| |
Acupunctuur en Neuraaltherapie, een paradox?
Een theoretische beschouwing aan de hand van casuistiek
Drs. R.C.Brunsting, arts
Geschreven in het kader van een scriptie-opdracht voor de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging
Nijmegen, augustus 2003
Inhoud
1. Doel en opzet
2. Inleiding
3. Neuraaltherapie, haar ontstaan en inhoud
4. Westerse segmentale acupunctuur
5. Casuistiek
6. Nabespreking casuistiek
7. Conclusie
8. Theoretische nabeschouwing
9. Samenvatting
10. Stellingen
11. Literatuur
1. Doel en opzet
Ik wil in deze scriptie via literatuuronderzoek en onderzoek bij een aantal patienten tot een vergelijking komen van de Westers georienteerde acupunctuur ( met “droge naald” ) en de neuraaltherapie ( met “natte naald”) binnen het bestek van pijnbestrijding bij gewrichtsklachten en hoofdpijn.
2. Inleiding
Als huisarts kwam ik rond 1992 bij toeval in aanraking met de neuraaltherapie.
Mij daarin verdiepend bemerkte ik dat, naast segmentale en stoorveldbehandelingen,
er ook regelmatig acupunctuurpunten in het behandelingsprogramma opgenomen waren. Zonder dat hier overigens veel verklaring voor kon worden gegeven, maar kennelijk met empirisch goed effect.
Sowieso had ik mij al vaker afgevraagd als ik een patiënt een homeopathisch of antroposofisch middel spoot, soms op specifieke (uit overlevering ) bekende plekken, of de injectie-locatie nog van invloed zou kunnen zijn op de werkzaamheid van het toegediende
middel. B.v. citrus-cydonia (citroen en kweepeer) per injectie tussen de schouderbladen, grofweg de Blaasmeridiaan in de longregio, als antroposofische behandeling bij allergie/
hooikoorts.
De Westers georienteerde acupunctuur heeft een aantal op natuurwetenschappelijke kennis gefundeerde verklaringsmodellen voor het effect van prikken in het algemeen en in acupunctuurpunten in het bijzonder.
Ook binnen de neuraaltherapeutische vakgroep heeft men zich beijverd om tot een aanvaardbare wetenschappelijke verklaring te komen van deze therapievorm, waarbij het prikken gecombineerd wordt met het injecteren van Procaine 1% of Xylocaine 1%.
Oppervlakkig beschouwd zou de ene therapievorm de andere moeten uitsluiten.
Heeft de acupunctuur niet een intact zenuwstelsel nodig? Immers bij dwarslaesies en zenuwblokkades werkt acupunctuur niet meer, terwijl bij de neuraaltherapie juist wordt
geblokkeerd.
In de volgende hoofdstukken hoop ik meer licht op deze schijnbare tegenstrijdigheid te werpen.
3. Neuraaltherapie, ontstaan en inhoud
Bij toeval ontdekt zoals wel vaker bij nieuwe vindingen, door de gebroeders Huneke, twee Duitse artsen in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Feitelijk een medische fout die leidde tot een onverwacht gunstig effect. Per abuis intraveneus toegediend Procaine (samen met een pijnstiller) leidde tot een acuut herstel van een migraine aanval bij hun zuster.
Ontdekking van de fout en toeschrijven van het wonderbaarlijke effect aan procaine, stond aan de wieg van de neuraaltherapie.
Andere waarnemingen leidden ertoe dat men ook littekens, gewrichten, periostale structuren, bloedvaten, pijnpunten in spieren (later trigger-points genoemd) ging injecteren.
Soms met een acuut resultaat, het zogenaamde Sekunden-fenomeen. Het prikkel-reactie principe leek hier aan ten grondslag te liggen.
Na een uitvoerige anamnese waarin vooral veel aandacht besteed wordt aan de voorgeschiedenis, traumata, alle opgedane littekens, operaties, de gebitstoestand, chronische ontstekingen, b.v. in de sinussen, wordt de patiënt uitvoerig lichamelijk onderzocht. Houding, wervelkolom zijn hierbij belangrijke bijkomende punten.
Daarna wordt de neuraaltherapie als volgt opgebouwd:
A. locale aanpak
B. segmentale aanpak
C. stoorveldtherapie
Ad a. De locale therapie, een anaestheticum spuiten in een pijnlijke structuur of in de naaste
omgeving wordt natuurlijk door elke praktiserende arts van tijd tot tijd toegepast. Het
kwaddelen, dat is intracutaan injecteren, in het betrokken gebied is echter ook een
veel toegepaste toedieningswijze.(b.v. bij lumbago).
Als het effect langer aanhoudt dan de bekende verdovingstijd van het gebruikte
middel kan men spreken van een therapeutisch effect.
Ad b. Als dit effect uitblijft, wordt er in 2e instantie, maar vaak ook meteen al, gekeken naar
storingen in het betrokken segment, zoals wervel- of gewrichtsblokkades, littekens en
andere eventueel anamnestische orgaanstoornissen.
