NAAV
Navigatie
Informatie over additieve geneeswijzen

 
 

De ziekte van Parkinson



West                Oost

Behandelingen en ontwikkelingen

West              Oost

 

Mariette Borg
Verpleeghuisarts
12 Augustus 2005

 

 

 

Inhoudsopgave.    

1.  Inleiding en probleemstelling 

  • De opbouw van de scriptie 

2.  De Ziekte van Parkinson in de westerse geneeskunde,  
     de behandelmogelijkheden en de ontwikkelingen

  • Vóórkomen van de ziekte van Parkinson.
  • Hoe ontstaat de ziekte van parkinson
  • Symptomen 
  • Hoe wordt de diagnose gesteld 
  • Aanvullende diagnostiek  
  • Psychische stoornissen   
  • Autonome verschijnselen en overige symptomen
  • Behandeling   
  • Zijn er ontwikkelingen te verwachten 

3.   Waarom heb ik zorgen over de farmacotherapie
      van de westerse geneeskunde
    

  • Op zoek naar andere behandelmogelijkheden  

4.  De ziekte van Parkinson in de acupunctuur en de ontwikkelingen.

  • Etiologie en pathologie. 
  • Differentiatie en behandeling met (lichaams)accupunctuur. 
  • Prognose en preventie
  • Het onderzoeken van de theorie zelf in de praktijk  
  • Wat zijn de ervaringen van andere acupuncturisten met lichaamsacup. 
  • Op zoek naar mogelijkheden en uitkomend bij de schedelacupunctuur
  • De schedelacupunctuur in China  
  • Het systeem van Shunfa
  • Het susteem van Zhu  
  • Naar aanleiding van de publicatie van Shunfa
    ervaringen met schedelacupunctuur in Wenen. 
  • Wat zijn de ervaringen elders in de wereld  
  • De ontwikkeling van de Neuroacupunctuur  
  • Ervaringen met Neuroacupunctuur in Nederland
  • Neuroacupunctuur in relatie tot Parkinson.  

5.  Conclusie

6.  Samenvatting

     Literatuurlijst     

     Bijlage 1 

     Bijlage 2

     Bijlage 3

     Bijlage 4 

 

1. Inleiding en probleemstelling

De ziekte van Parkinson is een intrigerend ziektebeeld. De kenmerkende vertraagde beweging, betekent in onze Westerse wereld, die door snelheid en efficiëntie wordt beheerst, een extra grote handicap. Er wordt van de omgeving geduld en aandacht gevraagd, wat we in deze tijd vaak moeilijk kunnen opbrengen. Als verpleeghuisarts zie ik vaak Parkinson patiënten.  Daarbij merk ik dat er vele andere factoren een rol spelen om het welbevinden van de patiënt te verbeteren. Zeker niet alleen de farmacotherapie waar het westen zich lange tijd op gefocussed heeft, vooral sinds het ontdekken van levodopa. Het is gebleken dat het aanvankelijke wondermiddel levodopa op den duur vele bijwerkingen vertoont. Dit betekent dat ook de westerse geneeskunde op zoek is naar andere behandelingsvormen, al wordt dat nog erg veel in de technologie en farmacotherapie gezocht. Er komt ook meer oog voor aanvullende therapieën.

Nu ik met acupunctuur in aanraking ben gekomen houdt het mij bezig of er binnen de acupunctuur doeltreffende behandelmogelijkheden zijn zonder bijwerkingen waardoor de kwaliteit van leven langer en vooral evenwichtiger verbeterd kan worden. Deze vraag is de aanleiding tot deze scriptie. Ik beschrijf de ziekte van Parkinson, de behandelmogelijkheden die de westerse geneeskunde biedt. Vervolgens heb ik gezocht naar datgene wat de oosterse geneeskunde in de vorm van de acupunctuur te bieden heeft.

 

De opbouw van de scriptie

Deze scriptie is voor wat betreft de westerse geneeskunde gebaseerd op de specifieke deskundigheid vanuit literatuur en dagelijkse praktijk in het verpleeghuis met Parkinson patiënten.

Wat de acupunctuur betreft is de scriptie gebaseerd op een literatuurstudie met vooral de theorie en behandeling van Maciocia. Vervolgens ben ik via internet gaan zoeken naar behandelingsresultaten, omdat in de mij ter beschikking staande boeken  terughoudend over de resultaten ten aanzien van Parkinson wordt geschreven. Daarbij kwam ik bij de schedelacupunctuur en de neuroacupunctuur terecht en bestudeerde ik artikelen van Prof.Dr.Jan Keppel en Drs David Hesselink. Van hen  nam ik stukken over in mijn scriptie.

De gearceerde delen stoelen op eigen ervaringen of beschouwingen.

 

2. De ziekte van Parkinson in de westerse geneeskunde,
     
de behandelmogelijkheden en de ontwikkelingen

Vóórkomen van de ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson werd door James Parkinson in 1817 beschreven.

De ziekte van Parkinson is een van de meest vóórkomende neurodegeneratieve ziektebeelden Van de mensen van 55 jaar en ouder lijdt 1,4% aan de ziekte van Parkinson.

Van de ouderen tussen de 85 en 95 jaar lijden 4 op de 100 personen aan die ziekte.

Dit is veel meer dan tot voor kort werd aangenomen. Vooral onder de oudsten wordt de ziekte vaak niet herkend.

Met de vergrijzing van de bevolking zullen in het westen steeds meer mensen getroffen worden door neurologische aandoeningen door onder meer versnelde veroudering van het zenuwstelsel. Van deze aandoeningen is bij ouderen, na de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson, de meest voorkomende.

Parkinson patiënten hebben in het begin slechts geringe klachten (wat beven van de hand in rust of een geringe traagheid bij bewegen). Vaak worden deze klachten in het begin niet onderkend. Pas later vallen de symptomen op als afwijkend en wordt de diagnose van Parkinson gesteld.

De eerste symptomen zijn individueel zeer verschillend. Daardoor kost het tijd de juiste diagnose te stellen. Ook het beloop kan zeer uiteenlopende zijn. Aanvullende diagnostiek is tot op heden alleen van belang om bij een variatie in de presentatie of een afwijking van het beloop andere oorzaken uit te sluiten.

De laatste jaren zijn verschillende farmacotherapieën beschikbaar gekomen. Daarmee zijn ook complicaties op lange termijn zichtbaar geworden, die zich niet altijd eenvoudig laten behandelen. Wanneer de medicamenteuze therapie tekort schiet heeft de neurochirurgische therapie een plaats verkregen. Aandacht voor de paramedische behandelingen en nieuwe aspecten van zorg is de laatste jaren toegenomen.

Hoe ontstaat de ziekte van Parkinson.

De ziekte van Parkinson kenmerkt zich in een hypokinetisch-rigide syndroom, veelal met een tremor door een degeneratie van de substantia nigra en het daaruit ontspringende dopaminerge nigrostriatale systeem. In de substantia nigra worden Lewy lichaampjes gevonden.De uitval van de cellen van de substantia nigra veroorzaakt een vermindering van het dopamine gehalte in het striatum (een belangrijk centrum bij de regulatie van de automatische motoriek). Hierdoor raakt het evenwicht verstoord tussen de acetylcholinergische en de dopaminergische transmissie in het striatum.

Naast degeneratie van dopamine-producerende neuronen vindt ook degeneratie plaats van andere neuronen, waaronder adrenerge, serotonerge en cholinerge neuronen. Hierdoor ontstaan de autonome functiestoornissen en de psychische klachten die optreden bij Parkinson patiënten.

De oorzaak van dit toegenomen celverlies is nog onbekend. Pas bij een afname van meer dan 70% van de dopamine producerende cellen vertoont iemand verschijnselen. Dat betekent ook dat er al 4 tot 6 jaar een preklinisch proces gaande is voordat de ziekte zich openbaart.

Bij het ontstaan van de ziekte spelen endogene en omgevingsfactoren een rol.

Symptomen.

De eerste symptomen van patiënten met de ziekte van Parkinson zijn meestal aspecifiek. De patiënt wordt trager en kan het werk niet meer goed aan, wat nogal eens geduid wordt als overspannenheid. Achteraf moet dit vaak aangemerkt worden als eerste symptoom. De persoon heeft meer tijd nodig voor de algemene dagelijkse handelingen als opstaan, wassen, aankleden en eten. Ook kan spier- of gewrichtspijn (bij 3% van de patiënten) een eerste teken van de verhoogde spierspanning zijn. Vaak wanneer de tremor op de voorgrond staat (hetgeen maar bij ongeveer de helft van de patiënten het geval is) wordt medische hulp gezocht. Wanneer de tremor eenzijdig in een hand of voet zit en met name in rust optreedt wordt sneller aan de diagnose ziekte van Parkinson gedacht.

Hoe wordt de diagnose gesteld.

Op grond van de anamnese en het neurologisch onderzoek wordt de diagnose ziekte van Parkinson gesteld. Daartoe moeten minstens twee van de volgende drie symptomen aanwezig zijn: (rust)tremor, rigiditeit, bewegingsarmoede (akinesie / hypokinesie / bradykinesie). Bij het onderzoek wordt er ook op houdingsinstabiliteit gelet.

  •  (Rust)tremor.

De klassieke tremor bij de ziekte van Parkinson bestaat uit een 4-6 Hz distale rusttremor in hand, been, kin of tong.. Ongeveer 50% van patiënten heeft een tremor.

  • Rigiditeit.

Rigiditeit wordt weinig door patiënten aangegeven, soms wordt het als strakheid en spierpijn ervaren. Het is een symptoom dat bij lichamelijk onderzoek wordt gevonden, te voelen als een weerstand bij passief bewegen van het desbetreffende lichaamsdeel.

  • Bewegingsarmoede: akinesie, hypokinesie, en bradykinesie.

