|
|
Acupunctuur
bij
hyperemesis gravidarum
Djoeke Beekman
Amsterdam 2004
Samenvatting
Hyperemesis gravidarum is een vorm van
zwangerschapsbraken in het eerste trimester van de zwangerschap
die dusdanig langdurig en ernstig is dat patiënten
in ziekenhuizen opgenomen moeten worden. Er bestaan verschillende
theorien naar de mogelijke oorzaak, maar hoe hyperemesis
werkelijk onstaat is niet duidelijk. Ook de therapie mogelijkheden
zijn beperkt, gezien het feit dat moeders in deze periode
niet graag medicatie sliken.
In de oosterse visie wordt zwangerschapsbraken
door verschillende factoren veroorzaakt. Ten eerste door
de groei van de feotus, waardoor de vrije loop van de Qi
bellemerd wordt. Ten tweede door de acumulatie van Bloed
in de Chong Mai, waardoor deze zijn regulerende werking
op de Maag-Qi verliest en deze, indien in zwakke toestand,
makkelijk kan gaan rebelleren. Daarnaast spelen emoties,
en de energetische kwaliteit van Nieren, Milt en Lever
een bellangrijke rol bij het ontstaan van een rebelleerde
Maag-Qi. De belangrijkste beelde die gezien worden zijn
Maag/Milt-Qi deficiëntie, Maag-Yin
deficiëntie of een invasie van de Lever op de Maag.
Zij kunnen allen anders behandeld worden, maar het belangrijkste
is de Maag weer in harmonie te krijgen. Hiervoor kunnen P6,
Ma36, Ma34, Mi4, Bla17, Bla20 en RM12 een belangrijke rol
spelen.
Segmentaal kunnen organen via directe
stimulatie van hun segment beinloed worden. De sympaticus
wordt in de zijhoorn van het ruggemerg C8-L2 gevormd. Doordat
vanuit deze segmenten alle segmenten beïnvloedt worden, hebben sympatische
vezels van de segmenten C2-C7 en L3-S5 nauwe realties met
de segmenten waar zij in de zijhoorn gevormd worden. Op
deze wijze kunnen organen op afstand beïnvloed worden.
Afhankelijk of je het dermatoom, het myotoom of het sclerotoom
van een acupunctuurpunt aanprikt is het dan ook mogelijk
om verschillende viscerotomen te beïnvloeden die door
andere segmenten geinnerveerd worden.
Door koppeling van de oosterse functies van de acupunctuur
punten en hun segmentale indeling, is het mogelijk te onderzoeken
of een punt nu door ligging een sterkere functie heeft of
door functies die in het oosten hen toegedischt zijn. Hieruit
kunnen verschillende onderzoeken opgesteld worden.
Voorwoord
Tijdens mijn stage Gynaecologie en verloskunde
is er heel enthausiast gereageerd op de mogelijke toepassing
van acupunctuur bij hyperemesis gravidarum. Het leek me
dan ook interessant om een onderzoeksvoorstel voor hen
te maken. Er zijn echter legio puntmogelijkheden die kunnen
helpen tegen braken. Met deze scriptie wil ik de therapie
op hyperemesis gravidarum vanuit verschillende hoeken belichten.
Eerst zal beschreven worden wat hyperemesis gravidarum
is. Om de acupuncturistische aanpak beter te begrijpen
zal ik eerst in het kort de Chinese visie bij hyperemesis
gravidarum belichten. Hierna wil ik de therapie vanuit
de segmentale acupunctuur beschrijven. Vervolgens zullen
de meest geprikte punten bij hypermesis gravidarum beschreven
worden, waarna een idee gevormd zal worden, welke punt
(combinaties) interessant zijn om via wetenschappelijk
onderzoek verder onderzocht te worden. Met deze verschillende
theorieën kan getracht worden een
brug te vormen tussen de westerse en oosterse visie op geneeskunde.
Bij de opzet van het onderzoek in deze scriptie worden de
volgende vragen uitgewerkt:
1. Geeft acupunctuur verlichting
/ verbetering bij hyperemesis gravidarum?
2. Welke punten zijn het meest
relevant om te prikken?
3. Welke punt combinaties zijn
interessant om onderzocht te worden?
Nast deze vragen zijn er een aantal stellingen waarover
na het leze van deze scriptie gediscuscieerd kan worden.
De segmentale indeling van de acupunctuurpunten heeft meer
relevantie bij de therapie dan de oosterse functies die deze
punten toegedischt zijn.
Distantpunten hebben een bredere werking dan locale punten.
Psychotherapie is even goed als acupunctuur.
Hyperemsis is een westers probleem.
