zijn
dan ook niet te onderschatten en eisen van ons de volle
aandacht.
Het lokaliseren van deze stoorvelden en het behandelen
daarvan blijkt in de praktijk heel vaak, de zogenaamde
therapieresistentie voor acupunctuur, homeopathie en in
principe alle andere niet-reguliere behandelingsmethoden
te kunnen helpen doorbreken.
Stoorvelden kunnen zeer verschillend van aard zijn:
tonsillen , adenoïd , sinussen , gebitselementen
, littekens , gewrichten , wervelkolom , bekken , gynecologische
ruimte , darm, appendix , prothesen , corpora aliena .
Regulatietherapieën worden zo genoemd omdat zij een
regulerende invloed uitoefenen, lokaal, segmentaal en op
een stoorveld, focus of haard, tussen viscerocutane en
cutiviscerale zenuwreflexbogen. Aangezien dit systeem interactief
gekoppeld is aan alle lichaamsfuncties, is het mogelijk
pathologische processen in organen/weefsels of door organen/weefsels,
reflectoir aan het huidoppervlak of in de daaronder gelegen
musculatuur te projecteren en waar te nemen, zoals we dat
kunnen ervaren aan de metingen in de EAV, VEGA, BFD, BICOM
etc. bijvoorbeeld en zoals een aantal therapeutische consequenties
van de verschillende methoden en de acupunctuur.
Regulatietherapieën zijn zinvol als mogelijkheid
om de ontregeling(en) binnen het organisme op te heffen
die door subchronische noxen een destabilisering hebben
veroorzaakt ( zie de duidelijke overeenkomsten met de homotoxicologie
). Kenmerkend voor dit soort processen is daarnaast vaak
de aanwezigheid van stoorvelden cq. haarden. Deze kunnen
dus in eerste instantie als minimaal storende terugkoppelingssignaal
gaan fungeren en na een latentie tijd ( soms van jaren)
o.i.v. allerlei interne als ook externe factoren ( milieu,
geneesmiddelen, operaties etc) pathologische veranderingen
bewerkstelligen en zich dan bijvoorbeeld als een hyperalgetisch
punt projecteren in de huid of spieren ( cq. lichaamsoppervlak).
O.g.v. de segmentale- en stoorveldtherapie ( zie de overeenkomsten
met de TCM ), kan door lokale applicatie van procaïne
dan wel door toepassing van acupunctuurnaalden dan wel
door een juist toegepaste homeopathische therapie vanuit
een correct uitgevoerde meting, het zelfgenezend vermogen
van het organisme worden gestimuleerd ( hersteld ), door
het corrigeren van deze storende terugkoppelingssignalen.
Een van de theorieën van de werking op afstand van
de therapie op het stoorveld, de "haard" cq. "focus" is,
dat de regeneratie zich autokatalytisch verder kan uitbreiden
en zodoende kan leiden tot een systematische verbetering
van het B.B.R.S. (HEINE 1988 , PEYN 1987 ). Bij chronische
processen vermindert dus de regulatie-reactiviteit steeds
verder in de tijd zoals reeds gezegd en kan in de zogenaamde
sympathicotone ( chronische exsudatieve ) als ook in de
vagotone (chronische proliferatieve ) reakties blijven
steken ( regulatiestarheid binnen het 'Grundsystem') of
een "eigen oscillerend leven" gaan leiden ( uiteindelijk
mogelijkheid tot dedifferentiëring zoals maligniteit
) Chroniciteit is altijd meer of minder gekoppeld aan weefselacidotische
omstandigheden welke pro-inflammatoire situaties in stand
houden ( verstoring elektrolyten-evenwicht, toename acute-fase
eiwitten, verhoogd plasminegehalte, toename van ontstekingsbevorderende
cytokines zoals TNF-alpha, IL-1) . Deze weefselomstandigheden
vormen dan ook de bron van wat een " haard " of "stoorveld " wordt
genoemd wat voor allerlei andere methoden als terminologie
is overgenomen vanuit de neuraaltherapie. De chronische
exsudatieve en chronische proliferatieve situaties kunnen
natuurlijk ook naast en min of meer tegelijkertijd optreden.
Deze situaties omkeren betekent de regressieve vikariatie
opgang brengen( zoals beschreven in de homotoxicologie
) en dat betekent dus dat we binnen dat 'Grundsystem' de
ontstekingsmodulatie dusdanig moeten proberen te sturen
dat de regulatie van de aspecifieke ontstekingsreacties
leiden tot een vermindering van een verstoorde redoxpotentiaal
in dat 'Grundsystem' (waarbij verstoorde elektrolytenbalansen
een belangrijke rol spelen) en de radikalenvorming wegvangen
cq. voorkomen wordt (waarbij de redoxpotentiaal regulering
dus van groot belang is). Chronische verstoringen binnen
het gehele B.B.R.S. kunnen latente of manifeste weefselacidotische
omstandigheden ter plaatse doen toenemen cq. onderhouden.
Uit het voorgaande kunnen de belangrijke werkprincipes
van biologische regulatietherapieën worden geconcludeerd:
• activering en gebruik van zelfregulerende (cybernetisch)
biologische processen ( autoregulatie )
• Stimulering zelfgenezend vermogen door het activeren
autoregulatieve processen
• indirecte invloed van therapeutische stimuli door
de werking van het autoregulatiesysteem binnen
het B.B.R.S.
• individuele werkingen van de specifieke toegevoegde
stimuli die afhankelijk zijn van de individuele situatie
van de individuele reactie-capaciteit.