Aan het totaal van bewegingsarmoede worden verschillende aspecten onderscheiden.

Onder akinesie wordt verstaan dat een beweging niet direct begonnen kan worden, nadat daar een opdracht toe gegeven is. Het is de hesitatie bij het starten van alle bewegingen.

Bradykinesie is waarschijnlijk het meest basale symptoom van hypo-dopaminerge functie van het nigrostriale systeem. Bradykinesie correleert ook het beste met de mate van uitval van de substantia nigra. Brady- en hypokinesie manifesteren zich als traagheid, kleine pas, verminderd bewegen, micrografie, dysarthrie, maskergelaat, speekselvloed, verlies aan automatisch meebewegen. Het plotseling verstarren van een beweging, het ’freezing’ is een laat symptoom. Typisch is ook een opvallende snelle vermoeibaarheid, met name bij repeterende bewegingen.

Tevens wordt in de loop van de ziekte, naast het spontane motorische gedrag ook het spontane cognitieve en sociale gedrag belemmerd, waarbij dan initiatiefverlies en apathie optreedt.

  • Houdingsinstabiliteit.

De meest opvallende verandering in de houding van de patiënt met de ziekte van Parkinson is de gebogen houding. De veranderende houding met de vertraging van uitvoerende bewegingen leidt tot vallen. Hoewel houdingsinstabiliteit later in het beloop vaak voorkomt speelt het meestal geen grote rol bij de diagnostiek.

Het beloop van de klachten en symptomen vormen een belangrijk onderdeel van de diagnose. Het onderscheid maken met andere neurodegeneratieve ziekten, die gekenmerkt worden door hypokinesie, is in het begin vaak onmogelijk. Beloop en reactie op dopaminerge medicatie kan de diagnose meer waarschijnlijk maken.  De diagnose ziekte van Parkinson kan pas met 100% zeker gesteld worden bij obductie onderzoek. Bij leven kan een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld worden. Achteraf blijkt dat bij 15-25% van de klinisch waarschijnlijke diagnose ziekte van Parkinson niet door morfologisch onderzoek wordt ondersteund.

Aanvullende diagnostiek.

Beeldvormende technieken als CT-scan en MRI geven geen positieve aanknopingspunten voor de diagnose van Parkinson. Maar het is zinvol om ter uitsluiting van symptomatische vormen van een hypokinetisch rigide syndroom eenmalig beeldvorming van de hersenen in het begin van het diagnostisch proces uit te voeren.

Psychische stoornissen.

Bij de ziekte van Parkinson komen de volgende psychische stoornissen voor.

  • Depressie;

Voor een deel kan deze depressie berusten op een begrijpelijke reactie van de patiënt op chronisch ziek zijn. Doch er zijn aanwijzingen dat deze depressie ook typisch in het kader van de ziekte van Parkinson kan optreden.

  • Dementie.

Alle Parkinson patiënten hebben te maken met dopamine-afhankelijke cognitieve defecten in de zin van een verminderde flexibiliteit en afgenomen adaptatievermogen.

Door een leeftijdsgebonden afname van vooral de cholinerge activiteit kan zelfs bij verdere veroudering een dementie ontstaan. Vooral patiënten met de akinetisch-rigide vorm van de ziekte van Parkinson zijn hier gevoelig voor.

Autonome verschijnselen en overige symptomen.

Bij de meeste patiënten met de ziekte van Parkinson treden in het beloop van de ziekte van Parkinson autonome verschijnselen op. De belangrijkste worden hier gegeven.

  • Speekselvloed: en overmatige speekselvloed, door afname van het automatisch slikken met een voorovergebogen houding van het hoofd.
  • Nachtzweten komt voor zowel vroeg als laat in het beloop van de ziekte. Ook kan zweten voorkomen bij slechts geringe inspanning.
  • Seborrhoea: het vettige gelaat.
  • Temperatuur: patiënten kunnen soms klagen over warmtegevoel. Vaker zijn er klachten over koude sensaties in arm of been, met name aan de meest aangedane kant.
  • Reukstoornissen: een verminderd tot afwezig reukvermogen hoort bij de ziekte, doch komt ook voor bij parkinsonisme. Afwezigheid van de reuk is soms een vroeg symptoom, maar de patiënt verwoordt deze klacht zelden.
  • Obstipatie: een trage, en weinig frequente stoelgang komt vaak voor. Een afname van de spontane motoriek, een verminderde darmmotiliteit en medicamenteuze invloed zijn de belangrijkste oorzaak.
  • Mictiestoornissen: veel patiënten moeten vaker naar het toilet (pollakisurie) met name ook in de nacht. Bovendien is er vaak een imperatieve mictiedrang.
  • Sexuele problemen: mannen hebben soms last van matige impotentie. Naast andere oorzaken als b.v. suikerziekte kunnen ook anti-Parkinson medicijnen hier een rol spelen. Ook een verhoogde libido bij mannen en vrouwen kan voorkomen, maar dit wordt meestal  door dopaminerge medicatie geïnduceerd.
  • Orthostatische hypotensie: treedt vooral later in het beloop van de ziekte op en wordt mede medicamenteus bepaald. Wanneer dit symptoom in het begin op de voorgrond staat moet een andere diagnose overwogen worden.
  • Slaapstoornissen: Bij de ziekte van Parkinson komen slaapstoornissen voor bij 75 tot 98% van de patiënten. Problemen met doorslapen en inslapen zijn het meest frequent.

Behandeling.

De behandelingsmogelijkheden van de ziekte van Parkinson bestaan uit farmacotherapie, neurochirurgie en paramedische hulp.

De beoordeling van het effect van een behandeling wordt gedaan op grond van de anamnese, aangevuld met neurologisch onderzoek. Het verdient aanbeveling gebruik te maken van een beoordelingsschaal zoals Hoehn en Yahr of de Unified Parkinson’s Disease Rating Scale (UPDRS).

  • Farmacotherapie bij de ziekte van Parkinson.

Farmacotherapie is een belangrijk onderdeel van de behandeling van patiënten met de ziekte van Parkinson.  Voor de praktijk geldt dat de medicamenteuze benaderingen gericht zijn op de behandeling van symptomen. Daarnaast wordt er intensief gezocht naar neuroprotectieve farmaca. Maar van geen van de beschikbare farmaca is momenteel een klinisch relevant neuroprotectief effect aangetoond.

Vanaf 1967 worden patiënten met de ziekte van Parkinson behandeld met aanvulling van het dopamine tekort  door middel van de dopamine precursor levodopa. Alhoewel levodopa de hoeksteen van de farmacotherapie is gebleven kent deze behandeling ook, op korte en lange termijn vervelende bijwerkingen. Deze kunnen zijn: het optreden van dyskinesiën (ongewilde bewegingen) en het on – off effect (het optreden van effect en het uitblijven van effect).
Het effect van dopaminerge therapie op bradykinesie en rigiditeit is goed, op de rusttremor wisselend en op gestoorde houdingsreflexen slecht.
Parkinsonverschijnselen worden meestal behandeld met een combinatie van geneesmiddelen. Die geneesmiddelen moeten een aantal keren per dag worden ingenomen. Over het algemeen geldt hoe lager de dosering van een geneesmiddel, hoe minder kans op bijwerkingen.

Bij het overwegen van een medicamenteuze behandeling moet rekening gehouden worden met de hoofdklacht, de leeftijd en aanwezige co-morbiditeit.

  • Neuro-chirurgische behandeling.

Wanneer de medicamenteuze behandeling niet in staat is de symptomen voldoende te verbeteren of dat alleen kan met hinderlijke motorische bijwerkingen (dyskinesien)  kan een chirurgische behandeling aan de patiënt voorgesteld worden.

Wanneer dopaminerge medicatie geen effect heeft mag van een chirurgische stereotactische ingreep ook geen effect verwacht worden, behalve van een verbetering van de tremor.

Het gaat hier om stereotaxie en neuromodulatie.

Hierdoor kan een blijvende verbetering van Parkinson symptomen worden bereikt.

  • Paramedische behandeling.

- Bij spraak en slikstoornissen, kan logopedie ondersteunen De spraak van de patiënt met de ziekte van Parkinson is vaak zacht en monotoon. Het kauwen en slikken gaat moeilijker waardoor patiënten zich verslikken.

- De zelfredzaamheid kan ondersteund worden door de ergotherapie.

- Voeding: Aangezien patiënten met de ziekte van Parkinson een verhoogd risico hebben op een slechte voeding, gevolgd door afvallen en spierzwakte, is het belangrijk navraag te doen naar het voedingspatroon. Ook belangrijk is middels voeding obstipatie te voorkomen.

- Beweging is van groot belang voor de patiënt met de ziekte van Parkinson. Beweging heeft geen direct effect op de hoofdsymptomen van de ziekte, maar kan wel de secundaire effecten van verhoogde spierspanning en minder bewegen duidelijk beperken. Daardoor blijft een patiënt mobiel en minder afhankelijk in het dagelijks leven. Tevens heeft bewegen een positieve invloed op de stemming. Patiënten die zelf voor voldoende lichaamsbeweging zorgen behoeven geen professionele steun. Indien dit onvoldoende is en er zich met het vorderen van de ziekte meerdere beperkingen gaan voordien lijkt professionele steun zinvol.

Zijn er ontwikkelingen te verwachten?

Er wordt onderzoek naar vroegdiagnostiek gedaan. Zo is het bekend dat reukverlies een van de vroege symptomen bij de ziekte van Parkinson is.Uit onderzoek uit 2003, blijkt dat het mogelijk is patiënten vroeger in de ziekte op te sporen.

Naarmate de ontwikkeling van de mogelijkheden om de ziekte af te remmen verder vordert, wordt vroege diagnostiek steeds belangrijker.