Djoeke Beekman
Amsterdam, 2004
Samenvatting.. 2
Voorwoord.. 3
Inhoudsopgave.. 4
Hoofdstuk 1. Hyperemesis gravidarum... 5
1.1
Inleiding. 5
1.2
Etiologie. 5
1.3
Therapeutische mogelijkheden. 5
Hoofdstuk 2: Acupunctuur. 6
2.1
Inleiding. 6
2.2
De Uterus. 7
2.3
Hyperemesis gravidarum.. 7
2.3
Diagnose en therapie. 8
Hoofdstuk 3. Segmentale acupunctuur. 9
3.1
Inleiding. 9
3.2
Segmentale acupunctuur 9
Hoofdstuk 4. Puntbeschrijving.. 11
4.1
Inleiding. 11
4.2
Het P-6 punt 11
4.3
Het Ma-36 punt 11
4.4
P-6 samen met Ma-34. 12
4.5
P-6 links en Milt-4 rechts. 12
4.6
RM-12. 12
4.7
Bla-17 en Bla-20 punten. 12
Hoofdstuk 5. Conclusie.. 14
5.1
Inleiding. 14
5.2.1
Oosterse visie. 14
5.2.2
Segmentale visie. 14
5.3
Onderzoeksmogelijkheden. 15
Hoofdstuk 6. Bibliografie.. 16
Literatuurlijst 16
Tabellenlijst: 16
Figurenlijst: 16
|
1. Inleiding
In Nederland worden jaarlijks ± 5.000 kinderen geboren
met ernstige aangeboren afwijkingen waarvoor vaak chirurgische
interventie nodig is. Deze afwijkingen vormen een belangrijke doodsoorzaak
bij kinderen jonger dan 1 jaar. Ten gevolge van vroege detectie
en verbetering van chirurgische interventie en peri-operatieve
zorg overlijdt nog slechts ± 10 % van deze kinderen. Hierdoor
is er een duidelijke toename van morbiditeit en hiermee ook een
toenemende belangstelling voor de morbiditeit op korte en middellange
termijn. Het zwaartepunt van de morbiditeit is gelegen in het eerste
levensjaar, maar restverschijnselen kunnen tot op volwassen leeftijd
aanwezig zijn.
Als kinderarts op een chirurgische intensive care in een kinderziekenhuis
zie ik dagelijks kinderen met, vaak meervoudige, aangeboren afwijkingen.
Zoals het een academisch ziekenhuis betaamt worden de afwijkingen
op fysiek niveau 'gerepareerd' en herstellen deze kinderen in meer
of mindere mate, waarbij een groot deel zoals gezegd restverschijnselen
houdt waarvoor de westerse geneeskunde vaak geen afdoende oplossing
biedt.
Naarmate ik verder kwam in de opleiding tot acupuncturist groeide
de behoefte om ook op de oosterse manier naar dit soort afwijkingen
te kijken. De voor mij hierin belangrijke aspecten waren zowel
een verklaringsmodel voor het ontstaan van deze afwijkingen als
eventuele therapeutische opties.
Dit heeft de grondslag gelegd voor deze scriptie.
2. Bronnenonderzoek
Bij onderzoek in de literatuur, zeker in de klassieke Chinese
literatuur was het moeilijk om gegevens te vinden over het ontstaan
van aangeboren afwijkingen en de behandeling hiervan binnen de
Traditional Chinese Medicine (TCM). Alleen zeer sporadische verwijzingen
deden vermoeden dat er ook in het verleden al aangeboren afwijkingen
voorkwamen. De verklaring hiervoor moet waarschijnlijk gezocht
worden in de ontstaansgeschiedenis van het gebruik van TCM en acupunctuur.
Acupunctuur is ontstaan uit de taoïstische cultuur. In de
oudheid werd acupunctuur vooral gebruikt om de heersende klasse
en in het bijzonder de keizerlijke en adellijke families te behandelen
en met name om te voorkómen dat zij ziek werden. Kinderen
met ernstige aangeboren afwijkingen pasten niet binnen het verheven
beeld dat men de wereld wilde presenteren van de heersende klasse.
Hoewel hierover vrijwel niets gedocumenteerd is leidde dit er waarschijnlijk
toe dat deze kinderen vaak direct na de geboorte spontaan overleden
dan wel gedood werden. Uiteraard was een groot aantal aangeboren
afwijkingen met de toenmalige geneeskunde ook volstrekt onbehandelbaar.
Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld atresieën van het maag-darmkanaal
zoals de oesophagusatresie, de dundarmatresie en de anusatresie.
Afwijkingen als bijvoorbeeld een lipspleet vormden, als men het
kind wel kon voeden, vooral esthetisch een probleem, evenals deformiteiten
van de extremiteiten, wat binnen de hogere klassen onacceptabel
geacht werd. Behandeling van deze afwijkingen vormde dan ook nooit
onderdeel van de oorspronkelijke leer.
Pas in later tijden verschenen er binnen de oosterse literatuur
meer gegevens over ontstaan en behandeling van aangeboren afwijkingen,
hoewel ook in de klassieke literatuur wel verwijzingen zijn te
vinden over het ontstaan van aangeboren afwijkingen in de ruimste
zin des woords.
Niet alleen de Chinese geneeskunde maar ook bijvoorbeeld de Indiase
geneeskunde heeft theorieën over de energetische achtergronden
van aangeboren afwijkingen. Daarom is het zinnig eerst een overzicht
te geven van de energetische aspecten van de menselijke voortplanting
en de energetische aspecten van het ontstaan van aangeboren afwijkingen.
3. Energetisch perspectief
3-1. Overzicht
Ieder levend wezen wordt voortdurend doorstroomd door een puur
kosmisch bewustzijn. Het individu staat op deze manier in continu
contact met het universum. In het lichaam wordt dit bewustzijn
getransformeerd in energie en materie volgens de onderstaande
4-deling (figuur 1) afdalend van ijl naar stoffelijk. Tijdens
de conceptie, na het samengaan van de vrouwelijke en mannelijke
energie vormt zich een nieuwe energetische eenheid die zich afsplitst
van de kosmische energie. Hieruit ontwikkelt zich tijdens de
zwangerschap een nieuw individu. Onderstaand schema laat zien
dat het puur stoffelijke lichaam ontstaat, de body-mind eenheid.
