
Congenitale afwijkingen, ancestrale energie
en andere energetische invloeden
Scriptie voor het behalen van het C-diploma van de NAAV
Saskia Gischler
Kinderarts-intensivist
27-4-2001
Congenitale afwijkingen, ancestrale energie en andere energetische invloeden
Inhoudsopgave
1. Inleiding 3
2. Bronnenonderzoek 3
3. Energetisch perspectief 4
3-1. Overzicht 4
3-2. De Chinese visie 5
3-3. De Indiase visie 8
4. Het ontstaan van aangeboren afwijkingen 9
4-1. Volgens de Chinese visie 9
4-2. Volgens de Indiase visie 10
4-3. Integratie van beide visies 11
5. Zielekeuze voor aangeboren afwijkingen 12
6. Implicaties voor therapeutisch handelen 13
7. Toekomstvisie 13
8. Conclusie 14
9. Summary 16
10. Literatuuroverzicht 17
1. Inleiding
In Nederland worden jaarlijks ± 5.000 kinderen geboren met ernstige aangeboren afwijkingen waarvoor vaak chirurgische interventie nodig is. Deze afwijkingen vormen een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen jonger dan 1 jaar. Ten gevolge van vroege detectie en verbetering van chirurgische interventie en peri-operatieve zorg overlijdt nog slechts ± 10 % van deze kinderen. Hierdoor is er een duidelijke toename van morbiditeit en hiermee ook een toenemende belangstelling voor de morbiditeit op korte en middellange termijn. Het zwaartepunt van de morbiditeit is gelegen in het eerste levensjaar, maar restverschijnselen kunnen tot op volwassen leeftijd aanwezig zijn.
Als kinderarts op een chirurgische intensive care in een kinderziekenhuis zie ik dagelijks kinderen met, vaak meervoudige, aangeboren afwijkingen. Zoals het een academisch ziekenhuis betaamt worden de afwijkingen op fysiek niveau 'gerepareerd' en herstellen deze kinderen in meer of mindere mate, waarbij een groot deel zoals gezegd restverschijnselen houdt waarvoor de westerse geneeskunde vaak geen afdoende oplossing biedt.
Naarmate ik verder kwam in de opleiding tot acupuncturist groeide de behoefte
om ook op de oosterse manier naar dit soort afwijkingen te kijken. De voor
mij hierin belangrijke aspecten waren zowel een verklaringsmodel voor het ontstaan
van deze afwijkingen als eventuele therapeutische opties.
Dit heeft de grondslag gelegd voor deze scriptie.
2. Bronnenonderzoek
Bij onderzoek in de literatuur, zeker in de klassieke Chinese literatuur was
het moeilijk om gegevens te vinden over het ontstaan van aangeboren afwijkingen
en de behandeling hiervan binnen de Traditional Chinese Medicine (TCM). Alleen
zeer sporadische verwijzingen deden vermoeden dat er ook in het verleden al
aangeboren afwijkingen voorkwamen. De verklaring hiervoor moet waarschijnlijk
gezocht worden in de ontstaansgeschiedenis van het gebruik van TCM en acupunctuur.
Acupunctuur is ontstaan uit de taoïstische cultuur. In de oudheid werd
acupunctuur vooral gebruikt om de heersende klasse en in het bijzonder de keizerlijke
en adellijke families te behandelen en met name om te voorkómen dat
zij ziek werden. Kinderen met ernstige aangeboren afwijkingen pasten niet binnen
het verheven beeld dat men de wereld wilde presenteren van de heersende klasse.
Hoewel hierover vrijwel niets gedocumenteerd is leidde dit er waarschijnlijk
toe dat deze kinderen vaak direct na de geboorte spontaan overleden dan wel
gedood werden. Uiteraard was een groot aantal aangeboren afwijkingen met de
toenmalige geneeskunde ook volstrekt onbehandelbaar. Voorbeelden hiervan zijn
bijvoorbeeld atresieën van het maag-darmkanaal zoals de oesophagusatresie,
de dundarmatresie en de anusatresie. Afwijkingen als bijvoorbeeld een lipspleet
vormden, als men het kind wel kon voeden, vooral esthetisch een probleem, evenals
deformiteiten van de extremiteiten, wat binnen de hogere klassen onacceptabel
geacht werd. Behandeling van deze afwijkingen vormde dan ook nooit onderdeel
van de oorspronkelijke leer.
Pas in later tijden verschenen er binnen de oosterse literatuur meer gegevens
over ontstaan en behandeling van aangeboren afwijkingen, hoewel ook in de klassieke
literatuur wel verwijzingen zijn te vinden over het ontstaan van aangeboren
afwijkingen in de ruimste zin des woords.
Niet alleen de Chinese geneeskunde maar ook bijvoorbeeld de Indiase geneeskunde
heeft theorieën over de energetische achtergronden van aangeboren afwijkingen.