Al vele jaren zoekt men naar mogelijkheden om de degenererende cellen tegen te gaan, waarbij de onderzoekingen voorlopig nog in het experimentele stadium zijn.

  • Implantatie van foetale dopamine-producerende cellen.
  • Stamceltransplantatie.
  • Experimenten met groeifactoren..

De afgelopen jaren is er een hernieuwde interesse ontstaan in operaties bij de ziekte van Parkinson. Dit komt door de ontwikkeling van technieken waarmee betere beelden van de hersenen kunnen worden gemaakt en door de verfijnde operatietechnieken.Vroeger betekenden operatietechnieken altijd vernietiging of ‘letsels’, van kleine gebieden in de hersenen. Er is echter een doorbraak in de chirurgische technologie met de ontwikkeling van de subthalamicus-stimulatie. De hoogfrequente stimulatie van de nucleus subthalamicus reduceert de spontane activiteit van de overactieve neuronen. Door deze ingreep kan de farmacologische dopaminomimetische behandeling fors in omvang worden teruggebracht en in sommige gevallen tot nul worden gereduceerd. Ook de door levodopa veroorzaakte dyskinesiën verdwijnen doorgaans na deze ingreep, die meer en meer wordt toegepast.

Naast deze vooruitstrevende technieken en zoeken naar betere farmacotherapie is men zich in het westen ook bewust van het feit dat er veel meer multidisciplinaire aandacht besteed moet worden aan acceptatie, coaching van patiënt en partner teneinde de kwaliteit van leven voor de huidige patiënten te doen toenemen.

Bij patiënten informatie wordt gemeld dat aanvullende therapieën, zoals yoga of Tai chi kunnen helpen bij de ziekte van Parkinson. Sommige van deze therapieën worden tegenwoordig aangeboden als onderdeel van een revalidatie programma.

 

3. Waarom heb ik zorgen over de farmacotherapie
    van de westerse geneeskunde.

Mijn ervaringen in de praktijk.

Het beeld van de Parkinson patiënt is zo drastisch veranderd sinds het op grote schaal gebruik van levodopa, dat je bij een aantal patiënten in eerste instantie bijna niet meer ziet dat de patiënt Parkinson heeft.  De overbewegelijkheid springt sterk in het oog, waardoor een off moment minder opvalt. Bij de behandeling met levodopa-preparaten kunnen er na een paar jaar merkwaardige, onrustige, schoksgewijs optredende bewegingen ontstaan. (dyskinesiën) Dat kunnen plotselinge, rukkende bewegingen zijn (chorea) of kronkelende draaiende bewegingen van de romp (athetose). Deze bewegingen doen zich 1 tot 3 uur na inname van een levodopa-preparaat voor, op het moment dat de hoeveelheid dopamine in de hersenen het grootst is, de piek. De gelaatsspieren (mond, tong, lippen en wangen) vertonen ook dyskinesiën waardoor er grimassen gemaakt worden. Dyskinesiën zijn in de regel storender voor de omgeving, dan voor de Parkinson patiënt zelf. Het is een vervelend gezicht voor iemand die ernaar kijkt, maar de betrokkene zelf heeft  weinig last van de motorische component. Emotioneel kan het  voor de betrokkene toch erg vervelend zijn, het is niet bevorderlijk voor het zelfvertrouwen. Ook kan het remmend werken op het leggen van sociale contacten.

Wanneer dyskinesiën optreden kun je de piek van dopamine verlagen door vaker een kleinere hoeveelheid in te nemen, terwijl de dagdosis hetzelfde blijft.

Er zijn duidelijk door de levodopa goede jaren toegevoegd.

Maar als wij in het verpleeghuis de patiënten zien is dat na jaren van medicatie gebruik, waarbij er bijna geen evenwichtige momenten meer zijn (de on off periodes volgen elkaar op) De therapeutische breedte is buitengewoon smal geworden. Het is geen uitzondering dat patiënten meer dan 7 tot 9 keer per dag verschillende medicijnen moeten innemen. De verpleging loopt met medicijn piepers rond, en lijsten om de medicatie tijden en de effecten daarop te noteren. Er is continue bezorgdheid over hoe het een ieder vergaat of hoe iemand aangetroffen wordt. Teven heb ik het gevoel dat de acceptatie bij de patiënt van een chronische aandoening dan pas echt gaat beginnen. In eerste instantie leek het of de ziekte je nauwelijks hoefde te belemmeren.

Het is bekend dat eenmaal begonnen met levodopa er een eindfase aan komt en hoe later begonnen met, en hoe minder medicatie, hoe beter. Echter de patiënt zelf verkiest vaak het levodopa gebruik, omdat het zich klassiek opgesloten voelen zonder adequate medicatie zeer beangstigend en beperkend is. 

Ook zie je dat de toegevoegde dopamine vaak als doping werkt, kennelijk door stimuli, waarbij men zich lekker voelt. Bij bepaalde chirurgische operaties ( zie subthalamicus stimulatie) is het voor de motoriek zeer wel mogelijk om de levodopa af te bouwen, echter de patiënt weigert omdat hij/zij zich goed voelt met deze hoeveelheid levodopa en alle nevenbewegingen op de koop toe neemt. Als buitenstaander is dat soms bijna niet te bevatten, omdat de nevenbewegingen extreme vormen kunnen aannemen en juist heel lastig lijken voor de persoon die het betreft. Ik heb een paar keer gezien dat een patiënt nauwelijks op de stoel kon blijven zitten en één die als een slang onder de tafel kroop, maar zelf de hoeveelheid dopamine wilde behouden, terwijl deze patiënt  qua motoriek overgedoseerd was.

Wij hebben gemerkt dat, door een speciale dagbehandeling voor Parkinson patiënten op te richten we mensen in een stabielere fase, maar in ieder geval met meer welbevinden kunnen laten functioneren. Neurologen verwijzen naar onze instelling en zijn tevreden bij de poliklinische follow-up.

Buitenstaanders vragen soms wat doen jullie nu precies. We zeggen dan, het is niet zo spectaculair. Maar mensen ervaren steun aan elkaar, ze hoeven niets uit te leggen, het is niet erg dat er lang over het eten gedaan wordt, ze zijn lotgenoten onder elkaar. Het antwoord is misschien wel “rust, onthaasten, mensen zich zelf laten zijn”, juist niet zoveel doen en moeten. Het bewegen wordt in een vorm van spel met muziek gedaan en dan is het boeiend om te zien tot hoeveel mensen in staat zijn.

Op zoek naar andere behandelmogelijkheden.

Nu ik met acupunctuur in aanraking ben gekomen houdt het mij bezig of er ook behandel mogelijkheden zijn met minder bijwerkingen waardoor de kwaliteit van leven langer en misschien wel evenwichtiger verbeterd kan worden. En behandelmogelijkheden die niet alleen het motorisch, functionele aspect aanpakken, maar ook meer gericht zijn op welbevinden en meer aansluiten bij hun emotionele en sociale problemen.

Bij een  degeneratieve aandoening is ook van  acupunctuur geen wonderen te verwachten

Maar doordat acupunctuur een holistische benadering heeft en de hele mens behandelt, is er voor de emotionele kant, voor het welbevinden en de kwaliteit van leven meer te verwachten dan van de westerse aanpak. (en zonder bijwerkingen!)
Ook in de acupunctuur hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, die mogelijk meer ingrijpen op de aandoening zelf.

 

4. De ziekte van Parkinson in de acupunctuur en de ontwikkelingen.

In Chinese geneeskunde valt de ziekte van Parkinson onder het symptoom van convulsies en is altijd gerelateerd aan lever wind. Het principe van geneeskunde 1565 zegt: Wind tremors worden veroorzaakt door wind die de lever binnengaat en rebellerend Qi van de meridianen, dit veroorzaakt tics van het gezicht en tremoren van de ledematen.

De oorspronkelijke theorie van medicine Ming Dynastie zegt:

Tremoren kunnen veroorzaakt worden door:

  • deficiënt Qi is niet in staat om vloeistoffen en bloed aan te trekken richting pezen en meridianen om ze te voeden,
  • deficiënt vloeistoffen en bloed kan de pezen niet voeden.
  • flegma vuur verstopt de meridianen en pezen zo dat vloeistoffen ze niet kunnen voeden;
  • deficiënt Qi faciliteert de invasie van pathogene factoren in de meridianen, zo dat bloed pezen en meridianen niet kan voeden.

Alhoewel er veel verschillende oorzaken zijn, bij allen is er een deficiëntie van vloeistoffen en bloed die pezen en meridianen niet kunnen voeden.

Etiologie en pathologie.

  • Te veel werk en excessieve seksuele activiteit.

Te veel werk in de zin van vele uren werken zonder voldoende rust gedurende verscheidene jaren verzwakt de nier en vooral nier-yin. Wanneer veel werken gepaard gaat met excessieve seksuele activiteit verzwakt het de nieren nog meer.

Een deficiënt nier-yin is niet in staat lever-yin te voeden en op een gegeven moment kan dit leiden tot het ontstaan van lever-wind dat tremoren veroorzaakt.

Lever-yin ( en stilzwijgend lever-bloed ook) is niet in staat de pezen te voeden en bevochtigen: deze droogte van de pezen, gecombineerd met lever-wind leidt tot tremoren.

  • Voedingspatroon.

Excessieve consumptie van vet, gebakken of zoet voedsel leidt tot het vormen van flegma. Op den duur gaat flegma gemakkelijk over in flegma-vuur, vooral wanneer de betreffende persoon ook alcohol gebruikt.

flegma-vuur alleen zou geen ziekte van Parkinson veroorzaken, maar wel indien gecombineerd met lever-wind, wat vaak het geval is bij oudere mensen. Flegma verstopt de meridianen en voorkomt dat vloeistoffen en bloed ze kan voeden, vandaar de tremor.

  • Emotionele stress.