Energetisch gezien wordt hierop invloed uitgeoefend door de fysieke
regelkringen zoals de endocriene en immunologische systemen.
Hierboven is het energetisch niveau, waarin het acupunctuur-meridiaansysteem
opereert en daarboven is het bewustzijnsniveau wat binnen de
Indiase filosofie gezien wordt als het invloedsgebied van de
chakra's. In sommige filosofieën wordt dit systeem gezien
als het fysieke lichaam met daaromheen de verschillende 'etherische
lichamen'. Onze ziel, of dat wat ons persoonlijk deel van het
kosmisch bewustzijn is, drukt zich uit door middel van het fysieke
lichaam en wordt beïnvloed en gevormd door de subtiele energieën
van de verschillende etherische lagen.
Figuur 1

3-2. De Chinese visie
Volgens de TCM is de conceptie een samengaan van de vrouwelijke
en mannelijke seksuele energie, die leidt tot de vorming van
Jing, de zogenaamde 'pre-heaven Qi', of ancestrale energie. In
utero is het kind via de navelstreng verbonden met het universum
en de ontwikkeling wordt aangedreven door het actieve of yang
aspect van Jing, de Hsien Tien Zhi Qi oftewel de Yuan Qi. De
fysieke constitutie van het kind wordt dus in de baarmoeder gecreëerd
uit de ancestrale energie. Deze energie voedt het embryo en de
foetus gedurende de zwangerschap, maar heeft geen onafhankelijke
fysiologische activiteit. Samen met voedingsstoffen, zuurstof
en andere subtiele levensenergieën toegevoerd via de navelstreng
vormt zij de bron van de foetale ontwikkeling en ondersteunt
voor en na de geboorte het algemeen functioneren van het lichaam.
De mogelijkheid om andere typen vitale energie te vormen begint
pas nadat de foetus zijn eerste ademteug genomen heeft. Hiermee
wordt de foetus kind en daarmee een individu. Met behulp van de
pre-heaven Qi is dit individu in staat om te ademen en hiermee
ademenergie, de Ba Qi, te vormen via de long en om uit voeding
via de maag en milt voedselenergie, Gu Qi, te vormen. Op deze wijze
vormt het individu zelf het yin aspect van Jing oftewel de post-heaven
Qi of postnatale Jing.
De pre-heaven Qi vormt op deze wijze de oorsprong van het lichaam
en het individuele leven. Het samensmelten van de vrouwelijke en
mannelijke seksuele energie vormt dus de ancestrale energie die
ten grondslag ligt aan de vorming van het lichaam, zelfs vóór
de verdeling in yin en yang. Hiermee vormt het de onvervangbare
basis van het individuele leven. Het bepaalt de constitutionele
kracht en de vitaliteit van het individu, evenals de weerstand
tegen uitwendige factoren zoals infecties en andere externe pathogenen.
In westerse termen zou men dit kunnen zien als de genetische code
voor het erfelijk materiaal.
Aangezien pre-heaven Qi van de ouders verkregen wordt ten tijde
van de conceptie, is het onvervangbaar en kan niet aangevuld worden.
Wel zijn er methoden en technieken om deze energie positief te
beïnvloeden en op die manier te sparen.
Post-heaven Qi daarentegen kan worden aangevuld met behulp van
de Gu Qi in combinatie met de Ba Qi.
De kwaliteit van de pre-heaven Qi wordt bepaald door verschillende
factoren:
·
De gezondheid van de ouders vóór de conceptie;
· De kwaliteit van het Jing van de ouders ten tijde van de conceptie;
·
Omstandigheden gedurende de zwangerschap die de lichamelijke of
psychische conditie van de moeder beïnvloeden;
· De duur van de zwangerschap.
Zowel de yang als de yin vorm van Jing, dat wil zeggen, zowel
de prenatale als de postnatale Jing worden opgeslagen in de nier.
Jing activeert processen van verwarming, activeren, transformatie
en beweging in het lichaam en controleert groei, ontwikkeling en
reproductie (pre-heaven of yang aspect). Het vormt tevens de materiele
basis voor deze functies (post-heaven of yin aspect). Hiermee is
duidelijk dat de twee aspecten complementair zijn en niet los van
elkaar bestaan.
Energetisch gezien is de nier de opslagplaats van pre-heaven Qi.
Het circuleert voornamelijk door het lichaam via de wondermeridianen
die zowel energie kunnen absorberen van de hoofdmeridianen als
hieraan energie kunnen afgeven indien nodig, bijvoorbeeld bij shock
of langdurige inspanning. Op deze manier dragen de wondermeridianen
bij aan de integratie van pre-heaven en post-heaven Qi.
Volgens de Nan Ching (of de 'Classic of Medical
Difficulties') en de taoïstische geschriften ontstaan vroeg
in de energetische ontwikkeling van het menselijk lichaam de
wondermeridianen.
Li Shi Zhen ontwikkelde hierover de volgende theorie:
De eerste celdeling van de bevruchte eicel produceert de Ren Mai
en de Du Mai. Zij verdelen het lichaam in een rechter en een
linker helft. Van hier uit ontwikkelt zich centraal de Chong
Mai. De tweede celdeling produceert de Dai Mai. Deze verdeelt
het lichaam in een onder- en een bovenkant. Vervolgens verdelen
de Yin en Yang Wei Mai het lichaam in een voor- en achterzijde
zodat een achtdeling van het lichaam ontstaat. Ervan uitgaande
dat deze wondermeridianen aan de basis liggen van de ontwikkeling
van het menselijk lichaam, kan men zich voorstellen dat de wondermeridianen
de verdere ontwikkeling van organen en meridianen beïnvloeden
op een basaal energetisch niveau. Dit basale energetische veld
beïnvloedt zijn directe omgeving zodanig dat meridianen
en organen ontstaan in een proces waarin materie zich geleidelijk
ontwikkelt vanuit een puur energetisch beginsel.