Binnen het segment zijn er talrijke reflectoire verbindingen, denk aan de Head’se
zones, die het mogelijk maken dat de ene structuur (orgaan) de andere structuur (huid)
beïnvloedt.
Het sympathisch zenuwstelsel dat door het hele lichaam fijn vertakt is, lijkt een
belangrijke rol te spelen bij deze effecten en kan tegelijkertijd verantwoordelijk zijn
voor segment-grensoverschrijdende effecten Ook spierketens worden gezien als
verklaring voor de grensoverschrijdende effecten, nog los van de overlap van de
segmenten en de verschillen in locatie van dermatoom, myotoom, sclerotoom, en
viscerotoom binnen het segment.
Volgens O.Bergsmann (Wien, 1992) zijn al deze weefsellagen vice-versa met elkaar
verbonden! Dit noemt hij het “Segment-reflektorische Komplex”.
Ad c. Mocht ook infiltratie van tot nu toe gevonden storingen niet geholpen hebben dan
moet er uiterst zorgvuldig gezocht worden naar een typisch “neuraaltherapeutisch
fenomeen”- het stoorveld- .
Dit is een chronisch geprikkeld gebied, ergens in het lichaam, dat signalen afgeeft
onder de pijndrempel. Meestal een vorm van ontsteking, die via continue
pathologische impulsen het Grondsysteem ofwel Basisregulatiesysteem belast. Op
het concept van dit systeem kom ik later terug. Uit proefopstellingen is ook gebleken
dat de sympathicus geprikkeld wordt.
Door het stoorveld ontstaat een ontregeling en verzwakking van het hele organisme.
Bij een tweede “aanval” (operatie, griep) ontwikkelt vervolgens de, eventueel
genetisch , zwakste plek ziektesymptomen. Auto-immuunziektes zouden hiervan een
voorbeeld kunnen zijn.
Deze tweede aanval werd door Speranski als fenomeen ‘Zweitschlag’ genoemd, zoiets
als de druppel die de emmer doet overlopen.
Overigens wordt in de tegenwoordige elektro-acupunctuur ook naar stoorvelden
gezocht, vooral in het gebit.
Andere mogelijke stoorvelden waarnaar gezocht wordt, zijn de tonsillen of littekens
daarvan, de sinussen, de schildklier en de gynaecologische ruimte (b.v. status na een
partus).
De therapie kan nog aangevuld worden met injecties bij sympathische ganglia, zoals het ggl.stellatum of het ggl. coeliacum, en intraveneuze injecties. Mocht dit alles na 4-5 behandelingen helemaal niet baten dan wordt gestopt.
4. Westerse segmentale acupunctuur
Dit is een vorm van acupunctuur waarbij vooral die punten uit de klassieke Chinese acupunctuur gebruikt worden, zoals Ah Shi punten, lokale punten, regionale punten en distantpunten, die op grond van Westerse neuroanatomische en fysiologische kennis gerelateerd kunnen zijn aan de klacht, of redelijkerwijze bruikbaar. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van de typisch Chinese denkwijze met Yin-Yang energien en een meridianen stelsel.
Kennis over de primaire verbindingen tussen de segmentlagen (derma-, myo-, sclero-, en viscerotoom), secundaire verbindingen via het autonome, vooral sympathische zenuwstelsel, de interacties over en weer, gecombineerd met kennis over centrale controle en terugkoppeling, vormen hier het directe aanknopingspunt voor therapie.
Bij een pijnklacht, b.v. een epicondylitis lateralis worden allereerst locale Ah Shi of acupunctuurpunten opgezocht, daarna wordt gezocht naar afwijkingen in het betrokken segment (en aangrenzende segmenten), c.q. segment C6. Belangrijke acupunctuurpunten, die de 3 eerste segmentlagen van C6 kunnen bereiken, zoals Di 4 via het dermatoom, 3V 11 via het myotoom, en de proc.spinosus C6 voor het sclerotoom worden dan aangeprikt. Via secundaire relaties kan er ook nog gezocht worden naar storingen op thoracaal niveau, in dit geval in segment Th 6. Het is denkbaar dat een wervelblokkade op dit niveau secundair klachten geeft in het elleboogsgebied. Acupunctuur, maar ook andere therapieën zoals manuele therapie kunnen dan toegepast worden.
Algemene pijnbestrijding door (stevig) prikken op afstand, b.v. Ga 39 in het onderbeen, is een aanvullende mogelijkheid.
Kortom ook hier is de werkwijze, na grondige anamnese en lichamelijk onderzoek:
A. lokale aanpak
B. segmentale aanpak, waarbij eerst gestreefd wordt naar het uitschakelen van vicieuze
cirkels onderhoudende factoren, zoals wervelblokkades, littekens, triggerpoints, etc. en
vervolgens modulerend geprikt.(Bekkering ,Van Bussel, in Medical Acupuncture 1999)
C. tenslotte kan er ( stevig) distant geprikt worden .
De werking wordt verklaard door er vanuit te gaan dat zacht modulerend prikken met een dun acupunctuurnaaldje een prikkeling geeft van de dikke II en IIIa vezels, die successievelijk de fijne en grove tast geleiden., wat tot inhibitie leidt op centraal segmentaal niveau van de dunne IIIb en C-vezels, die de scherpe en doffe pijn ‘verzorgen’.