Daarom is het zinnig eerst een overzicht te geven van de energetische aspecten
van de menselijke voortplanting en de energetische aspecten van het ontstaan
van aangeboren afwijkingen.
3. Energetisch perspectief
3-1. Overzicht
Ieder levend wezen wordt voortdurend doorstroomd door een puur kosmisch bewustzijn.
Het individu staat op deze manier in continu contact met het universum. In
het lichaam wordt dit bewustzijn getransformeerd in energie en materie volgens
de onderstaande 4-deling (figuur 1) afdalend van ijl naar stoffelijk. Tijdens
de conceptie, na het samengaan van de vrouwelijke en mannelijke energie vormt
zich een nieuwe energetische eenheid die zich afsplitst van de kosmische
energie. Hieruit ontwikkelt zich tijdens de zwangerschap een nieuw individu.
Onderstaand schema laat zien dat het puur stoffelijke lichaam ontstaat, de
body-mind eenheid. Energetisch gezien wordt hierop invloed uitgeoefend door
de fysieke regelkringen zoals de endocriene en immunologische systemen. Hierboven
is het energetisch niveau, waarin het acupunctuur-meridiaansysteem opereert
en daarboven is het bewustzijnsniveau wat binnen de Indiase filosofie gezien
wordt als het invloedsgebied van de chakra's. In sommige filosofieën
wordt dit systeem gezien als het fysieke lichaam met daaromheen de verschillende
'etherische lichamen'. Onze ziel, of dat wat ons persoonlijk deel van het
kosmisch bewustzijn is, drukt zich uit door middel van het fysieke lichaam
en wordt beïnvloed en gevormd door de subtiele energieën van de
verschillende etherische lagen.
Figuur 1

3-2. De Chinese visie
Volgens de TCM is de conceptie een samengaan van de vrouwelijke en mannelijke
seksuele energie, die leidt tot de vorming van Jing, de zogenaamde 'pre-heaven
Qi', of ancestrale energie. In utero is het kind via de navelstreng verbonden
met het universum en de ontwikkeling wordt aangedreven door het actieve of
yang aspect van Jing, de Hsien Tien Zhi Qi oftewel de Yuan Qi. De fysieke
constitutie van het kind wordt dus in de baarmoeder gecreëerd uit de
ancestrale energie. Deze energie voedt het embryo en de foetus gedurende
de zwangerschap, maar heeft geen onafhankelijke fysiologische activiteit.
Samen met voedingsstoffen, zuurstof en andere subtiele levensenergieën
toegevoerd via de navelstreng vormt zij de bron van de foetale ontwikkeling
en ondersteunt voor en na de geboorte het algemeen functioneren van het lichaam.
De mogelijkheid om andere typen vitale energie te vormen begint pas nadat de
foetus zijn eerste ademteug genomen heeft. Hiermee wordt de foetus kind en
daarmee een individu. Met behulp van de pre-heaven Qi is dit individu in staat
om te ademen en hiermee ademenergie, de Ba Qi, te vormen via de long en om
uit voeding via de maag en milt voedselenergie, Gu Qi, te vormen. Op deze wijze
vormt het individu zelf het yin aspect van Jing oftewel de post-heaven Qi of
postnatale Jing.
De pre-heaven Qi vormt op deze wijze de oorsprong van het lichaam en het individuele
leven. Het samensmelten van de vrouwelijke en mannelijke seksuele energie vormt
dus de ancestrale energie die ten grondslag ligt aan de vorming van het lichaam,
zelfs vóór de verdeling in yin en yang. Hiermee vormt het de
onvervangbare basis van het individuele leven. Het bepaalt de constitutionele
kracht en de vitaliteit van het individu, evenals de weerstand tegen uitwendige
factoren zoals infecties en andere externe pathogenen. In westerse termen zou
men dit kunnen zien als de genetische code voor het erfelijk materiaal.
Aangezien pre-heaven Qi van de ouders verkregen wordt ten tijde van de conceptie,
is het onvervangbaar en kan niet aangevuld worden. Wel zijn er methoden en
technieken om deze energie positief te beïnvloeden en op die manier te
sparen.
Post-heaven Qi daarentegen kan worden aangevuld met behulp van de Gu Qi in
combinatie met de Ba Qi.
De kwaliteit van de pre-heaven Qi wordt bepaald door verschillende factoren:
·
De gezondheid van de ouders vóór de conceptie;
·
De kwaliteit van het Jing van de ouders ten tijde van de conceptie;
·
Omstandigheden gedurende de zwangerschap die de lichamelijke of psychische
conditie van de moeder beïnvloeden;
·
De duur van de zwangerschap.