DRAINEREN EN DRAINAGES :
Een en ander betekent nu dat het beïnvloeden van
het B.B.R.S. en het immunologisch systeem met behulp van
antihomotoxisch werkende preparaten een zinvolle aanvullende
therapie kan betekenen voor zeer veel klachten van o.a.
het bewegingsapparaat en in het kader van deze lezing,
van de rheuma- tische aandoeningen.
Het zal daarmee ook duidelijk zijn dat juist bij het toepassen
van de biotherapeutische antihomotoxica, draineren zo belangrijk
is voor een welslagen en op gang houden van een regressieve
vikariatie binnen ontregelde weefselsystemen en een juiste
vervolg en intepretatie van de EAV-meting.
Waarom zijn deze antihomotoxische stoffen voor de biotherapeutische
diagnostieken en therapieën zo bruikbaar ? Het is
o.a. Professor Heine geweest, die na vele onderzoeken een
model heeft beschreven waardoor de werking en toepasbaarheid
van gehomeopathiseerde organische (eiwitbevattende ) stoffen
juist binnen het BBRS een versterking van de werking van
toegepaste biotherapieën kan hebben alsmede regulatiestarheid
kan helpen voorkomen cq. doorbreken. Tevens geeft zijn
model een duidelijke illustratie waarom DRAINEREN binnen
de toegepaste regulatietherapieën en in principe alle
behandelingsstrategieën zo belangrijk is. Heine noemde
zijn model DE IMMUNOLOGISCHE BEISTANDSREAKTION. Heine toonde
deze functionaliteit in eerste instantie aan voor de antihomotoxische
werking van homeoapthische stoffen maar zijn "Immunologische
Beistandsreaktion" kan direkt ook worden geëxtrapoleerd
op de werking binnen het BBRS van vele andere biologischactieve
stoffen . Hij gaf m.b.v. dit functionele model een duidelijke
aanwijzing in de richting van het werkingsprofiel van biotherapeutica,
ten aanzien van verdunningen tot een D12-D14. Tot hier
spelen kwantitatieve hoeveelheden nog een functionele rol,
daarboven krijgen de verdunningen een energetische betekenis.
De hierna volgende uitleg is overgenomen van B. van Brandt
uit zijn uitstekende samenvatting in zijn boekje: Homotoxicologie
en Biotherapie ( uitgave van Heel ): d e verdunningen van
1 of meer stoffen uit het biotherapeuticum worden ter hoogte
van het B.B.R.S. door macrofagen opgenomen tot 'kortketen-
motieven' omgebouwd en aan het celoppervlak van de macrofaag
teruggegeven . Daar worden ze door passerende T-lymfocyten
opgenomen. Door deze opname transformeren deze zich tot
regulerende Th3-cellen. Over het lymfevaatstelsel worden
deze naar de lymfklieren getransporteerd ( 'homing' ) alwaar
ze vermenigvuldigd worden tot gemotiveerde klonen. Deze
geactiveerde gekloonde Th3-cellen zoeken chemotactisch
ontstekingsuitlokkende lymfocyten ( T4, Th1, Th2 ) met
gelijkaardige antigenmotieven en elimineren deze door vrijzetting
van de 'transforming growth factor ß' ( TGF-ß ).
Het maakt op zich weinig uit of de gekloonde Th3-motieven
precies dezelfde motieven hebben als de andere ontstekings-
actieve lymfocyten ( bijvoorbeeld Th1 en Th2 ). Belangrijk
is dat ze zo gelijkaardig als mogelijk zijn en dat er voor
hetzelfde getroffen weefsel herkenning kan plaatsvinden
van de aanwezige ontstekings- kenmerken. Vervolgens wordt
door de Th3-cellen in het betrokken weefsel TGF-ß (
dat een sterke inhibitor is ) vrijgegeven. Deze TGF-ß remt
pro-inflammatoire lymfocyten ( zoals Th1 en Th2 ) zodat
deze niet verder het ontstekingsproces kunnen ondersteunen
. Hiermee is er dan een verklaring op cellulair niveau
( voor lage verdunningen ) voor het'simile'-principe uit
de homeopathie en bijvoorbeeld de functie van antihomotoxische
biotherapeutica binnen cybernetische regelkring- systemen
op het niveau van het B.B.R.S. Binnen de extracellulaire
matrix staat voor het organisme in het kader van deze 'Immunologische
Beistandsreaktion' 1 werkingsmechanisme centraal, namelijk
de ontstekingsreactie , aangezien alleen de extracellulaire
matrix met zijn cellulaire en neurologische componenten
het apparaat bezit om ontstekingsreacties te moduleren.
Een ontsteking is een niet-specifieke reactie. Het is een
proces dat voor een deel regelkringtechnisch gestuurd wordt,
door agonistische en antagonistische en reduntante interacties
en waarbij als de sturing "uit de hand loopt" een
oscillerend effect kan gaan vertonen en het organisme "overweldigd" kan
worden door het doorschieten van deze ontstekingsreacties
met eventuele fatale gevolgen. De zinvolle betekenis van
'ontsteking' ligt daarin, dat verstoring binnen de bioregulatie
van de extracellulaire matrix door de 'ontgiftende' ontstekingsreactie
weer in evenwicht ( tussen anabolie en katabolie ) wordt
gebracht via een autoregulatiemechanisme binnen de aspecifieke
regelkringfuncties van die extracellulaire matrix. De uitscheiding
is daarbij van cruciaal belang. Wordt deze gehinderd of
geblokkeerd dan dreigt de autoregulatie binnen die extracellulaire
matrix te worden verstoord cq. geblokkeerd. Dit vertaald
zich binnen het model van Reckeweg in de negatieve vikariatie
in de richting voorbij de biologische scheidingslijn en
zeer vaak een verdieping in de weefselfase.