Zacht prikken blijkt inhibitie te geven in het segmentale vlak, maar ook op secundaire relaties.
Stevig prikken geeft via opstijgende banen release van endorfines en enkefalines op (hypo-) thalamair niveau, en via centraal descenderende dorsolaterale banen inhibitie door 5-HT (serotonine) release. Bij serotonine-depletie (depressie) zou acupunctuur op deze manier dus minder goed moeten werken.
Stevig prikken zou ook tot remming van het DNIC leiden ( Le Bars, Willer en de Broucker 1992.).Het DNIC staat voor diffuse noxious inhibitory controls. Dit zijn interneuronen op segmentaal niveau, zgn. non-convergente, die alleen op nociceptieve prikkels reageren en via supra-spinale centra weer inhibitie geven van convergente neuronen in niet-aangedane segmenten. Pijnlijk prikken van zo’n niet aangedaan segment kan vice versa weer pijn-inhibitie geven in het aangedane segment.
Gezien de complexiteit van het systeem en de grote verschillen in reactie, afhankelijk van het soort prikkel en afhankelijk van de vraag of die uit een pijngebied komt of niet, blijven er toch nog vragen over het soort prikkeltoediening in het algemeen. Overigens lijkt de naald met het minste letsel de relatief grootste prikkel te geven. Uit onderzoek blijkt dat een naald evenveel inhibitie veroorzaakt als hitte schade aan het gehele been. Alexander Mcdonald, 1998, veronderstelt dat in het grijze verleden een doorn in de voet veel voorkwam en een potentieel gevaarlijk letsel was.
Als therapie, maar ook als diagnosticum biedt deze acupunctuur vorm veel nieuw begrip en mogelijkheden, vooral door beter inzicht in de secundaire relaties. Daarmee wordt voor alle duidelijkheid bedoeld dat via het sympathische zenuwstelsel symptomen zich op een ander niveau presenteren dan het oorspronkelijk aangedane segment. Dit valt te verklaren uit het feit dat de sympathische pre-ganglionaire vezels alleen tussen C8 tot L2 ontspringen uit de zijhoorn en toch het hele lichaam voorzien. Hoofd en extremiteiten zijn daarmee de ‘gedissocieerde’ gebieden. De drie sympathische kolommen in de zijhoorn ,vooral de laterale, kunnen de interacties op sympathisch niveau verklaren.
Bekend voorbeeld: een hartinfarct ( niveau Th 3-5) kan via secundaire relatie pijn geven in segment C3-C5, correlerend met Trigeminus (kaakpijn) of segment C5 ( pijn in de bovenarm).
Diagnostisch heeft deze aanpak als meerwaarde dat er veel meer gelet wordt op sympathische verschijnselen, zoals oogverschijnselen (b.v. Mydriasis), huidverschijnselen (doorbloeding, vochtigheid), toestand van het subcutane weefsel (stugheid, rolbaarheid) etc. Storingen op visceraal gebied kunnen daardoor soms eerder opgespoord worden, waarbij wel opgemerkt moet worden dat een orgaanstoornis zich meestal over meer segmenten manifesteert.
5. Casuistiek
Casus I :
Betreft een 44-jarige vrouwelijke paardrij-instructrice, die een gezonde maar zeer magere indruk maakt. Zij is van nature zeer actief, op het onrustige af.
Sinds 3 jaar, na een val van haar paard, heeft zij chronische pijn in de rechter schouder waardoor dagelijkse handelingen belemmerd worden, zoals aankleden.
Bij bewegen heeft zij minder last. In rust neemt de pijn toe, op de schouder liggen is onmogelijk, waardoor zij permanent slecht slaapt.
Fysiotherapie heeft niet geholpen en een geraadpleegde orthopaed stelde de diagnose op een chronische capsulitis, c.q. frozen shoulder, en wilde gezien het lange beloop onder narcose de schouder mobiliseren. Omdat patiente daar weinig vertrouwen in had, raadpleegde ze mij.
De voorgeschiedenis is verder blanco, ze heeft 2x een ongecompliceerde partus gehad. Er zijn geen andere traumata, operaties, sinus- of gebitsklachten.
Bij onderzoek zie ik een pokkenlitteken op de rechter bovenarm, en er is enige atrofie van de rechter schoudermusculatuur. De ventrale humeruskop is drukpijnlijk (segment C5), er zijn actieve Trigger-points in de M.Trapezius (segment C3-5).
