NAAV
Navigatie
Informatie over additieve geneeswijzen

 

OORZAAK EN BEHANDELING VAN HARTKLOPPINGEN
Westerse en Oosterse visie

Johan Carl Chin
Cardioloog
18.08.2006

 

    Inleiding

1. Hartkloppingen volgens de Westerse visie 

    1.1. Etiologie
           1.1.1. psychologische stoornissen 
           1.1.2. cardiale oorzaken 
           1.1.3. ritmestoornissen tijdens catecholamine-exces

    1.2. Diagnostische evaluatie 
           1.2.1. anamnese  
                     1.2.1.1. leeftijd     
                     1.2.1.2. beschrijving
                     1.2.1.3. psychiatrische aandoeningen
                     1.2.1.4. medicatie en genotsmiddelen
                     1.2.1.5. anderen medische aandoeningen
           1.2.2. lichamelijk onderzoek
           1.2.3. 12-afleidingen ECG
           1.2.4. laboratoriumonderzoek
           1.2.5. verder diagnostische onderzoek 
                     1.2.5.1. ambulante monitoring 
                     1.2.5.2. elektrofysiologisch onderzoek 

    1.3. De behandeling van hartkloppingen   
           1.3.1. bètablokkers
           1.3.2. ablatie
           1.3.3. electro cardioversie 
           1.3.4. de implanteerbare defibrillator

 

2. Hartkloppingen volgens de Chinese visie   

    2.1. Etiologie  

    2.2. Diagnose
           2.2.1.   Hart-Qi leegte patroon
           2.2.2.   Hart-Yang leegte patroon  
           2.2.3.   Hart-Yin leegte patroon
           2.2.4.   Hart-Bloed leegte patroon
           2.2.5.   gecombineerde Qi en Yin leegte patroon
           2.2.6.   non-interactie tussen Hart en Nier patroon
           2.2.7.   Hart-Galblaas-Qi timiditeit patroon
           2.2.8.   Water-Qi intimideert het Hart patroon
           2.2.9.   Water-Slijm intimideert het Hart patroon
           2.2.10. Flegma-Vuur teistert het Hart patroon
           2.2.11. Vocht-Hitte toxines vallen het Hart aan patroon
           2.2.12. Hart-Bloedstase en obstructie patroon
          
   2.3. Behandeling 
          2.3.1.   Hart-Qi leegte patroon  
          2.3.2.   Hart-Yang leegte patroon 
          2.3.3.   Hart-Yin leegte patroon 
          2.3.4.   Hart-Bloed leegte patroon
          2.3.5.   Gecombineerde Qi en Ying leegte patroon
          2.3.6.   Non-interactie tussen Hart-Nier patroon
          2.3.7.   Hart-Galblaas-Qi timiditeit patroon
          2.3.8.   Water-Qi intimideert het Hart patroon
          2.3.9.   Water-Slijm intimideert het Hart patroon
          2.3.10. Flegma-Vuur teistert het Hart patroon
          2.3.11. Vocht-Hitte toxines vallen het Hart aan patroon
          2.3.12. Hart-Bloed stase en obstructie patroon

3. Patiëntenvoorbeelden

4. Verklaring van de gebruikte acupunctuurpunten 

5. Conclusie

6. Samenvatting

7. Bronvermelding    

 

INLEIDING

Hartkloppingen behoren tot de meest voorkomende problemen van patiënten die zich presenteren bij een internist of cardioloog.
Een Amerikaanse studie liet zien dat bij 500 patiënten die de polikliniek bezochten,16 % kwam vanwege hartkloppingen.

Hoewel de oorzaak meestal onschuldig is, zijn er hartkloppingen die het gevolg zijn van een potentiële levensbedreigende ritmestoornis.
Het gevolg hiervan kan zijn dat de arts bang is een ernstige ritmestoornis niet te onderkennen en daardoor dure testen met weinig diagnostische en therapeutische waarde aanwent.

Men kan hartkloppingen definiëren als een onplezierige gewaarwording van een krachtige, snelle of onregelmatige hartslag.

In mijn dagelijkse reguliere cardiologische praktijk word ook ik regelmatig geconfronteerd met patiënten met hartkloppingen.
Hiervan is inderdaad het merendeel onschuldig, maar desondanks, ook na geruststelling, blijven de mensen regelmatig klachten houden waarbij ze zich zeer onplezierig voelen.

De behandeling in de westerse praktijk is meestal niet naar tevredenheid, noch van de dokter, noch van de patiënt.
Bij patiënten met klachten speelt de psyche eigenlijk altijd wel een rol, dan wel doordat stress bijvoorbeeld een oorzaak is van deze klachten, of doordat de patiënt stress ondervindt vanwege het hebben van deze klachten, in combinatie met de angst voor een ernstige hartaandoening.

Op grond van het feit dat acupunctuur de onderliggende oorzaken en de gevolgen van de hartkloppingen ook aanpakt, zou ik verwachten dat een dergelijke behandeling meer effect heeft dan een medicamenteuze behandeling.