Zowel voor de progressieve als de regressieve vikariatie
is de ontstekingsreactie van cruciaal belang. Het is het
vehiculum waarmee het regulatiesysteem de regelkringsystemen
doet functioneren. Daarom is de drainage als instrument
om de uitscheiding te bevorderen zo belangrijk, zowel in
de acute-, subacute als chronische ziektestadia. Een storing
op het niveau van de regulatie treedt op indien een bepaalde
prikkel ( sympathicotroop ) door een correcte tegenreactie
(prikkel) niet wordt opgeheven/gestuurd (vagotroop) . Dit
komt overeen met het reeds beschreven ontstekingsregulatiemodel
van Selye en het Shock-tegenshock-reaktiemodel van Perger.
Vanuit de regressieve vikariatie, als mechanisme binnen
de immunologische bijstandsreactie, om het herstel van
het organisme te bevorderen is het een logische stap dat
ook vanuit de overgangen van de weefsellagen ( welke dus
de vertikale as vormen binnen het model van Reckeweg) altijd
gedraineerd dient te worden willen we überhaupt de
regressieve vikariatie aan de gang houden.
Dit zou men kunnen bewerkstelligen door bijvoorbeeld het
bevorderen van de ontgiftiging met behulp van de door de
firma Heel op de markt gebrachte trias Heel H.
- Voor volwassenen ( mb.t. kinderen zie verderop ) : om
de 3 weken de therapie onderbreken met 1 week van een drainage
cq. milde reiniging, bijvoorbeeld met deze ontgiftigingstherapie
van Heel in combinatie met LYMPHOMYOSOT H (HEEL).
Van ieder van deze Trias-Heel H middelen, 20-30 druppels
nemen. Doe deze in 1/2 liter mineraal- water zonder koolzuur.
In de loop van de dag, deze 1/2 liter opdrinken. Daarnaast
2x daags 15 druppels lymphomyosot H (Heel). Deze circa
30 seconden in de mond houden en dan doorslikken.
En / Of :
- Een sapvasten van een paar dagen gedurende deze week
( voor gewrichtsklachten altijd goed ).
- Gedurende de andere weken iedere keer een van de 3 trias-Heel
middelen om de beurt kiezen, tesamen met 15 druppels lymphomyosot
H (Heel) !
Drainages zijn zeker voor wat het B.B.R.S. betreft een
vorm van REINIGEN , waarbij de laatste term voortkomt uit
de basale natuurgeneeskunde maar een fundamenteel onderdeel
zou moeten zijn voor iedere vorm van ( niet-reguliere)
geneeskundige methodiek. Draineren als toepassing, heeft
hetzelfde doel voor ogen maar werkt meer vanuit de subtiele
invloed op het Basis Bio Regulatie Systeem en het 'Grondsysteem
van Pischinger'. Ook vasten is een vorm van reinigen, wat
direkt is te zien aan de reacties van uitscheidingsorganen
zoals de slijmvliezen, de darmen ( verandering van ontlasting
), de nieren. Maar is ook af te leiden uit de emotioneel-mentale
reacties die kunnen optreden tijdens en na het vasten.
Reinigen in engere zin betekent schoonmaken, opruimen,
vernieuwen, ontgiften. Continu zijn in ons lichaam reinigingsprocessen
aan de gang om het lichaam te beschermen zowel tegen de
eigen stofwisselingsprodukten als ook tegen allerlei van
buitenaf komende stoffen zowel van biologische als van
niet- biologische oorsprong. Reeds Hippokrates beschreef
uitvoerig de gevaren van de verontreiniging van het lichaam
en de grote voordelen van het reinigen cq. vasten in zijn
ziekteleer van de verontreiniging van de humores = lichaamsvochten.
Hippokrates borduurde daarbij voort op de kennis van geneeskundigen
die ten tijde van en voor zijn tijd hun ervaringen op hadden
geschreven of aan leerlingen mondeling hadden doorgegeven
en waarbij Egypte en het Verre-Oosten min of meer de bakermat
vormden. In de loop van de eeuwen na hem en tot op de dag
van vandaag blijkt zijn leer, misschien hier en daar met
wat modernere technieken en omschrijvingen, nog steeds
op te gaan en zien we dat reinigen en vasten (welke laatste
ook een vorm van reinigen is) ook nu bij heel wat kwalen
effectief blijken te kunnen zijn in herstel van de gezondheid
en de levensvreugde . Daarnaast is het reinigen en vasten
ook heel belangrijk voor het lichaam om in zo'n goed mogelijke
conditie te blijven. Ook iemand die geen klachten heeft
en zich "gezond" voelt, zou toch minstens een
keer per jaar zichzelf moeten reinigen. Er zijn namelijk
tegenwoordig veel meer uitwendige oorzaken van " vervuiling " dan
100 jaar geleden.
Verontreinigingen door uitwendige oorzaken zijn o.a.:
lucht-, auto- en fabrieksgassen, radioactieve stoffen,
geur-, kleur- en smaakstoffen, emulgatoren, anti-oxydanten,
conserveringsmiddelen, chemische reinigingsmiddelen, verfstoffen,
anti-schimmelmiddelen en insekticiden, antibiotica, stabilisatoren,
voedingszuren, smelt- en hardingsmiddelen, glans- en anti-schuimmidelen
en ga zo maar door.(fig.6)
Deze stoffen kunnen het immuunsysteem in de tijd (of acuut)
zodanig onderdruk zetten, dat dit mede op basis van aanlegfactoren
kan leiden tot een ontregeling van dit immuunsysteem waardoor
autoimmune processen ingang worden gezet die dan de aanleiding
kunnen zijn tot het ontstaan van gewrichts- en wekedelen
ontstekingen, zoals reumatoïde artritis. Daarnaast
spelen milieufactoren in de ruimste zin hierbij ook een
grote rol, dus alles wat van buitenaf het organisme kan
beïnvloeden in positieve- als ook negatieve zin. Binnen
het natuurgeneeskundig- en biotherapeutisch denken houdt
men daar altijd rekening mee en probeert men met diagnostische
methoden zoals de EAV, BDF e.d. dit te achterhalen en te
gebruiken bij onze therapeutische strategieën.
