|
REGULATIESTARHEID BINNEN DE TCM :
5-fasenleer en de Wondermeridianen
R.M. Edelbroek, arts
Print dit artikel
Regulatiestarheid is een fenomeen dat zich vanuit de biofysiologische
en cybernetische concepten heeft ontwikkelt en waarbij
mensen zoals Bernard, Selye, Bergsmann, Popper, Huneke
etc aan de wieg van deze concepten hebben gestaan. Met
betrekking tot regulatiestarheid spelen verstoorde regulatie-
mechanismen op cellulair en intercellulair niveau een belangrijke
rol en daarmee is direkt het raakvlak met het B.B.R.S.
herkenbaar. Bij regulatiestarheid gaat het vooral om het
deficiënt zijn van de regulatiemechanismen waardoor
chronische ( starre ) ziektetoestanden ontstaan dan wel
blijven bestaan. Kenmerkend is dus dat het biologisch organisme
onvoldoende op adequate, het zelfgenezendvermogen bevorderende
stimulatietherapieën reageert. In mijn eerste voordracht
heb ik de betekenis van regulatiestarheid proberen te verduidelijken
in het kader van de neuraaltherapie en (klinische- en segmentale)
acupunctuurbenadering.
Evenwel wat betekent regulatiestarheid voor de Oosterse
Geneeskundige tradities en specifiek de TCM . Dat is in
zijn geheel niet eenduidig te beantwoorden, integendeel.
Het grote probleem tussen de Westerse en traditionele Chinese
geneeskundige benadering van ziekte en gezondheid - de
mens in relatie tot zichzelf en de relatie met de hem cq.
haar omringende wereld - heeft alles te maken met het feit
dat de manier van denken over de betekenis van ziekte en
gezondheid en het begrip energie daarbinnen, geheel anders
is. Het model van Selye is in principe geënt op de
ontstekingsmodulatie binnen het organisme, waarbij twee
elkaar steeds in mindere mate opvolgende fasen uiteindelijk
in een harmonisatiefase een evenwichtssituatie overgaan,
maar waarbij wij het inwendig functioneren van het organisme
en het functioneren van het organisme in wisselwerking
met de omringende wereld net zo goed kunnen enten op dit
model. Alles in en om ons heen streeft naar evenwichtssituaties
en dat is voor het denk- en werkmodel van de TCM ook de
essentiële kern. De kern die door de monade van Yin
en Yang wordt gesymboliseerd.
Zoals duidelijk geworden uit de informatie van de andere
sprekers en mijzelf hier vandaag, is regulatie- starheid
in ruimere zin een fenomeen dat te maken heeft met het
feit dat regulatiemechanismen ter hoogte van het B.B.R.S.
niet goed functioneren en daarmee aanleiding geven tot
chronische "starre" ziektetoestanden. Het organisme
reageert niet meer op regulatie- cq. stimulatie. Alleen
onderdrukkende technieken lijken nog invloed te kunnen
uitoefenen en dus juist de reactiemogelijkheden van het
organisme maskeren of te verstarren. Regulatiestarheid
is een begrip uit de biologische pathofysiologische concepten
met betrekking tot vooral ontstekingsmodulaties. Bij de
type I regulatiestarheid zien we vooral chronische ontstekingsprocessen
die voor een groot deel worden onderhouden doordat de vanuit
de homotoxicologie beschreven homotoxinen-ophopingen niet
of onvoldoende worden geëlimineerd, via de tweede
fase van de ontstekingsmodulatie volgens Selye (de anti-shockfase
komt niet of onvoldoende op gang). Bij de type II regulatiestarheid
vindt er geen hernieuwde autoregulatieve fase op, maar
blijft de ontstekingsgregulatie steken op het eind van
de antishock-fase. Vooral bij dit type II patroon zal door
soms jarenlang ophopen van homotoxinen "de
ijsberg zich onder de waterspiegel vergroten" totdat
hij opeens in alle kracht "omhoog" komt met alle
gevolgen vandien. Deze typen indeling vanuit (Westerse)
pathofysiologische modellen is slechts met kunst en vliegwerk
te extrapoleren op de TCM. Een ander geval is het indien
we ons afvragen of regulatiestarheid zoals wij dat waarnemen
binnen het bio-pathofysiologisch (Westers) model gevolgen
kan hebben voor de TCM. Vanuit dit perspectief bekeken
zeker wel. Evenwel, de TCM bekijkt ziekte en gezondheid
niet vanuit dit perspectief, aangezien regulatiestarheid
suggereert een scheiding tussen substanties en functies.
Echter binnen de TCM worden deze als een continuüm
beschouwd waarbij de TCM tevens meer de nadruk legt op
de functie en de situatie.
Voor de Chinese denkwijze in TCM omvat het universum een
oneindig patroon van met elkaar communicerende energieën
en dus zoals Ted J. Kaptchuk dat noemde: een "Web
that has no Weaver", of anders gezegd : " patronen
die niet statisch zijn, maar continu stromen ". Voor
de traditionele Chinese denkwijze is het de "I Jing" dat
met zijn 64 hexagrammen dit "Web", deze "Patronen",
inzichtelijk en hanteerbaar maakt. Kosmologisch functioneert
de mens als onderdeel van een universeel stelsel en is
daarin afgestemd op de fundamentele levenskracht om zich
heen. Deze patronen zijn niet statisch, maar dynamisch,
continue in beweging en zich herrangschikkende fenomenen.
Het zijn associaties van functionele relaties. Regulatiestarheid
kan daarmee slechts een vertragende of versnellende gebeurtenis
zijn binnen dit "Web that has no Weaver".
Daarom komt de term 'regulatiestarheid' als zodanig niet
voor binnen het denkconcept van de TCM en is zodoende vanuit
TCM perspectief dan ook een reductionistisch, statisch
begrip. Dysharmonische patronen en de consequenties die
voortvloeien uit de 5-fasenleer en de energetische lagen
van de mens waarbinnen het verband met YIN - YANG en de
relaties met de organen van de 5-fasen zijn te herkennen,
benaderen waarschijnlijk het meest de bedoeling en consequentie
van het begrip regulatiestarheid. Biochemische, anatomische
en fysiologische systemen die in ons regulier medisch denken
voorop staan, hebben binnen het traditioneel Chinees denken
geen belangrijke betekenis: de diagnose als zodanig is
van veel groter belang : inzicht krijgen in wat harmonieert
en/ of dysharmo- nieert.
De bovengenoemde continue 'beweging' van het "Web
that has no weaver" wordt bepaald door :
- onderlinge relaties van patronen van gebeurtenissen
- synthese (dialectisch) en intuïtie in tegenstelling
tot reductionisme en analyse
- ogenschijnlijk verschillende gebeurtenissen vinden in
een zinvol synchronistische samenhang plaats.
- het individu, het levende wezen is een totaliteit en
dient als zodanig te worden aanschouwd en beschouwd.
- structuur en functie zijn een continuüm ( vandaar
dat bijvoorbeeld de ZANG - FU refeert aan functie en niet
zo zeer aan structuur ) en niet duidelijk van elkaar te
scheiden.
- het concept van Chinees denken is dynamisch situationeel
in plaats en tijd . Dit betekent dat deze concepten met
elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen en dus geen
vaste wel omschreven structuur hoeven te hebben: de contekst
waarbinnen iets gebeurt is belangrijk.
- de richtingzoekende beweging naar harmonie : binnen
het individu, familie, maatschappij, natuur, universum.
Twee termen zou men uit de bovengenoemde punten samenvattend
kunnen destilleren en die daarmee tevens een groot deel
van de Chinese denkwijze bepalen : Orde en (vooral) Patronen
: Verbanden tussen de gebeurtenissen en de dingen. Dus
niet : welk iets...... wat veroorzaakt. Een deeltje wordt
pas begrepen als er inzicht is in de samenhang met het
geheel. De TCM spreekt zodoende niet van ziekte, maar van
dysharmonische patronen.
Kaptchuk schrijft: "...... Binnen dit web van relaties
en veranderingen kan elk wezen alleen door zijn functie
gedefinieerd worden en het heeft ook alleen als deel van
het totaalpatroon betekenis ............ .....Kennis bestaat
in het Chinese denken uit het nauwgezet waarnemen en doorzien
van de innerlijke beweging van het web der verschijnselen.......Het
verlangen naar kennis is het verlangen de onderlinge verhoudingen
of patronen binnen dat web te begrijpen......Kennis is
immanent." Kennis bestaat in het Chinese denken uit
het nauwgezet waarnemen en doorzien van de innerlijke beweging
van het 'Web' der verschijnselen. Het verlangen naar kennis
is.............de patronen binnen dat 'Web' te begrijpen.
Verder schrijft hij in zijn boek "The Web that has
no Weaver" : De Chinese traditionele Geneeskunde is
niet wetenschappelijk.....ze is een verzameling kennis
met maatstaven die de beoefenaars in staat stelt om ziekten
systematisch te beschrijven, vast te stellen en te behandelen..........haar
maatstaven zijn beelden van de makrokosmos.............De
arts gebruikt zijn waarnemingsvermogen om de disharmonie
te herkennen. In de loop van duizenden jaren heeft de Chinese
filosofie vanuit "de mistige kennis" die daaraan
vooraf ging, het systeem van de 5 elementen ontwikkelt,
de WU XING . WU betekent vijf, XING betekent zoiets als
'lopen' of 'bewegen'. De term 'element' is geen correcte
term aangezien die term iets statisch impliceert en suggereert
dat het om materialistische aspecten gaat. Daarom is de
terminologie 5 fasen beter, aangezien die terminologie
een meer dynamisch-functionele, procesmatige correcte vertaling
betekent van de term 'XING'. Iedere fase omvat een systeem
van functies en eigenschappen die de andere fasen op soortgelijke
wijzen beïnvloeden. De 5-fasen leer ontwikkelde zich
vanuit de filosofische interpretaties van waarnemingen
in de makrokosmos, het universum, en de relaties en wisselwerkingen
van deze makrokosmos met de mikrokosmos, de mens, het levende
wezen.
De Chinese traditie veronderstelt dat het functioneren
van het organisme afhankelijk is van een vijftal fundamentele
krachten die gesymboliseerd worden door 5 fasen en waarbij
die fasen in een interactief evenwicht t.o.v. elkaar dienen
te functioneren ( uit het hoofdstuk Hoeng Fan = 'Grote
Regels' uit de Sjoe Tjing = 'Boek der Geschriften' ). Deze
natuur-energetische fasen zijn : HOUT , VUUR , AARDE ,
METAAL , WATER. Ieder van deze fasen omspant een grootsheid
van betekenissen en functioneren die zowel in negatieve
als positieve zin volgens Westerse criteria, of zoals de
monade dat laat zien in YIN en YANG betekenis kan worden
beschouwd en gebruikt. HOUT is daarbij het rusteloze, agressieve
energetische aspect die een zaadje die kracht biedt zich
te ontwikkelen tot een grootse boom die met sterke wortels
in de aarde verankerd is. Het leidende energetische VUUR,
gesymboliseerd door de zon, verwarmt de aarde. De AARDE
is het energetische evenwichtige aspect die ons helpt de
kern in onszelf te vinden en die dus de mogelijkheid biedt
de wortels houvast te geven. Het sterke energetische METAAL
geeft vorm en structuur door zijn creatie uit de basiselementen
van de materie. Het oneindig flexibele en veelzijdige WATER
tenslotte geeft alles waarmee het in contact komt een reinigende
kracht. ( figuur 1 )
- In de Chinese natuurfilosofie gelden de fasen als beginselen
dus van een vijfdelige wereldordening waarin de mens op
de aarde centraal staat met de hem omringende windstreken
en seizoenen en waarbij de mens een het midden vormt tussen
de fasen hout, vuur, metaal, water. In een cirkel geplaatst
onstaat dan de cyclus van de 5-elementenleer waarbij :
In het voorjaar de bomen gaan groeien in het oosten en
die het hout geven dat in de zomer in het zuiden onder
invloed van vuur kan verbranden en waarbij de gevormde
as op aarde neerdwarrelt en zich in het westen verdicht
in de aarde tot metaal en dat bij verhitting en smelten
in het noorden water kan verdampen .
Ieder van deze 5 fasen is van elkaar afhankelijk en het
menselijk existeren is afhankelijk van het evenwicht tussen
deze 5 fasen. In de Chinese natuurgeneeskunde en filosofie
worden aan de 5 fasen de 5 yang-organen ( de FU , 'het
verbruikende' ), de 5 yin-organen ( de ZANG , 'het accumulerende'
) en de naar deze organen genoemde meridianen gerelateerd.
De organen HART en KRINGLOOP worden evenals DUNNE DARM
en DRIEVOUDIGE WARMTEBRON als bijeenhorend beschouwd en
tot hetzelfde element ingedeeld, VUUR. Door de koppelingen
aan de Yin en Yang organen wordt de relatie gelegd met
de principes van Yin en Yang. Iedere fase krijgt zo een
Yin en Yang component die zich laat vertalen in de respectievelijke
Yin en Yang orgaankoppeling ( Zang - Fu ) met de afzonderlijken
fasen.