Een andere theorie is dat op het moment van de conceptie er uit
het versmelten van de mannelijke en vrouwelijke energie een nieuwe
energetische eenheid ontstaat die al snel splitst in een yin en
een yang fase. Deze ontwikkelen zich ieder apart volgens onderstaand
schema (Nan Ching):
Figuur 2

Een grote hoeveelheid Jing in de nier zorgt
voor een sterke fysieke constitutie, een sterke wil en aangeboren
doelgerichtheid. Een
deficiënte hoeveelheid Jing in de nier veroorzaakt angst,
onzekerheid en paranoia, maar kan ook, indien dit al gedurende
het foetale leven een belangrijke rol speelt, ontwikkelingsstoornissen
geven en op die manier aangeboren zwakheden, ziekten en malformaties
veroorzaken (Nei Ching).
In hoofdstuk 4 zal hier verder op ingegaan worden.
3-3. De Indiase visie
Binnen de Indiase filosofie over energetische processen ontstond
al eeuwen geleden de theorie van de chakra’s. Chakra’s
vertegenwoordigen gespecialiseerde energiecentra in het lichaam
waar levensenergie vanuit het kosmisch bewustzijn (zie ook figuur
1) wordt geabsorbeerd en gedistribueerd naar de verschillende
cellen, organen en weefsels in het lichaam.
De flow van deze subtiele spirituele energie wordt sterk beïnvloed
door onze persoonlijkheidsstructuur en emoties, evenals door onze
spirituele ontwikkeling.
Volgens deze filosofie zijn er 7 hoofd-chakra’s in ons lichaam
aanwezig die ieder voor zich een directe verbinding hebben met
een bepaalde regio van het lichaam en met specifieke endocriene
systemen en zenuwbanen. Hiernaast zijn er nog een aantal nevenchakra's.
De chakra’s liggen boven elkaar en beïnvloeden elkaar
onderling.
Medisch-energetisch gezien worden de chakra’s beschouwd als
processoren van emotionele en spirituele energie. Men veronderstelt
dat elk chakra met zijn geassocieerde zenuwcentra en klieren de
verschillende emotionele gebeurtenissen en trauma’s die wij
op ons levenspad tegenkomen op een of andere manier verwerkt en
als herinnering opslaat. Dit vormt mogelijk een verklaring voor
het feit dat bepaalde soorten stress en emoties specifieke lichamelijke
problemen lijken op te leveren. Ieder chakra is geassocieerd met
een bepaald soort emotie en spirituele gesteldheid. Als een mens
chronische problemen heeft met één specifieke emotie
of een spiritueel onderwerp dat met één van de chakra’s
geassocieerd is, dan resulteert dit in een verkramping van de energieflow
naar die lichaamsdelen die geassocieerd zijn met dat chakra. Dit
kan zich ter plaatse uiten in 'ongemak', pijn of ziekte.
Na de conceptie ontstaat, zoals reeds eerder
gezegd, een nieuwe energetische eenheid die het nieuwe individu
gaat vormen. Gedurende
de foetale ontwikkeling in de normale zwangerschap vormen de energievelden
van het etherisch lichaam een mal van energetische informatie,
die voor de lichaamscellen als leidraad of gids dient voor de groei
en ontwikkeling. Hierbij ontstaan eerst de hogere energetische
centra zoals de chakra’s en pas daarna ontwikkelt zich op
geleide hiervan het fysieke lichaam van de foetus. In samenspraak
met de van de ouders verkregen genetische informatie worden de
foetale cellen op deze manier door de energetische mal naar de
juiste locatie in het fysieke lichaam geleid om uiteindelijk hun
definitieve bestemming te vinden leidend tot een volgroeide baby.
Dit zou mogelijk de verklaring kunnen vormen voor de tot nu toe
in de westerse geneeskunde onopgeloste vraag hoe de embryonale
cellen tijdens de ontwikkeling hun uiteindelijke bestemming vinden.
Hoewel de moleculaire biologie wel heeft geanalyseerd hoe onze
genetische code de primitieve foetale cellen instrueert om zich
te ontwikkelen tot zenuwcellen, spierweefsel of bot is er tot nu
toe geen goede verklaring hoe elke cel op de 'correcte' locatie
in het lichaam terechtkomt. Dit model van de energetische mal zou
de 'missing link' kunnen zijn tussen het versmelten van een eicel
met een zaadcel uiteindelijk en de magische transformatie tot menselijk
lichaam.
Ook postpartum vormen de energetische velden een onzichtbare mal
voor de lichaamscellen. Zij zorgen ervoor dat de biochemische processen
en elektrische cellulaire informatiesystemen het lichaam continu
opnieuw kunnen vormen zodat het groeit en in ontwikkeling blijft
en zich telkens weer vernieuwt en herstelt.
4. Het ontstaan van aangeboren afwijkingen
4-1. Volgens de Chinese visie
In de TCM heerst de opvatting dat iedere vorm van ziekte gerelateerd
is aan een dysbalans in de Qi van het lichaam. Iedere dysbalans
in stroming of aard van de Qi in het meridiaansysteem manifesteert
zich uiteindelijk als ziekte in het fysieke lichaam, tenzij stappen
ondernomen worden om de dysbalans (liefst in een vroeg stadium)
te corrigeren.