Woede, frustratie en wrok kunnen opstijgend lever-yang veroorzaken en op den duur kan dit tot lever-wind leiden.

Volgens the ‘original theory of Medicine’ is de tremor bij de ziekte van Parkinson altijd te wijten aan het feit dat vloeistoffen en bloed niet in staat zijn meridianen en pezen te voeden.

Differentiatie en behandeling met (lichaams)acupunctuur.

De volgende punten kunnen gebruikt worden als een algemeen voorschrift om wind te verdrijven:

Gb 20 Fengchi,   Di 11 Guchi,   Xiaochanxue (‘controle tremor punt’, 1,5 cun onder Ha 3 Shaohai),   Dri 5 Waiguan,   Gb 34 Yanglingquan, Le 3 Taichong.

Het gebruik van lokale punten op het ledemaat, aangedaan door tremor is essentieel.

Arm:  Di 11 Guchi, Di 10 Shousanli, Dri 5 Waiguan en Di 4 hegu.

Been: Ma 31 Biguan, Gb 31 Fengshi, Ma 36 Zusanli, Gb 34 Yanglingquan, Ma 41 Jiexi en
Gb 40 Qiuxu.

Andere punten worden gekozen al naar gelang het overheersende patroon.

De voornaamste patronen zijn

  • Qi en bloed def.
  • Flegma-vuur (hitte) wind veroorzakend
  • Lever- en nier yindef.

Qi en bloeddef.

  • Klinische manifestaties.

Langdurige, uitgesproken tremor van een ledemaat, bleke gelaatskleur, starende blik, tegenzin in spreken, occipitale stijfheid, kramp in de benen, moeilijk bewegen, ongecoördineerd lopen, duizeligheid, wazig zien, zweten, erger bij bewegen.,

Tong: Bleek, gezwollen, met tandafdrukken en trillend

Pols: dun

  • Behandeling.

Tonifieer Qi, voed bloed, versterk Luo Mai en kalmeer wind.

Ma 36, Zusanli tonifieert Qi en bloed

Mi6,sanyinjiao tonifieert Qi en bloed.

Ren4,Guanyuan voedt bloed

Le 8 Ququan voedt lever-bloed.

Flegma- hitte (vuur)  wind veroorzakend.

  • Klinische manifestaties.

Zwaarlijvigheid, starende blik, tegenzin in bewegen, een gevoel van druk op de borst, droge mond, zweten, duizeligheid, geel sputum opgevend, stijve nek en rug, tremor van een been wat gestopt kan worden.

Tong: rood met een geel, plakkerig beslag.

Pols: koordachtig, dun, snel.

  • Behandeling.

Los flegma op, klaar hitte, kalmeer wind en versterk Luo Mai.

Ma40, Fenglong, lost flegma op

Ren 12, Zhongwan versterkt de milt om het flegma op te lossen

Bla20, Pishu versterkt de milt om het flegma op te lossen

Mi6Sanyinjiao, helpt om het flegma op te lossen

Mi9Yinlingquan, helpt on het flegma op te lossen

Le3Taichong, kalmeert wind

Regulerende  methode, behalve Ren12 Zhongwan en Bla 20 Pishu tonifierend.

Lever en nier-yin def.

  • Klinisch beeld.

Slank lichaam, duizeligheid, oorsuizen, insomnia, verstoorde slaap met dromen, hoofdpijn, nachtzweten, mentale rusteloosheid, pijnlijke rug en knieën, dove ledematen, stijve nek en rug, tremor van het hoofd, op elkaar geklemde kiezen en tremor van de kaak, langdurige tremor van een ledemaat met een beduidende amplitudo, kramp in de benen, moeilijk en onhandig lopen, starende blik, slecht geheugen.

Tong: dun, rood zonder beslag, bewegend.

Pols:dun, snel of oppervakkig-leeg.

  • Behandeling.

Voed Yin, kalmeer wind, versterk de Luo Mai.

Ren4Guanyuan, voedt nier-yin

Bla23 Shenshu. voedt nier-yin

Ni3 Taixi, voedt nier-yin

Mi6Sanyinjiao, voedt nier-yin

Bla18 Ganshu, voedt lever-yin

Le8 Ququan, voedt lever-yin

Le3Taichong, kalmeert lever wind.

Alles met versterkende methode, behalve le3, regulerende methode.

Prognose en preventie.

Met een combinatie van acupunctuur en kruiden therapie kan deze ziekte onder controle gehouden worden en op zijn best een halt toegeroepen, maar het kan niet volledig genezen.

De beste resultaten worden gezien bij parkinsonisme tengevolge van Qi en bloed def., als tweede van Flegma-hitte en het slechtst bij Yin def.

Hoe eerder de behandeling wordt gestart na begin van de aandoening hoe beter de resultaten.

In het algemeen is de tong een goede indicator van de prognose. Als deze gevorderde tekenen van yin def. vertoont, zoals een rood, dun en droog tong lichaam met cracks, dan is de prognose somber.

Over het algemeen gesproken, zal acupunctuur en kruiden therapie in combinatie met westerse medicatie gegeven worden. Na enige weken behandeling kan de hoeveelheid medicatie afgebouwd worden, maar dit moet zeer geleidelijk gebeuren.

Wat preventie betreft is dit duidelijk, kijkend naar de etiologie. Iedere persoon ouder dan 50, die plotseling symptomen ontwikkelt van duizeligheid, stijfheid, en toegenomen moeilijk lopen, zou onmiddellijk zijn leefstijl moeten veranderen, door minder hard te werken, nooit uitgeput raken, meer rust nemen, emotionele stress vermijden en sexuele activiteit minderen.

Het is boeiend om te zien hoe de fysiologie van de lever (TCM) de weg wijst bij de verschijnselen van de ziekte van Parkinson, in de zin van dysbalans. De lever staat voor hetvrijelijk stromen van Qi. Het staat voor de krachten van de spieren, het begin van de beweging en ook het ophouden daarvan, het reguleert deze beweging. De lever maakt het lichaam en de geest ontspannen.

Wat hapert er bij de ziekte van Parkinson, juist het verlies aan vloeiende bewegingen, die houterig worden, het niet kunnen beginnen en eenmaal lopend het niet kunnen stoppen. Naast het verlies van spontane motorische activiteit, zien we een verlies van spontane cognitieve en emotionele activiteit. Lever 3 Taichong is het meesterpunt!

Het onderzoeken van de theorie zelf in de praktijk

Zoals reeds verteld werk ik in een verpleeghuis en zie ik nogal eens Parkinson patiënten. Het leek me aardig, aan de hand van het hierboven beschrevene, van een aantal patiënten van de dagbehandeling de anamnese af te nemen en te onderzoeken of er anamnestisch ook  een oosterse diagnose uit te halen was. Tevens zou ik bij iedereen tongdiagnostiek doen.

Ik heb geprobeerd om bij de anamnese als het ware 2 anamneses af te nemen, de eerste aangaande het eerste begin van de klachten en mogelijke modaliteiten, de tweede ten aanzien van de huidige situatie.

Dit bleek niet zo eenvoudig, omdat de meeste patiënten zich toch niet meer zo goed de klachten en gebeurtenissen van het begin herinnerden. Tevens bleek de ziekte over het algemeen al heel lang ( meer dan 10 jaar) te bestaan, bovendien zijn de meeste patiënten boven de 70 op een enkeling na. Mocht dan misschien er aan de basis een Qi of bloeddef ten grondslag hebben gelegen,qua voortgeschreden symptomen (nachtzweet, geheugenstoornissen)  en tong diagnostiek was eigenlijk iedereen al in de yin-fase, rood zonder beslag met cracks.

Kortom, ik ben er niet echt mee opgeschoten. Het was uiteraard aardig geweest om met een standaard formule Le3, en b.v.Ni 3 en Mi 6 om het yin te voeden (wat bij iedereen wegens de chronische aandoening zinvol zou zijn) alle patiënten te prikken en te beoordelen of en hoe het effect zou zijn geweest. Ik vind het toch moeilijk om mensen op die leeftijd die niet vrijwillig en bewust mij opzoeken in eigen praktijk hier mee te belasten (mede, omdat je geen geweldige resultaten mag verwachten). Daarvoor vind ik toch dat ik nog te weinig ervaring heb.

Wat zijn de ervaringen van andere acupuncturisten met lichaamsacupunctuur.

Tijdens mijn stages heb ik een patiënt met een tremor aan de li arm gezien die reeds 5 keer behandeld werd zonder merkbaar effect wat de tremor betrof. Ik heb niet exact opgeschreven welke punten geprikt werden, maar in ieder geval Le3 Taichong en lokaal op de arm, Di11 Guchi, Dri5 Waiguan, en Di4 Hegu. Wel bleef de patiënt graag komen, omdat hij zich plezierig voelde.

In de gesprekken met acupuncturisten tijdens de stages geeft een ieder aan hoe lastig het is Parkinson patiënten te behandelen. Over het algemeen ontstaat er wel een zekere ontspanning en beter welbevinden, maar weinig invloed op de aandoening zelf.

Therapie in de acupunctuur berust altijd op het herstellen van het energetisch evenwicht in het lichaam als geheel. Hierdoor wordt de gehele persoon behandeld en niet alleen de ziekte.

Toch wordt er in de literatuur melding gemaakt over resultaten, zoals objectief een positief effect op slaap- en slaapkwaliteit. Subjectieve verbetering van tremor, lopen, handschrift, traagheid, pijn, slaap en depressie worden gemeld en geen bijwerkingen.

Tevens dat in dierproefmodellen acupunctuur de degeneratie van het dopaminerge nigro-striale systeem tegengaat.

In studies bij mensen vonden onderzoekers bij mensen dat acupunctuur bij Parkinson patiënten bepaalde neurofysiologische parameters verbetert in vergelijking tot placebo. Deze parameters worden gerelateerd aan het dopamine gehalte in het extrapyramidale systeem.