Ons drinkwater bevat vaak tientallen stoffen in uiterst
kleine hoeveelheden die, naar men beweert, nog geen vlieg
kwaad kunnen doen, maar niets met water te maken hebben.
Doch zoals we weten : iemand kan al op een paar graspollen
allergisch reageren en vaak gaat het dus niet om de kwantiteit
van de belasting maar juist om de negatieve kwaliteit van
de belasting .
Verontreinigingen door inwendige oorzaken zijn o.a : VOEDINGSFOUTEN:
h et overbelasten en "vergiftigen" van ons maagdarmkanaalsysteem
door een vaak slecht eetpatroon, d.w.z.: TE VEEL, TE VAAK,
TE SNEL, TE HEET, TE KOUD, TE KRUIDIG, TE ZOET, TE ZOUT,
TE VET, OP VERKEERDE MOMENTEN, VERKEERDE SAMENSTELLING.
Door op deze "T.....'s" te letten zouden we
al heel wat schade aan het darmmilieu en het immuunsysteem
kunnen voorkomen ( en dus het B.B.R.S.). Zo simpel is dat!
Het gevolg is dat door deze verkeerde voedingsgewoonten
allerlei stoffen in het lichaam kunnen stapelen of de stofwisselingssystemen
dermate onder druk kunnen zetten of het lichaam "verzuren" (impregnatie-
en depositiefase) dat ziekten hun kans krijgen. Op grond
van onze huidige kennis speelt de voeding een rol bij het
in stand houden van een gezond immuunsysteem. Voedingsmiddelen
zijn niet alleen bronnen voor bouwstoffen maar tevens een
uitgebreid mengsel van antigene chemische substanties.
Of dit zal leiden tot een toegenomen resorptie van antigene
makromoleculen hangt mede af van de gezondheidstoestand
van ons darmstelsel (van mond tot anus), de samenstelling
van ons voedselpakket als ook de manier van hoe wij dat " voedselpakket " nuttigen
cq. opnemen. Allerlei toxinen en farmacologisch actieve
stoffen kunnen leiden (zoals reeds eerder vermeld) tot
het vrijkomen van allerlei mediatoren (pseudo-allergische
reacties). Verstoringen in spijsverteringsenzymen en verkeerde
eetgewoonten bevorderen een dysbiose met als gevolg een
ontregeling van het niet-specifieke en specifieke afweersysteem
en het bevorderen van een toename van pathogene darmflora.
Reinigen bevordert niet alleen het herstel van een immunologisch
atweersysteem maar bevordert op zieh zelf ook weer het
zelfreinigendvermogen van het organisme .
Belangrijk daarbij is dan ook dat we het lichaam in fasen
de kans geven om dit zelfreinigend vermogen te gebruiken
cq. weer op gang te krijgen . Daarom is het belangrijk
dat we bijvoorbeeld met de drainage trias van cosmochema
ook gefaseerd werken.
Het zal duidelijk zijn dat als wij het lichaam willen
helpen te ontgiften, te reinigen en als we het lichaam
willen helpen bij het overwinnen van ziekten die te maken
hebben de bovengenoemde verstoringen, we het gehele darmsysteem
en dus ook de spijsvertering cq. de voeding zullen moeten
beïnvloeden en normaliseren. Zeer veel oorzaken zijn
er te bedenken in een verstoorde spijsvertering en darmfunctie,
waarbij deze verstoringen altijd gepaard gaan met min of
meer ernstige dysbiosen :
- Iatrogene oorzaken: antibiotica, corticosteroïden,
OAC, ioniserende straling, ontstekingsremmers etc.
- Chronische functionele aandoeningen van het MDK: sclerodermie,
hyper- en anaciditeit, resorptie- stoornissen, gal- en
alvleesklierpathologie.
- Anatomische oorzaken : fistels, divertikels, shunts
door operaties, stenosen etc.
- Milieu oorzaken : zware metalen, pesticiden, vele vele
andere toxische stoffen
- Infecties : bacteriele en parasitaire (bijvoorbeeld
Lamblia !), schimmels en gisten, virus
- Voedingsfouten, verkeerde dieten, "junk-food", "fast-food" etc.
- Psychische factoren, stress
Wat gebeurt er nu bij het reinigen cq. vasten ?