Hout = Lever ( Zang = Yin ) - Galblaas ( Fu = Yang )
Vuur = Hart ( Zang = Yin ) - Dunne Darm ( Fu = Yang )
- KringLoop -ministerieel vuur- ( Yin = Zang )
- Drievoudige Warmtebron -ministrieel vuur ( Yang = Fu
)
Aarde = Milt/Pancreas ( Zang = Yin ) - Maag ( FU = Yang
)
Metaal = Longen ( Zang = Yin ) - Dikke Darm ( Fu = Yang
)
Water = Nieren ( Zang = Yin ) - Blaas ( Fu = Yang )
De koppels worden binnen de traditionele Chinese geneeskunde
aangeduid met de broer-zus relaties. Cirkelvormig gerangschikt
onstaat de zogenaamde SHENG-CYCLUS = de verwekkende- of
helpende cyclus of te wel GENERATIE-CYCLUS.
Volgens het ' boek der handschriften ' ( Sjoe Tjing )
volgen de fasen elkaar op in de volgorde van water, vuur,
hout, metaal, aarde. Naar analogie van deze 5 fasen worden
de mens omringende makrokosmos en de mensvormende mikrokosmos
ingedeeld. 'Vijf elementen zijn er in de hemel en ook op
aarde 'zegt het hoofdstuk Soe Wen ( uit: 'de Interne geneeskunde
van de Gele Keizer' ).
Hout wordt als fase geassocieerd met actieve functies
die in een fase van groei verkeren. Vuur als fase symboliseert
activiteiten die in hun fase hun hoogtepunt hebben bereikt.
Metaal als fase houdt de processen in die in hun activiteit
ten einde lopen. Water als fase symboliseert die activiteiten
die hun rust hebben bereikt en hun activiteiten in een
andere richting zullen sturen. Aarde als fase vertegenwoordigt
een evenwicht of neutraliteit. Aarde als fase is min of
meer de buffer tussen de andere fasen. De fasen kunnen
op dezelfde manier verschijnselen in het menselijk organisme
relateren aan de macrokosmos om ons heen. In de loop van
de tijd zijn er vele interpretaties van de 5 fasen beschreven
en aangepast. Daar waar de 5 fasen in eerste instantie
dus een beschouwend systeem waren in de betekenis van de
microkosmos in relatie met de macrokosmos werd geleidelijk
aan de verbanden gelegd tussen de 5 fasen en de organen
en lichaamsdelen.
Vanuit deze beschouwingen werden de 5-fasen ook onderworpen
aan de principes van het YIN YANG
( welk een oeroud principe is, veel ouder dan de 5 fasenleer
- rond de 4e eeuw voor Chr. - ). Voor het eerst werden
deze twee begrippen in de Tjou-periode ( 11e-3e eeuw voor
Chr.) tesamen met de leer van de 5 fasen ( elementen )
binnen de traditionele Chinese Geneeskunde ingebed. ( Hoofdstuk
'Grote Regels'uit het 'Boek der Geschriften' en een aanhangsel
getiteld 'Si ts'e' uit het ' Boek der Veranderingen' ).
De filosoof die de grootste invloed had in deze Tjou-periode
was Kóeng-tze = Confucius. Volgens de 'Soe Wen'
betekende Yin en Yang , 'de Wet van Hemel en Aarde': heerser
over al wat bestaat, moeder der veranderingen, oergrond
van geboorte en dood. Hieruit volgde dat iedere ziekte
betrekking heeft op het gehele lichaam en gezondheid een
toestand van evenwicht in het gehele organisme is.
De 5 fasen functioneren zodoende symbolisch voor fysiologische
processen in het lichaam en waarbij iedere fase gerelateerd
is aan een Yin en Yang aspect en aan bepaalde organen en
meridiaan-functionaliteiten. Het Hout vermeerdert zich
tijdens de groei en is daarmee te vergelijken met de produktie-
en opslag functionaliteiten van de lever. Vuur symboliseert
warmte en beweging en kan daarmee geassocieerd en gerelateerd
worden aan het hart. Aarde neemt op wat leeft en sterft
en kan daarmee geassocieerd worden met de milt. Metaal
impliceert hardheid en afweer. De long is binnen de Chinese
geneeskunde de bereider van afweerenergie ( door menging
ademenergie en essentie van voedingsenergie ). Het water
stroomt, vervoert en reinigt en dat is wat de nier ook
doet. Deze 5 Yin organen ( ZANG ) - waarbij de kringloop
= pericard wordt gerekend tot het Hart - hebben zoals blijkt,
het vermogen te produceren en de fundamentele substanties
( QI, XUE, JING, SHEN en JIN YE ) op te slaan. Deze 5 Yin
organen zijn in het Yang aspect gekoppeld aan de 6 YANG-organen
( FU ) die het vermogen hebben tot opname, vertering, absorptie,
uitscheiding en verdeling. Tesamen functioneren zij binnen
het geheel van de 5 fasen waarbij er dus een integratief
concept ontstaat tussen de principes van YIN - YANG , de
ZANG-FU en de basisconcepten van de 5-fasenleer.
Vooruitlopend kunnen we vanuit deze integratie de samenhang
herkennen met de ENERGETISCHE LAGEN VAN DE MENS , de ORGAANKLOK
met zijn dag-nacht relatie , DE GROTE- EN KLEINE ENERGIE-OMLOOP
en de daarmee diagnostische en therpeutische consequenties.
Is er sprake van regulatiestarheid als fenomeen m.a.w.
is er een tendens van pathologische stress binnen het organisme
waarbij de corrigerende mechanismen tekort schieten, dan
zal dat zijn consequenties hebben, als we een overeenkomst
met de TCM willen herkennen, met betrekking tot de energetische
patronen door de organen en met betrekking tot de energetische
lagen van de mens waarbinnen de YIN en YANG aspecten (
essenties, energieën ) een fundamentele betekenis
hebben. De elementen binnen de 5-fasen volgen elkaar op
volgens de wijzers van de klok, rechtsom. Dit geldt ook
voor de energiestroom in aan deze fasen gerelateerde organen
en de hierop geënte meridiaansystemen die weer ieder
een meer of minder YIN of YANG aspect hebben. De rechtsomdraaiiende
beweging is de activerende beweging binnen de SHENG CYCLUS
; de linksomdraaiende beweging is de remmende beweging
binnen de SHENG CYCLUS . ( Figuur 2 ). De opeenvolgende
fasen ( organen ) beïnvloeden elkaar zodanig dat men
van de Moeder-Zoon relatie spreekt. Dit houdt in dat elkaar
opvolgende fasen ( organen ) elkaar wederzijds beïnvloeden.
Hierbij zijn er m.b.t. de Sheng cyclus verschillende mogelijkheden
:
- Er is een wederzijdse harmonie tussen Moeder en Zoon.
- Er is dysharmonie tussen Moeder en Zoon in de rechtsomdraaiende
beweging binnen de Sheng-cyclus:
- De Moeder verstoort de Zoon binnen de Sheng cyclus :
Hout is te zwak waardoor Vuur te weinig gevoed wordt, Vuur
is te zwak waardoor Aarde te weinig gevoed wordt, Aarde
is te zwak waardoor Metaal te weinig gevoed wordt, Metaal
is te zwak waardoor Water te weinig gevoed wordt, Water
is te zwak waardoor Hout te weinig gevoed wordt...etc.
Of: Hout is te sterk waardoor Vuur te veel wordt aangewakkerd,
Vuur is te sterk waardoor Aarde te veel wordt aangewakkerd,
Aarde is te sterk waardoor Metaal te veel wordt aangewakkerd,
Metaal is te sterk waardoor Water te veel wordt aangewakkerd,
Water is te sterk waardoor Hout te veel wordt aangewakkerd....etc
- Er is dysharmonie tussen Moeder en Zoon in de linksomdraaiende
beweging binnen de Sheng-cyclus:
- De Zoon verstoort de Moeder binnen de Sheng cyclus (
= omgekeerde Sheng cyclus ): Vuur is te zwak waardoor Hout
te veel wordt aangewakkerd, Hout is te zwak waardoor Water
te veel wordt aangewakkerd, Water is te zwak waardoor Metaal
te veel wordt aangewakkerd, Metaal is te zwak waardoor
Aarde te veel wordt aangewakkerd, Aarde is te zwak waardoor
Vuur te veel wordt aangewakkerd ......etc.
Of: Vuur is te sterk waardoor Hout wordt geblokkeerd, Hout
is te sterk waardoor Water wordt geblokkeerd, Water is
te sterk waardoor Metaal wordt geblokkeerd, Metaal is te
sterk waardoor Aarde wordt, geblokkeerd, Aarde is te sterk
waardoor Vuur wordt geblokkeerd...... etc.
De consequentie van bovenstaande is dat de activerende
beweging binnen de Sheng cyclus aanleiding geeft tot de
zogenaamde toniserende regel van de Moeder-Zoon relatie.
( Figuur 3 )
In de Sheng cyclus is de rechtsdraaiende beweging dus
de activerende cq. versterkende activiteit. Water activeert
Hout, Hout activeert Vuur enzovoort. Water wordt hierbij
de 'moeder'genoemd, Hout wordt de zoon genoemd. Binnen
deze regels is de moeder altijd genegen energie aan de
zoon te geven. Wil men dus een fase of orgaan ( cq. de
zoon ) toniseren dan moet men de moeder sterker, krachtiger
maken en dus toniseren. ( In de praktijk doet men vaak
beide toniseren ). De linksomdraaiende beweging, de remmende
beweging binnen de Sheng cyclus geeft aanleiding tot de
zogenaamde sederende regel van de Moeder-Zoon relatie.
De Zoon ontrekt hierbij energie aan de Moeder, de opvolgende
fase ( orgaan ) is dus te sterk cq. is een verzwakkend
aspect naar de Moeder. Het Hout gebruikt/verbruikt het
Water dus teveel bijvoorbeeld . Wil men nu de Zoon wat
afremmen dan zegt de sedatie-regel binnen de Moeder-Zoon
relatie dat men de Zoon moet verzwakken, opdat de Moeder
meer energie zal afgeven en dan zelf in energie zal afzwakken.
Wil men dus de lever sederen dan sedeert men het hart waardoor
deze energie zal afstaan.
Samenvattend: Bij gebrekkig functioneren van een orgaan
moet het orgaan dat er in de cirkelbeweging op volgt worden
gestimuleerd en bij overmatig functioneren van een orgaan
moet het orgaan dat er aan voorafgaat worden gesedeerd.
In de aard van deze bewegingen ligt tevens de ( wat wij
fysiologisch noemen ) de consequentie, dat een activerende
beweging cq. remmende beweging van de Sheng cyclus, ontregeld
kan raken dan wel geblokeerd kan worden. Activerende en
remmende bewegingen binnen de Sheng cyclus mogen dus niet
als het ware in oscillatie komen. Er bestaat zo een CONTROLE
SYSTEEM van de Sheng cyclus dat, we zouden kunnen zeggen,
REGULEREND werkt, en starheid ( oscillatie ) in 1 richting
voorkomt. Dat is de CONTROLE CYCLUS of te wel de KO-CYCLUS
Er vindt remming plaats volgens de natuurlijke lijnen
van controle zoals de natuurlijke elementen ( vertaald
in de afzonderlijke elementen, organen cq. meridianen )
dat doen, te weten het hout, vuur, aarde, metaal, water:
vuur remt metaal, aarde remt water, metaal remt hout, water
remt vuur, hout remt aarde. In de controle-cyclus is dus
een regulerende functionaliteit herkenbaar die starheid
( dat wil zeggen de stroming, de cyclus blijft in 1 richting
doorlopen ) voorkomt. Hier laat zich de Westerse, (patho)fysiologische
processen ( al is dat enigszins geforceerd ) vertalen in
de opvatting van de TCM, namelijk het verklaren van gebeurtenissen
binnen dynamisch stromende patronen die zich o.a. manifesteren
in gezondheid en ziekte. Groei en controle houden elkaar
dus in evenwicht en deze worden verwoord opnieuw in de
symboliek van de monade en de principes binnen micro- en
macrokosmos.
Men zou van 'overweldigen' binnen de KO-cyclus kunnen
spreken als het controlerende orgaan veel te sterk is en
het te controleren orgaan overweldigt. In de cyclus van
hout, vuur, aarde, metaal, water betekent dit:Hout remt
aarde te sterk waardoor aarde te leeg wordt, Aarde remt
water te sterk waardoor water te leeg wordt, Water remt
vuur te sterk waardoor vuur te leeg wordt, Vuur remt metaal
te sterk waardoor metaal te leeg wordt Metaal remt hout
te sterk waardoor hout te leeg wordt.....etc.