Er is een painful-arch bij abductie zowel actief als passief en een beperkte exorotatie van
20 graden. De beweeglijkheid van de nek is vrijwel ongestoord en niet pijnlijk bij palpatie tot mijn verbazing.
Van oudsher begin ik met ‘nat’ prikken, met xylocaine 1% in dit geval. Dat viel overigens meteen al niet mee: patiënte collabeerde reeds bij het zien van een naald.
Niettemin koos ik in haar geval voor de locale punten Di 15 ( segment C5, C5-6 derma-/myotoom), 3V 14 (segment C4, C4-6), Ga 21 ( C3, C2-4).
Het regionale of segmentale punt Di 4 (C6). Daarbij infiltreren van pokken litteken.
Patiënte vertrok nog natrillend en wat bleekjes, en ik verwachtte haar nooit meer terug te zien!
Een week later verscheen ze echter toch, en ….. de klachten waren verergerd. Nogmaals de anamnese: patiënte herinnerde zich dat ze op 15-jarige leeftijd langdurig pijn in de rechter onderbuik had gehad, waarbij gedacht werd aan een verwaarloosde appendicitis. Ze werd niet geopereerd.
Bij onderzoek bleek Mc Burney zeer drukpijnlijk bij diep doordrukken.(myotoom) De buikspieren aldaar, Rectus abd. , Obliquus in- en externus en Transversus abd. worden geinnerveerd vanuit segment C7-Th 12 Mogelijk bestond er een secundaire relatie met de schouderklacht via Thoracale 4-6 ?
Na patiënte eerst neergelegd te hebben werden de eerste punten weer geprikt in combinatie met het buikpunt ( ongeveer overeenkomend met Mi 14).
Bij het 3e consult was tot haar en mijn verbazing de pijn veel minder, ze sliep weer en de beweeglijkheid van de schouder was ook zelfs toegenomen.
Omdat prikken een ramp bleef, beperkte ik de prikpunten tot Di 4, Ga 21, en Mi 14.
Het ging zo goed dat we bij de 5e behandeling stopten.
Na 2 maanden keerden de klachten enigszins terug. Ik besloot alleen Mi 14 droog te prikken,
zacht modulerend . Na 2 behandelingen is ze inmiddels weer 2 maanden pijnvrij, sjouwt weer met jerrycans, etc.
Casus II :
Hier betreft het een 45-jarige laborante, een fors gebouwd en wilskrachtig mens. Jong uiterlijk. Soms wat nerveus. Ze rijdt graag motor en heeft daardoor bij een val een distale clavicula fractuur opgelopen in1999, die operatief behandeld moest worden. Een half jaar nadien houdt ze pijn in rust en bij beweging.
Injecties met cortison in het acromio-claviculaire gewricht hadden niet gebaat.
Zij heeft een behoorlijk allergische constitutie met een chronische rhinitis, soms astmatische bronchitis, en ze houdt vocht vast. Medicatie: Flixonase.
In het verleden zijn er 2x neuspoliepen verwijderd, ze heeft een tonsillectomie ondergaan. Er zijn geen gebitsproblemen of gynaecologische klachten.
In deze beschouwing beperk ik mij tot de schouderproblematiek
Bij onderzoek zie ik rode littekens op de linker schouder zowel ventraal als dorsaal.
Geen spieratrofie, geen sympathische verschijnselen. De linker schouder staat hoger dan de rechter. De schoudermusculatuur is links meer hypertoon dan rechts met duidelijke actieve triggerpoints. Drukpijn op het acromio-claviculaire gewricht.
Er is een lichte actieve bewegingsbeperking in alle richtingen van de linker schouder. Bij ventraal gerichte adductie heeft ze pijn, passend bij irritatie van acromio-claviculair gewricht. De nek heeft een rotatiebeperking in retroflectie naar rechts ( segment C5-6). Lateroflectie beperking naar rechts.
De Segmenten C4-5-6 lijken het meest gestoord.
Ik ben weer gestart met injecteren, ook weer met Xylocaine 1%.
Eerst de AhShi punten, de littekens (schouder en tonsillen), en ik koos voor de punten
Di 15, 3V 14, Du 9, Ga 21, DI 4 en Di 20
Proc.spinosus C5 en C6. Tenslotte YinTang om te stabiliseren.
( in verband met de longen en allergie koos ik ook nog voor Kri 6, RM 17, kwaddels rug over alle thoracale dermatomen,-denk aan secundaire relaties in het trigeminus gebied- en Le 3 ook ter ontspanning).
Na drie behandelingen was de schouder 90% beter. Echter een aantal keren per jaar neigde de klacht terug te komen, waarop we besloten hebben 1x per zes weken preventief te spuiten, zeker omdat ook haar allergische klachten goed op de therapie reageerden. Ze heeft minder neusspray nodig, er zijn geen neuspoliepen meer
Interessant in de decursus is dat zij 5 maanden geleden bij de uroloog terechtkwam voor een geprikkelde blaas. Deze raadde Furadantine aan voor lange tijd. Patiënte volgde het gegeven advies niet op, maar kwam weer bij mij.