Aangezien de ancestrale energie de eerste energetische input in
het embryo is en de eerst beschikbare Qi, is dit ook een belangrijke
bron voor het ontstaan van aangeboren afwijkingen.
Tevens kunnen problemen ontstaan indien gedurende de zwangerschap
de Qi van de moeder ontoereikend is of als de natuurlijke flow
van de maternale Qi verstoord wordt door het gebruik van medicatie
of een inadequaat dieet. Bovendien kunnen heftige emoties gedurende
de zwangerschap de ontwikkeling van de foetus negatief beïnvloeden
en niet alleen inwerken op het zang-fu systeem van de moeder maar
ook op dat van de foetus.
Ieder mens heeft één of meerdere organen die zwakker
zijn. De orgaanzwakte in de ouders kan versterkt worden door zowel
interne als externe factoren. Voorbeelden hiervan zijn voeding,
klimaatfactoren en emoties. Deze zwakte wordt via de ancestrale
energie overgedragen van de ouders op het ongeboren kind. Gedeeltelijk
wordt de zwakte van de ene ouder soms gecompenseerd door de input
van de andere ouder. Soms is een zwakte zo uitgesproken dat die
niet gecompenseerd kan worden. Ook kan een zwakte door beide ouders
overgedragen worden en uit deze zich in versterkte vorm in het
kind. Afhankelijk van welk orgaan zwak is ontstaan de verschillende
aangeboren ziekten of afwijkingen in het kind.
Bijvoorbeeld een ancestrale zwakte van de milt kan via de ancestrale
energie worden overgedragen en zich uiten in diabetes mellitus
type I. Zwakte van de longenergie in de ouders kan bij het kind
leiden tot een lage weerstand tegen infecties, astma eczeem, maar
in combinatie met een zwakke maag- en/of dikke darm energie kan
dit bijvoorbeeld ook leiden tot een oesophagusatresie dan wel andere
atresieën van het maagdarm kanaal.
Nierzwakte kan leiden tot storingen in de ontwikkeling van de hersenen
en het centraal zenuwstelsel, maar ook tot aangeboren nierpathologie
in de westerse zin. De chinese organen en de aan deze organen gerelateerde
westerse organen en weefsels vormen op deze manier een leidraad
voor het analyseren van aangeboren afwijkingen.
Welke afwijking ontstaat en de ernst van de afwijking is een resultante
van de volgende factoren:
· de mate van zwakte van de ancestrale energie;
· de mate waarin de flow van Qi door de foetus uit balans dan wel
volledig geblokkeerd is;
· factoren die tijdens de zwangerschap inwerken op reeds aanwezige
zwakten in de ancestrale energie;
· de duur van de zwangerschap (bij een premature geboorte zijn de
eigen Qi-systemen van het kind nog niet rijp en is het kind onvoldoende
in staat om met behulp van een onrijp long- en darmsysteem post-heaven
Qi te gaan vormen).
Indien er een algehele basale zwakte van de ancestrale energie
is leidt dit soms niet tot specifieke orgaanzwakte, maar tot het
ontsporen van de ontwikkeling op een basaler niveau dan de organen.
Dit zou dan al op het niveau van het ontstaan van de wondermeridianen
kunnen zijn. Mogelijk vormt dit een verklaring voor zeer ernstig
gehandicapte kinderen met multipele aangeboren afwijkingen waarbij
vrijwel alle organen zijn aangedaan. Ook kan dit leiden tot spontane
abortus of intra-uteriene vruchtdood als er onvoldoende energetische
potentie is om tot de formatie van een leefbaar fysiek lichaam
te komen.
4-2. Volgens de Indiase visie
Binnen de Indiase visie is niet alleen een gebalanceerde flow van
Qi door het acupunctuur-meridiaan systeem cruciaal voor een goede
gezondheid en de vorming van een gezonde body-mind eenheid. Ook
de andere subtiel energetische systemen moeten hiervoor in balans
zijn. Zoals eerder gezegd levert de flow van energie door het
chakra systeem een minstens zo belangrijk aandeel in de vorming
van een gezond lichaam. De energie die door dit systeem loopt
wordt geen Qi maar Prana genoemd. Dit is een ijlere vorm van
spirituele energie dan Qi. De 7 hoofd-chakra's absorberen Prana
en distribueren dit naar de verschillende organen en weefsels
van het lichaam. Bovendien zijn de chakra’s de opslagplaats
voor karmische energie.
Een dysbalans in de flow van Prana door de chakra’s of een
complete blokkade leidt tot ziekte en malformaties. De belangrijkste
oorzaak van verstoringen in de chakra’s zijn emoties en spirituele
waarnemingsfouten. Deze verstoringen kunnen afkomstig zijn uit
een huidig leven. Dit uit zich als ziekte in het fysieke lichaam.
Congenitale afwijkingen ontstaan doordat karmische invloeden uit
vorige levens de ontwikkeling beïnvloeden. Iemand die bijvoorbeeld
de belangrijke levenslessen van een bepaald chakra in één
leven niet allemaal heeft geleerd, zal deze onevenwichtige energieën
meenemen naar toekomstige levens. Tijdens de embryogenese worden
de subtiel-energetische lichamen, inclusief de etherische mallen,
gevormd voordat het fysiek lichaam zich ontwikkelt. De chakra’s
die zich in het etherische lichaam van de foetus ontwikkelen, worden
beïnvloed door de energieën die uit vorige levens van
de incarnerende ziel zijn meegebracht. Als de chakra’s in
het foetale lichaam de zich ontwikkelende organen niet van de noodzakelijke
ondersteunende energieën voorzien, kunnen bepaalde celstructuren
op fysiek niveau onderontwikkeld blijven. Zo kan een ernstige stagnatie
in het hartchakra zich bij een pasgeborene presenteren als aangeboren
hartafwijking. Karmische blokkades kunnen zich ook presenteren
als ontwikkelingsstoornissen tijdens de jeugd.