Zowel de yang als de yin vorm van Jing, dat wil zeggen, zowel de prenatale als de postnatale Jing worden opgeslagen in de nier. Jing activeert processen van verwarming, activeren, transformatie en beweging in het lichaam en controleert groei, ontwikkeling en reproductie (pre-heaven of yang aspect). Het vormt tevens de materiele basis voor deze functies (post-heaven of yin aspect). Hiermee is duidelijk dat de twee aspecten complementair zijn en niet los van elkaar bestaan.
Energetisch gezien is de nier de opslagplaats van pre-heaven Qi. Het circuleert voornamelijk door het lichaam via de wondermeridianen die zowel energie kunnen absorberen van de hoofdmeridianen als hieraan energie kunnen afgeven indien nodig, bijvoorbeeld bij shock of langdurige inspanning. Op deze manier dragen de wondermeridianen bij aan de integratie van pre-heaven en post-heaven Qi.
Volgens de Nan Ching (of de 'Classic of Medical Difficulties') en de taoïstische geschriften ontstaan vroeg in de energetische ontwikkeling van het menselijk lichaam de wondermeridianen.
Li Shi Zhen ontwikkelde hierover de volgende theorie:
De eerste celdeling van de bevruchte eicel produceert de Ren Mai en de Du Mai.
Zij verdelen het lichaam in een rechter en een linker helft. Van hier uit
ontwikkelt zich centraal de Chong Mai. De tweede celdeling produceert de
Dai Mai. Deze verdeelt het lichaam in een onder- en een bovenkant. Vervolgens
verdelen de Yin en Yang Wei Mai het lichaam in een voor- en achterzijde zodat
een achtdeling van het lichaam ontstaat. Ervan uitgaande dat deze wondermeridianen
aan de basis liggen van de ontwikkeling van het menselijk lichaam, kan men
zich voorstellen dat de wondermeridianen de verdere ontwikkeling van organen
en meridianen beïnvloeden op een basaal energetisch niveau. Dit basale
energetische veld beïnvloedt zijn directe omgeving zodanig dat meridianen
en organen ontstaan in een proces waarin materie zich geleidelijk ontwikkelt
vanuit een puur energetisch beginsel.
Een andere theorie is dat op het moment van de conceptie er uit het versmelten van de mannelijke en vrouwelijke energie een nieuwe energetische eenheid ontstaat die al snel splitst in een yin en een yang fase. Deze ontwikkelen zich ieder apart volgens onderstaand schema (Nan Ching):
Figuur 2

Een grote hoeveelheid Jing in de nier zorgt voor een sterke fysieke constitutie,
een sterke wil en aangeboren doelgerichtheid. Een deficiënte hoeveelheid
Jing in de nier veroorzaakt angst, onzekerheid en paranoia, maar kan ook, indien
dit al gedurende het foetale leven een belangrijke rol speelt, ontwikkelingsstoornissen
geven en op die manier aangeboren zwakheden, ziekten en malformaties veroorzaken
(Nei Ching).
In hoofdstuk 4 zal hier verder op ingegaan worden.
3-3. De Indiase visie
Binnen de Indiase filosofie over energetische processen ontstond al eeuwen
geleden de theorie van de chakra’s. Chakra’s vertegenwoordigen
gespecialiseerde energiecentra in het lichaam waar levensenergie vanuit het
kosmisch bewustzijn (zie ook figuur 1) wordt geabsorbeerd en gedistribueerd
naar de verschillende cellen, organen en weefsels in het lichaam.
De flow van deze subtiele spirituele energie wordt sterk beïnvloed door
onze persoonlijkheidsstructuur en emoties, evenals door onze spirituele ontwikkeling.
Volgens deze filosofie zijn er 7 hoofd-chakra’s in ons lichaam aanwezig
die ieder voor zich een directe verbinding hebben met een bepaalde regio van
het lichaam en met specifieke endocriene systemen en zenuwbanen. Hiernaast
zijn er nog een aantal nevenchakra's. De chakra’s liggen boven elkaar
en beïnvloeden elkaar onderling.
Medisch-energetisch gezien worden de chakra’s beschouwd als processoren
van emotionele en spirituele energie. Men veronderstelt dat elk chakra met
zijn geassocieerde zenuwcentra en klieren de verschillende emotionele gebeurtenissen
en trauma’s die wij op ons levenspad tegenkomen op een of andere manier
verwerkt en als herinnering opslaat. Dit vormt mogelijk een verklaring voor
het feit dat bepaalde soorten stress en emoties specifieke lichamelijke problemen
lijken op te leveren. Ieder chakra is geassocieerd met een bepaald soort emotie
en spirituele gesteldheid. Als een mens chronische problemen heeft met één
specifieke emotie of een spiritueel onderwerp dat met één van
de chakra’s geassocieerd is, dan resulteert dit in een verkramping van
de energieflow naar die lichaamsdelen die geassocieerd zijn met dat chakra.
Dit kan zich ter plaatse uiten in 'ongemak', pijn of ziekte.