Omdat ze ook onderrugspijn had, koos ik voor Bla 23 (Yu-punt nieren, Dermatoom Th 10 = niersegment), DuMai 4 (proc. Spinosus L2 = blaassegment). Ter afsluiting als empirisch distantpunt bij vochtvasthouden en onderbuiksklachten Mi 6. ( dermatoom L4, myotoom gastrocnemius S1-2) Voor de parasympathische component van de klacht is segment S1-2 een goede benadering.
Na 2 behandelingen geen blaasklachten meer.
Met het oog op deze scriptie heb ik haar daarna 2x ‘droog’ geprikt. Het bleef goed gaan, maar als interessant fenomeen vertelde ze dat ze beide keren daarna veel en donker geplast had met voorbijgaande pijn in de nierstreek. In mijn ogen een gezonde reactie.
Casus III :
48-jarige dame, met vaak stressende organisatorische functie. Brildragend met iets vermoeide blik in de ogen. Wat breedvoerig in het gesprek, zorgelijke inslag. Milttype.
Haar voornaamste klacht is hoofdpijn, en wel twee vormen.
- Wekelijks migraine (duur 24-48 uur), lichtflitsen als aura. Intolerantie voor licht.
De migraine is ontstaan na een val op het achterhoofd op 24-jarige leeftijd.
- Wisselend hoofdpijn fronto-temporaal, zeurend van karakter, afhankelijk van weersomstandigheden en temperatuurwisselingen, en menstruatie.
In voorgeschiedenis een adeno-tonsillectomie, een appendectomie en de ziekte van Pfeiffer.
Ze heeft een allergie voor bomen.
Bij lichamelijk onderzoek zie ik een verstreken neklordose, opvallend is een koudere vochtige rechter nekhelft (sympathicus), er is drukpijn occipitaal en in de nek schoudermusculatuur. Drukpijn op de proc.spinosus C2 en C3.. Er is een rotatie beperking in anteflectie naar links (eveneens C2 en C3).
Onderzoek van de rug levert alleen drukpijn op paravertebraal rechts ter hoogte van Th2-4 (myotoom).
Vlg. Cyriax 1938 en Baldry 1993 kunnen de gevonden triggerpoints occipitaal en in trapezius temporale en /of frontale hoofdpijn verklaren.
Het duidelijkst gestoorde segment lijkt C2-C3.
Ook bij deze patiënte startte ik weer met “wet”needling, Xylocaine 1% in dit geval.
2cc intraveneus in de rechter arm (zie inleiding, waarschijnlijk werkzaam via perivasculaire sympathicus), de locale punten Bla 10, Ga 20 en Ga 21 (segmenten C2 –4). Proc.spin C2, misschien wat dubbelop. Triggerpoints in M.Trapezius.
Ook Di 4 kan belangrijk zijn voor hoofdpijn en allergie neus. Ter aanvulling Di 20 en Yin Tang.
De tonsillectomie en appendectomie littekens worden geprikt.
Bij het tweede bezoek een week later was er weinig veranderd. Gezien de toch duidelijke blokkade van de 2e cervicale wervel, besloot ik deze te laten manipuleren om een mogelijk vicieuze cirkel te doorbreken.
Bij het derde bezoek, een maand later was de manipulatie verricht, de fronto-temporale hoofdpijn afgenomen, maar de migraine nog onveranderd. Naast de vorige punten nu ook
Le 3 (spanningsregulerend) en paravertebraal Th 2-4 naar facet gewrichten geprikt
( gezien de mogelijk secundaire relatie).
Weer een maand later heeft patiënte geen migraine meer gehad, de spanningshoofdpijn blijft weliswaar minder maar toch voortbestaan.
Momenteel wordt de therapie elke 6 weken herhaald, met handhaving van het effect.
Ook na over gang op acupunctuur naalden, waarbij dus niet i.v. en littekens gespoten werden,
maar wel de overige punten benut werden , blijft het resultaat ongewijzigd.
6. Nabespreking casuistiek
Samengevat zijn hier drie patienten behandeld vanuit gezichtspunten afkomstig uit de neuraaltherapie (P.Dosch 1986, Fischer 1998) en uit de Westers georienteerde segmentale acupunctuur, welke zo helder is verwoord door R.van Bussel en R.Bekkering in het boek Medical Acupuncture hoofdstuk 8 en in cursussen voor de NAAV.
De gezichtspunten werden gecombineerd toegepast,eerst met xylocaine 1% injecties en tenslotte met acupunctuurnaalden.
Deze verschillende prikkelkwaliteiten gaven bij alle drie patiënten geen opmerkelijke verandering in het resultaat.
Wel waren er twee leuke bevindingen: bij de eerste patiënt het doorslaggevende effect van een secundaire relatie. (of stoorveld?). Nog verrassender in mijn ogen is het feit dat uiteindelijk één naald op (kennelijk) de juiste plek al voldoende is. De magisch aandoende stelling van sommige acupuncturisten (Felix Mann,1998) dat één naaldje wonderen kan verrichten, komt hierdoor voor mij wat dichterbij.