Men zou van 'verzadigen' kunnen spreken binnen de KO-cyclus
wanneer het controlerende orgaan te zwak wordt waardoor
het te controleren orgaan te sterk dreigt te worden. In
de cyclus hout, vuur, aarde, metaal, water betekent dit:
Hout remt Aarde te zwak, waardoor Aarde te sterk dreigt
te worden, Aarde remt Water te zwak waardoor Water te sterk
dreigt te worden, Water remt Vuur te zwak waardoor Vuur
te sterk dreigt te worden, Vuur remt metaal te zwak waardoor
Metaal te sterk dreigt te worden, Metaal remt hout te zwak
waardoor Hout te sterk dreigt te worden.....etc.
Samengevat kunnen we in het onderstaande pentagram de
bovenvermelde situaties terugvinden waarbij de 5 fasen
corresponderen met de bij de fasen passende organen en
deze weer corresponderen met de hoofdmeridianen. (Figuur
5 )
Uit de consequenties van de functies van de KO-CYCLUS
laat zich samenvattend de zogenaamde oppositieregel afleiden
: Een te zwak functionerend orgaan binnen de 5-fasen geeft
aanleiding tot versterkte werking van het orgaan dat er
tegenover ligt en omgekeerd heeft een te actief functionerend
orgaan binnen de 5-fasen een verzwakte werkzaamheid van
dat wat er tegenover ligt. Zo veroorzaakt 'leegte van de
nieren' 'volheid van het hart', terwijl dit weer leidt
tot 'leegte van de longen'.
De regel luidt dan: bij VOLHEID van een orgaan moet dit
niet alleen zelf ( moeder-zoon regel ) gesedeerd worden,
maar moeten tevens beide organen die er tegenover liggen
gestimuleerd worden. Bij LEEGTE van een orgaan moet niet
alleen dat orgaan zelf gestimuleerd worden ( moeder-zoon
regel ) maar moeten tevens beide organen die er tegenover
liggen gesedeerd worden . In Figuur 6 wordt de consequenties
van beide regels schematisch weergegeven met de daarbij
geldende punten. Wanneer deze mechanismen "uit de
hand lopen" , namelijk als de controle te sterk is, "doorschiet",
dat wil zeggen dat activering , remming en de controle
niet meer voldoende zijn dan schiet de controle door. Dat
kan komen doordat het te controleren orgaan veel te sterk
is geworden en het controlerende orgaan te zwak en er dus
geen controle meer plaatsvindt en wordt geblokkeerd. Er
ontwikkelt namelijk het 'verachten' , de MO-CYCLUS ( Figuur
7 ) : Vuur valt Water aan, Aarde valt Hout aan, Hout valt
Metaal aan, Metaal valt Vuur aan.
Naast de WU XING, zijn er enige andere functioneel belangrijke
relatie-mechanismen binnen de TCM die aanwijzing kunnen
geven voor regulatie en daarmee een betekenis voor regulatiestarheid
kunnen hebben en waarvan ik er enige hier kort wil memoreren.
De dag-nachtrelatie:
De 5-fasen volgen elkaar in de SHENG-cyclus volgens de
wijzers van de klok op. Vanuit de TCM ervaring herkende
men dat ook de aan de fasen gerelateerde meridianen ( organen
), deze cyclusvolgorde volgden . De energie van de organen
als geheel circuleert in het lichaam en van de meridianen
in vastbepaalde volgorde. De energie-overdracht vindt altijd
plaats tussen twee YANG- en twee YIN-meridianen ( organen
).
Evenwel de energetische functionaliteit van de diverse
organen en de daarmee verbonden Hoofdmeridiaansystemen
is niet constant maar verschilt gedurende de 24 uur. Men
herkent daarmee uren van meer of minder activiteit van
ieder orgaan met de daarmee verbonden Hoofdmeridiaansystemen.
De Orgaansystemen hebben ieder gedurende een tijdsbestek
van 2 uur een maximale activiteit en energieproduktie.
Deze tijd heet de maximaaltijd. Het blijkt dat sederen
het beste kan plaatsvinden binnen de maximaaltijd van een
orgaansysteem; het toniseren beter erna. De ervaring binnen
de TCM dat beginnende orgaanfunctiestoornissen vaak naar
voren komen in de maximaaltijden is dus de tijd waarop
de symptomen manifest op optimaal worden of zijn, van groot
belang. ( Figuur 8 ) . Vanuit deze Orgaanklok kan men verschillende
therapeutische regels afleiden die tezamen met de regels
vanuit de 5-fasen leer therapeutische consequenties hebben
m.b.t. toniseren en sederen.
Tussen de organen die in de orgaanklok en hun maximaaltijd
12 uur met elkaar verschillen bestaat een energetisch verband
en ziet men de bipolariteit van Yang-orgaan tegenover Yin-orgaan,
weer terug. De energetische verhoudingen staan zodanig
tegenover elkaar dat de tonisering van het ene orgaan een
sedering veroorzaakt van het orgaansysteem dat in oppositie
daarmee staat ( dus 12 uur verschilt ): de dag-nachtrelatie.
Hieruit kan men dus concluderen dat als het ene orgaan
de maximaaltijd heeft bereikt, het in oppositie staande
orgaan zijn minimaaltijd bezit. Deze dag-nacht relatie
heeft daarmee als consequentie dat men een orgaan kan toniseren
of sederen, door het in oppositie staande orgaan te behandelen.
Beide in oppositiestaande organen kunnen dus door hun onderlinge
relatie een complex van symptomen en verschijnselen laten
zien. Een en ander betekent dat tonisering of sedering
van een orgaan naast de therapeutische regels volgens de
5-fasenleer - zie verderop - ook via de orgaanklok plaatsvinden.
Broer-Zus regel:
De indeling volgens de orgaanklok bepaalt een specifieke
volgorde van meridianen dus. Long-Dikke darm-Maag - Milt
- Hart - Dunne darm - Blaas - Nier - Kringloop - Drievoudige
warmtebron - Galblaas - Lever. De twee organen, bijvoorbeeld
lever-galblaas vormen een Yin-Yang koppel zodat wanneer
het ene deel van het koppel is aangedaan, het andere deel
mee kan gaan doen, bijvoorbeeld Hart - Dunne darm , Galblaas-Lever
etc.
De 66 antieke Chinese Punten:
Therapeutisch laat zich de 5-fasen bespelen met behulp
van de 66 antieke Chinese punten die liggen op niveau van
vingertop tot elleboog en van teentop tot knie.
Distaal van knie en elleboog bevinden zich deze punten
en worden 6 categorieën van punten onderscheiden:
vuurpunt, aardepunt, metaalpunt, waterpunt, houtpunt en
bronpunt.
Voor de YIN-meridianen zijn bronpunt en aardepunt hetzelfde.
Door sederen of toniseren van een BRON-punt kan een remmend
of versterkend effect worden uitgeoefend op het tegelijkertijd
gebruikte toniserings- of sederingspunt van een meridiaan.
De meridianen zijn via zogenaamde meridiaan-eigen-punten,
hoofdpunt, met elkaar verbonden. Zo is het hoofdpunt van
een hout-meridiaan, het hout-punt en van een metaal-meridiaan
het metaalpunt, etc.
Bij de 6 YIN-meridianen bevindt zich zowel aan de vingertop
als teentop, als meest distale punt het HOUT-punt van iedere
YIN-meridiaan. Hierna volgen naar proximaal dan het VUUR-punt,
het AARDE-punt, het METAAL-punt en tenslotte in de elleboogslijn
of knieholte het respectievelijke WATER-punt.
Het AARDE-punt op de YIN-meridianen is tevens het BRON-punt
van de respectievelijke meridiaan.
Bij de 6 YANG-meridianen vinden we als meest distaalpunt
het METAAL-punt van iedere YANG-meridiaan. Naar proximaal
volgen dan achtereenvolgends WATER-punt, HOUT-punt, VUUR-punt,
AARDE-punt. Het toniseringspunt van een meridiaan is steeds
het moeder-element-punt van de desbetreffende meridiaan.
Van de VUUR-meridianen is dat dan het HOUT-punt dus, etc.
Het sederingspunt van een meridiaan is telkens het zoon-element-punt
van de desbetreffende meridiaan. Van de VUUR-meridianen
is dat dan het AARDE-punt etc. ( Figuur 9 )
Vanuit de TCM is bekend dat de energie door het lichaam
( wat deels al direkt is af te leiden uit de 5-fasenleer
en de orgaanklok ) volgens een vast patroon stroomt in
een omschreven ritme dat afgeleid kan worden vanuit de
orgaanklok en op die manier de energie in relatie tot de
12 hoofdmeridianen ( tsjing ) doet circuleren. Als zodanig
zijn ze beschreven in het tweede deel van de NEI TSJING,
'het Ling Tsju Tsjing'. Men spreekt van de Grote Energieomloop
daar er ook een Kleine Energieomloop functioneert die door
de twee Wondermeridianen Jenn Mo en Tou Mo worden bepaald.
De energiestroom in deze Kleine Energiestroom loopt van
beneden naar boven en regelen de energiestroom. Iedere
verbinding van de hoofdmeridiaan heeft binnen de TCM een
naam, die haar diepte, verloop en haar functie representeert.
De meridianen geven de energie in een bepaalde, wel omschreven
volgorde aan elkaar door. Dit creëert de kringlopen
van energie binnen de hoofdmeridianen.
De eerste kringloop wordt gevormd door Hartmeridiaan (
Yin ) - Dunne darmmeridiaan ( Yang ) - Blaasmeridiaan (
Yang ) - Niermeridiaan ( Yin ).
De tweede kringloop wordt gevormd door de Kringloopmeridiaan
( Yin ) - Drievoudige warmtebronmeridiaan ( Yang ) - Galblaasmeridiaan
( Yang ) - Levermeridiaan ( Yin ).
De derde kringloop wordt gevormd door de Longmeridiaan
( Yin ) - Dikke darmmeridiaan ( Yang ) - Maagmeridiaan
( Yang ) - Milt/pancreasmeridiaan ( Yin ) .
Deze laatste kringloop sluit weer aan op de eerste kringloop.
Iedere kringloop heeft 2 yang-meridianen en 2-yin meridianen.
Bij de Yang-combinaties is de stroomrichting van hand naar
hoofd en van hoofd naar voet. Bij de Yin-combinaties van
voet naar borst en van borst naar hand. Van deze Yin -
Yang combinaties staan telkens 1 meridiaan in het bovenlichaam
en 1 in het onderlichaam in een functioneel verband met
elkaar. Er ontstaan op deze manier dus 3 Yin en 3 Yang
combinaties welke door de energetische lagen van het lichaam
heen lopen. Dit zijn de zogenaamde chiao's:
Tae Yang ( bovenste Yang ): Koppel Blaas en Dunne darmeridiaan
: Opent zich naar buiten. Het zijn de twee buitenste, oppervlakkigste
meridianen.(GROOT YANG)
Chao Yang ( middelste Yang ): Koppel Drievoudige warmtebron-
en Galblaasmeridiaan. Speelt rol als zogenaamd scharnier
: de meridiaanenergie circuleert zowel naar buiten ( Tae
yang ) als naar binnen ( Yang Ming ) ( KLEIN YANG )
Yang Ming ( onderste Yang ): Koppel Maag- en Dikke darmmeridiaan.
Opent zich naar binnen. Zijn dus dieper gelegen interne
Yang-meridianen (HELDER YANG).
Tae Yin ( bovenste Yin ): Koppel Long- en Milt/Pancreasmeridiaan.
Opent zich naar buiten. Dit zijn dus oppervlakkige Yin-meridianen
( GROOT YIN )
Tsiue Yin ( middelste Yin ): Koppel Kringloop- Levermeridiaan.
Speelt rol als zogenaamd scharnier: de meridiaanenergie
circuleert zowel naar binnen ( Chao Yin ) als naar buiten
( Tae Yin ) ( LEEG YIN )
Chao Yin ( onderste Yin ): Koppel Hart- en Niermeridiaan.
Bevinden zich diepst van alle koppels. ( KLEIN YIN )
Verbindt men de uiteinden van de drie Yang- en de drie
Yin-relaties met elkaar dan ontstaat een gesloten energetisch
kringloopsysteem. Functioneren de scharnier-lagen niet
dan kan de energie niet circuleren. Het evenwicht blijft
in het midden geblokkeerd ( onderhuidsbindweefsel, gewrichten
; ziekte komt plots opzetten ). Blokkeert het scharnier
dan onstaat er een Volte aan de ene kant en een Leegte
aan de andere kant. Blokkeert bijvoorbeeld de Tsiue Yin
dan ziet men Volte van de Chiao Yin en leegte in de Tae
Yin.
Deze relaties vormen een verklaring voor de pathofysiologische
activiteiten van de meridiaansystemen. Deze blokkering
zou men kunnen bezien in het licht van regulatiestarheid
.