Na de conceptie ontstaat, zoals reeds eerder gezegd, een nieuwe energetische
eenheid die het nieuwe individu gaat vormen. Gedurende de foetale ontwikkeling
in de normale zwangerschap vormen de energievelden van het etherisch lichaam
een mal van energetische informatie, die voor de lichaamscellen als leidraad
of gids dient voor de groei en ontwikkeling. Hierbij ontstaan eerst de hogere
energetische centra zoals de chakra’s en pas daarna ontwikkelt zich op
geleide hiervan het fysieke lichaam van de foetus. In samenspraak met de van
de ouders verkregen genetische informatie worden de foetale cellen op deze
manier door de energetische mal naar de juiste locatie in het fysieke lichaam
geleid om uiteindelijk hun definitieve bestemming te vinden leidend tot een
volgroeide baby.
Dit zou mogelijk de verklaring kunnen vormen voor de tot nu toe in de westerse
geneeskunde onopgeloste vraag hoe de embryonale cellen tijdens de ontwikkeling
hun uiteindelijke bestemming vinden. Hoewel de moleculaire biologie wel heeft
geanalyseerd hoe onze genetische code de primitieve foetale cellen instrueert
om zich te ontwikkelen tot zenuwcellen, spierweefsel of bot is er tot nu toe
geen goede verklaring hoe elke cel op de 'correcte' locatie in het lichaam
terechtkomt. Dit model van de energetische mal zou de 'missing link' kunnen
zijn tussen het versmelten van een eicel met een zaadcel uiteindelijk en de
magische transformatie tot menselijk lichaam.
Ook postpartum vormen de energetische velden een onzichtbare mal voor de lichaamscellen.
Zij zorgen ervoor dat de biochemische processen en elektrische cellulaire informatiesystemen
het lichaam continu opnieuw kunnen vormen zodat het groeit en in ontwikkeling
blijft en zich telkens weer vernieuwt en herstelt.
4. Het ontstaan van aangeboren afwijkingen
4-1. Volgens de Chinese visie
In de TCM heerst de opvatting dat iedere vorm van ziekte gerelateerd is aan
een dysbalans in de Qi van het lichaam. Iedere dysbalans in stroming of aard
van de Qi in het meridiaansysteem manifesteert zich uiteindelijk als ziekte
in het fysieke lichaam, tenzij stappen ondernomen worden om de dysbalans
(liefst in een vroeg stadium) te corrigeren.
Aangezien de ancestrale energie de eerste energetische input in het embryo
is en de eerst beschikbare Qi, is dit ook een belangrijke bron voor het ontstaan
van aangeboren afwijkingen.
Tevens kunnen problemen ontstaan indien gedurende de zwangerschap de Qi van
de moeder ontoereikend is of als de natuurlijke flow van de maternale Qi verstoord
wordt door het gebruik van medicatie of een inadequaat dieet. Bovendien kunnen
heftige emoties gedurende de zwangerschap de ontwikkeling van de foetus negatief
beïnvloeden en niet alleen inwerken op het zang-fu systeem van de moeder
maar ook op dat van de foetus.
Ieder mens heeft één of meerdere organen die zwakker zijn. De
orgaanzwakte in de ouders kan versterkt worden door zowel interne als externe
factoren. Voorbeelden hiervan zijn voeding, klimaatfactoren en emoties. Deze
zwakte wordt via de ancestrale energie overgedragen van de ouders op het ongeboren
kind. Gedeeltelijk wordt de zwakte van de ene ouder soms gecompenseerd door
de input van de andere ouder. Soms is een zwakte zo uitgesproken dat die niet
gecompenseerd kan worden. Ook kan een zwakte door beide ouders overgedragen
worden en uit deze zich in versterkte vorm in het kind. Afhankelijk van welk
orgaan zwak is ontstaan de verschillende aangeboren ziekten of afwijkingen
in het kind.
Bijvoorbeeld een ancestrale zwakte van de milt kan via de ancestrale energie
worden overgedragen en zich uiten in diabetes mellitus type I. Zwakte van de
longenergie in de ouders kan bij het kind leiden tot een lage weerstand tegen
infecties, astma eczeem, maar in combinatie met een zwakke maag- en/of dikke
darm energie kan dit bijvoorbeeld ook leiden tot een oesophagusatresie dan
wel andere atresieën van het maagdarm kanaal.
Nierzwakte kan leiden tot storingen in de ontwikkeling van de hersenen en het
centraal zenuwstelsel, maar ook tot aangeboren nierpathologie in de westerse
zin. De chinese organen en de aan deze organen gerelateerde westerse organen
en weefsels vormen op deze manier een leidraad voor het analyseren van aangeboren
afwijkingen.