Het lichaam wordt ontdaan van allerlei voor het lichaam
schadelijke stoffen (homotoxinen) zoals ammonia, boterzuur,
botuline, cresol, fenol, indikaan, indol, formaldehyde,
nitrosamine, koolzuurgas, zwavelwaterstof, putrescine,
skatol, urinezuur, urobiline etc. Bij een vastenkuur,ontgiftigingskuur
of drainage, kan men vaak zien dat de ontlasting heel
donker wordt of een andere kleur krijgt. Deze donkere
stoffen worden gevormd door halfverteerde voedselbestanddelen
en deze gifstoffen ontstaan zowel in de dunne darm als
in de dikke darm door gisting, rotting maar ook door
dysbacteriose en de overflow van schimmels, gisten en
parasieten . Indien nu de de spijsverteringsorganen,
zoals darmen en lever, hun ontgiftende taken niet meer
aan kunnen, dan zullen andere organen proberen bij te
springen. Vooral de slijmvliezen zullen dat gaan proberen
als ook de nieren. De toegenomen slijmproduktie van het
keel- neus- en oorsysteem en de toegenomen fluorproduktie
van het vaginale slijmvlies zijn daar goede voorbeelden
van. Ook de huid kan door het vormen van eczeem of ontstekingen
als steenpuisten en acne helpen bij het verwerken van
de afvalstoffen door het afscheiden ervan aan het oppervlak
van het lichaam (excretie- en ontstekingsfase binnen
model van Reckeweg). Daarnaast kunnen de afvalstoffen
in de bindweefselstructuren opgeslagen worden en op den
duur leiden tot degeneratie en ontstekingsreacties zoals
in de gewrichten, kapsels en banden (depositie- en degeneratiefase
volgens het model van Reckeweg/Schmid ).
Zolang de afvalstoffen zich nog in de lichaamsvochten
bevinden spreken we van de humorale ziektefase, zodra er
opslag plaats gaat vinden in de cellen of de weefsels,
spreken we van de cellulaire ziektefase. In het Model van
Reckeweg is dat mooi weergegeven en biedt dit model een
handzame methode bij het begrijpen en het beïnvloeden
van deze toxische belasting. De overgangen tussen deze
ziektefasen wordt aangegeven als de matrixfase. De homotoxicologie
onderscheidt binnen het humorale ziektestadium, de excretie-
en ontstekingsfase. Via de zogenaamde matrixfase, die gevormd
wordt door depositie- en impregnatiefase, wordt het cellulaire
ziektestadium bereikt, waarbij deze ook weer in 2 fasen
wordt onderscheiden, te weten de degeneratie- en dedifferentiatiefase.
Reingen en vasten kunnen krachtig helpen bij het verschuiven
van de situatie binnen het lichaam van het ongunstige cellulaire
ziektestadium naar het voor het lichaam minder bedreigende
en gunstigere humorale ziektestadium en dit gebeurt over
de matrixfase waar de biologische cesuur ligt als scheidingslijn
naar het humorale ziektestadium met de zeer belangrijke
excretie- en ontstekingsfase.
Humoraal ziektestadium
Uitscheidings- of excretiefase :
Men ziet hier vooral de acute ziekten die met veel uitscheiding
gepaard gaan : niezen, slijm, zweten, diarree, overgeven,
versterkte urineproduktie : gifstoffen, afvalstoffen, micro-organismen
worden " weggespoeld ". Koorts "verbrandt" allerlei
stofwisselingsprodukten die schadelijk zouden kunnen zijn.
Maatregelen die deze uitscheiding kunnen bevorderen zijn
: vasten, ontlastingbevorderende maatregelen, zweten, baden,
darmspoelingen, wassingen en begietingen.
Reactiefase of ontstekingsfase :
Als het lichaam niet door middel van de excretie-fase
zichzelf kan " reinigen " cq. herstellen, zal
het dit door middel van ontstekingsreacties proberen te
bereiken. Er ontstaat dan altijd een -ITISbeeld (= ontstekingsbeeld).
Onderdrukking hiervan zonder voldoende rekening te houden
met de herstelpoging van het lichaam door middel van de
ontstekingsreacties zal zeker kunnen leiden tot een verdere
verzwakking van het organisme
Matrixgebied
Depositiefase :
Kan het lichaam zijn " afval " niet meer uitscheiden
dan zal het , ten einde raad , de afvalstoffen voorlopig
maar ergens opslaan. Vaak wordt hiervoor het vetweefsel
en de bindweefselstructuren gebruikt. Geleidelijk aan zal
dan het lichaam gaan verslakken zoals we dat kunnen zien
in " steenvormingen ", weefselverhardingen, atherosclerose.
** DOOR TE ONTSLAKKEN = REINIGEN CQ DRAINEREN kunnen we
het lichaam weer helpen zieh te ontlasten en het "gevaar
van points of no return" voorkomen .
Deze 3 fasen hebben nog als kenmerk, dat ze tot zelfgenezing
kunnen leiden : het lichaam kan nog reageren, de stotwisselingssystemen
zijn nog intakt. In het volgende stadium kan het lichaam
dat niet meer. Het zal moeten geholpen worden wil het overleven
!
Impregnatiefase:
De vergiftiging in de cellen neemt toe : celstructuren
worden aangetast : Gevolg is orgaanschade : ontstekingen,
zweervorming, stofwisselingsstoornissen. In dit stadium
komen de ziekten naar voren .
Cellulair ziektestadium
Degeneratiefase :
Schade die is aangericht dreigt nu onherstelbaar te worden.
Dedifferentiatiefase:
cellulaire structuren en weefsels ontaarden. De totale
conditie van het organisme staat onder druk. Bevorderen
van de ontgiftiging speelt hier een zeer belangrijke rol.
Wat betekent voor de homotoxicologie het aspect chronisch.