Storingen in de yang-lagen zijn YANG van aard : acuut,
snel, hevig, koorts, veel WEI-energie aanwezig
( parallellen met de REGULATIESTARHEID TYPE I ) . Storingen
in de yin-lagen zijn YIN van aard : chronische tendens,
langzaam zich ontwikkelend, geen koorts ( parallellen met
de REGULATIE- STARHEID TYPE II ) .
Tae Yang : Huid- en spieren slap, week. Vale kleur. Starende
ogen. Overmatig zweten. Plotse zweetaanvallen. Snel indringen
van Perverse Energie, dat wil zeggen kosmopathogene energetische
factoren zoals Koude, Wind, Vocht, Tocht, Hitte etc. Door
onvoldoende Verdedigingsenergie ( WEI-energie ) kunnen
deze factoren binnendringen.
Chao Yang : Wisselende symptomen van Warmte en Koude in
het lichaam. Bittere smaak in de mond.
Misselijkheid/braken. Migraines. Slechte eetlust. Onrust,
nervositiet. Pijnen van de schouder en nekmusculatuur.
Zwakke gewrichten, moeite met lopen en staan. Evenwichtstoornis.
Blauw-groenachtige huidskleur. Visus minder. Doofheid.
Gewrichtsklachten in de richting van reuma.
Yang Ming : Stagnatie rond middenrif, gevoel van parese
extremiteiten ; stagnatie in alle meridianen.
Maag- en darmklachten. Hyperhidrosis tendens. Dorst. Koude
rillingen, koorts. Onrust.
Warmte-intolerantie. Wisselende slechte stoelgang.
Tae Yin : Opgezette buik, diarree, pijn midden van de
buik. Volgevoel. Pijnen in het lijf. Braken. Geen eetlust.
Spijsverteringsstoornis. Verkoudheden. Meer inspanning
nodig dan gewoonlijk om te presteren; kleine inspanning
piepende ademhaling.
Tsiue Yin : Uitputting, zuchten. Klagen. Droge strot.
Hart gejaagd. De symptomatiek die men hier waarneemt is
een menging van Lever-Yang en Lever-Yin symptomatiek: bijvoorbeeld
stijging van de lichaamstemperatuur afwisselend met Koude
gevoel. Lever-volte ( Yang ): warmtestuwing naar het hoofd
( bloedaandrang ) met daarbij onrust, prikkelbaarheid en
overgevoeligheid, droogte van de mond, dorst. Lever-leegte
( Yin ): zwakte, slaperigheid, onzekerheid. Inwendig koud
voelen, daling lichaamstemperatuur
Chao Yin : Uitputting van energie in alle meridianen;
geblokkeerd zijn; slecht gebit en botten. Dorst. Droogte
mond. Hete voetzolen en handpalmen. Congestie van de thorax
met slijm -produktie; kortademigheid. Angst. Duizeligheid.
Opwinding en uitputting.
Deze Chiao's kennen een paar specifiek punten. Het Verenigingspunt
is het punt waar twee meridianen uit 1 chiao zich met elkaar
verbinden. Het diagnostisch punt toont in welk chiao de
storing zich openbaart. Bij leegte en volte zijn deze punten
respectievelijk atoon of juist drukpijnlijk. ( corrspondentie
met de alarmpunten ). Het concentratie punt is het punt
waar de energie van de chiao maximaal is. Het wortelpunt
is het tsing-punt: het punt waar de overgangen van de verschillende
chiao's zich bevinden.
Zoals ik mijn betoog begon kunnen we mijnsinziens met
betrekking tot de Regulatiestarheid concluderen dat twee
grote mechanismen binnen de TCM overeenkomstig beschouwd
mogen worden met de brede betekenis van het begrip regulatiestarheid,
namelijk de processen die zich afspelen binnen het TCM
concept van de 5-fasenleer en de Grote- en Kleine Energiecyclus.
( Figuur 12 ).
Met betrekking tot de 5-fasenleer kunnen 2 "fysiologische" "energetische
principes worden afgeleid, te weten de SHENG-cyclus en
de KO-cyclus. Wanneer deze functionaliteiten binnen het
energetisch TCM concept niet regulerend continue verlopen
ontstaan wat in de TCM genoemd worden dysharmonieën
en energetische blokkades welke tot patho-energetische
Syndromen aanleiding zullen geven. ( Figuur 13 )
Het blokkeren binnen de SHENG-cyclus zal dan aanleiding
kunnen zijn tot type I regulatiestarheid terwijl het Verachten
van de KO-cyclus tot type II regulatiestarheid .
Ook in het systeem van de Grote en Kleine Energiecyclus
is de relatie met de betekenis in brede zin van regulatiestarheid
terug te vinden. Met name wanneer de "Scharnier" functionaliteiten
worden geblokkeerd zal een continue energetische stroming
binnen de Meridianen blokkeren en aanleiding kunnen geven
totregulatiestarheid, waarbij storingen in de YANG-lagen
parallellen hebben met de regulatiestarheid type I en storingen
in de YIN-lagen parallellen hebben met de regulatiestarheid
type II.
Voor de TCM is een nauwkeurige energetische syndromale
diagnostiek van grote betekenis meer dan de (fysiologische)mechanismen
daarachter. Het instrumentarium van TCM-diagnostiek om
binnen de 5-fasen en de Grote- en Kleine Energiecyclus
tot een juiste syndromale conclusie te komen is ook om
de parallelle inzichten m.b.t. de regulatiestarheid te
verkrijgen van fundamenteel belang . Polsdiagnostiek, Gelaat-,
Tong- en Nageldiagnostiek, lichaamsvorm, de 8 diagnostische
regels ( Yin-Yang, Koude-Hitte, Leegte-Volheid, Inwendig-Uitwendig
), Correspondenties van de 5 Bewegingen ( Hout-Vuur-Aarde-Metaal-Water),
Herkennen van de verschillende vormen van QI en hun invloed,
de 5 zielsinvloeden ( BEN SHEN : shen - levensvreugde -,
zhi - wilskracht - , yi - denken - , hun - verbeelding
- , po - levensinstinct - ) en de 7 Gevoelens ( QI QING
: vreugde, vrees, reflectie, woede, zorgen maken, droefheid,
verwarring ), de 5 Wilsuitingen en 5 Wilskrachten ( WU
ZHI : vreugde, vrees, reflectie, opwinding, bezorgdheid
).
Ook de diëtetiek en de Chinese Kruidenleer met al
zijn diagnostische en therapeutische consequenties hebben
hun betekenis in het "Web that has no Weaver" en
kunnen therapeutisch bijdragen aan het regulerend vermogen
van de TCM voor het menselijk organisme in zijn of haar
relatie als micro-kosmos met de macro-kosmos zoals die
binnen de WU XING wordt geformuleerd en beschouwd.
Zoals ik mijn betoog begon en aan de hand van wat ik hierboven
besproken heb, kan men mijnsinziens met betrekking tot
de regulatiestarheid als pathofysiologisch cybernetisch
begrip concluderen dat twee grote mechanismen binnen de
TCM overeenkomstig beschouwd mogen worden, namelijk de
processen die zich afspelen binnen het TCM concept van
de 5-fasenleer en de Grote- en Kleine Energiecyclus. Deze
beantwoorden min of meer aan energetische regelkringsystemen
alhoewel zij vanuit de klassieke literatuur daartoe nooit
specifiek zijn bedoeld. Het betekent ook dat m.b.t. regulatiestarheid
men voor wat de TCM betreft de regels voor diagnostiek
en therapie zal moeten hanteren zoals die binnen de TCM
voor de toepassing van de 5-fasenleer en de energiekringlopen
gelden.
DE WONDERMERIDIANEN
Wanneer regulatiestarheid de consequentie heeft dat systemen
er door geblokkeerd worden dan is dit fenomeen binnen de
TCM meer herkenbaar en bruikbaar, namelijk in het concept
van de WONDERMERIDIANEN ( QI JING BA MAI ) . Deze wondermeridianen
zijn namelijk bij uitstek geschikt voor toepassing binnen
de TCM en met name voor het behandelen van therapiestrategieën
die volgens de regels van de kunst effectief zouden moeten
zijn of waren. Voorgaande sprekers hebben al diverse dingen
verteld omtrent oorzaak en gevolg van blokkades, namelijk
( focale)haarden en stoorvelden . Hier wil ik dieper ingaan
op de betekenis van blokkades binnen de TCM en de toepasbaarheid
van het in een aantal gevallen deblokkerende effect van
de therapie die uitgaat van de concepten van de wondermeridianen.
De eerste beschrijvingen gaan terug tot de 'Su Wen' en
de 'Ling Shu' teksten maar de eerste volledige en systematische
beschrijving van de wondermeridianen is in de 'Zhen Jiu
Da Quan'geschreven in 1439 na Chr. en later nog verder
gepreciseerd in de 'Zhen Jiu Da Cheng'in 1601. en in beide
boeken worden de 8 cardinaalpunten of misschien als term
beter de "gerespecteerde"punten beschreven. De
koppeling van de 8 wondermeridianen in paren van twee gaat
terug tot 1295 na Chr. en is beschreven in de 'Zhen Jing
Zhi Nan'.
De wondermeridianen transporteren energie niet in een
vast omschreven stroomrichting, behalve in Ren Mai ( Jenn
Mo ) en Du Mai ( Tou mo ). Het zijn de fundamentele meridianen
die programmering en regulering van het gehele organisme
verzorgen. Zij vervoeren de ancestrale (geërfde) energie
welke opgeslagen wordt in de nier (centrale reservezone
of pelvisloge) en door de voedings-QI en de ademhalings-QI
( uit QI van de ingeademde lucht en uit de door de vertering
verkregen voedings-QI ) gedurende het leven wordt verzorgd.
Doordat de ancestrale energie wordt geërfd kan zij
tijdens het leven niet worden vermeerderd maar wel door
ziekte worden aangetast. De ancestrale QI is fundamenteel
omdat deze energie tijdens de conceptie wordt overgedragen
en de foetus instaat stelt zich volwaardig en orgaanharmonieus
te ontwikkelen. In latere fasen van het leven heeft zij
een belangrijke betekenis aan het sturen van deze fasen,
zoals de puberteit, menarche, menopauze. De ancestrale
energie oefent energe- tische invloed uit op zowel de Yin-energie
( bijvoorbeeld voedingsenergie ) als de Yang-energie (
wei -energie ) en functioneert zowel door de meridianen
als er buiten. De ancestrale energie heeft haar "zetel" in
de nier. Van hieruit stroomt de energie naar de oppervlakkige
en diepere lagen van het lichaam ( de 6 energetische lagen,
de chao's - zie eerder - ) en de wonderorganen. Van de
nier stroomt de energie naar de oppervlakte van het organisme
en de hoofdmeridianen. Bij het ting-punt komt de ancestrale
energie naar binnen en stroomt een trajekt mee, onafhankelijk
van de stroomrichting in de hoofdmeridanen, en verlaat
deze t.h.v. het CARDINAALPUNT naar de wondermeridiaan,
welke via secundaire verbindingen contacten heeft met de
wonderorganen. Dit cardinaalpunt is een 'commandopunt'
in zijn activerende functie van het energieverloop in de
wondermeridianen. Is bijvoorbeeld een hoofmeridiaan in
exces dan kan door prikken van het cardinaalpunt en daarmee
gebruiken van de wondermeridiaan het exces worden opgevangen
en GEREGULEERD , waardoor de energie zich in de hoofdmeridiaan
zich weer normaliseren kan. Een eventuele BLOKKADE WORDT
DAN OPGEHEVEN, d.w.z.: de normale energiestroom herstelt
zich en pathologische signalen ( symptomen ) verdwijnen.
Coen van der Molen schrijft : "......VASTGELOPEN
ZIEKTEGEVALLEN KUNNEN OP DEZE WIJZE WEER TOEGANKELIJK GEMAAKT
WORDEN".
De wondermeridianen hebben een aantal kenmerken waaruit
hun belangrijke functie voor het harmonieus functioneren
van het organisme blijkt:
- Zorgen voor programmering en regulering van het gehele
organisme
- Zij zijn verbonden met de wonderorganen : hersenen,
ruggemerg, skelet, bloedcirculatie, uterus, lever-galblaassysteem
( perifere reservezone van de ancestrale energie )
- Zij zijn allemaal verbonden met de waterloge:
-- rechtsreeks : Chong Mai, Ren Mai, Du Mai, Dai Mai
-- met de Blaas hoofmeridiaan: Yangwei Mai, en Yangqiao
Mai
-- met de Nier hoofdmeridiaan: Yinwei Mai en Yinqiao Mai
- Zij consolideren en versterken het gehele energetische
systeem, reguleren de energie en bloed in de meridianen.
- Zij vormen een evenwichtsherstellend systeem met de
rest van de meridianen : d.w.z. dat een energetisch overschot
door de wondermeridianen worden opgevangen en een energetisch
tekort kan uit deze WM systeem weer worden aangevuld.