Welke afwijking ontstaat en de ernst van de afwijking is een resultante van
de volgende factoren:
·
de mate van zwakte van de ancestrale energie;
·
de mate waarin de flow van Qi door de foetus uit balans dan wel volledig geblokkeerd
is;
·
factoren die tijdens de zwangerschap inwerken op reeds aanwezige zwakten in
de ancestrale energie;
·
de duur van de zwangerschap (bij een premature geboorte zijn de eigen Qi-systemen
van het kind nog niet rijp en is het kind onvoldoende in staat om met behulp
van een onrijp long- en darmsysteem post-heaven Qi te gaan vormen).
Indien er een algehele basale zwakte van de ancestrale energie is leidt dit
soms niet tot specifieke orgaanzwakte, maar tot het ontsporen van de ontwikkeling
op een basaler niveau dan de organen. Dit zou dan al op het niveau van het
ontstaan van de wondermeridianen kunnen zijn. Mogelijk vormt dit een verklaring
voor zeer ernstig gehandicapte kinderen met multipele aangeboren afwijkingen
waarbij vrijwel alle organen zijn aangedaan. Ook kan dit leiden tot spontane
abortus of intra-uteriene vruchtdood als er onvoldoende energetische potentie
is om tot de formatie van een leefbaar fysiek lichaam te komen.
4-2. Volgens de Indiase visie
Binnen de Indiase visie is niet alleen een gebalanceerde flow van Qi door het
acupunctuur-meridiaan systeem cruciaal voor een goede gezondheid en de vorming
van een gezonde body-mind eenheid. Ook de andere subtiel energetische systemen
moeten hiervoor in balans zijn. Zoals eerder gezegd levert de flow van energie
door het chakra systeem een minstens zo belangrijk aandeel in de vorming
van een gezond lichaam. De energie die door dit systeem loopt wordt geen
Qi maar Prana genoemd. Dit is een ijlere vorm van spirituele energie dan
Qi. De 7 hoofd-chakra's absorberen Prana en distribueren dit naar de verschillende
organen en weefsels van het lichaam. Bovendien zijn de chakra’s de
opslagplaats voor karmische energie.
Een dysbalans in de flow van Prana door de chakra’s of een complete blokkade
leidt tot ziekte en malformaties. De belangrijkste oorzaak van verstoringen
in de chakra’s zijn emoties en spirituele waarnemingsfouten. Deze verstoringen
kunnen afkomstig zijn uit een huidig leven. Dit uit zich als ziekte in het
fysieke lichaam. Congenitale afwijkingen ontstaan doordat karmische invloeden
uit vorige levens de ontwikkeling beïnvloeden. Iemand die bijvoorbeeld
de belangrijke levenslessen van een bepaald chakra in één leven
niet allemaal heeft geleerd, zal deze onevenwichtige energieën meenemen
naar toekomstige levens. Tijdens de embryogenese worden de subtiel-energetische
lichamen, inclusief de etherische mallen, gevormd voordat het fysiek lichaam
zich ontwikkelt. De chakra’s die zich in het etherische lichaam van de
foetus ontwikkelen, worden beïnvloed door de energieën die uit vorige
levens van de incarnerende ziel zijn meegebracht. Als de chakra’s in
het foetale lichaam de zich ontwikkelende organen niet van de noodzakelijke
ondersteunende energieën voorzien, kunnen bepaalde celstructuren op fysiek
niveau onderontwikkeld blijven. Zo kan een ernstige stagnatie in het hartchakra
zich bij een pasgeborene presenteren als aangeboren hartafwijking. Karmische
blokkades kunnen zich ook presenteren als ontwikkelingsstoornissen tijdens
de jeugd.
4-3. Integratie van beide visies
De meridianen vormen zich in een zeer vroege fase van de embryonale ontwikkeling.
Mogelijk is dit omdat de meridianen een rol spelen bij het leggen van een
verbinding tussen de etherische energetische velden en het fysieke lichaam.
Aannemend dat de meridianen inderdaad deze verbinding vormen en aannemend
dat de meeste zo niet alle ziekten en malformaties beginnen op etherisch-energetisch
niveau, dan zou het logisch zijn dat de energetische voorboden van ziekte
in de energetische lagen geassocieerd zijn met Qi-verstoringen in de meridianen.
Dit ondersteunt de opvatting binnen de TCM dat iedere vorm van ziekte gerelateerd
is aan Qi dysbalans.
Tevens ondersteunt deze opvatting één van de idealen van de TCM,
namelijk dat het preventieve geneeskunde zou moeten zijn. Hierbij gaat men
ervan uit dat energetische Qi dysbalans te detecteren is als voorbode van ziekte
van het fysieke lichaam en dat men deze onevenwichtigheid zou moeten behandelen
vóór de ziekte zich wezenlijk openbaart in het fysieke lichaam.