Bij de 2e patiënte is vooral de reactie op de blaasbehandeling in z’n duidelijkheid en directheid, enthousiasmerend, waarbij opgemerkt moet worden dat de oude Chinezen via hen, voor ons vreemde denkwijze, toch uiterst doeltreffend konden zijn!
De migraine bij de derde patiënte reageert tenslotte beter dan de spanningshoofdpijn, en dat is anders dan ik zelf had verwacht, gezien de i.h.a. grote therapie resistentie van de migraine.
De waarschijnlijke relatie tussen val en blokkering C2 met anamnestisch de migraine als gevolg, vormt hier kennelijk de oplossing.
7.
Conclusie
Valt hier iets uit te concluderen? Nee, nauwelijks. Daar is de opzet niet geschikt voor.
De aangevoerde casuistiek is wel een ondersteuning van de stelling dat er weinig verschil in effect is tussen ‘dry’ en ‘wet’needling. Via degelijk onderzoek komt Alexander McDonald (1998, Med.Acupuncture, hoofdstuk 7) tot de conclusie dat acupunctuur in m.n. pijnregio’s hetzelfde effect heeft als infiltratie met Xylocaine. In een dubbelblinde studie van Garvey, Marks en Wiesel(1998) kwam ook geen significant verschil tussen beide wijzen van prikken bij lage rugpijn, naar voren.
Gezien de factor tijd en de opeenvolging van de twee prikwijzen in de casuistiek, valt ook niet te zeggen of acupunctuur van meet af aan hetzelfde effect had gegeven.
Wel mag geconcludeerd worden dat de toegepaste werkwijze, zeker in de eerste twee gevallen, hardhandig en potentieel schadelijk ingrijpen onnodig heeft gemaakt. Ook, dat subtiele prikkels bijzondere effecten kunnen hebben.
8. Theoretische nabeschouwing
Verschillen neuraaltherapie en acupunctuur
Uitgaande van de constatering dat droog en nat prikken onder bepaalde omstandigheden hetzelfde effect hebben, ontstaat er een theoretisch probleem.
Immers in de Westerse acupunctuur wordt gesteld dat acupunctuur vooral via een prikkeling van II en IIIa vezels inhibitie geeft van de dunne pijnvezels IIIb en C , en bij sterke prikkeling ook centrale demping via opstijgende en dalende banen. Met xylocaine zou alleen de excitatie in het segment gedempt worden.( R.Bekkering, R.van Bussel, 1998).
• Het anaesthesie effect in de neuraaltherapie is bij gebruik van procaine 1% 20-30
minuten, bij xylocaine 1% langer dan 30 minuten tot wel 2 uur.
• Vóór en na het anaesthesie effect is er evenwel een prik én een prikwond. Een prikwond die ruim 3 dagen nodig heeft om te genezen en al die tijd signalen uitzendt. Vlg. Lund ,Hansen en Kehlet 1990, kan een schadelijke prikkel segmentaal analgesie geven, in dit onderzoeksverhaal tot 48 uur na uterusextirpatie.
• Met neuraaltherapie heeft men met een naaldlengte tot 12cm een groter bereik dan de acupuncturist en kunnen belangrijke stoorvelden als tonsillen, en gynaecologische ruimte bereikt worden, Daarnaast kan gericht geprikt worden naar het autonome, m.n. sympathische zenuwstelsel. Het ggl.stellatum in de hals, het ggl.coeliacum retroperitoniaal en de lumbale grensstreng zijn daarbij gebruikelijke doelwitten.
De verschillen lijken dus vooral te zitten in een kortdurende anaesthesie met al zijn mogelijke effecten segmentaal en/of sympathisch, het te bereiken prikdoel, en de chemische werking van het toegediende middel
De door procaine of xylocaine ontstane zenuwblokkade kan leiden tot:
- verminderde excitatie in het segment
- waardoor secundair sympathicusdemping
- doorbreking van vicieuze cirkels ( pathologische prikkel sympathicusprikkeling stase tot ischaemie)
- daarmee tijdelijke relaxatie van het systeem
- acuut herstel op afstand, als toegediend in het reeds genoemde ‘stoorveld’
De chemische werking van procaine is nog eens goed onderzocht door J.D.Hahn-Godeffroy,1993. Behalve verdoving heeft procaine een sympathicolytische , anti-inflammatoire, membraanstabiliserende, spierontspannende en antihistaminische werking!
Overeenkomsten acupunctuur en neuraaltherapie
Resteert het effect waarin acupunctuur en neuraaltherapie gelijkwaardig zijn: de prik, de punctie.
De Westerse acupunctuur baseert haar verklaringsmodel van het prikeffect op de huidige neurologische kennis. Dit model met zijn complexe controle-mechanismen is echter (nog) niet sluitend te maken. Er blijven hiaten, en tegenstrijdigheden.