- Zij stabiliseren alle andere meridianen en de Zang-Fou
in hun normale functionaliteiten
- Zij beschermen de hoofdmeridianen tegen perverse energie
( vooral Chong Mai heeft een relatie met de huid ).
- Zij kunnen alleen gestoord zijn als de hoofdmeridianen
gestoord zijn.
- In volkomen gezonde situaties kan men ze noch lokaliseren
noch zijn zij via de cardinaalpunten te beïnvloeden.
Zij zijn praktisch virtueel of fysiek niet aanwezig met
uitzondering van Jm en Tm die drager zijn van belangrijke
punten en voortdurend energetisch actief zijn en waarbij
de energie omhoog stroomt ( J. Bischko )
- Dienen vooral gebruikt te worden in situaties : "Maladie
chronique rebelle" ( De La Fuye ) :
J Bischko zegt : ".........niemals darf man an Anfang
an einem Patienten mit aussergewöhnlichen Gefässen
erstmals behandeln, das ist ein Fehler, sondern nur dann,
wenn er auf eine gut gewählte Behandlung sowohl in
energetischer Hinsicht als auch in symptomatischer Hinsicht
nicht anspricht oder nicht genug anspricht...." (
anders kunnen gemaskeerde symptomen worden veroorzaakt
)
- De stroomrichting binnen de wondermeridianen is op Yangqiao
Mai (Yang Keo) na centripetaal.
M.b.t. de wondermeridianen is er nooit een volledige consensus
geweest. Reeds in de oude geschriften zijn er diverse beschrijvingen
en interpretaties geweest zoals in de 'Ling Shu, de
'Shisi Jing Fa', de 'Su Wen', de 'Nan King'. Het is daarbij
zeker in ogenschouw te nemen dat de teksten geschreven
zijn door de auteurs vanuit waarnemen en ervaring. Vandaar
dat alleen al de benaming van meridiaan door diverse auteurs
eerder wordt omschreven als "pathway", "oceaan" of "zee
van " als teken dat we meer te maken hebben met een
driedimensionaal, dus niet een lengte en breedte constructie,
stromend patroon dat breder en smaller kan zijn in het
verloop en om te spreken met
K. Matsumoto: ".... If we keep in mind the idea of
a field when discussing meridian trajectories, we are able
to understand that frequently all the variant opinions
regarding a meridian path may be no more than different,
partial descriptions of the same phenomenon ..."
- Alleen Ren Mai (Jenn Mo) en Du Mai (Tou Mo) hebben eigen
meridiaanpunten.
- Du Mai (Tou Mo) heeft relatie met alle Yang, de nieren
en de Lever meridiaan; Ren Mai (Jenn Mo) heeft relatie
met alle Yin, dus ook met het bloed. Chong Mai (Tchrong
Mo) heeft relatie met Du Mai (Jenn Mo) en Ren Mai (Tou
Mo) en dus met alle Yin EN Yang : is de zee van bloed en
alle meridianen.
- Ren Mai (Jenn Mo) brengt Yin ancestrale energie naar
de Mo-punten
- Du Mai (Tou Mo) brengt yang ancestrale energie naar
de accorderingspunten
- De functionaliteit van de wondermeridianen is sterk
gekoppeld aan de functies van het endocriene systeem.
- Iedere wondermeridiaan heeft een BEVELPUNT, het CARDINAALPUNT.
- Er zijn 4 paar Wonder meridianen ( 8 totaal ) waarvan
2 paar een Yin- en 2 paar een Yang
tendens hebben.
1e paar : Chong Mai en Yinwei Mai ( Tchrong Mo en Yin
Oe )
2e paar : Dai Mai en Yangwei Mai ( Tae Mo en Yang Oe )
3e paar : Du Mai en Yangqiao Mai ( Tou Mo en Yang Keo
)
4e paar : Ren Mai en Yinqiao Mai ( Jenn Mo en Yin Keo
)
- Wondermeridianen met een Yange tendens hebben hun cardinaalpunt
op Yange meridianen ( Dai Mai, Yangwei Mai, Du Mai en Yangqiao
Mai )
Wondermeridianen met een Yinne tendens hebben hun cardinaalpunt
op de Yinne meridianen. ( Chong Mai, Yinwei Mai, Ren Mai
en Yinqiao Mai ).
- Hun indicatie terrein blijkt vooral uit hun verloop
De cardinaalpunten van de wondermeridianen corresponderen
met LUO-punten, Iu-punten, Tsri-punten, te weten :
LUO-punten : Long 7 : Ren Mai
Kringloop 6: Yinwei Mai
Drievoudige warmtebron 5: Yangwei Mai
MiltPancreas 4: Chong Mai
IU-punten: Dunne Darm 3: Du Mai
Galblaas 41: Dai Mai
TSRI-punten: Nier 6: Yinqiao Mai
Blaas 62: Yangqiao Mai
** Tonisering van een LUO-punt brengt energie van buiten
naar binnen
** Tonisering van een IU-punt brengt energie van binnen
naar buiten
** Tsri-punt is een deblokkeringspunt
- Zij verbinden de wonderorganen met de hoofdmeridianen,
energieniveaus en alle energieën.
Samenvattend kunnen we over deze meridianen zeggen :
a) Vervoeren de ancestrale energie naar iedere cel
Reguleren de energie op alle niveaus
Beschermen de hoofdmeridianen
Verbinden de wonderorganen met het totale organisme
Hebben geen eigen acupunctuurpunten, behalve Jenn Mo en
Tou Mo
Hebben geen accorderingspunten, alarmpunten
Kennen geen maximaal-tijden
Energie stroomt in beide richtingen
b) Daarmee is de betekenis van de wondermeridianen vooral
gekoppeld aan :
CHRONICITEIT m.b.t. een YIN of YANG EXCES
HOOFDMERIDIAAN IS GESTOORD
DIEPLIGGENDE STORINGEN
TOEGEPASTE THERAPIE HEEFT WEINIG OF GEEN EFFECT
Hier is het beste de overeenkomst met de regulatiestarheid
te herkennen en te gebruiken binnen de TCM.
Evenwel een ander facet is dat als de therapie middels
de wondermeridianen geen effect sorteert we sterk rekening
moeten gaan houden met een stoorveld. Zoals uit voorgaande
lezingen is gebleken zal vooral het stoorveld Hoofd , (
gebit, sinussen, tonsillen, adenoïd, buis Eustachius
) goed in ogenschouw moeten worden genomen alsmede Littekens
en stoorveld Appendix. Ook een episiotomie-litteken kan
langdurig een latent stoorveld zijn en pas vele jaren later
tot klachten aanleiding geven zeker indien de klachten
vanuit de gynecologische hoek komen.
Het gebruik van de Wonder Meridianen binnen de TCM en
daarmee specifieker, de cardinaal punten, is dus vooral
bedoeld bij
- CHRONICITEITEN waarbij ondanks een goed ingestelde therapie
men niet verder komt. De wondermeridianen kunnen dan blokkades
doorbrekend werken.
- Prikken van het Cardinaalpunt is voldoende van een of
twee Wondermeridianen ( dus geen contactpunten tussen hoofdmeridiaan
en wondermeridiaan : anders dreigt blokkade in de energiestroom)
- Eventueel kunnen de cardinaalpunten gecombineerd worden
met SYMPTOMATISCHE punten op de desbetreffende hoofdmeridianen
( richten de energiestroom ):
Vaak prikt men - het desbetreffende cardinaalpunt van
de geïndiceerde wondermeridiaan
- enige symptomatische punten van de corresponderende
hoofdmeridiaan
- en daarna het cardinaalpunt van de gekoppelde wondermeridiaan
- J. Bischko stelt in zijn boek : "Akupunktur für
Fortgeschrittene, band III" : ".......dass man
es entweder ganz als entsprechendes Paar verwendet oder
aber, dass man den einen oder den anderen Teil verwendet
oder dass man zuerst den Kardinalpunkt des einen Teiles
des Paares gibt, dann lokale Punkte dazu und mit dem des
2e Teiles des Paares abschliesst. KEINENFALLS, ich wiederhole,
keinenfalls darf man zuerst beide Kardinalpunkte geben
und dann entsprechende spezifische oder symptomatische
Punkte.
Ie paar : Chong Mai ( Tchong Mo Tchrong Mo ) en Yinwei
Mai ( Yin Oe ) :
Yin-tendens
Chong Mai ( Tchrong Mo, Tchong Mo ) : cardinaalpunt Mp
4. Yin-tendens
- Chong Mai staat in direkte relatie met Ming Men = "Poort
van het Mandaat". Chong Mai is actief vanaf de conceptie
om het levensplan uit te voeren. Vandaar de bijnaam "Zee
van Yuan Qi". Chong Mai ligt dus aan de basis van
Jing en Bloed en wordt dan ook wel "zee van de uterus
en van het Bloed" genoemd en "zee van de meridianen".
Het is ook het intern kanaal waardoor de Zang-Fu worden
gevoed met Jing en Bloed, vandaar ook de naam "zee
van de vijf Zang en zes Fu". Chong mai zorgt dus voor
de stroming in het abdomen, de uterus, de borst en het
hart. Bij verstoringen ontstaan zodoende stagnaties ( gynecologisch,
maagdarm, thoracaal niveau) en "rebellerend QI van
materiële aard zoals Flegma, Bloed en voedsel".
- De 'Su Wen'schrijft ( naar Matsumoto ): "The chong
mai begins at qichong ( Ma 30 ), comes up on, or close
to the kidney meridian on either side of the umbilicus
reaches to and goes into the chest then disperses....." De
'Ling Shu' schrijft ( naar Matsumoto ): "..... The
chong Mai is the ocean of the five yin organs and six yang
organs, the ocean of the twelve meridians and passes blood
to the five yin and the 6 yang organs. It rises up the
neck and chin, moistens each of the yang and moistens each
of the jing....." In het hoofdstuk 'de Vier Oceanen
in de Ling Shu'wordt geschreven: "......The chong
is the ocean of the twelve meridians, its upper ( transportation
) shu points is dashu ( Bla 11 ) and its lower shu points
( Ma 37 ) and tiaokou ( Ma 38 )....". De 'Nan King'schrijft
echter ( naar Matsumoto ): ".....The chong mai starts
at qijie - which many see as Ma 30 - and rises parallel
to the stomach meridian, surrounds the umbulicus then goes
inside the chest to disperse....." . Verder wordt
geschreven in de 'Tai Su'- geschreven circa 610 na Chr.
- : naar K. Matsumoto: Below the umbilicus is the moving
qi between the kidneys, the living energy of the person.
This is the root of the twelve meridians. This "blood
ocean" ( is the ) chong mai. This is the ocean of
the five yin and six yang organs and the twelve meridians.
It nourishes each of the yang and each of the jing; therefore
all the five yin and six yang organs accept it and have
it. This moving qi between the kidneys is in the uterus.
The chong mai starts at the inside of the uterus, it is
the ocean of the meridians. Now we know that the chong
mai causes creation from the moving qi. The lines that
go up and down are the chong mai. The line that goes down
to the lower parts, the commentary says, is not the vessel
of the shao yin...."
- Samenvattend beschrijven de meeste auteurs de baan als
volgt:
Verbindt alle andere meridianen met elkaar ; REGULATOR
van de energie.
Vindt zijn oorsprong in de nieren/bijnieren. Van hieruit
verloopt de energiebaan naar het gebied van de genitalia
tot aan Jm 1. Via bekkenbinnenwand verloopt de baan naar
Ma 30 en vandaar naar de oppervlakte. Aan de bovenzijde
symfyse is er splitsing in 2 takken - bilateraal - die
de Ni meridiaan volgen, van Ni 11-15 naar Jm 7 en splitst
hier bilateraal van Ni 16 tot Ni 21. Daarnaast is er een
diepe verbinding vanaf Ni 21 en op Ni 27 aan de oppervlakte
komt. Vanaf Ni 27 gaan er takken naar de intercostaal ruimten,
hals, mondbodem en die rond de mond circuleert en vandaar
langs de neus naar
Bla 1. De afdalende tak begint bij Ma 30 loopt langs de
binnenkant van de dij omlaag naar Ni 4 alwaar een splitsing
plaatsvindt: een tak gaat naar Ni 2 en vertakt over de
voetzool; de andere tak verloopt naar de voetwreef en vertakt
zich over de voetrug en mediale kant van de voet.
- De belangrijkste globale indicaties voor het gebruiken
van deze wondermeridiaan is chronische klachten op het
gebied van spijsvertering , hartklachten, gynecologische/urogenitale
storingen, bewegingsapparaat.