5. Zielekeuze voor aangeboren afwijkingen
Uiteraard kan men zich afvragen, zeker redenerend vanuit de theorie van het
kosmisch bewustzijn en de theorie van karma, waarom een ziel ervoor kiest geboren
te worden in een lichaam met aangeboren afwijkingen en (soms zeer ernstige)
deformaties.
Sommigen denken dat dat deel van de ziel dat het ego vormt een lichaam uitzoekt
om zich te manifesteren en om via de orificia van de organen zichzelf te ervaren
alvorens weer terug te keren tot de ijle substantie van het kosmisch bewustzijn
en op te gaan in het geheel. Hierbij is één theorie dat het ego
zich zo graag wil manifesteren dat het geen geduld heeft om te wachten op een
gezond lichaam en er bewust voor kiest om te huizen in een imperfect lichaam.
Een andere theorie is, dat de ziel in het leerproces van de verschillende reïncarnaties
ervoor kiest om geboren te worden in een imperfect lichaam.
Men gaat ervan uit dat iedere positieve of negatieve evaring, maar vooral de
negatieve ervaringen, de ziel helpen om gevormd te worden zodat uiteindelijk
uit de ruwe diamant, die de ziel in zijn jongste vorm is, een perfect geslepen
diamant ontstaat die kan opgaan in de zuiverheid van het kosmisch universum.
Vanuit dit eeuwigheidsperspectief van de ziel en ons hogere zelf is het voorstelbaar
dat de ziel voor de geboorte een bewuste keuze maakt om te incarneren in een
lichaam met aangeboren afwijkingen of genetisch bepaalde afwijkingen. De overwinning
van ziekte en lichamelijk lijden in fysieke of spirituele zin kan een manier
zijn voor de ziel om transformaties door te maken die karmische vooruitgang
opleveren. Bovendien kan het zijn dat voor de geboorte afspraken tussen clusters
van zielen worden gemaakt om een bepaalde lijdensweg gezamenlijk door te maken
om op die manier gezamenlijk te groeien. Hierbij kan de ene ziel leren van
de andere bijvoorbeeld door ouder te zijn van een kind met ernstige congenitale
afwijkingen.
Uiteindelijk is de manier waarop het individu omgaat met traumatische ervaringen
in het fysieke leven bepalend voor de uiteindelijke verrijking van de ziel.
Een bewustzijn van onze spirituele of etherische lichamen plaatst op deze manier
het begrip ziekte en gezondheid in een breder perspectief. Het beperkt ziekte
en afwijkingen niet langer tot iets dat veroorzaakt wordt door een onvolledig
aangelegd onderdeel, een verkeerd gen of toxische invloeden van buitenaf. Hoewel
lichamelijke factoren een belangrijke rol spelen in ziekte en gezondheid worden
zij gemedieerd door energetische en spirituele factoren die door de westerse
geneeskunde nog maar nauwelijks worden erkend.
6. Implicaties voor therapeutisch handelen
De behandeling van aangeboren afwijkingen in de huidige westers medische setting
is overwegend chirurgisch in combinatie met allopathische medicatie. De bovenbeschreven
visies op het ontstaan van aangeboren afwijkingen suggereren echter ook andere
mogelijkheden voor behandeling die meer energetisch gericht zijn en basaler
inwerken.
Via de TCM kan men de patiënt behandelen met acupunctuur en kruiden. De
therapie is er in dat geval vaak niet op gericht om de afwijking te verhelpen
aangezien dit bij malformaties geen reële optie is. Wel is de therapie
gericht op comfort voor de patiënt. Dit betekent in TCM termen dat men
de energetische dysbalans in de Qi flow en de daaruit resulterende orgaandysfunctie
en meridiaanverstoringen zoveel mogelijk probeert te herstellen. Dit kan zowel
symptomatisch (takbehandeling) als meer basaal (wortelbehandeling). Men kan
hierbij denken aan behandelingen via de wondermeridianen maar ook via de orgaansystemen.
Ook psychopunctuur is in dit kader zeker het overwegen waard.
Minder invasief maar niet minder effectief zijn behandelmethoden als Tuina,
of andere vormen van energetische massage.
Op een dieper energetisch niveau zou men kunnen werken met auriculotherapie
en homeopathie om op die manier ook de ijlere energetische niveaus in de behandeling
te betrekken. In dit kader valt ook chakra-massage te overwegen.
Wanneer men de patiënt bewust wil en kan laten meewerken aan de behandeling
zijn er nog andere therapeutische opties. Tai Qi en Qi Gong zijn manieren om
de stroming van Qi gunstig te beïnvloeden zowel op het niveau van de organen
als de meridianen.
Meditatie is een techniek die zich meer op het niveau van de chakra’s
richt en op die manier ook weer een dieper energetisch effect heeft. Hierbij
kan men zich bewust worden van oorzakelijke factoren voor ziekte en lijden
en op die manier spirituele groei verkrijgen. Dit leidt vaak tot een verbetering
van de lichamelijke conditie.