4-3. Integratie van beide visies
De meridianen vormen zich in een zeer vroege fase van de embryonale
ontwikkeling. Mogelijk is dit omdat de meridianen een rol spelen
bij het leggen van een verbinding tussen de etherische energetische
velden en het fysieke lichaam. Aannemend dat de meridianen inderdaad
deze verbinding vormen en aannemend dat de meeste zo niet alle
ziekten en malformaties beginnen op etherisch-energetisch niveau,
dan zou het logisch zijn dat de energetische voorboden van ziekte
in de energetische lagen geassocieerd zijn met Qi-verstoringen
in de meridianen. Dit ondersteunt de opvatting binnen de TCM
dat iedere vorm van ziekte gerelateerd is aan Qi dysbalans.
Tevens ondersteunt deze opvatting één van de idealen
van de TCM, namelijk dat het preventieve geneeskunde zou moeten
zijn. Hierbij gaat men ervan uit dat energetische Qi dysbalans
te detecteren is als voorbode van ziekte van het fysieke lichaam
en dat men deze onevenwichtigheid zou moeten behandelen vóór
de ziekte zich wezenlijk openbaart in het fysieke lichaam.
5. Zielekeuze voor aangeboren afwijkingen
Uiteraard kan men zich afvragen, zeker redenerend vanuit de theorie
van het kosmisch bewustzijn en de theorie van karma, waarom een
ziel ervoor kiest geboren te worden in een lichaam met aangeboren
afwijkingen en (soms zeer ernstige) deformaties.
Sommigen denken dat dat deel van de ziel dat het ego vormt een
lichaam uitzoekt om zich te manifesteren en om via de orificia
van de organen zichzelf te ervaren alvorens weer terug te keren
tot de ijle substantie van het kosmisch bewustzijn en op te gaan
in het geheel. Hierbij is één theorie dat het ego
zich zo graag wil manifesteren dat het geen geduld heeft om te
wachten op een gezond lichaam en er bewust voor kiest om te huizen
in een imperfect lichaam.
Een andere theorie is, dat de ziel in het leerproces van de verschillende
reïncarnaties ervoor kiest om geboren te worden in een imperfect
lichaam.
Men gaat ervan uit dat iedere positieve of negatieve evaring, maar
vooral de negatieve ervaringen, de ziel helpen om gevormd te worden
zodat uiteindelijk uit de ruwe diamant, die de ziel in zijn jongste
vorm is, een perfect geslepen diamant ontstaat die kan opgaan in
de zuiverheid van het kosmisch universum.
Vanuit dit eeuwigheidsperspectief van de ziel en ons hogere zelf
is het voorstelbaar dat de ziel voor de geboorte een bewuste keuze
maakt om te incarneren in een lichaam met aangeboren afwijkingen
of genetisch bepaalde afwijkingen. De overwinning van ziekte en
lichamelijk lijden in fysieke of spirituele zin kan een manier
zijn voor de ziel om transformaties door te maken die karmische
vooruitgang opleveren. Bovendien kan het zijn dat voor de geboorte
afspraken tussen clusters van zielen worden gemaakt om een bepaalde
lijdensweg gezamenlijk door te maken om op die manier gezamenlijk
te groeien. Hierbij kan de ene ziel leren van de andere bijvoorbeeld
door ouder te zijn van een kind met ernstige congenitale afwijkingen.
Uiteindelijk is de manier waarop het individu omgaat met traumatische
ervaringen in het fysieke leven bepalend voor de uiteindelijke
verrijking van de ziel.
Een bewustzijn van onze spirituele of etherische lichamen plaatst
op deze manier het begrip ziekte en gezondheid in een breder perspectief.
Het beperkt ziekte en afwijkingen niet langer tot iets dat veroorzaakt
wordt door een onvolledig aangelegd onderdeel, een verkeerd gen
of toxische invloeden van buitenaf. Hoewel lichamelijke factoren
een belangrijke rol spelen in ziekte en gezondheid worden zij gemedieerd
door energetische en spirituele factoren die door de westerse geneeskunde
nog maar nauwelijks worden erkend.
6. Implicaties voor therapeutisch handelen
De behandeling van aangeboren afwijkingen in de huidige westers
medische setting is overwegend chirurgisch in combinatie met allopathische
medicatie. De bovenbeschreven visies op het ontstaan van aangeboren
afwijkingen suggereren echter ook andere mogelijkheden voor behandeling
die meer energetisch gericht zijn en basaler inwerken.
Via de TCM kan men de patiënt behandelen met acupunctuur en
kruiden. De therapie is er in dat geval vaak niet op gericht om
de afwijking te verhelpen aangezien dit bij malformaties geen reële
optie is. Wel is de therapie gericht op comfort voor de patiënt.