Yinwei Mai ( Inn Oe, Yin Oe ) : cardinaalpunt Kri 6. Yin-tendens
- De Wei Mai ontvangen de 'Hemelse Order'. Maken het mogelijk
de Yinne fenomenen te onderscheiden, maar ook de samenhang
en herkomst ( Hemel ) ervan te herkennen. Yinwei Mai beheerst
alle circulatie van Yin ( Bloed, vloeistoffen ) in de Yin
ruimtes ( pelvis, abdomen, borst, CZS ) beïnvloedt
dus alle diepe Yin accumulaties en harmoniseert alle Yin
meridianen die samenkomen in Ren Mai. Hartpijn is de typische
Yinwei Mai klacht. Yinwei Mai kan de bron zijn van dysmenorroe
met metrorrhagie door accumulatie van QI en Bloed of spontane
abortus. Typisch zijn ook migraines die niet zijn te diagnostiseren
met de normale tcm diagnostiek.
- Naar K. Matsumoto: .....regarding the trajectories of
the wei mai the 'Nan Jing' posits ( chapter 28 ): "......The
yang wei starts at the meeting of the yang meridians. The
yin wei starts at the yin crossing" ........Li Shi
Zhen says that this "yin crossing"is zhubin (
Ni 9 ) and quotes from Wang Qi Xuan that the yang wei starts
at chengshan ( Bla 57 ). Li Shi Zhen himself proposes a
complex trajectory for the yin and yang wei mai: "....................The
yinwei mai starts at the crossing of the yin at zhubin
( Ni 9 ), the accumulationpoint of the yin wei, five devisions
above the internal malleolus. It rises to the center of
the muscle ( Matsumoto : of the thigh ? ), enters the small
abdomen, meets the Mp, Le, Ni, Ma meridians at fushe (
Mp 13 ), meets the spleen meridian at daheng ( Mp 15 )
and fuai ( Mp 16 ), goes to the side to meet the liver
meridian, at qimen ( Le 14 ), goes past the diaphragm,
up the chest, up the sides of the throat, meeting the ren
mai at tiantu ( Jm 22 ) and lianquan ( Jm 23 ), rising
to finish on the forehead..."
- Samenvattend beschrijven de meeste auteurs de baan als
volgt:
Bilaterale meridiaan die begint in Ni 9 en verloopt naar
craniaal via de binnenzijde van het been naar Mp 12 en
vandaar over de voorkant van de buik in de richting van
Mp 16 en Le 14. Van hieruit naar Jm 22 en Jm 23. Yin Oe
verbindt de Yin-meridianen en heeft belangrijke anastomose
van Kri 6 over Kri 1, Ni 23 naar Jm 17 . Daarnaast zijn
er takken vanuit Mp 13 naar Jm 3 en Jm 4.
Yinwei Mai kent 3 takken : niertak : Ni 9 - Jm 22 - Jm
23
levertak : Ni 9 - Mp 13 - Le 14
milttak : Ni 9 - Mp 15 - Mp 16
- De belangrijkste globale indicaties voor gebruik van
deze wondermeridiaan zijn : Pijn in de hartstreek zonder
hartaandoening ( als dit niet aanwezig is als symptoom,
is Yinwei Mai niet aangedaan ), stemmings- klachten en
denkstoornissen, klachten in het thoracale gebied, stuwingsklachten
in het poortadersysteem.
Pathologie van Chong Mai en Yinwei Mai , algemeen :
Spijsvertering : dyspeptische klachten, stoelgangproblematiek
Circulatie : palpitaties pijn in de hartstreek zonder
hartaandoening
Urogenetaal systeem klachten : zowel van man als vrouw;
sexuele klachten
Zenuwstelsel: stemmingsklachten, hoofdpijnen, psycho-vegetatieve
stoornissen
Bewegingsapparaat : gewrichts- en spierklachten
Therapie : cardinaalpunt Mp 4 en/of Kri 6, als ook symptomatische
punten
2e paar : Dai Mai ( Tae Mo ) en Yangwei Mai ( Iang Oe,
Yang Oe ) : Yang-tendens
Dai Mai ( Tae Mo ) : cardinaalpunt Ga 41 . Yang-tendens
- Dai Mai verbindt met de Kosmische orde, Tao, bundelt
het individu en geeft morele kracht. Door het horizontaal
verloop regelt Dai Mai de circulatie van de meridianen
naar de onderste ledematen, speciaal de Maagmeridiaan.
Het correspondeert met punten van de Shao Yang waardoor
stagnerende QI in beweging kan worden gebracht, vooral
in het bekkengebied. Ook herstelt het het evenwicht boven-onder
vooral bij Shao-Yang klachten in het bovenlichaam ( volheid
Ga-meridiaan: bijvoorbeeld hoofd-, oog-, schouder-armklachten,
thoracale klachten van het Shao Yang niveau ).
- Naar Jan le Pair en Johan Billet ( uit: "De Meridianen" )
en G. Kampik ( Propädeutik der Akupunktur ):
Bilateraal "ceintuur"vat dat begint bij Ga 26
en vandaar naar Ga 27 en 28 loopt en van deze punten uit
rompomcirkelend verloopt. Van Ga 26 gaat een vat, zowel
links als naar rechts, naar Jm 8 en naar dorsaal vanuit
Ga 26 naar Bla 23 en Bla 52 en dan naar Tm 4 . Van Ga 27
loopt een vat, zowel naar links als naar rechts, aan de
voorzijde over Ma 28 en Ni 13 naar Jm 4 en aan de achterzijde
vanaf Ga 27 over Bla 27 en Bla 31 naar Tm. Vanaf Ga 28
gaat een vat zowel links als rechts, aan de voorzijde over
Ma 29 en Ni 12 naar Jm 3 en aan de achterzijde over Bla
53, Bla 28 en Bla 32 naar Tm.
Ook wordt beschreven:
dat Dai Mai begint bij Le 13 en vandaaruit naar Ga 26
stroomt. Dai Mai maakt op deze manier een verbinding met
de yang- en yinmeridianen, te weten: Nier, Maag, MiltPancreas,
Lever, Blaas, Galblaas, Tm en Jm. K. Matsumoto schrijft
( Boek: Extraordinary Vessels ): ........´ Dai means "a
belt that when tight commands all the other meridians,
controlling by loosening or thightening - from page 128
of the Nei Jing Jie Po Sheng Li Xue - ". The 'Ling
Shu, chapter 11' tells us more: "........ The kidney
meridian goes behind the knee; it divides, goes to and
meets with the bladder meridian. It then rises up and goes
to the kidneys and exits belonging to dai mai . The 'Nan
Jing, chapter 28' offers the following explanation of this
trajectory: "...the dai mai starts at the rib cage
circling the body horizontally...." Wang Shu explains
that "at the rib cage", means Le 13. Li Shi Zhen
adopts this and explains in more details: "........
The dai mai starts at the edge of the ribs, which is zhangmen
(Le 13), passing to and circling around daimai ( Ga 26
), then passing to wushu ( Ga 27 ) and weidao (Ga 28 )
...." .
Deze beschrijving wordt gevolgd door C. van der Molen
en K. Matsumoto; lijkt de meest gangbare en men concludeert
algemeen ( C. van der Molen ): Deze meridiaan start bij
Le 13 en vormt dan een baan om het middel. Loopt via de
punten Ga 26, Ga 27 en Ga 28, waardoor er een verbinding
wordt gemaakt met de Yang- en Yinmeridianen, te weten:
Ni, Ma, Le, Bla, Ga, Jm, Tm.
- De belangrijkste globale indicaties voor het gebruiken
van deze wondermeridiaan is huidaandoeningen, gewrichtsklachten
en m.n. de circulatie daarbinnen, menstruele (pijn) klachten.
Onder de "ceintuur" zenuwstoornissen extremiteiten;
boven de "ceintuur" hoofd- en keelklachten, schouder-armklachten.
Yangwei Mai ( Iang Oe, Yang Oe ) : cardinaalpunt Dri 5
. Yang-tendens
- De Wei Mai ontvangen het Hemelse Order. Maken het mogelijk
de Yinne fenomenen te onderscheiden, maar ook de samenhang
en herkomst ( Hemel ) ervan te herkennen. Deze activiteiten
zijn Yang t.o.v. Yinwei Mai: meer in relatie met de spirituele
ontwikkeling. Zo onderscheidt men de "verschillende
poorten" die de overgang van verschillende levensfasen
symboliseren en waarop de lichamelijke klachten die samenhangen
met deze fasen kunnen worden behandeld:
Bla 63: poort van de incarnatie, vorming van het kind.
Ga 29: poort van de heup, van de adolescentie
Du 10: poort van de schouders, van de volwassenheid
Ga 18: Ling-punt: duidt op spiritualiteit.
Yangwei Mai verbindt en harmoniseert het Yang in de Yang
zones en het contact met de omringende wereld. Daarom zijn
de klachten vaak weersgevoelig !
- Naar K. Matsumoto: .....regarding the trajectories of
the wei mai the 'Nan Jing' posits ( chapter 28 ): "......The
yang wei starts at the meeting of the yang meridians. The
Yin Wei starts at the yin crossing" ........Li Shi
Zhen says that this "yin crossing"is zhubin (
Ni 9 ) and quotes from Wang Qi Xuan that the yang wei starts
at chengshan ( Bla 57 ). Li Shi Zhen himself proposes a
complex trajectory for the yin and yang wei mai: ".........The
yang wei mai starts at the meeting of each yang, the point
is jinmen ( Bla 63 ). It comes tot yangjiao ( Ga 35 ),
the yang crossing point and accumulation point of the yang
wei mai, rises up the sides of the small abdomen, goes
to juliao ( Ga 29 ), up the sides of the ribcage to the
shoulder where it meets the large intestine, bladder and
small intestine at binao ( Di 14 ), then ascends the front
of the shoulder to naohui ( Dri 13 ) en tianliao ( Dri
15 ). Then it meets the gallbladder, triple warmer and
stomach at jianjing ( Ga 21 ), goes to the back of the
shoulder, meets the yang qiao mai and large intestine at
naoshu ( Du 10 ), goes behind the ears to meet the triple
warmer and gallbladder at fengchi ( Ga 20 ). Then it goes
to naoking ( Ga 19 ), chengling ( Ga 18 ), zhengying (
Ga 17 ), muchuang ( Ga 16 ), linqi ( Ga 15 ) and to the
forehead where it meets the five vessels of the Ga, Dri,
Di, Ma and yang wei at yangbai ( Ga 14 ). Then it goes
to the ear to benshen ( Ga 13 )....."
- Samenvattend beschrijven de meeste auteurs de baan als
volgt:
Bilaterale meridiaan die opkomt vanuit Bla 64 ( Bla 63
) tot Bla 62 en gaat langs de buitenkant van het been stroomt
naar Ga 35 en Ga 39 en van daaruit richting de romp gaat
via Dri 13 en Di 14 naar Du 10. Vanaf Du 10 via Dri 15
en Ga 21 naar de hals en om het oor heen naar Ga 13 , Ga
14 vv. Ga 20 en dan naar Tm 20 en Tm 15. Het cardinaalpunt
wordt bereikt via afsplitsing op Du 10 over Dri 13 en Di
14 tot aan Dri 5.
- De belangrijkste globale indicaties: chronische invloeden
van temperatuur en weersveranderingen, neuralgische klachten,lumbalgie,
gewrichtsklachten, huidontstekingen, duizeligheid, temporale
hoofdpijnen.
- Pathologie van Dai Mai en Yangwei Mai , algemeen :
temporale hoofdpijnen; temperatuurswisselingen en klachten;
klachten van bewegingsapparaat in de zin van pijn, stijfheid,
paraesthaesieën, neuralgieën. Huid : ontsteking,
irritatie tendens. Thorax: intercostaalneuralgie. Schouderpijn,
enkelpijn. Urogenitale klachten mn. gynecologische.
Therapie : Cardinaalpunt Ga 41 en/of Dri 5 als ook symptomatische
punten
3e Paar : Du Mai ( Tou Mo ) en Yangqiao Mai ( Yang Keo
): Yang-tendens
Du Mai ( Tou Mo ) : Cardinaalpunt : Du 3 . Yang-tendens
- Du Mai brengt Yang aan in ruggemerg en hersenen en staat
in relatie met Ming Men, Yuan Qi, Vuur van de Nier, Voorhemel.
Het vertegenwoordigt de Yange structuur, de morele, intellectuele
en geestelijke krachten van de mens. Bij verlies van de
begrenzing van de Yange kracht van Du Mai dreigt verlies
van contact met de buitenwereld, dementie, of wordt op
het lichamelijk terrein het Yang niet gedistribueerd.
Du Mai verspreidt Yuan Qi, ondersteunt de voedende betekenis
van de Nier naar hersenen en ruggemerg.
Du Mai vertegenwoordigt dus alle Yang functies en reguleert
alle Yang meridianen. Het verdedigt de hersnenen en het
merg tegen perverse energie t.h.v. fengfu ( Tm 16 ) - encefalitis,
meningitis - Du mai heeft de neiging een exces van Yang
te creëren boven Tm 14 ( occipitale hoofdpijn, epilepsie
etc.).