Een hele andere invalshoek is de behandeling van congenitale afwijkingen vóór
de geboorte. Dit zou kunnen door energetische beïnvloeding van de foetus
via de moeder. Overwegingen hierover worden in het volgende hoofdstuk besproken.
7. Toekomstvisie
Idealiter zou het zo moeten zijn dat de oosterse energetische geneeskunde
en de westerse geneeskunde uiteindelijk een geïntegreerd geheel vormen.
Vooral omdat deze beide vormen van geneeskunst en -kunde in feite een continuüm
vormen.
Hiervoor is wetenschappelijk onderzoek naar energetische fenomenen nodig, zodat
deze ook op een voor de westers opgeleide mens zichtbare manier kunnen worden
aangetoond. Kirlian fotografie, waarmee men het etherisch lichaam en dus de
energetische velden van een plant kan aantonen is bijvoorbeeld een eerste stap
op deze weg.
Het is voorstelbaar dat een volgende stap de 'lichaams-Kirlianfotografie' is
waarbij het mogelijk moet zijn om bijvoorbeeld de energetische voorbodes van
ziektes in de energetische velden op te sporen en op het oorzakelijke energetische
vlak te behandelen voordat het fysieke lichaam ziek wordt.
Ook zouden dit soort scanmethoden toepast kunnen worden bij de antenatale diagnostiek
van aangeboren afwijkingen. Voor de ervaren acupuncturist is het mogelijk om
congenitale afwijkingen te diagnostiseren door middel van polsdiagnostiek bij
zwangeren. De westers georiënteerde arts zal echter een meer solide basis
nodig hebben voor dit soort energetische diagnostiek.
Indien antenataal afwijkingen gediagnostiseerd worden bij het ongeboren kind,
dan kan men zich voorstellen dat men de moeder hiervoor zou kunnen behandelen.
Met behulp van acupunctuur via het meridiaansysteem dan wel via beïnvloeden
van de hogere energetische velden via de ooracupunctuur en de homeopathie is
het Qi van de foetus wellicht zodanig te beïnvloeden dat de energetische
mal van de foetus gestimuleerd wordt om de malformaties te herstellen. Je zou
bijvoorbeeld bij gedeformeerde ledematen of bij atresieën van het maag-darmkanaal
de energetische velden zodanig kunnen beïnvloeden dat de cellen hierdoor
een nieuwe impuls krijgen om het ontbrekende lichaamsdeel alsnog te vormen.
Bovendien zijn er incidentele voorbeelden van met energetische geneeskunde
behandelde patiënten met genetisch afwijkingen, waarbij na een langdurige
en intensieve behandeling de ziekte genas en de afwijkende genetische code
niet meer aantoonbaar was. Wel kan men zich dan afvragen in welke mate men
interfereert met het karma van de ziel.
Wellicht is het zo dat door een gunstige beïnvloeding van de energetische
velden en het Qi veel van de secundaire effecten van aangeboren afwijkingen
vermeden kunnen worden. Zo zou het de lichamelijke en geestelijke weerstand
kunnen verbeteren waardoor de levensvreugde van het kind met aangeboren afwijkingen
verhoogd wordt. Dit maakt het makkelijker om karmische schulden in te lossen.
8. Conclusie
Congenitale afwijkingen zijn complexe afwijkingen die op verschillende energetische
niveaus kunnen ontstaan. Ancestrale energie speelt hierin een belangrijke rol,
maar ook karmische invloeden zijn van belang.
Zowel binnen de energetische laag van het Qi als binnen de ijlere invloedssferen
van bijvoorbeeld de chakra’s kunnen oorzaken gevonden worden voor het
ontsporen van wordingsprocessen. Dit maakt de therapeutische benadering van
patiënten met congenitale afwijkingen een complex probleem.
Wij kunnen uit het voorgaande concluderen dat de westerse benadering van deze
ziektebeelden vele therapeutische mogelijkheden laat liggen. Een behandeling
die niet alleen op het fysieke lichaam gericht is, maar ook op de verschillende
energetische lagen die verbonden zijn aan het fysieke lichaam zal waarschijnlijk
bijdragen aan de lichamelijke conditie van de patiënt maar ook aan het
emotionele en psychische functioneren. Zoals duidelijk moge zijn uit het voorgaande
zal de behandeling van al deze lagen uiteindelijk ten goede komen aan het functioneren
van het individu als energetisch geheel.
Een toenemende integratie van de oosterse en de westerse geneeskunde is het
toekomstperspectief waarnaar wij bij deze patiënten moeten streven.
9. Summary
Congenital malformations and ancestral energy
In the Netherlands approximately 5.000 children per year are born with severe
congenital malformations. As a pediatric intensivist I see these children
daily. This increased my interest in the causes of these malformations.
One can look at congenital malformations from different energetic perspectives.