Het streven naar gerandomiseerde, dubbelblinde onderzoeken maakt het er niet eenvoudiger op. Praktisch gezien is dat bij acupunctuur al moeizaam, maar ook de individuele aanpak staat op gespannen voet met generalisaties.
Zo gezien blijft het verklaringsmodel van beide therapieën simpelweg beperkt tot selectief inhiberen of stimuleren op neuraal niveau ( en indirect op chemisch/humoraal niveau via de endorfines en enkefalines).
Dit geeft goede therapeutische aanknopingspunten en maakt veel in de acupunctuur begrijpelijker en verklaarbaarder. Een deel van de Chinese empirie wordt ondersteund door degelijke Westers wetenschappelijke opvattingen. Deze benaderingswijze heeft dus ontegenzeggelijk zijn merites.
Maar nu de hiaten: de onverklaarbare effecten of genezingen in beide therapievormen, soms door aanprikken van niet rationeel te begrijpen punten.
Ik wil hier een aantal concepten noemen, die deze hiaten zouden kunnen helpen verklaren, soms vanuit een ander paradigma.
- Het prikken geeft een wond . Deze geeft een verandering van het elektro-magnetische veld ter plaatse. (Klima 1993, Wenen.) Een veld met andere grenzen en invloeden.
- De wond stimuleert leucocytolyse, waarbij veel vaso-actieve mediatoren vrijkomen.
- Elke cel bevat biofotonen, die vrij komen bij celdestructie en de informatie overdracht in het lichaam kunnen verbeteren. (F.A.Popp, 1987,Heidelberg).
- Via de quantenfysica komt men tot de chaostheorie, positieve terugkoppeling, gelijktijdige informatie in het hele veld c.q. organisme van elk punt over het geheel. Vergelijk de morfogenetische velden van Sheldrake. Tijd en afstand bestaan hierin niet meer.
In dit concept kán een prikkel tot momentane, onomkeerbare verandering leiden in het gehele systeem of een deel ervan. In dit verband doet het er natuurlijk niet toe of het een pathologische of therapeutische prikkel is. De verbanden zijn niet lineair en voorspelbaar meer, zoals in de Newtoniaanse natuurkunde waarop onze huidige geneeskundige kennis nog steeds uitsluitend stoelt.
Een interessant experiment in dit verband van Kasnachejew en Michailowa ( F.A,Popp , 1987, Heidelberg) is de proef waarbij twee paar glazen kolven met celculturen naast elkaar geplaatst worden. Een kolf van beide paren wordt met een virus geinfecteerd, de afgesloten niet voor UV-licht doorgankelijke kolf blijf steriel, de afgesloten kwartskolf die wel UV-licht doorgankelijk is, gaat wel virussen bevatten! De conclusie is: niet de materie (virus) is belangrijk maar de informatie.
- Het eveneens reeds genoemde Basisregulatiesysteem vlg.Pischinger (1990, Heidelberg), biedt ook aanknopingspunten voor extra-neuronale overdracht van prikkels /informatie.
Dit systeem wordt gevormd door het intercellulaire ‘raster’ van glycoproteinen waaraan watermoleculen in kristallijne vorm gebonden zijn. Ook hierin is een elektro-magnetisch veld aangetoond dat de potentie heeft informatie te geleiden en vast te houden. (E.Buddecke, 1974, Berlijn).
Ook pathologische informatie door b.v. belasting met zware metalen wordt opgeslagen en kan accumulatief leiden tot een verstopping van het systeem, waardoor er een informatie verstoring optreedt tussen organen met ziekteverschijnselen als gevolg.
- Belangrijk voor zowel neuraaltherapie als acupunctuur is de relatie-pathologie volgens
Ricker ( H.Barop, 1994, in Aktuelle Beiträge zur Neuraltherapie nach Huneke).
In tegenstelling tot de cellulaire pathologie vanVirchow, die materieel en reductionistisch is, is de relatiepathologie dynamisch en kan éénzelfde mechanisme ( pathologische prikkeling van de sympathicus) leiden tot zeer verschillende ziektes of symptomen.
Hij toonde experimenteel aan dat allerlei soorten prikkels, microbiële, chemische en fysische , niet primair de (orgaan) cel maar de sympathicus prikkelen. Dit geeft een ontregeling van het grondsysteem wat dan tenslotte tot orgaanpathologie leidt.
Het lijkt ook dat een ‘oude’ prikkel de sympathicus gevoelig maakt en tot een heviger reactie bij een tweede prikkel laat komen (post-traumatische dystrofie?) De sympathicus zou hiermee dè ziektebemiddelaar zijn en primair behandeld of beinvloed moeten worden.
( In tegenstelling tot deze visie is mij uit de meest recente neurologische leerboeken
duidelijk geworden, dat het vegetatieve systeem maar weinig in de belangstelling staat en
zeker niet als belangrijk moment bij ziekte wordt gezien , hoewel er tegelijkertijd wel een
belangrijke rol bij de homeostase aan toe wordt gekend.)