- Samenvattend beschrijven de meeste auteurs de baan als
volgt:
Het hoofdvat begint bij Jm 1 en gaat naar Tm 1 en vandaar
over de processi spinosi over het hoofd naar uiteindelijk
tussen de snijtanden van de bovenkaak. Op Tm 16 en Tm 20
gaan er kleine takken naar intracraniaal. Daarnaast is
er een cervico-scapulaire tak dat bij Tm 16 begint, zich
vertakt naar occipitaal en vandaar naar beide processi
mastoïdeï en scapulae. Er is een inwendige tak
die bij Tm 1 begint en via het perineum verloopt naar Jm
2. Tevens is er een abdominaal vat dat uit het inwendig
verloop van Tm komt en naar Jm 2 gaat en vandaar in 2 paramediane
takken naar Jm 8 en vandaar 2 takken omhoog over buik-
en borstwand. Bij de 2e intercostaalruimte komt het vat
aan het oppervlak en verloopt naar de fossa supraclavicularis;
vandaar over de voorzijde van de keel naar de mandibula
vv. om de lippen heen tot onder de ogen en vandaar naar
Bla 1. Vanaf Bla 1 door de schedel via hals en rug langs
de mediane tak van de Blaas hoofdmeridiaan naar Bla 23
en van hieruit inwendig naar de pelviszone. Er is dus een
nauwe relatie met Jm, Jm 2, Jm 8, Bla 1, nier en de ancestrale
energie. Het dorsale vat van Tm ( Tm-TMM vat ) loopt inwendig
vanuit Tm 1 omlaag door de horizontale bilplooi naar de
bilbuitenkant. Van hieruit lateraal omhoog door het thoraco-lumbale
gebied naar latero-cervicaal achter, door de schedel naar
Bla 1. Het longitudinale vat (Tm-LLM vat ) verloopt op
een 1/2 sun para-lateraal van de mediaanlijn van Tm 1 naar
Tm 16. Daarnaast zijn er nog allerlei secundaire verbindingen
van Tm 13 en Tm 12 naar Bla 12.
De verbinding naar het cardinaalpunt loopt vanaf Tm 14
naar Du 14 en vandaar over de arm naar Du 3
Werkzaam op alle Yang-meridianen van ons lichaam.
- De belangrijkste globale indicaties : bewegingsapparaat:
cervico-brachiale klachten, klachten. Zenuwstelsel: zintuigen
van het hoofd, gelaatklachten, overspannenheid, burn-out.
Urogenitaalstelsel: klachten van de onderbuik, nierloge,
urinewegen. Circulatie: haemorrhoïden
Yangqiao Mai ( Yang Keo, Yang Tsiao Mo ): Cardinaalpunt
Bla 62 . Yang-tendens
- Hereniging van Yin en Yang, inworteling in het Yang:
in het leven, het kunnen in actie komen met betrekking
tot de eigen ontwikkeling en in relatie met de buitenwereld
( familie, maatschappij ). Beheerst alle Yang-tijden en
alle cyclische veranderingen in de tijd, invloed op het
slaap-waakritme; zet het Yang in beweging naar het Yin.
Slaapstoornissen met ochtendmoeheid. Yangqiao Mai behandelt
bij voorkeur Volheidstoestanden t.h.v. het hoofd: obsessies,
nerveuze spanning; hypertensie, CVA, afasie; interne Wind
en externe Windsyndromen. Pijnen zonder vaste lokalisatie.
De Qiao Mai kunnen gebruikt worden om evenwichtsverstoringen
tussen links en rechts te herstellen.
- In de 'Ling Shu' wordt over de qiao vaten geschreven
: ( naar Matsumoto ): ".... The qiao vessel divides
from the kidney meridian, starts behind the navicular bone
and rises tot above the internal malleolus. The main vessel
of the qiao rises to the inside of the inguinal crease
and enters the yin ( sexual organs ). Then it rises to
the lining of the chest, up to quepen ( Ma 12 ), coming
to a point in front of renying ( Ma 9 ), entering the cheek
bone and passing up to jingming ( Bla 1 ), meeting the
bladder meridian............The yang qiao vessel comes
up, the qi of both ( the yin and ynag qiao ) come around
( the eyes ), moistening the eyes. If the qi does not nourish
them, the eyes will be unable to close...." De auteur
van de 'Lei Jing' schrijft hierover ( naar Matsumoto ): "......The
yang qiao mai enters the yin side of the body, the yin
qiao mai comes out the yang part of the body and crosses
at jingming ( Bla 1 ).
Jan le Pair (in "De Meridianen") en G. Kampik
( "Propädeutik der Akupunktur") beschrijven
het verloop van deze baan als volgt: bilaterale meridiaan
uitgaande van de blaas hoofdmeridiaan en start op Bla 1
en nauwe relatie met Yin Keo. Vanuit dit punt is er een
verloop langs Ma 1, Ma 3 naar Ma 4 en vandaar naar de hals
naar Di 16, Di 15 en om de schouder heen naar Du 10. Van
hieruit langs de romp naar Ga 29 en de been buitenkant
naar Bla 59 en dan door naar Bla 61 en het cardinaalpunt
Bla. 62. Van Bla 1 verloopt ook een baan via Ga 20 naar
Tm 16 waar dan een intracraniale tak afsplitst.
Evenwel aangezien de wondermeridianen geen specifieke
stroomrichting hebben ( Op Tm en Jm na ) kan men het verloop
vanuit beide richtingen beschrijven en C. van der Molen
beschrijft het verloop anders en deze komt overeen met
de beschrijving in de 'Shisi Jing Fa Hui ( 1341 )' en de
'Ling Shu'.
K. Matsumoto citeert dit in zijn: "The extraordinary
vessels" als volgt: .... The yang qiao starts at shenmai
( Bla 62 ) goes to pushen ( Bla 61 ), fuyang ( Bla 59 ),
naoshu ( Du 10 ), jugu ( Di 16 ), jianyu
( Di 15 ), renying ( Ma 9 ), dicang ( Ma 4 ), juliao (
Ma 3 ), chengqi ( Ma 1 ), jingming ( Bla 1 ), to end at
fengchi ( Ga 20 ). En deze beschrijving komt grotendeels
overeen met de beschrijving van C. van der Molen in zijn
boek "Acupunktuur "(1999).
- De belangrijkste globale indicaties zijn: circulatie:
gevolgen blokkering circulatie in de hersenen.
Zenuwstelsel: met neurologische gevolgen, epilepsie; oorsuizen.
- Pathologie van Du Mai en Yangqiao Mai , algemeen :
Bewegingsapparaat: nek, schouder, wervelkolom, cervicaalsyndroom.
Zenuwstelsel: stemmings -afwijkingen, geestelijk-lichamelijke
opwindingstoestanden, gevolgen circulatiestoornissen, oorsuizen,
oogklachten, epilepsie. Circulatie: circulatie- stoornissen
in cerebrum, aambeien, neusbloedingen. Urogenitaalsysteem:
mictieklachten, steriliteit.
Therapie : Cardinaalpunt Du 3 en/of Bla 62 als ook symptomatische
punten.
4e Paar : Ren Mai ( Jenn Mo ) en Yinqiao Mai (Yin Tsiao
Mo, Yin Keo). Yin-tendens
Ren Mai ( Jenn Mo ) : cardinaalpunt Lo 7 . Yin-tendens
- Ren Mai is het Yin , de materiële structuur waarop
het leven vaart. Samen met Chong Mai neemt Ren Mai deel
aan scheppingsfuncties zoals menstruele cyclus, sexualiteit,
voortplanting, conceptie, de ontwikkeling van het embryo
in utero, geboorte, groeiprocessen, puberteit, secundaire
geslachts -kenmerken., menopauze. Ren Mai kan daarmee worden
gebruikt om Yin en Bloed te voeden bij de vrouw of om Lege
Hitte = menopauze te voorkomen. Verder om Nier-leegtes
te voorkomen ( incontinentie, lumbalgie ) met Lege Hitte
( nachtzweet, onrust, stuwing, droge mond 's nachts, oorsuizen
etc.). Daarnaast voor aandoeningen waarbij de facialis
zenuw is betrokken. Ren Mai vat alle Yin aspecten van het
lichaam samen en wordt daarom "zee van alle Yin meridianen " genoemd.
Ren Mai stoornissen zijn daarom meestal meer fysiek-materialistisch
van aard zoals hernia, cyste.
- Het hoofdvat van Ren Mai verloopt oppervlakkig en ventraal
in de mediaanlijn van Jm 1 tot Jm 24. Een diep dorsaal
vat begint ook bij Jm 1 en via de bekkenbinnenwand naar
het stuitbeen en vandaar langs de ventrale kant van de
wervelkolom naar de halsbasis. De Jm-LLM-tak begint bij
Jm 15 en vertakt over de buik. Vanaf Jm 24 stroomt bilateraal
een tak om de mond naar Bla 1. Daarnaast geeft men takken
aan naar Ma 1 en vandaaruit naar de ogen, lippen en de
gingiva die tesamen komen op Tm 28. Vanaf Jm 17 gaat een
tak over Lo 1 naar Lo 7.
- De belangrijkste globale indicaties zijn: krampen in
gelaat. klachten m.b.t. luchtwegen. Spijsvertering: krampen
in de darmen. Urogenitaalstelsel: krampen nierloge, potentie,
gevolgen van een partus met zwakte. Circulatie: veneuze
stase.
Yinqiao Mai ( Yin Tsiao Mo, Yin Keo ) : cardinaalpunt
Ni 6 : Yin-tendens
- Hereniging van Yin en Yang, inworteling in het Yin,
van het Licht ( via Bla 1 ) in het Water ( Ni 6 ) van de
mens in zichzelf ( psychische stabiliteit ) van de scheppingsactiviteiten
( Yang ) in de pelvis ( Yin ).
Het voert Yin naar de Yang ( hoofd, Shen ) en beheerst
alle Yin-tijden en alle cyclische veranderingen in de tijd
( nacht t.o.v. dag, 2e helft menstruatie, zwangerschap
etc.) vandaar de invloed op het slaap-waak ritme. In verband
met zijn inwortelingsfunctie in het Yin zijn bekkenklachten
praktisch altijd aanwezig. Ook wordt beweerd dat de Qiao
Mai evenwichtsverstoringen tussen linker en rechter lichaamshelft
kunnen herstellen, scoliose bijvoorbeeld. In de 'LIng Shu,
hst. 28' staat: "De vloeistoffen stijgen langs de
weg van de Yin Qiao Mai".
- K. Matsumoto schrijft in zijn boek "Extraordinary
vessels"...... Ma Shi and the author of the 'Lei Jing'.....explaination
that "yang enters the yin, and the yin comes out to
the yang...... we may interpret as the yang qiao mai entering
the yin, and the yin qiao mai coming out to the yang : "The
yang qiao mai enters the yin side of the body, the yin
qiao mai comes out the yang part of the body and crosses
at jingming ( Bla 1 ) .......This idea of the yin coming
out to the yang can be understood as the 'Ling Shu' idea
of the yin qiao mai passing through Ma 12, which is a special
meeting point of the yang meridians.
The 'Nan Jing ( chapter 28 )' tells about the qiao mai
trajectories: "......the yin qiao mai begins inside
the heel bone, goes around the internal malleolus and rises
to the throat past chong mai...." The 'Shisi Jing
Fa Hui' saw the yin qiao mai as passing from Ni 8 to Ma
12, to Ma 9, to Bla 1.................Li Shi Zhen is more
detailed in his descriptions of the pathway ( volume 1
: Qi Jing Ba Mai Kao ): "..........The yin qiao starts
at rangu ( Ni 2 ), goes to zhaobai ( Ni 6 ), jiaoxin (
Ni 8 ), the accumulation point of the yin qiao, to an area
in front of renying ( Ma 9 ) and above quepen ( Ma 12 )
to jingming ( Bla 1 ).
De meeste auteurs lijken deze beschrijving te volgen (
G. Kampik, C.van der Molen, K. Matsumoto, J. le Pair ):
Bilateraal vat dat opkomt vanuit de voetzool in gebied
Ni 2. Vandaaruit trekt naar Ni 6 en Ni 8 en langs het dijbeen
omhoog richting de genitalia en dan via buik en borst omhoog
naar Ma 12, Ma 9 en over hals en gezicht naar Bla 1. Van
Bla 1 wordt een trajekt beschreven naar gebied onder Yin
Tang. daarnaast is er ook verbinding met Bla 10, Jm 2 en
Jm 3.
- De belangrijkste globale indicaties zijn: Bewegingsapparaat
: pijn rug, nek welke uitstraalt naar opzij.
Zenuwstelsel: slaapstoornissen, wandering pains, meningen
geprikkeld; zwakte onderste extremitieiten.