(Voor wetenschappelijk onderzoek en studies, zie bijlage 1)

Op zoek naar mogelijkheden en uitkomend bij schedelacupunctuur.

Ik ben mij vervolgens gaan verdiepen in de mogelijkheden om Parkinson te behandelen en kom tot de conclusie dat schedelacupunctuur mogelijk een heel zinvolle behandelingstechniek voor de ziekte van Parkinson is. Ik heb geprobeerd stage te lopen of in ieder geval mee te kijken bij een collega die daar bedreven in is, helaas is dat niet gelukt of omdat zij geen stagiairs namen of wegens afwezigheid in de vakantie periode. Ik ben echter van plan om hier zeker nog meer van te gaan leren en mogelijk zelf uit te voeren.

Wat mij zeer trof bij het zoeken naar behandelingsmogelijkheden voor Parkinson en ik  terecht kwam bij schedelacupunctuur , was het gegeven dat vanuit China de schedelacupunctuur als aparte vorm van acupunctuur ontwikkeld is, omdat men ontevreden was over de resultaten met klassieke lichaamsacupunctuur bij neurologische stoornissen.

Dit versterkte mijn eigen gevoel dat wegens het feit dat Parkinson een degeneratieve aandoening is en er mogelijk naast bevorderende zaken als een beter evenwicht, welbevinden er fundamenteel aan de ziekte niet zo veel te verbeteren valt met klassieke acupunctuur, maar dat mogelijk wegens een directere en sterkere invloed op hersensystemen er meer winst te behalen valt met schedelacupunctuur.

Schedelacupunctuur in China.

De oorsprong van de schedelacupunctuur is gelegd door Huang Xuelong, die in 1935 de relatie zocht tussen punten op de schedelhuid en de functionele delen van de hersenschors. Later is er verder aan deze ideeën gewerkt. De therapie is geïndiceerd bij de behandeling van ziekten, die het gevolg zijn van pathologische veranderingen in de hersensubstantie inclusief de resttoestanden. De schedelacupunctuur als een nieuwe vorm van therapie, werd het eerst gepubliceerd in 1972 (Shunfa)

Er zijn in de afgelopen 70 jaar in China 4 vormen van schedelacupunctuur ontwikkeld, waarvan er met name 2 bekend zijn in het Westen.

Het systeem van Shunfa.

Shunfa publiceerde in 1972  een artikel over schedelacupunctuur. Hij beschreef hoe hij meende een therapeutisch effect te kunnen bewerkstelligen door plaatsen op de schedelhuid te stimuleren, die samenhangen met cortexgebieden, doordat deze impulsen effect zouden hebben op de betrokken extremiteiten. Hij oriënteert zich direct aan de westerse kennis van de gelokaliseerde herenfuncties.

Bij zelfonderzoek bespeurde hij behalve een uitgesproken pijnlijk gevoel op de plaats van de naald aan de extremiteiten en andere lichaamsgebieden geen sensatie. Deze teleurstelling spoorde hem aan om nog ijveriger aan het probleem te werken. Bij discussies met collegae kwam het feit naar boven dat personen sowieso vanuit hun verschillende constitutie  heel verschillend reageren op acupunctuur. Hij begon de hypothese uit te werken dat gezonde en zieke mensen vanuit hun constitutie verschillend zouden reageren op de behandeling, door eerst zichzelf te behandelen en dan de patiënt. Het bleek inderdaad dat patiënten een buitengewoon naaldgevoel ondervonden. Als voorbeeld: De naald werd bij een patiënte met een rechtszijdige hemiplegie onder een draaibeweging in het, de corticale motorische zone,  overeenkomende huidgebied op de schedel ingebracht en de patiënte ervoer een warmtestroom tot in de tenen en de vingers. De naald bleef 3 minuten zitten en werd door de patiënte als aangenaam ervaren. Na verwijdering van de naald kon de patiënte de arm boven het hoofd heffen, tevens op het verlamde been staan, terwijl zij op omstanders leunde.

Zo werd de eerste te prikkelen zone, de motorische zone met succes uitgetest. In aan sluiting daarop werden door een groot aantal van testen verdere zones vastgesteld, die met de corticale centra corresponderen. Bij acupunctuur op deze schedelhuid gebieden werden steeds een Te-Chi gevoel, als een lam gevoel, warmte, trekkingen en zweetaanvallen waargenomen

Shunfa schreef een boek naar aanleiding van zijn ervaringen. Hij beschrijft de relatie tussen de klassieke meridiaantheorie en de hersenen en komt op basis van de oude teksten tot de conclusie dat de hersenen via de belangrijke extra meridianen Du Mai en Ren Mai, en tevens via diverse interne aftakkingen van gewone meridianen, of via de tendomusculaire meridianen, zeer nauw verbonden zijn met de Qi-energetica in de rest van het lichaam. En dat dus via punten op de schedel, indirect de RM, DM en de lichaamsmeridianen, met name bijvoorbeeld via de blaasmeridiaan, de driewarmer, maag en lever meridiaan, invloed uitgeoefend kan worden op alle functies in de rest van het lichaam. Volgens de oud klassieke teksten hebben uiteindelijk bijna alle meridianen directe of indirecte verbindingen met de hersenen.

Vervolgens legt Shunfa de lokalisatie van de hersenfuncties uit en dit vormt de basis van de selectie van de schedelhuidregionen die hij gebruikt.

Bij de ziekte van Parkinson gebruikt hij de de zone van chorea en tremoren. Een naald wordt subcutaan geplaatst die het hele gebied bestrijkt. Als dit op problemen stuit, dan kunnen er 3 naalden geplaatst worden om het chorea gebied te bestrijken. Elektriciteit met lage frequentie kan toegepast worden op 2 naalden die in het chorea gebied geplaatst zijn

(In bijlage 2 zijn de zones met indicatie gebieden)

Shunfa werkte verder met zijn systeem, en diverse acupuncturisten in China zijn met dit systeem opgeleid. Hij noemde zijn benadering later schedelacupunctuur en recent verscheen een boek van zijn hand met een serie patiënten voorbeelden.

Het systeem van Zhu.

Deze vorm sluit meer aan bij de traditionele acupunctuur, omdat er van de lokalisatie van klassieke acupunctuurpunten op de schedel uitgegaan wordt, zoals bijvoorbeeld het acupunctuurpunt DM20.

Zhu definieert een aantal therapeutische zones op het hoofd die krachtig met de naald gestimuleerd dienen te worden. Daarnaast worden door Zhu ademhalingsoefeningen en lichaamsoefeningen ingezet. Tijdens de behandeling moet de patiënt bepaalde simpele ademhalingsoefeningen uitvoeren, die gebaseerd zijn op Qi gong, en er wordt tijdens de behandeling niet gepraat, om door deze soort meditatie de effecten van de naalden te versterken. Het minder praktische aspect van Zhu’s schedelacupunctuur is dat hij lange Chinese naalden in de hoofdhuid brengt, een relatief pijnlijke methode, waarbij dan de naalden 3 tot 24 uur op  de plaats blijven zitten.

Ervaringen met schedelacupunctuur in Wenen naar aanleiding van de publicatie van Shunfa

Zeitler in het Ludwig Bolzmann instituut in Wenen , destijds onderleiding van Prof Bischko (overleden op 5-11-2004) nam kennis van het  in 1972 gepubliceerde artikel van Shunfa ten aanzien van schedelacupunctuur.

Omdat ook in de acupunctuur polikliniek in Wenen al vele jaren hemiplegie patiënten met klassieke acupunctuur behandeld werden, en de successen niet heel bemoedigend waren, ook niet wanneer de punten elektrisch gestimuleerd werden en zeker niet wanneer de verlamming al enige jaren bestond, was er grote interesse in deze nieuwe vorm. Echter, de omstandigheden in China en het westen liggen verschillend met hoe en onder wat voor omstandigheden je een patiënt kunt behandelen. Er waren nogal wat heftige pijn reacties te verwachten, met onmacht en collaps.

Zeitler gaf zich zelf als opdracht om de behandelingswijze dusdanig te modificeren, dat de heftige reacties zouden uitblijven, zodat er een therapievorm ontstaat die paste bij de patiënt en de arts die het moest uitvoeren , maar de therapeutische effecten overeenkomstig zouden zijn.

Hij ontwikkelde uiteindelijk de volgende methode. In plaats van een naald gebruikt hij 10 tot 12 naalden in een bepaalde zone. Deze worden loodrecht in de huid geprikt, dus niet onder de huid voortgeschoven, en in een zigzaglijn over de zone verdeeld. Collapstoestanden komen dan niet voor en is ook bij gevoelige personen toepasbaar, omdat het niet wezenlijk pijnlijker is dan gewone acupunctuur. Hij vond verder , dat hij de resultaten van de therapie kon verbeteren door bij aandoeningen van de bovenste extremiteit en het gezicht, aan beide kanten van de schedel te prikken. Dit gebeurt uit anatomische overwegingen en wegens het feit, dat bij langer bestaande toestanden de gezonde zijde een belangrijke rol speelt in de overname van de functies van de aangedane kant.

(De behandeling en resultaten van Zeitler volgt in bijlage 3)

Wat zijn de ervaringen elders in de wereld.

De Japanse arts Yamamoto heeft vanaf 1973 een nieuw schedelacupunctuur systeem ontwikkeld.

Dr Yamamoto werd opgeleid in de VS en West Duitsland en is momenteel het hoofd van een neurorevalidatie kliniek in Zuid Japan. Deze kliniek is gespecialiseerd in het behandelen van zeer moeilijke en complexe neurologische aandoeningen als MS, Quadriplegie, Tinnitus, Parkinson, CVA, pijn syndromen van ruggenmerg en centrale zenuwstelsel.