Dit betekent dat de lichaamseigen 'krachten' ( zoals de
stofwisseling, het afweersysteem, het autonome zenuwstelsel
etc.) niet meer in staat zijn de door Reckeweg geformuleerde
homotoxinen en sutoxinen adequaat te elimineren ( m.b.v.
het systeem van de Grote Afweer ) en aldus een continue,
de gezondheid in stand houdende regressieve vikariatie
te handhaven. Immers ons organisme is continue actief,
vanaf de conceptie tot aan ons overlijden toe, een regulatie
binnen de biologische regelkringen in stand te houden en
te zorgen voor een voortdurende eliminatie van (meestal)
schadelijke stoffen. Reckeweg had daarbij zeer goed ingezien
dat vooral de uitscheiding en eliminatie m.b.v. het lichaam
tendienste staande uitscheidings- systemen (bijvoorbeeld
slijmvliezen, huid,lever, nieren) hier van cruciaal belang
waren en dat zodra het organisme dit niet meer adequaat
kon er een "point of no return" zou kunnen gaan
dreigen. Ziekte en klachten kunnen daarmee in een groot
aantal van de gevallen een poging van het organisme zijn
de uitscheiding zoals Reckeweg dat formuleerde van deze
gifstoffen (homotoxinen) cq. het herstellen van de ontregelde
biologische regelkringen op cellulair-, weefsel- en orgaanniveau,
te bevorderen. Reckeweg zegt terecht : " "Nach
der Homotoxinlehre sind alle jene Vorgänge, Zustandsbilder
und Erscheinungen, die wir als Krankheiten bezeichnen,
der Ausdruck dessen, daß der Körper mit Giften
kämpft und daß er diese Gifte unschädlich
machen und ausscheiden will. Entweder gewinnt dabei der
Körper oder er verliert den Kampf. Stets aber handelt
es sich bel jenen Vorgängen, die wir als Krankheiten
bezeichnen, urn biologische, d.h. naturgerechte Zweckmäßigkeitsvorgänge,
dieder Giftabwehr und Entgiftung dienen.
Dit is essentieel voor wat de biologische therapie betreft.
Dit elimineren van toxinen en het herstellen van het biologisch
evenwicht m.b.v. de bijvoorbeeld voor de homotoxicologie
voor dit doel ten dienste staande middelen, is het fundament
waarop de regressieve vikariatie en daarmee het stimuleren
van de lichaamseigen biologische regelkringen is gebouwd
en door Reckeweg geformuleerd. Daarmee wordt dan ook duidelijk
waarom het door Pischinger geformuleerde "GRUNDSYSTEM" zo
fundamenteel van belang is en binnen het kader met name
door de Neuraaltherapie is uitgewerkt in het B ASIS B IO
R EGULATIE S YSTEEM. Professor Heine heeft hieromtrent
een aantal interessante artikelen geschreven die ten dele
zijn verwerkt in de nieuwe uitgave van het ORDINATO ANTIHOMOTOXICA
ET MATERIA MEDICA van Heel.
D e homotoxicologie wil men een regressieve vikariatie
op gang brengen vanuit het cellulaire ziektestadium naar
het humorale ziektestadium en waarbij vooral de excretiefase
binnen het humorale ziektestadium van groot belang is voor
het organisme. De excretiefase is daarmee niet alleen voor
de pathologie belangrijk, neen, eerder is het juist voor
de fysiologische werking van het lichaam van enorme betekenis.
Vooral via de excretie langs het honderden meters lange
traject van de slijmvliezen binnen ons lichaam en de huid,
vindt uitscheiding van allerlei voor het lichaam overtollige
cq. schadelijke stoffen plaats. Daarnaast kunnen de uitscheidingen
via de slijmvliezen ook nog eens een nuttige functie hebben
: bijvoorbeeld voor het instand houden van de bekleding
van de gewrichten en de functie van het kraakbeen. Andere
voorbeelden van uitingen van de excretiefase zijn de slijmsecretie
binnen ons long en het kno-systeem, de waterhuishouding
binnen onze darm, de uitscheidingen aan het huidoppervlak,
zoals zweet, talg,etc.
Vanuit de regressieve vikariatie, als mechanisme om het
herstel van het organisme te bevorderen, is het een logische
stap dat ook vanuit de overgangen van de weefsellagen (
de vertikale-as binnen het model van Reckeweg ) daarom
altijd specifiek gedraineerd dient te worden m.b.t. de
ziektefase waarin het organisme zich bevind, willen we überhaupt
de regressieve vikariatie voor het organisme aan de gang
houden en niet blijven steken in een fase met als gevolg
het opnieuw vastlopen van de viakriatie in het B.B.R.S.
Vandaar dat er verschillende drainage-combinaties bestaan
welke specifiek zijn voor de ziekte-fasen binnen het model
van Reckeweg/Schmid en een logische consequentie betekenen
in het behandelen van de klacht cq. ziekte waarmee de patiënt
komt. Draineren is dus niet het behandelen van de oorzaak
vanuit de diagnostiek en therapeuitsche consequentie met
de EAV maar primair bedoeld de ingestelde therapie m.b.t.
de regressieve vikariatie binnen het B.B.R.S. te onderhouden
cq. te stimuleren. ZIE BIJLAGEN
Voor de homotoxicologie gelden de Arndt-Schulz regels
:
- zwakke prikkels stimuleren de biodynamische levensprocessen
- middelsterke prikkels werken versnellend op de biodynamische
levensprocessen
- sterke prikkels werkend remmend op de biodynamische
levensprocessen
- zeer sterke prikkels kunnen biodynamische levensprocessen
blokkeren
Deze regels hebben tevens therapeutische consequenties
zoals in de bespreking van de Ímmunologische Beistandsreaktion'
van prof. Heine zal duidelijk worden, als mede het begrip
en de betekenis van de Regulationsstarheid. Aangezien bij
ziekten meerdere biodynamische processen beschadigende
en blokkerende substanties betrokken zijn is het belangrijk
tegelijkertijd gepotentieerde stoffen zoals die gebruikt
worden in antihomotoxische preparaten ter correctie van
deze beschadigde of niet goed functionerende systemen aan
te gebruiken.