Maagdarmkanaal: wisselende stoelgang, jeuk anus. Urogenitaalstelsel:
zwangerschapsklachten, menstruatieklachten, ontstekingen.
Pathologie Ren Mai en Yinqiao Mai , algemeen:
Algemeen : krampen en spanningen van de spieren in het
gelaat. Bewegingsapparaat: krampen in de spieren. Zenuwstelsel:
slaapstoornissen, paresen. Maagdarmkanaal: diarree, constipatie.
Urogenitaalsysteem: ontstekingen, menstruatiestoornissen,
zwangerschapsklachten, sexualiteitsproblematiek. Circulatie:
veneuze stase, oedemen. Ademhaling: hoesten, astma, COPD,
pharyngolaryngitis.
Therapie : Cardinaalpunt Lo 7 en/of Ni 6 als ook symptomatische
punten.
TOEPASSING VAN DE WONDERMERIANEN IN HET KADER VAN REGULATIESTARHEID-BLOKKADES:
Van der Molen stelt in zijn boek duidelijk dat de wondermeridianen
vooral zijn bedoeld in het kader van chronische klachten
cq. ziekte waarbij een goed gekozen behandelingsstrategie
niet verder komt of werkt. Dit kan, maar hoeft niet perse,
een signaal van een blokkade, bijvoorbeeld door een focale
haard of stoorveld zijn, die dan mede verantwoordelijk
kan zijn voor het ontstaan van regulatiestarheid. Zeker
indien een therapie met de wondermeridianen niet leidt
tot het doorbreken van een blokkade in de TCM therapie
dient men aan haarden en stoorvelden te denken en zeer
vaak bevinden deze haarden of stoorvelden zich in het hoofdgebied,
de gynecologische sektor of de blindedarm. Men zal dan
de moed dienen te hebben en het inzicht dat andere diagnostische
en therapeutische technieken deze blokkades ( en daarmee
ook de blokkade van de QI-stroom ) kunnen helpen doorbreken,
zodat nieuwe behandelingen met TCM wel hun resultaat kunnen
bieden. Evenwel dit betekent voor vele "monomaan"ingestelden
een "quantum"sprong in denken en handelen.
- de wondermeridianen dienen voor het doorbreken van een
yin- of yangexcess.
- Bij de therapie met de wondermeridianen is het prikken
van het cardinaalpunt al voldoende.
- Ook kan men twee wondermeridianen gecombineerd prikken
met symptomatische punten op de hoofdmeridianen.
- Punten waarmee de wondermeridianen contact maken met
de hoofdmeridiane dient men zo min mogelijk te gebruiken
daar anders "kortsluiting" in de meridianen kan
worden veroorzaakt en blokkering van de energiestroom.
- Een gangbare therapie is:
prikken van de desbetreffende wondermeridiaan
prikken van enige symptomatische punten
prikken van het cardinaalpunt van de gekoppelde wondermeridiaan
Techniek :
In de oude literatuur is er geen eenduidigheid hoe deze
8 cardinaalpunten dienen te worden geprikt. Ook in de 'Zhen
Jiu Da Cheng' wordt daar niet iets specifieks over gezegd.
In de oude literatuur wordt min of meer naar voren gebracht
dat qua techniek eerst het cardinaalpunt en dan de gekoppelde.
Helaas is echter niet duidelijk of dit bilateraal, contralateraal
of ipsilateraal dient te geschieden. Er zijn een paar aanwijzingen
dat de naalden aan de kant van het lichaam moeten worden
geprikt dat is aangedaan of wat bij palpatie is gevonden.
Ook over de combinatie van de cardinaalpunten met andere
lichaamspunten is niet erg veel duidelijkheid. Ook in de
'Zhen Jing Zhi Nan' waarin voor het eerst de 8 cardinaalpunten
worden beschreven en in de 'Zhen Jiu Ju Ying' wordt de
behandeling gespecificeerd naar eerst het cardinaalpunt
dat geïndiceerd is en dan de gekoppelde.
KEUZE VAN DE WONDERMERIDIANEN ( naar C. van der Molen:
Acupunctuur )
( Elsevier/Tijdstroom 1999 )
Essentiële kenmerken:
- Symptomatisch
CHONG MAI ( Mp 4 ) : Maagdarmklachten, kolieken, hartklachten,
gynecologische aandoeningen
YINWEI MAI ( Kri 6 ) : Hartkloppingen, pijn hartstreek,
pijn bovenbuik
DAI MAI ( Ga 41 ) : wervelkolom met pijn en stijfheid,
zwaktegevoel, uitputting
YANGWEI MAI ( Dri 5 ) : Koorts, kouvatten, stijve spieren,
huidziekten
DU MAI ( Du 3 ) : Psychische klachten, stijf en pijn wervelkolom,
urogenitale klachten
YANGQIAO MAI ( Bla 62 ) : Slaapstoornissen, circulatoire
problemen hoofd, epilepsie
REN MAI ( Lo 7 ) : Longklachten - bronchitis, astma -
spijsverteringsklachten met krampen,
urogenitale klachten.
YINQIAO MAI ( Ni 6 ) : Slaapstoornissen, pijn en stijfheid
in de wervelkolom, spierzwakte,
nierziekten, urogenitale stoornissen.
- Pijn: Belangrijk in deze :
AARD van de pijn :
YANG-pijn : oppervlakkig, overdag, kan 'wandering' zijn,
erger bij warmte en beweging, kloppend, stekend
YIN-pijn : diep, 's avonds-'s nachts, gelokaliseerd, kou
en rust verergeren, zeurend.
LOKALISATIE van de pijn :
- lokaliseer het cardinaalpunt in de lokalisatie waar
de pijn zit ( arm--> cardinaalpunt in niveau arm )
- Bij yang-pijn kies voor cardinaalpunten van wondermeridianen
die een yange-tendens hebben; zo ook bij een yin pijn,
de yinne wondermeridianen met hun cardinaalpunten.
- Kies dat cardinaalpunt van de wondermeridiaan die over
of het dichtsbij de pijnzone stroomt.
- Ligt de pijn niet op het niveau van een wondermeridiaan
dan kan men beide cardinaalpunten kiezen. ( prik dan eerst
de ene en na een paar minuten de ander )
- pijn in arm : Yang : Du Mai ( Du 3 ), Yangwei Mai (
Dri 5 )
: Yin : Ren Mai ( Lo 7 ) , Yinwei Mai ( Kri 6 )
- pijn in been : Yang : Yangqiao Mai ( Bla 62 ), Dai Mai
( Ga 41 )
: Yin : Yinqiao Mai ( Ni 6 ) , Chong Mai ( Mp 4 )
- Het cardinaalpunt dat bij druk het pijnlijkst is moet
geprikt worden, eventueel daarna het cardinaalpunt van
de gekoppelde wondermeridiaan.
- Alleen aan de pijnlijke kant prikken
- Aanvullingen ( C. van der Molen ) : Bij Yang-pijn tevens
Ga 41 - algemene pijnstilling )
Bij reuma tevens Dri 5
- pijn in de nek : Yang-pijn: Du 3 , Yin-pijn Mp 4
- pijn in de rug : thoracaal : Yang-pijn : Du 3 Yin-pijn
: Lo 7 lumbaal : Bla 62, Mp 4 en Ga 41
- pijn in hoofd : Yang-pijn : Dri 5 of Bla 62 ; Yin-pijn
: Lo 7
Voor specifieke indicaties kan men lijsten vinden in boeken
zoals :
Jan Le Pair : De Meridianen ( Tijdstroom ) ,K. Matsumoto
: Extraordinary vessels ( Paradigm publ. )
G. Kampik : Propädeutik der Akupunktur ( Hippokrates
Verlag ) C. van der Molen : Acupunctuur
( Elsevier/Tijdstroom ) , A. van der Burg : Handboek Acupunctuur
( Ankh Hermes )
Literatuur :
A. Bayer : Konstitutionelle Akupunktur - Alternative in
der Therapie von Störungen der Homöostase ( AKU
23 , 1995 )
J. Bischko : Zur Problematik der verschiedenen Anwendungsformen
der Akupunktur ( Erf. Heilk. 11/1985 )
W. Boermeester : Diagnose en therapie, deel IV Tekstboek
acupunctuur
W. Boermeester : Ziektebeelden, deel III Tekstboek acupunctuur
A. van der Burg : Handboek voor acupunctuur
J.C. Cooper : Licht op Taoïsme ( Servire uitg. )
J. Elias e.a. : Selbstheilung mit den fünf Elementen
( O.W. Barth Verlag )
M. Fliedner : Mensch und Umgebung ; pathogenese Einflüsse
aus der Sicht der Chinesischen Medizin ( Erf.Heilkunde
4/1999 )
M. Fliedner : Die energetische Hülle des Körpers
aus der Sicht der Chinesischen Medizin ( EHK 7 / 1999 )
J. Gleditsch : Stellenwert der Akupunktur Heute ( AKU
26 / 1998 )
K. Goos : Traditionele Chinese diagnostiek ( Ankh Hermes
)
G. Gubener : Psychosomatik in der 5-Elementenlehre ( D.Z.Ac.
38; 1995 )
U.E. Hasler : Neuraltherapie und Akupunktur ( Erf.Heilk.
3/1984 )
J.P.V.M. de Jong : Voeding en acupunctuur ( Arts en alternatief
)
G. Kampik : Propädeutik der Akupunktur ( Hippokrates
Verlag )
T.J. Kaptchuk : Chinese Geneeswijzen ( Keuning uitg. )
E. Kitzinger : Vergleich zwischen "klassischer" und "westlicher" Akupunktur
( Erf. Heilk. 9/1985 )
G. Linck : Körper, Leib, Welt und Gefühl. Zum
menschlichem Selbstverständnis im vormodernen China
( AKU 4 , 1996 )
K. Matsumoto : Extraordinary Vessels ( Paradigm publ.
1986 )
K. Matsumoto : Five elements and Ten Stems ( Paradigm
publ. 1983 )
A. Meng : Esoterik der Akupunktur und die moderne wissenschaftliche
Medizin ( D.Z. Aku 40, 1997 ).
C. van der Molen : Acupunctuur ( Elsevier/Tijdstroom uitg.
1999 )
H. Nissel : Akupunktur und moderne Physik ( D.Z.Ac 2/1999
)
K.D. Platsch : Von Allem und Einem: Über Dao, TCM
und Psychosomatik ( AKU 26, 1998 )
K.D. Platsch : Vom Glück, Zeit miteinander zu haben
- der therapeutische Prozeß in der Akupunktur ( AKU
25 , 1997 )
R. Rauch : Die TCM aus linearer und nichtlinearer Sicht
und ihre Integration in ein 3-stufiges Weltbild ( AKU 1997
)
R. Rapp : Krankheit als Lebensstrategie: die Acht Leitkriterien
als Ordnungsschema zur Bewertung von Krankheitsprozessen
( EHK 1/1999 )
R. Rapp : Innere und äußere Faktoren wirken
zusammen - umweltbedingte Erkrankungen aus der Sicht der
chinesischen Medizin ( EHK 5/1993 )
J. Ross : Zang Fu ( Churchill Livingstone Publ. )
H. Schmidt : Acupunctuurtherapie volgende de Chinese typologie
( Ankh Hermes )
W. Schreiner : Wie chinesisch ist die Akupunktur eigentlich
? ( AKU 27 / 1999 )
P.U. Unschuld: : Antike chinesische Medizin. Die Vielfalt
der Denkstille ( Deutsche Zschr.f. Akup. 1/2000 )
Vis.Health.Softw. : ACUvision tools for the third millennium
C. Wauters : De betekenis van de interne organen in de
TCM ( arts en alternatief )
N. Westerman : De Chinese Pols, deel 1, 2, 3 ( TIG 13/1997
)
N. Westerman : De pathofysiologie van de Chinese Pols
II ( deel 1 en 2 ): Acupunctuur 22e jrg. 3 en 4 )
H. Woolerton : Acupunctuurenergie ( De Driehoek, uitg.
)
Ruud Edelbroek, arts. Alkmaar
( met dank aan Coen van der Molen voor zijn adviezen en
inzicht )

FIGUUR 1. Mens in relatie met Yin
Yang is de macro kosmos
uit: C. van der Molen: Acupunctuur

FIGUUR 2: uit: C. van der Molen: Acupunctuur

FIGUUR 3 : uit: C. van der Molen : Acupunctuur

FIGUUR 4 : uit: C. van der Molen :
Acupunctuur

FIGUUR 5: uit: H. Schmidt :Acupunctuurtherapie
volgens de Chinese Typologie

FIGUUR 6: uit H. Schmidt: Acupunctuurtherapie
volgens de Chinese typologie

FIGUUR 7: Uit: K. Goos: Traditionele
Chinese diagnostiek

FIGUUR 8 : Uit: G.Kampik:
Propädeutik der Akupunktur

FIGUUR 9: Uit: C. van der Molen: Acupunctuur
|