Deze vorm van Yamamoto New Scalp Acupuncture (YNSA) neemt  behoorlijk in populariteit toe. Deze vorm van acupunctuur gaat er vanuit dat er op de hoofdhuid projecties bestaan van alle organen en ledematen. Deze Japanse schedelacupunctuur kan diagnostisch en therapeutisch gebruikt worden. Met deze interventie kan de therapeut zowel de klachten behandelen als ook de Qi in balans brengen. YNSA is zeer effectief gebleken bij neurologische, neuromusculaire ziekten en pijnsyndromen.

De effecten van YNSA zijn vaak een aantal seconden tot minuten na het prikken van een schedelacupunctuurpunt waarneembaar voor de patiënt. Vaak is de YSNA techniek alleen genoeg om de klachten te bestrijden. Afhankelijk van het probleem waarmee de patiënten komen, heeft YNSA een paar dagen tot voorgoed effect. Bij de meeste mensen is het effect vooral goed waar te nemen na een aantal sessies.

Er bestaat een relatie tussen de YNSA methode en de traditionele Chinese geneeskunde. Dit blijkt uit punten die corresponderen met de organen en de orgaan- en meridiaanenergieën, de zogenaamde Y-punten. Als er bijvoorbeeld op de rug een pijnlijk Chinees acupunctuurpunt (Back Shu punt) is, corresponderend met een bepaald orgaan, zoals de nieren, dan kan de pijn ook direct verminderen of opgeheven worden door het corresponderende  Y-nierpunt aan dezelfde zijde te prikken. De zones met de Y punten liggen rond het oor.

YSNA vertegenwoordigt een somatotopie langs de haargrens.Alle punten zijn bilateraal en vertegenwoordigen in spiegelbeeld anterior/posterior, aldus vormend Yin en Yang regionen.

De YSNA punten worden in 4 groepen verdeeld.

Basispunten, voornamelijk het bewegingsapparaat vertegenwoordigend

Sensorische punten, de sensorische organen vertegenwoordigend

Hersen (Brain) punten, de hersenen

Y-punten, de inwendige organen vertegenwoordigend.

.Bijzonder boeiend is het optreden van het zogenaamde gepropageerde fenomeen. Dit is een subjectieve sensatie die de patiënt meldt, als een bepaald acupunctuurpunt aangeprikt wordt. Sommige patiënten kunnen dan warmte en prikkelende sensaties ervaren in het beloop van een meridiaan, en soms zelfs in een hele meridiaan en de aansluitende meridiaan

(Ervaringen van het Ansbach instituut met Yamamoto methode. Bijlage 4)

De ontwikkeling van de neuroacupunctuur.

Neuroacupunctuur is een verzamelnaam voor vormen van acupunctuur die specifiek ingezet worden bij de behandeling van neurologische ziekten en chronische pijn. Schedelacupunctuur is een onderdeel van de neuroacupunctuur, waarbij naalden in de schedelhuid ingebracht worden.

Neuroacupunctuur als term wordt ook op een tweede wijze gebruikt, als een verzamelnaam voor de multidisciplinaire studie van de werking van acupunctuur verklaard via het zenuwstelsel.

Het eerste tekstboek over neuroacupunctuur verscheen in 2001, onder de titel Neuroacupuncture: scientific evidence of acupuncture revealed. De verklaring voor de werking van acupunctuur in het algemeen wordt steeds meer gezocht via de invloed van acupunctuurnaalden op het centrale zenuwstelsel. Dit boek is samengesteld door een team van specialisten onder leiding van een hoogleraar van de universiteit van Californië. In dit belangwekkende boek wordt door wetenschappers uit de neuro-radiologie, neuro-opthalmologie en neuroanatomie de modernste resultaten besproken van onderzoek naar de effecten van acupunctuur op hersenniveau.

Neuroacupunctuur is zelfs zo belangrijk geworden dat aan de Nobel Universiteit in Los Angeles (USA) een speciale leerstoel is opgericht en een hoogleraar die onderzoek begeleidt en onderwijs geeft in de neuroacupunctuur.

Neuroacupuncturisten zijn acupuncturisten die zich specifiek toeleggen op de behandeling van patiënten met neurologische stoornissen met uiteenlopende acupunctuurtechnieken. Dit om een zo breed mogelijke ervaring op te doen met de behandelingseffecten van de acupunctuur, en de mogelijkheden en onmogelijkheden ervan goed te leren kennen.

Er zijn in de wereld diverse instituten en acupuncturisten die zich richten op deze speciale vorm van acupunctuur, bijvoorbeeld in Amerika San Diego, universiteit van Florida en Duitsland (Ansbach). Ook de speciale Japanse acupunctuur, ontwikkeld door Dr Yamamoto wordt neuroacupunctuur genoemd.

De Chinese vormen van neuroacupunctuur en de Yamamoto acupunctuur kunnen over in het algemeen goed ingezet worden samen met de vormen van lichaamsacupunctuur.

Ervaringen met neuroacupunctuur in Nederland.

Sinds een aantal jaren zijn er in Nederland een aantal acupuncturisten die neuroacupunctuur bedrijven.

Van de Chinese vormen wordt in Nederland vooral de schedelacupunctuur gebruikt die door Dr Shunfa ontwikkeld is, omdat deze vorm het beste aansluit bij het denken over de lokalisatie van de hersenfuncties. Schedelacupunctuur kan ingezet worden bij uiteenlopende aandoeningen, maar worden vooral ingezet bij patiënten met neurologische aandoeningen. In China worden de naalden veel en snel met de hand gemanipuleerd, een techniek die in Nederland minder voorde hand ligt. Er worden echter even goede resultaten behaald met electroacupunctuur, waarbij een hoge frequentie ingezet moet worden (200Hz). Tijdens de behandeling verdient het de aanbeveling om de patiënt ademhalingsoefeningen te laten doen met Qi-visualisaties naar de aangedane lichaamsdelen.

Daarnaast wordt vaak de Japanse schedelacupunctuur door Dr Yamamoto ingezet. Yamamoto meent dat het aantal naalden minimaal gehouden moet worden voor een optimaal effect van zijn methode. Dit berust op zijn ervaring met zijn eigen systeem. Er is echter op dit gebied nog geen wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd.

Er wordt al enige tijd met deze methode gewerkt en zijn ook de gepropageerde fenomenen gezien.Het leidt meestal bij de patiënten tot grote verbazing en draagt bij aan het therapeutisch effect. Soms wordt er ook electroacupunctuuur in op de Y-punten, afhankelijk van de klachten en de duur van de klachten..

Een groot voordeel van de YSNA methode is dat direct bij de eerste behandeling gezien kan worden of de therapie aanslaat of niet. Met deze techniek wordt namelijk het pijnlijke  en drukgevoelige corresponderende punt op de schedelhuid gevonden en dan kan direct verlichting gevoeld worden na het insteken van de naald. Vaak  reageren de klachten al direct positief bij het drukken op het op de hoofdhuid gelegen en met de klacht corresponderend punt, waarna het punt geprikt wordt.

Neuroacupunctuur in relatie tot Parkinson.

Op de website van neuroacupuncturisten in Nederland staan de volgende gegevens.

Acupunctuur en neuroacupunctuur kan bij de Parkinson patiënten positieve therapeutische effecten hebben op diverse aan de ziekte gerelateerde symptomen zoals o.a:

  • Stijfheid van de spieren
  • Bewegingsmoeilijkheden
  • Stoornissen van evenwicht
  • Trillen
  • Pijnen
  • Obstipatie

Verder kan de neuroacupunctuur helpen om o.a. de volgende bijkomende meer algemene klachten te verlichten:

  • Vermoeidheidsklachten
  • Slaapstoornissen
  • Algemene spanningen en stress
  • Depressiviteit en angst
  • Acceptatieproblemen

De neuroacupunctuur kent geen andere bijwerkingen dan lichaamsacupunctuur (syncope)

Als contraindicaties worden genoemd: ernstige hypertensie en cardiologische aandoeningen.

Mijn hoop voor de toekomst

Ik wil mijn scriptie graag afsluiten met de overtuiging dat er op het gebied van neuroacupunctuur nog veel te ontwikkelen en te onderzoeken valt maar dat het veelbelovend lijkt. Ik hoop van harte dat deze vorm van acupunctuur steeds meer een welkome behandeling en ondersteuning zal zijn bij neurologische aandoeningen.

Ik ben tijdens het schrijven van deze scriptie erg onder de indruk geraakt van het onderzoek wat er de laatste decennia gedaan is. Daarbij is het duidelijk dat acupunctuur geen stilstand is, maar in deze tijd nieuwe aspecten met oude aspecten in zich verenigt.

Ik heb sterk het gevoel dat er zowel in China, als de rest van de wereld en in Nederland enthousiaste mensen zich inzetten voor dit doel en ook heel duidelijk gemotiveerd zijn om dit wetenschappelijk te staven.

Daarbij komen West en Oost dichter bij elkaar, in ieder geval in onderzoek en toepassing.

Ik hoop ook op acceptatie en waardering met name van West naar Oost.

5. Conclusie

Voor zover op te maken uit literatuur en ervaring van geraadpleegde acupuncturisten is de ziekte van Parkinson met lichaamsacupunctuur alleen moeilijk te behandelen.

De schedelacupunctuur, ontwikkeld omdat de resultaten met lichaamsacupunctuur voor neurologische aandoeningen onbevredigend waren geeft betre resultaten ook voor de ziekte van Parkinson.

De neuroacupunctuur als nieuwe ontwikkeling geeft hoop voor de toekomst.

 

6. Samenvatting

De ziekte van Parkinson is een neuro-degeneratieve ziekte, met nog onbekende oorzaak.

In de westerse geneeskunde is sinds 1967 de therapie van eerste keus levodopa geweest.