Dit betekent in TCM termen dat men de energetische dysbalans in
de Qi flow en de daaruit resulterende orgaandysfunctie en meridiaanverstoringen
zoveel mogelijk probeert te herstellen. Dit kan zowel symptomatisch
(takbehandeling) als meer basaal (wortelbehandeling). Men kan hierbij
denken aan behandelingen via de wondermeridianen maar ook via de
orgaansystemen. Ook psychopunctuur is in dit kader zeker het overwegen
waard.
Minder invasief maar niet minder effectief zijn behandelmethoden
als Tuina, of andere vormen van energetische massage.
Op een dieper energetisch niveau zou men kunnen werken met auriculotherapie
en homeopathie om op die manier ook de ijlere energetische niveaus
in de behandeling te betrekken. In dit kader valt ook chakra-massage
te overwegen.
Wanneer men de patiënt bewust wil en kan laten meewerken aan
de behandeling zijn er nog andere therapeutische opties. Tai Qi
en Qi Gong zijn manieren om de stroming van Qi gunstig te beïnvloeden
zowel op het niveau van de organen als de meridianen.
Meditatie is een techniek die zich meer op het niveau van de chakra’s
richt en op die manier ook weer een dieper energetisch effect heeft.
Hierbij kan men zich bewust worden van oorzakelijke factoren voor
ziekte en lijden en op die manier spirituele groei verkrijgen.
Dit leidt vaak tot een verbetering van de lichamelijke conditie.
Een hele andere invalshoek is de behandeling van congenitale afwijkingen
vóór de geboorte. Dit zou kunnen door energetische
beïnvloeding van de foetus via de moeder. Overwegingen hierover
worden in het volgende hoofdstuk besproken.
7. Toekomstvisie
Idealiter zou het zo moeten zijn dat de oosterse
energetische geneeskunde en de westerse geneeskunde uiteindelijk
een geïntegreerd
geheel vormen. Vooral omdat deze beide vormen van geneeskunst en
-kunde in feite een continuüm vormen.
Hiervoor is wetenschappelijk onderzoek naar energetische fenomenen
nodig, zodat deze ook op een voor de westers opgeleide mens zichtbare
manier kunnen worden aangetoond. Kirlian fotografie, waarmee men
het etherisch lichaam en dus de energetische velden van een plant
kan aantonen is bijvoorbeeld een eerste stap op deze weg.
Het is voorstelbaar dat een volgende stap de 'lichaams-Kirlianfotografie'
is waarbij het mogelijk moet zijn om bijvoorbeeld de energetische
voorbodes van ziektes in de energetische velden op te sporen en
op het oorzakelijke energetische vlak te behandelen voordat het
fysieke lichaam ziek wordt.
Ook zouden dit soort scanmethoden toepast kunnen worden bij de
antenatale diagnostiek van aangeboren afwijkingen. Voor de ervaren
acupuncturist is het mogelijk om congenitale afwijkingen te diagnostiseren
door middel van polsdiagnostiek bij zwangeren. De westers georiënteerde
arts zal echter een meer solide basis nodig hebben voor dit soort
energetische diagnostiek.
Indien antenataal afwijkingen gediagnostiseerd worden bij het ongeboren
kind, dan kan men zich voorstellen dat men de moeder hiervoor zou
kunnen behandelen. Met behulp van acupunctuur via het meridiaansysteem
dan wel via beïnvloeden van de hogere energetische velden
via de ooracupunctuur en de homeopathie is het Qi van de foetus
wellicht zodanig te beïnvloeden dat de energetische mal van
de foetus gestimuleerd wordt om de malformaties te herstellen.
Je zou bijvoorbeeld bij gedeformeerde ledematen of bij atresieën
van het maag-darmkanaal de energetische velden zodanig kunnen beïnvloeden
dat de cellen hierdoor een nieuwe impuls krijgen om het ontbrekende
lichaamsdeel alsnog te vormen.
Bovendien zijn er incidentele voorbeelden van met energetische
geneeskunde behandelde patiënten met genetisch afwijkingen,
waarbij na een langdurige en intensieve behandeling de ziekte genas
en de afwijkende genetische code niet meer aantoonbaar was. Wel
kan men zich dan afvragen in welke mate men interfereert met het
karma van de ziel.
Wellicht is het zo dat door een gunstige beïnvloeding van
de energetische velden en het Qi veel van de secundaire effecten
van aangeboren afwijkingen vermeden kunnen worden. Zo zou het de
lichamelijke en geestelijke weerstand kunnen verbeteren waardoor
de levensvreugde van het kind met aangeboren afwijkingen verhoogd
wordt. Dit maakt het makkelijker om karmische schulden in te lossen.
8. Conclusie
Congenitale afwijkingen zijn complexe afwijkingen die op verschillende
energetische niveaus kunnen ontstaan. Ancestrale energie speelt
hierin een belangrijke rol, maar ook karmische invloeden zijn van
belang.
Zowel binnen de energetische laag van het Qi als binnen de ijlere
invloedssferen van bijvoorbeeld de chakra’s kunnen oorzaken
gevonden worden voor het ontsporen van wordingsprocessen. Dit maakt
de therapeutische benadering van patiënten met congenitale
afwijkingen een complex probleem.
Wij kunnen uit het voorgaande concluderen dat de westerse benadering
van deze ziektebeelden vele therapeutische mogelijkheden laat liggen.
Een behandeling die niet alleen op het fysieke lichaam gericht
is, maar ook op de verschillende energetische lagen die verbonden
zijn aan het fysieke lichaam zal waarschijnlijk bijdragen aan de
lichamelijke conditie van de patiënt maar ook aan het emotionele
en psychische functioneren. Zoals duidelijk moge zijn uit het voorgaande
zal de behandeling van al deze lagen uiteindelijk ten goede komen
aan het functioneren van het individu als energetisch geheel.