Reckeweg schrijft :
"Nach der Homotoxinlehre sind alle jene Vorgänge,
Zustandsbilder und Erscheinungen, die wir als Krankheiten
bezeichnen, der Ausdruck dessen, daß der Körper
mit Giften kämpft und daß er diese Gifte unschädlich
machen und ausscheiden wilt. Entweder gewinnt dabei der
Körper oder er verliert den Kampf. Stets aber handelt
es sich bei jenen Vorgängen, die wir als Krankheiten
bezeichnen, um biologische, das heißt naturgerechte
Zweckmäßigkeitsvorgänge, die der Giftabwehr
und Entgiftung dienen."
De extracellulaire matrix heeft in het kader van deze "Giftabwehr" een
zeer belangrijke rol en functie. Een rol dus die vooral
vanuit het zogenaamde Basis Bio Regulatie Systeem en de
kern daarbinnen, het 'Grundsystem van Pisschinger', tot
zijn recht komt, zeker wat de regressieve vikariatie binnen
de homotoxicologie betreft.
Drainage doseringen m.b.t. de homotoxicologie naar Reckeweg/Schmid
Van 0-3 jaar : algemene drainages zoals bijvoorbeeld met
de 3 middelen van Heel : 3-5 druppels van ieder flesje
op borrelglaasje koolzuurvrij bronwater ( of verdeeld na
eerst opgelost te hebben in 1 eetlepel koolzuurvrij bronwater
in 1-2 flesvoedingen ). Daarnaast wat meer laten drinken
over de dag of een verdunde voeding extra.
Van 3-5 jaar : algemene drainages zoals bijvoorbeeld met
de 3 middelen van Heel: 5-8 druppels De inhoud tesamen
in 1 klein glaasje koolzuurvrij bronwater. In de loop van
de dag kleine slokjes geven zodat 's avonds glas leeg is.
Daarnaast wat meer laten drinken over de dag.
Van 5-12 jaar : 10-15 druppels van een specifieke of algemene
drainage. De inhoud in een glas koolzuurvrij bronwater;
in de loop van de dag met slokjes innemen. Wat extra laten
drinken over de dag.
Van 12-18 jaar vv. : 15-20 druppels van de algemene drainage
De inhoud in een glas koolzuurvrij bronwater; in de loop
van de dag met slokjes innemen. Wat meer laten drinken
over de dag.
Waarom een verschil in dosering van de drainage ?
Eenvoudig: bij de pasgeborene en het zeer jonge kind worden
allerlei stofwisselingsprodukten en voedingscomponenten
langzamer geëlimineerd en opgenomen als ook het feit
dat de omzettingsprodukten en afvalstoffen minder snel
en adequaat gedetoxificeerd worden omdat allerlei enzymatische
processen in de lever, de nieren, de slijmvliezen nog tot
ontplooiing moeten komen. De glomerulaire filtratiesnelheid
en het tubulaire systeem van de nieren zijn zeker in het
eerste jaar nog onvoldoende in staat tot een sterke drainage
op te vangen. De "rijping" van de leverenzymen
duurt bij de pasgeborene zo'n 3-6 weken en bij de nieren
sommige wel 3-6 maanden. De slijmvliezen zijn veel doorlaatbaarder
en "lekken" veel gemakkelijker allergene componenten
waar bijvoorbeeld het immunologisch MALT en GALT systeem
van de darmtrajekt nog onvoldoende op kan anticiperen.
Zouden we dus te sterk draineren dan kan het fysiologisch
systeem dat adaptief nog helemaal niet aan, zeker niet
in chronische situaties. Dat we echter de behandeling drainagematig
moeten ondersteunen staat buitenkijf mijnsinziens.
Literatuur :
H. Barop: Lehrbuch und Atlas der Neuraltherapie ( Hippokrates
Verlag 1998 )
J.A. Bernards: Fysiologie van de mens ( BSH )
B. van Brandt: Homotoxicologie en biotherapie ( Aurelia
Verlag )
B. van Brandt: Regulatiestarheid, probleemstelling en
biotherapeutische oplossing ( Themadag najaar 1999 )
B. van Brandt: Regulationsstarre: Definition, Bedeutung
und Therapie
B. van Brandt: Regulatiestarheid vanuit biotherapeutisch
perspectief ( Arts en Apoth. 2/2000)
A. van der Burg: Magneettherapie ( Ankh Hermes )
A. van der Burg: Handboek van de acupunctuur deel I en
II + aanvullingen ( Ankh Hermes )
A. Conforti u.a.: Wirkungen Antihomotoxischer Präparate
auf akute und chronische Entzündung ( BM 2/1998 )
D. Draehmpaehl: Die möglichen Wirkungsmechanismen
der Akupunktur ( Deuts.Z.Akup. 38/1995)
R.M. Edelbroek: RSI ( themadag najaar 1999 )
R.M. Edelbroek: Weihe, homeopathie en Natuurgeneeskunde
( ABNG 1988)
R.M. Edelbroek: Homeosiniatrie : de as neuraaltherapie-acupunctuur-homeopathie
(CNS 1993)
R.M. Edelbroek: Aandoeningen van de urinewegen, een biotherapeutische
benadering vanuit de homeosiniatrie (Heel, 1994)
R.M. Edelbroek: Homeosiniatrie en Homeopunctuur (scriptie