Men kon hiermee immers het tekort aanvullen. Door de vele bijwerkingen zoekt men naar andere oplossingen, waarbij naast farmacotherapie en neurochirurgie steeds meer aandacht komt voor de kwaliteit van leven en levensadviezen. Bij deze levensadviezen vormen veel bewegen en ontspanningsoefeningen een belangrijk onderdeel, mede om het gebruik van medicatie te vertragen.

In China heeft men, omdat de successen met lichaamsacupunctuur niet erg bevredigend waren voor de behandeling van de aandoening zelf, nieuwe wegen ingeslagen en is de schedelacupunctuur ontwikkeld.

Deze schedelacupunctuur is een onderdeel van de neuroacupunctuur. Neuroacupunctuur is een verzamelnaam voor vormen van acupunctuur die specifiek worden ingezet bij de behandeling van neurologische ziekten en chronische pijn.

Voor zover ik uit de literatuur en de resultaten die beschreven zijn kan opmaken , lijkt dit een veelbelovende ontwikkeling voor neurologische aandoeningen en ook voor Parkinson.

Ook de neuroacupunctuur kent evenals de lichaamsacupunctuur geen evidente bijwerkingen behalve syncope.

Moderne wetenschappers maken bij deze ontwikkelingen gebruik van de nieuwste inzichten en kennis van de fysiologie van onze hersensystemen in combinatie met nieuwe inzichten over de eeuwenoude werking van acupunctuur.

Tijdens mijn zoektocht ben ik tot de conclusie gekomen dat dit een uiterst boeiende ontwikkeling is en ook voor de ziekte van Parkinson hoop biedt.

 

Literatuurlijst

  1. Neurologisch naslagwerk, beschikbaar in het verpleeghuis, deels van UMCG.
  2. Parkinson patiënten vereniging, www.parkinson-vereniging.nl
  3. Giovanni Maciocia: The foundations of Chinese Medicine.
  4. Giovanni Maciocia: The practice of Chinese Medicine
  5. Giovanni Maciocia : Diagnosis in Chinese Medicine.
  6. Coen van der Molen: Acupunctuur.
  7. Anton Jayasuria: Clinical acupuncture.
  8. Johannes Bischko: Einführung in die Akupuktur.
  9. Zeitler: Einführung in die Schädelakupunktur.
  10. Artikelen van Prof. Dr. Jan M. Keppel en Drs David.J.Kopsky in tijdschrift van de NAAV in 2005 en 2004 over Neuro acupunctuur.
  11. Informatie op de Website van ORES, www.ores.nl
  12. Informatie op de Website van www.ynsa.org. (Ansbach instituut)

Een aantal artikelen via Internet over werking acupunctuur bij M.Parkinson.

  • Evaluation of acupuncture in the treatment of Parkinson’s disease: Cristian A, Katz M, Cutrone E, Walker RH.
  • Acupuncture therapy for the symptoms of Parkinson’s disease, 2002.. Shulman LM, Wen X  , Weiner WJ, Bateman D, Minagar A, Duncan R, Konefal J.
  • The use of dopamine agonists in very eldery patients with Parkinson’s disease. Shulman LM, Minagar A, Rabinstein A, Weiner WJ.
  • Acupuncture in Clinical Neurology, 2003. Rabinstein AA, Shulman L.M.
  • The use of alternative therapies by patients with Parkinson’s disease, 2001 Rajendran PR, Thompson RE, Reich SG.
  • Acupuncture treatment of Parkinson,s disease, a report of 29 cases, 2000. Zhuang X, Wang X.
  • Principles and application of acupuncture in neurology, 2000. Jellinger KA.
  • Acupuncture therapy for the symptoms of Parkinson’s disease, 2002. Shulman L.M, Wen X, Weiner WJ, Bateman D, Minagar A, Duncan R, Konefal J.
  • Effect of acupuncture on the auditory evoked brain stem potential in Parkinson’s disease, 2002. Wang L, He C, Liu Y, Zhu L.
  • Long-term high-frequency electro-acupuncture stimulation prevents neuronal degeneration and up-regulates BDNG mRNA in the substantia nigra and ventral tegmental area following medial forebrain bundle axotomy. Liang XB, Liu XY, Li FQ, Luo Y, Lu J, Zhang WM, Wang XM, Han JS.

Bijlage 1

Wetenschappelijk bewijs en studies.

Recent is er experimenteel bewijs gepubliceerd van twee onafhankelijke werkende groepen, dat acupunctuur in parkinsondiermodellen de degeneratie van het dopaminerge nigro-striatale systeem tegengaat(het celverlies tegengaat). En zoals wij weten is dit hersensysteem, gebaseerd op de neurotransmitter dopamine, nodig om goed te kunnen bewegen.

In een ander dierexperimenteel onderzoek bleek dat acupunctuur  de afbraak van de neurotransmitter dopamine in het extrapyramidale systeem kon remmen, zodat er meer dopamine beschikbaar bleef.

In studies bij mensen vonden onderzoekers dat acupunctuur bij Parkinson patiënten bepaalde neurofysiologische parameters (evoked potentials) verbetert in vergelijking tot placebo. Deze parameters worden gerelateerd aan het dopamine gehalte in het extrapyramidale systeem.

Zo zijn er diverse studies die aangeven dat acupunctuur in modellen voor de ziekte van  Parkinson relevante effecten heeft. Dat acupunctuur een remmend effect heeft op de dopamine afbraak in de hersenen zou ook klinisch relevant kunnen zijn.

Zo meldt een onderzoek van het neuroscience onderzoeks instituut in Peking dat langdurende electro acupunctuur met hoge frequentie 100Hz effectief is in het tegengaan van de degeneratie dopaminerge neuronen in de Substantia Nigra..

De toename van dopamine in de hersenen en de prikkeling van de dopamine neuronen kan bijdragen aan de therapeutische effecten, in TCM termen van het kalmeren van de pathogene wind en het kalmeren van de geest.

Department van neurologie Universiteitskliniek in Baltmnor, USA meldt  een onderzoek waarbij alternatieve therapieën worden onderworpen aan dezelfde objectieve standaarden als alle medische behandelingen. 20 Parkinson patiënten werden gemeten volgens UPDRS, H en Y, en nog 3 kwantitatieve motorische testen, vervolgens acupunctuur en herhaling van de testen, waarbij geen significante verbeteringen waren. Wel na acupunctuur een verbetering in de slaap en slaapkwaliteit. Bij het vragen aan de patiënten meldde 85% subjectieve verbetering van individuele symptomen, zoals tremor, lopen, handschrift, traagheid, pijn, slaap, depressie, en angst. Er waren geen bij werkingen.

In een klinische studie naar de effecten van acupunctuur bij de ziekte van Parkinson werd beschreven dat acupunctuur volgens de patiënten diverse klachten en symptomen kon verlichten, zoals: tremor, stabiliteit bij lopen, handschrift, traagheid van bewegen, pijn, slaapstoornissen, depressie en angsten. Met behulp van objectieve meetmethoden bleek vooral een positief effect op slaap en slaapkwaliteit. Op vrijwel alle andere objectieve meetlijsten, bleek acupunctuur een kleine positieve verschuiving te weeg te brengen op de algehele symptomatologie.

Ook individuele patiënten verslagen ondersteunen dit onderzoek.

Ludwig Bolzmann instituut in Wenen meldt het volgende.

Acupunctuur is een valide methode van complementaire geneeskunde met een brede applicatie in neurologie. Het is zowel  gebaseerd op ervaringen van traditionele Chinese geneeskunde als op experimenteel bewezen biologische (biochemische en neurophysiologische) effecten. Door acupunctuur geïnduceerde analgesie wordt mogelijk gemaakt door inhibitie van pijn transmissie op ruggenmerg niveau en activering van centrale pijn regulerende centra door het vrijkomen van opioiden en andere peptiden wat tegengegaan kan worden door naloxone.

Moderne neuro beeldvormende methode (functionele MRI) bevestigden het activeren van subcorticale en corticale centra, terwijl transcraniale Doppler sonografie en Spect een toename van cerebrale bloedtoevoer en cerebrale zuurstof toevoer in normale personen liet zien. Klinische ervaring en controle studies bevestigden de werkzaamheid van acupunctuur bij diverse pijn syndromen, tension haedache, migraine, trigeminus neuralgie, posttraumatische pijn, lumbaal syndroom, ischialgie etc) en veronderstelt gunstige effecten bij het herstellen van perifere facialis paralyse en na een CVA. Geschikte technieken, hygiëne, veiligheidsmaatregelen en kennis van contra-indicaties zullen de risico’s van zeldzame bijwerkingen van acupunctuur minimaliseren, hetgeen een aanzienlijk aandeel vormt van het behandelingsrepertoire van de moderne neurologie. Er is genoeg bewijs om het gebruik van acupunctuur uit te breiden naar conventionele geneeskunde en verdeer studies aan te moedigen op zijn pathosfysiologische en klinische waarde.

D Nanjing universiteit van TCM meldt een onderzoek van 29 patiënten met als conclusie. Acupunctuur bezit duidelijke therapeutische effectiviteit bij de ziekte van Parkinson, hetgeen voornamelijk bewezen wordt door verbetering van klinische symptomen, vertraging van de progressie, verminderen van het gebruik van anti-parkinson medicatie, en te verwachten behandeling van de complicaties en symptomen veroorzaakt door de bijwerkingen van medicatie.