Een toenemende integratie van de oosterse en de westerse geneeskunde
is het toekomstperspectief waarnaar wij bij deze patiënten
moeten streven.
9. Summary
Congenital malformations and ancestral energy
In the Netherlands approximately 5.000 children per year are born
with severe congenital malformations. As a pediatric intensivist
I see these children daily. This increased my interest in the
causes of these malformations.
One can look at congenital malformations from different energetic
perspectives. I chose the TCM perspective and the perspective of
the indian philosophy
In TCM conception starts with the blending of male and female sexual
energies, forming the pre-heaven essence or ancestral energy. This
essence is the main source of energy that nourishes the embryo
until birth. After birth the child starts forming his own Qi from
air and food. This is called post-heaven Qi. The combination of
pre- and post-heaven Qi forms the basis of life energy. The amount
and strength of pre-heaven Qi is what determines the strength and
vitality of the physical body. It is, among other things, influenced
by parental health. If Essence is weak or damaged, the development
of the embryo becomes disturbed, leading to diseases or congenital
malformations in the neonate.
The indian viewpoint is that each human being has a physical body
and a number of subtle-energy bodies that are connected to the
cosmic universe. At conception a soulpart of this cosmic energy
incarnates into a physical body. The formation of the body is influenced
by the chakra’s. Ancestral energy but also karmic influences
determine the strength and health of the physical body.
Theories of the different energetic influences are discussed. These
theories form the basis for a wholistic view on the origin of congenital
malformations and for possible ways of treating these patients.
10. Literatuuroverzicht
1. Eisenberg D. et.al.; Unconventional medicine in the United
States; New England Journal of Medicine; 1993:328, p246-252
2. Flaws, B.; Turtle tail and other tender mercies, traditional
chinese pediatrics; 1985
3. Gelder, van A.F.; Auriculomedicinae, strategieën in de
ooracupunctuur, deel 3; 1992
4. Gerber, R.; Handboek energetische geneeskunde; 1997
5. Gerber, R.; Vibrational Medicine for the 21st century; 2000
6. Hilarion; Body signs; 1982
7. Hodson, G.; The miracle of birth: a clairvoyant study of a human
embryo; 1981
8. Kaptchuk, T.; The web that has no weaver; 1992
9. Karagulla, S.; Gelder Kunz, .van D.; The chakras and the human
energy field; 1989
10. Matsumoto, K. & Birch, S.; Extraordinary Vessels; 1986
11. Maciocia, G.; The foundations of chinese medicine; 1989 (reprint
1996)
12. Maciocia, G.; The practice of chinese medicine; 1994 (reprint
1998)
13. Molen, van der C; Acupunctuur, leer en handboek van de praktische
acupunctuur; 1990
14. Motoyama, H.; Chakra;s en hoger bewustzijn; 1986
15. Myss, C.; Anatomy of the spirit; 1996
16. Nei Tsjing-Ling Tsju Tsjing; leerboek van de gele keizer Hoang-ti
over de klassieke Chinese acupunctuur; naar C. Schnorrenberger
en Tsjang Tsjin-Lien, 1988
17. Ross, J.;.Zang Fu, The organ systems of traditional Chinese
Medicine; 1994
Stellingen behorende bij de scriptie
Congenitale afwijkingen, ancestrale energie en andere energetische
invloeden
1. Congenitale afwijkingen hangen samen met de energetische status
van de ouders ten tijde van de conceptie.
2. Het karma van kinderen met congenitale afwijkingen wordt aangetrokken
door verstoorde Qi patronen in de ancestrale energie.
3. Acupunctuur is in staat het mentale, emotionele
en fysieke lichaam op één lijn te brengen waardoor
het toegankelijk wordt voor doorstroming met zuivere kosmische
energie.
4. Acupunctuurpunten uit de traditionele chinese
geneeskunde komen overeen met nevenchakra’s in de ayurvedische
filosofie.
5. Acupunctuur gericht op een spiritueel energetisch niveau brengt
bij kinderen met congenitale afwijkingen wellicht meer verlichting
dan acupunctuur gericht op het fysieke niveau.
6. Wondermeridianen verdienen hun naam doordat zij een buitengewone
kracht manifesteren zowel tijdens de humane embryogenese als voor
het behandelen van blokkades in het lichaam na de geboorte. Zij
vormen een wonderbaarlijk complex van energetische banen die de
verbinding leggen tussen de subtiel energetische velden en het
fysieke lichaam.
7. De chakra’s regisseren ontwikkelingsstadia zowel prenataal
als antenataal. Prenataal begint deze met het kruinchakra waar
gedurende de gehele zwangerschap lichtenergie doorheen stroomt.
Nadat de voorhoofds-, keel-, hart-, zonnevlecht- en sacrale chakra’s
ontstaan zijn, ontwikkelt zich tegen het einde van de zwangerschap
het wortelchakra. Het embryo wordt hiermee met de aarde verbonden
en is dan zover om in onze atmosfeer binnen te treden.
Postpartum sturen de chakra’s de 7-jaars cyclus van de ontwikkeling
waarmee ook nog een verbinding met de TCM ontstaat.
8. In utero interventie in de energetische
patronen zou congenitale afwijkingen kunnen beïnvloeden.
9. Het schrijven van een scriptie vertoont energetische patronen
vergelijkbaar met die van de embryogenese.
overzicht scripties
beginpagina
|