I chose the TCM perspective and the perspective of the indian philosophy
In TCM conception starts with the blending of male and female sexual energies,
forming the pre-heaven essence or ancestral energy. This essence is the main
source of energy that nourishes the embryo until birth. After birth the child
starts forming his own Qi from air and food. This is called post-heaven Qi.
The combination of pre- and post-heaven Qi forms the basis of life energy.
The amount and strength of pre-heaven Qi is what determines the strength and
vitality of the physical body. It is, among other things, influenced by parental
health. If Essence is weak or damaged, the development of the embryo becomes
disturbed, leading to diseases or congenital malformations in the neonate.
The indian viewpoint is that each human being has a physical body and a number
of subtle-energy bodies that are connected to the cosmic universe. At conception
a soulpart of this cosmic energy incarnates into a physical body. The formation
of the body is influenced by the chakra’s. Ancestral energy but also
karmic influences determine the strength and health of the physical body.
Theories of the different energetic influences are discussed. These theories
form the basis for a wholistic view on the origin of congenital malformations
and for possible ways of treating these patients.
10. Literatuuroverzicht
1. Eisenberg D. et.al.; Unconventional medicine in the United States; New
England Journal of Medicine; 1993:328, p246-252
2. Flaws, B.; Turtle tail and other tender mercies, traditional chinese pediatrics;
1985
3. Gelder, van A.F.; Auriculomedicinae, strategieën in de ooracupunctuur,
deel 3; 1992
4. Gerber, R.; Handboek energetische geneeskunde; 1997
5. Gerber, R.; Vibrational Medicine for the 21st century; 2000
6. Hilarion; Body signs; 1982
7. Hodson, G.; The miracle of birth: a clairvoyant study of a human embryo;
1981
8. Kaptchuk, T.; The web that has no weaver; 1992
9. Karagulla, S.; Gelder Kunz, .van D.; The chakras and the human energy field;
1989
10. Matsumoto, K. & Birch, S.; Extraordinary Vessels; 1986
11. Maciocia, G.; The foundations of chinese medicine; 1989 (reprint 1996)
12. Maciocia, G.; The practice of chinese medicine; 1994 (reprint 1998)
13. Molen, van der C; Acupunctuur, leer en handboek van de praktische acupunctuur;
1990
14. Motoyama, H.; Chakra;s en hoger bewustzijn; 1986
15. Myss, C.; Anatomy of the spirit; 1996
16. Nei Tsjing-Ling Tsju Tsjing; leerboek van de gele keizer Hoang-ti over
de klassieke Chinese acupunctuur; naar C. Schnorrenberger en Tsjang Tsjin-Lien,
1988
17. Ross, J.;.Zang Fu, The organ systems of traditional Chinese Medicine; 1994
Stellingen behorende bij de scriptie
Congenitale afwijkingen, ancestrale energie en andere energetische invloeden
1. Congenitale afwijkingen hangen samen met de energetische status van de ouders ten tijde van de conceptie.
2. Het karma van kinderen met congenitale afwijkingen wordt aangetrokken door verstoorde Qi patronen in de ancestrale energie.
3. Acupunctuur is in staat het mentale, emotionele en fysieke lichaam op één lijn te brengen waardoor het toegankelijk wordt voor doorstroming met zuivere kosmische energie.
4. Acupunctuurpunten uit de traditionele chinese geneeskunde komen overeen met nevenchakra’s in de ayurvedische filosofie.
5. Acupunctuur gericht op een spiritueel energetisch niveau brengt bij kinderen met congenitale afwijkingen wellicht meer verlichting dan acupunctuur gericht op het fysieke niveau.
6. Wondermeridianen verdienen hun naam doordat zij een buitengewone kracht manifesteren zowel tijdens de humane embryogenese als voor het behandelen van blokkades in het lichaam na de geboorte. Zij vormen een wonderbaarlijk complex van energetische banen die de verbinding leggen tussen de subtiel energetische velden en het fysieke lichaam.
7. De chakra’s regisseren ontwikkelingsstadia zowel prenataal als antenataal.
Prenataal begint deze met het kruinchakra waar gedurende de gehele zwangerschap
lichtenergie doorheen stroomt. Nadat de voorhoofds-, keel-, hart-, zonnevlecht-
en sacrale chakra’s ontstaan zijn, ontwikkelt zich tegen het einde van
de zwangerschap het wortelchakra. Het embryo wordt hiermee met de aarde verbonden
en is dan zover om in onze atmosfeer binnen te treden.
Postpartum sturen de chakra’s de 7-jaars cyclus van de ontwikkeling waarmee
ook nog een verbinding met de TCM ontstaat.
8. In utero interventie in de energetische patronen zou congenitale afwijkingen kunnen beïnvloeden.
9. Het schrijven van een scriptie vertoont energetische patronen vergelijkbaar
met die van de embryogenese.