De Boston universiteit onderzocht het gebruik van alternatieve therapieën bij de ziekte van Parkison, en of er correlaties zijn met demografische, sociale, of ziekte-specifieke karakteristieken. Minimaal 40% gebruikten tenminste een alternatieve therapie. Vitaminen en kruiden, massage en acupunctuur waren de meest gebruikte. Zij waren jonger en waren jonger bij aanvang van de ziekte dan niet gebruikers, en hadden een hoger inkomen en educatie niveau.Er is geen correlatie tussen het gebruik van alternatieve therapie en de ernst van de ziekte. Het wijdverbreid en op grote schaal gebruik van alternatieve therapie vraagt om aandacht en onderzoek.Dit zou moeten leiden tot het testen van veiligheid en werkzaamheid en de kennis van artsen en patiënten vergroten ten aanzien van de mogelijke voordelen, kosten, beperkingen en risico’s van alternatieve therapieën .

Er zijn diverse neurologische en neurobiologische centra in het buitenland die acupunctuur een zinvolle bijdrage vinden als ondersteunende behandeling. Een bepaalde vorm van acupunctuur massage, Tuina, kan ook verlichting brengen in de symptomen bij de ziekte van Parkinson.

 

Bijlage 2

De zones van de schedelacupunctuur van Shunfa.

Het blijkt dat er een projectie plaats vindt van bepaalde gebieden van de hersenen op het meest nabijgelegen schedeloppervlak. Als bijzonderheid in de accupunctuur  heeft men hier niet te maken met punten maar met zones op het schedeloppervlak.

De zones zijn te verdelen in:

  • Motorische zone.

De lijn van de motorische zone wordt in 5 gelijke delen verdeeld. Het bovenste 1/5 deel correspondeert met de motoriek van de onderste extremiteiten en de romp. Dit deel wordt gebruikt bij een contralaterale paralyse van deze lichaamsdelen.

Het middelste tweevijfde deel correspondeert met de bovenste ledematen en wordt gebruikt bij een contralaterale paralyse van deze ledematen. Het onderste tweevijfde del correspondeert met de motoriek van het gezicht en de spraak; dit deel wordt gebruikt bij de paralyse van de gezichtsmusculatuur, verder bij motorische afasie, speekselvloed en anartrie (gebrekkige stemvorming). Hier zetelt ook de eerste spraakzone.

  • Sensibele zone.

Deze ligt 1,5 cm achter de motorische zone en daarmee parallel. De indeling is dezelfde als bij de motorische zone en wordt gebruikt bij pijnen en verschillende lichaamsdelen, die hierop betrekking hebben. Bij paresthesiëen in de betreffende extremiteiten is het prikken van deze zone zeer geschikt.

  • Zone van chorea en tremoren.

Deze ligt 1,5 cm voor de motorische zone en daarmee parallel. Het beste is deze zone in zijn geheel te prikken. Wordt gebruikt bij de ziekte van Parkinson en Chorea.

  • Vasomotorische zone. Deze ligt 1,5 cm voor de zone van tremoren en loopt daar parallel mee. Wordt gebruikt bij Hypertensie en perivasculaire oedemen, die drukverschijnselen geven.
  • Duizeligheidzone. Van de bovenste punt van het oor 1,5 cm naar boven en dan horizontaal 2cm naar voren en 2 cm naar achteren. Indicatie: syndroom van Meniere, duizeligheid en oorsuizen.
  • Tweede spraakzone. Indicatie: motorische afasie.
  • Loopcoördinatiezone. Indicatie: stoornissen in de coördinatie van de contralaterale extremiteit, die met pijn, dof gevoel en verlamming gepaard kunnen gaan. Verder uterusprolaps en enuresis nocturna.
  • Optische zone. Indicatie: corticale stoornis van het zien.
  • Evenwichtszone. Indicatie: evenwichtsstoornissen, die de oorsprong in de kleine hersenen hebben.
  • Maagzone. Indicatie: pijn en dysfunctie van de maag.
  • Thoraxzone. Indicaties: astma, paroxysmale tachycardie en aandoeningen in de thorax .
  • Genitale zone. Indicaties: metrorragie, en prolaps van de uterus, combineren met de loopcoördinatiezone.
  • Leverzone. Indicatie: chronische lever aandoeningen en pijn in het hypogastrium.

Naaldtechniek.

Voor het behandelen neemt men een 9 cm lange naald, die bij een zittende of liggende patiënt op een gedesinfecteerde plaats onder de hoofdhuid wordt gestoken. De naald wordt dan over de lengte van de zone voortgeschoven en krachtig met de wijzers van de klok mee of er tegen in gedraaid, ongeveer 180 maal per minuut, gedurende 1 tot 2 minuten.; dan 5 minuten rust en deze hele procedure nog tweemaal herhalen. Tijdens deze manipulatie bemerkt de patiënt meestal een lam gevoel in de ledematen of een warmtegevoel in het lichaam en een transpireren. De behandeling moet iedere dag plaatsvinden, tienmaal achter elkaar en dan een week rust. Na die tijd kan men zonodig weer beginnen.

Indicaties voor schedelacupunctuur zijn.

  • Restverschijnselen die ontstaan na een cerebraal trauma of trombose, waarbij het belangrijk is dat men niet direct met de therapie kan beginnen, zolang er nog een comateuze toestand bestaat; in het algemeen is dit 3 tot 7 dagen. Ontbreekt de bewusteloosheid dan is 24 uur voldoende om te kunnen beginnen met de therapie.
  • De restverschijnselen na een cerebrale ontsteking waar al met de therapie kan worden begonnen als de comateuze toestand voorbij is.
  • Extrapyramidale aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson en Chorea.
  • Ruggenmerg en perifere zenuwaandoeningen, zoals neuralgieën, lateraalsclerose, en spieratrofie; echter bij de laatste aandoeningen moet de behandeling gecombineerd worden met lichaamsacupunctuur.

In de praktijk blijkt parkinsonisme, veroorzaakt door arteriosclerose of encefalitis een betere prognose te hebben dan de ziekte van Parkinson. Parkinsonisme geneest vlug, de ziekte van Parkinson veel langzamer. Hetgeen mij logisch lijkt, gezien het dopamine tekort  door degenererende cellen bij de ziekte van Parkinson, terwijl bij parkinsonisme de dopamine-ontvangende cellen onvoldoende functioneren




Bijlage 3 De behandeling en de resultaten van Zeitler
.

Bij halfzijdige problematiek de contralaterale Parkinsonzone ( hierboven beschreven zone van Chorea en tremoren). Bij bilaterale problematiek, beide Antiparkinson zones.

De kliniek laat zien dat het Parkinson-syndroom beter reageert dan de echte M. Parkinson. De resultaten zijn echter gedurende de behandeling als ook wat betreft succes zeer verschillend.

Zeitler maakt melding  van de behandeling van 31 patiënten met het Parkinson syndroom. De oudste patiënt was 70 jaar, de jongste 40 jaar oud. De langste anamnese strekte zich over 16 jaar uit, de kortste over 3 maanden.

Alvorens acupunctuur hadden alle patiënten meestal langdurig medicijnen gebruikt met weinig of geen succes.

De langste therapieduur middels schedelacupunctuur bedroeg 200 zittingen, bij een patiënt kon er meet een behandeling de tremor tot rust brengen.

De therapievorm: Wanneer de tremor op de voorgrond staat, dan moet men de contralaterale Anti-Parkinson zone prikken, wanneer stijfheid op de voorgrond staat de contralaterale Motorische zone. Van deze 31 gevallen waren er bij 14 duidelijke verbetering, bij 13 verbetering en bij 4 geen verbetering.

Bij veel patiënten kon men reeds na 10 dagen = 10 behandelingen middels schedelacupunctuur een duidelijke verbetering waarnemen.

Sommigen  hadden na de behandeling bijna geen beperkingen meer, zij konden zich weer zelf verzorgen en aan lichte werkzaamheden deelnemen. In sommige gevallen werden toch recidieven gezien.





Bijlage 4

Het instituut te Ansbach zegt ervaring en succes  te hebben volgens de YNSA methode met o.a.Pijnlijk schouder-hand syndroom,Apoplexie,Opticus atrofie bij glaucoom,Arnold Chiari syndroom, tinnitus, slaapapnoe syndroom, snurken, Parkinson, acute en chronische lumbago, spinocerebellaire taxie, Friedreichse ataxie, tinnitus, chronische cervicale en lumbale wervelkolom syndromen, chronische pansinusitis, acute chronische Ashma, restess legs, dermatologische problemen, zoals beenulcera, chronische resistente trigeminus neuralgie, rheumatoide arthritis, ernstige pijnsyndromen, migraine, cerebrovasculaire insufficientie, fantoompijn, epilepsie, arteriële circulatie stoornissen extremiteiten, herpes Zoster.

Zij noemen YSNA het meest fascinerende systeem ontdekt en ontwikkeld sinds 30 jaar en de koninklijke vorm van alle acupunctuur systemen.

Zij laten een Parkinson casus zien op hun website.

Een 74 jarige vrouwelijke patiënt had al gedurende een lange tijd last van een tremor in alle 4 extremiteiten. Haar problemen wezen in de richting van de ziekte van Parkinson. De patiënte weigerde de voorgeschreven medicatievoor de ziekte van Parkinson in te nemen.

Bevindingen: De klinische bevindingen vertoonden evidente trillende activiteiten in alle 4 de ledematen. Geen andere neurologische tekenen. YSNA-diagnostiek, overeenkomend met buik en nek vertoonden positieve hersenpunten ( basale ganglia, cerebellum bilateraal, nieren bilateraal).

Behandeling. De YSNA positieve Basis en Y-punten werden behandeld met stimulatie. Na slechts 20 sec was er een duidelijke afname van het trillen, zodat er bijna stilstand was bereikt.De behandeling werd 1 maal per week uitgevoerd. Na 5 behandelingen was zij voor 70 tot 80% vrij van haar ongemakken.

 

top
inhoud

overzicht scripties
beginpagina

Toolbar
© Acupunctuur.com. Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen. De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan uw huisarts of specialist overbodig maken.
Ontwerp en onderhoud:
Hippo WebDesign, Amsterdam