voor NAAV)
R.M. Edelbroek: Homeopunctuur en Homeosiniatrie bij Cardio-Vasculaire
aandoeningen ( Homeoropa-Steigerwald 1995 )
R.M. Edelbroek: Prostatisme en phytotherapie ( syllabus
nascholing Steigerwald NAAV 1999 )
R.M. Edelbroek: Homeopunctuur en Homeosiniatrie in kader
van de Neuraaltherapie ( syllabus opleiding- en nacholing
NVNR 1994)
R.M. Edelbroek: Hart- en Vaatziekten ( Symposium Sanopharm
1997)
R.M. Edelbroek: Vertigo ( Symposium Heel 1998 )
R.M. Edelbroek: Syllabus BBRS en neuraaltherapie ( in
kader van de samenwerking introduktie-cursus NAAV-NVNR
2000 )
W. Frase: Regulation der Matrixfunktion durch homöpathische
Komplexmittel ( BM 4/1998 )
R. Frey: Appendix en neuraaltherapie ( TIG 4, jrg. 16:
2000 )
H.D. Gosau: Biokybernetische Medizin Band 1 t/m 4 ( Akademie
Biok.Ganzh.Med 1993-1999)
D. Gross: Therapeutische Lokalanästhesie ( Hippokrates
Verlag ( 1988 )
G.S. Hanzl: Was heißt Regulationsmedizin ? ( AZN
40, 4 / 1999 )
G.S. Hanzl: Das neue medizinische Paradigma ( Haug Verlag
1995 )
G.S. Hanzl: Regulationsmedizin - Schlagwort, Modetrend
oder wissenschaftliche Neu-orientierung in der Medizin
? ( BM 2000;29(1):24-30
G.S. Hanzl: Die Regulation des Körpers ( AZN 38/1997
)
H. Heine: Lehrbuch der biologischen Medizin ( Hippokrates
Verlag 1991, 1997 )
H. Heine: Die Bedeutung der antihomotoxischen Therapie
in der Regulationsmedizin ( BM 6/1999 )
H. Heine: Kollagenosen aus biologisch-medizinischer Sicht
- antihomotoxische Therapie ( BM 5 / 1999 )
H. Heine : Lehrbuch der biologischen Medizin ( Hippokrates
Verlag )
H. Heine : Die bedeutung der Immunstimulation in Gesamtkonzept
der antihomotoxischen Therapie (BM 41 1 990)
H. Heine : Immunologische Beistandsreaktion durch antihomotoxischen
Therapie bel Gelenkentzündungen (BM 411998)
H. Heine: Wirkmechanismen potenzierter Kombinationsarzneimittel
der Antihomotoxischen Medizin ( BM 1999;28(1):19-23 )
H. Heine: Immunologische Beistandreaktion durch pflanzliche
Extrakte in Antihomotoxi- schen Präparaten ( BM 1
/ 1998 )
H. Heine: Antihomotoxische Medizin und Grundregulation
Immunologische Beistands- reaktion.
H. Heine: Grundlagen der Regulationsmedizin ( AZN 41;
2 (2000)
H. Hess: Biologische Medizin in der Orthopädie /
Traumatologie, Rheumatologie (Aurelia)
J. Kersschot: De extra dimensie van injecties - toepassingen
van biopunctuur in de dagelijkse praktijk (TIG 1996)
J. Kersschot: Biopunktur : Energetische Medizin mittels
Injektionen ( BM 3/1995)
J. Kersschot: Biopunctuur ; een nieuwe dimensie in de
gezondheidszorg ( TIG 1996)
H.J. Lamers u.a.: Das Phänomen "Leben" (Patmos
)
H.J. Lamers : Wetenschappelijk symposium Heel mei 1998
H.J. Lamers: Neuraaltherapie en het Basis Bio Regulatie
Systeem ( Ankh Hermes)
D. Lanninger: Regulationstherapie ( BM 6/1999 )
H. Lodish et al: Molecular Cell Biology ( Scientic American
book 1998, 1380 pag. )
W. May: Umstimmungstherapie ( Hippokrates Verlag )
C. van der Molen: Acupunctuur ( Tijdstroom )
C. van der Molen: Electroacupunctuur ( 3e druk Elta Ijmuiden
2001 )
J.C. van Montfoort: Immuuntherapie ( Ankh Hermes)
N. Neuner: Das störfeldbedingte chronische Krankheitsgeschehen
und dessen biomedizinische Behandlungsmöglichkeiten
( BM 1/1999 )
A. Pischinger: Das System der Grundregulation ( Haug Verlag
9e Auflage nach Heine, 1998 )
A. Pischinger: Das Grundsystem ( Haug Verlag )
R. Pothmann: Injektionsakupunktur
H.H. Reckeweg: Homeopathia Antihomotoxica ( Aurelia Verlag
1999 0
K.H. Ricken: Die Entzündung ( Aureia Verlag )
M. Rimpler: Wechselwirkung zwischen Zelle und Matrix als
Ursache gestörter Differenzierungsvorgänge (
BM 3/1995 )
I.Roitt e.a.: Immunologie ( BSH , 1998 )
E. Ruth: Gesund durch Entgiftung ( Aurelia Verlag )
K. Schimmel: Lehrbuch der Naturheilverfahren dl. I en
II (Hippokrates)
E. Schiner u.a.: Akupunktur - eine Regulationstherapie
( EH 6/1989 )
F. Schmid: Aktualisierung der Reckewegschen Phasengliederung
( BM 1/1996 )
F. Schmid u.a. : Antihomotoxische Medizin, Band I ( Aurelia
Verlag )
C. Sluijters: Acupunctuur en immuunmodulatie ( TIG 7/1991
)
L. Stryer: Biochemistry ( Freeman 1998, 1060 pag. )
W. Vogelsberger : Synergismus der antihomot. Therapie
mit anderen biol. Verfahren (BM 6/1993)
R.M. Edelbroek, Alkmaar maart 2002
[top]
|