Deze concepten hebben gemeenschappelijk dat ze ‘energetisch’ zijn, en een ander soort verklaring voor de wijze van informatieoverdracht geven.
Mogelijk moeten we nog ‘moderner’ worden en deze reeds decennia oude, maar zeer serieuze concepten meer gaan integreren in ons denken?
9. Samenvatting
Neuraaltherapie en Westerse segmentale acupunctuur worden inhoudelijk besproken en vergeleken, vanuit de vraag of er een paradox is tussen beide therapievormen.
Primair lijkt neuraaltherapie te remmen, te blokkeren, terwijl acupunctuur primair stimuleert en pas secundair inhibeert.
Op grond van casuistiek kan geen conclusie getrokken worden, maar lijkt ‘droog’ en ‘nat’ prikken weinig verschil te maken. Geconstateerd wordt dat de overeenkomst tussen beide therapievormen gelegen is in de prik, de punctie met waarschijnlijk (dagenlange) effecten.
Het verschil zit voornamelijk in de kortdurende informatieblokkade door een anaestheticum bij neuraaltherapie.
Neuraaltherapie en acupunctuur zijn geen paradox, maar lijken elkaar grotendeels te overlappen.
Het huidige neurologische verklaringsmodel schiet soms tekort voor de vele aantoonbare goede effecten van beide therapievormen.
Deze hiaten kunnen mogelijk opgevuld worden door moderne(re) theorieën in de fysica, zoals informatievelden en biofotonen, meer in ons denken te integreren.
Summary
Neuraltherapy and Western segmental acupuncture are regarded and discussed in respect of the question whether both types of therapy are paradoxical.
Primarily neuraltherapy seems to inhibit , to block. On the other hand acupuncture seems primarily to stimulate.
On the basis of three case studies conclusions can’t be drawn, but ‘dry’(acupuncture) and ‘wet’(neuraltherapy) needling don’t seem to make much difference.
The resemblance of both therapy-types consists of the punction. The micro-wound probably gives long-lasting effects (several days).
Mainly the short-lasting blockade of information by an anaesthetic (neuraltherapy) is the most predominant distinction.
Neuraltherapy and acupuncture aren’t a paradox, but they seem to overlap each other for a greater part.
Sometimes the actual neurological modell is incapable to explain the good effects proven of both therapies.
These gaps could possibly be filled by integrating in our way of thinking, more modern theories in physics, as informationfields and biofotons.
10. Stellingen
- Bestrijden van medische fouten kan revolutionaire ontwikkelingen in de weg staan.
- Segmentale acupunctuur en neuraaltherapie verdienen een serieuze plek in de reguliere
pijnbestrijding.
- Kennis van secundaire relaties is van groot diagnostisch en therapeutisch belang.
- Modulatie van ons begeerteleven zou een forse kostenvermindering van onze
gezondheidszorg veroorzaken.
- Als de vleugelslag van een Europese vlinder El Niño kan bewegen, kunnen 6 miljard
mensen de aarde uit zijn baan brengen.
- Een proktoloog is niet voor één gat te vangen.
11. Literatuur
Barop H. Neuraltherapie nach Huneke aus der Sicht der Relaationspathologie Rickers , 1994
Bekkering R. en Van Bussel R, in Medical Acupuncture , hfd.stuk 7, 1998
Bergsmann O., Bergsmann,R : Projectionssymptome. 2 A FacultasWien, 1992
Buddecke ,E : Grundriss der Biochemie.De Gruyter, Berlin, 1974
Dosch,P: Lehrbuch der Neuraltherapie nach Huneke 14 A, Heidelberg 1994
Fischer,L. : Neuraltherapie nach Huneke, Stuttgart 1998
Garvey T A ,MarksM R. Wiesel S W, 1989, A prospective randomised,double-blind evaluation of trigger-point injection therapy for low back pain. Spine 14:962-964
Hahn-Godeffroy,J.D.Procain in der Neuraltherapie nach Huneke.Der Allgemeinarzt 15 (1993)
Klima ,H : Der Organismus als offenes Netzsystem, Facultas Wien ,1993
Macdonald,AJR, c.s. 1983 Superficial acupuncture in the relief of low back pain: a placebo- controlled randomised trial. Annals of the Royal College of Surgeons of England 65:44-46
Mann.F: A new system of acupuncture. In: Medical Acupuncture, Chapter 5, 1998
Lund.H, Hansen O.B., Kehlet H 1990 Effect of surgery on sensory threshold and somatosensory evoked potentialsafter skin stimulation.British Journal of Anaesthesia 65;173-176
Pischinger,A : Das System der Grundregulation. 8.A.Haug, Heidelberg, 1987
Popp,F.A.: Neue Horizonte in der Medizin. 2.A.Haug, Heidelberg,1987
Sheldrake R,: Sieben Experimente,die die Welt verändern könnten. 2.A.Scherz, München, 1994
|