Om deze reden vond ik het interessant om de Chinese benadering van hartkloppingen eens naast die van de Westerse geneeskunde te zetten.

top

1. HARTKLOPPINGEN VOLGENS DE WESTERSE VISIE

1.1. ETIOLOGIE

De oorzaken van hartkloppingen kunnen verdeeld worden in cardiaal, psychiatrisch, door medicatie geïnduceerd, door gebruik van genotsmiddelen, metabole stoornissen,hoge cardiac output status en catecholamines exces.

Bij een onderzoek bij 190 patiënten die zich met hartkloppingen meldden bij een universitair medisch centrum in Amerika werd bij 84% van deze patiënten een oorzaak gevonden ;
→ Bij 43% was de oorzaak cardiaal.
→ Bij 31%  psychiatrisch
→ Bij 10% werd een ander oorzaak gevonden, onder andere
     thyreotoxicose, cocaïnegebruik, cafeïnegebruik, amfetaminegebruik,
     anemie en mastocytose.

 
1.1.1.  PSYCHIATRISCHE STOORNISSEN

Hartkloppingen kunnen bij verschillende psychiatrische stoornissen  optreden zoals paniekaanvallen, generaliseerde angststoornis, somatisatie en depressie.
De hartkloppingen zijn hierbij een symptoom en kunnen optreden zonder dat er sprake is van een daadwerkelijke ritmestoornis.
Het is vaak moeilijk voor de patiënten om aan te geven of het gevoel van angst of paniek de oorzaak of het gevolg is van de ritmestoornis.

De psychiatrische aandoening kan samengaan met een andere oorzaak van hartkloppingen.
In het eerder genoemde onderzoek bleek dat 24 van de 190 patiënten meer dan één oorzaak voor hartkloppingen had.
Bij 21 van hen was dit een psychiatrische stoornis.
Bij een tweede studie bij 170 patiënten, bij wie inmiddels elektrofysiologisch onderzoek re-entry, supraventriculaire tachycardieën werden aangetoond, bleek dat het gemiddeld 3,3 jaar had geduurd voordat deze diagnose werd gesteld.

67% van deze patiënten voldeed ook aan de criteria voor paniekstoornis.
De diagnose supraventriculaire tachycardie werd niet gesteld bij 59 patiënten bij het eerste medische onderzoek, en bij 32 van hen werd de diagnose paniek,stress of angststoornis gesteld. 
65% van deze patiënten was van het vrouwelijke geslacht.

Deze bevindingen suggereren dat, hoewel er een goede bewijsvoering is dat psychiatrische stoornissen een veel voorkomende oorzaak van hartkloppingen is, deze diagnose niet geaccepteerd moet worden, tot dat  een daadwerkelijke aritmie is uitgesloten.

1.1.2. CARDIALE OORZAKEN

Zoals eerder vermeld zijn cardiale stoornissen een veel voorkomende oorzaak van hartkloppingen.

Hartkloppingen kunnen het gevolg zijn ritmestoornissen, dat wil zeggen elke afwijking van het normale sinusritme of een belangrijke verandering in de hartfrequentie bij een stabiele ritmestoornis als atriumfibrilleren.
 
Hartkloppingen kunnen echter ook voorkomen bij kleplijden zoals mitralis- of aortaklepinsufficiëntie, mitralisklepprolaps, het pacemaker- syndroom, cardiomyopathie en atriaal myxoma.
    
Bij de meeste patiënten met hartkloppingen die een vorm van ambulante monitoring ondergaan, worden supraventriculaire of ventriculaire ectopische slagen gezien of alleen een normaal sinusritme.
Het normale sinusritme wordt in 1/3 van de gevallen gevonden.  Premature ventriculaire contracties en nonsustained ventriculaire tachycardieën worden ook regelmatig gevonden bij patiënten met palpitaties.
Deze bevindingen zijn niet geassocieerd met een verhoogde mortaliteit mits er sprake is van structureel normale harten.

Bij de eerder genoemde studie aan de universiteitskliniek, werden vier variabelen als onafhankelijke voorspellers voor een cardiale oorzaak van hartkloppingen gevonden ;
→ Deze waren het mannelijke geslacht
→ Een beschrijving van een onregelmatige hartslag
→ Een hartziekte in de voorgeschiedenis
→ Een duur van hartkloppingen van meer dan 5 minuten.

Van de patiënten bij wie er geen van deze voorspellers werden gevonden, bleek er géén een cardiale oorzaak te hebben.
Ondanks de relatief hoge prevalentie van cardiale stoornissen in dit onderzoek, was de korte termijn prognose uitstekend.
 
Mortaliteit gedurende 1 jaar follow-up was gedocumenteerd in slechts drie vrouwen.
Deze waren allen ouder dan 70 jaar en geen van de doodsoorzaken waren plotseling of direct relateert aan de oorzaak van de palpitaties.
Ook het optreden van CVA gedurende 1 jaar follow-up was laag(1,1%).

 

1.1.3. RITMESTOORNISSEN TIJDENS CATECHOLAMINE-EXCES

Sommige sustained supraventriculaire en ventriculaire tachy-aritmieën kunnen veroorzaakt worden door sympathische stimulatie en catecholamine-exces zoals optreedt tijdens inspanning en tijdens stress.

Bij inspanningsonderzoeken blijkt echter dat non-sustained  supraventriculaire en ventriculaire premature slagen meer voorkomen dan aanhoudende ritmestoornissen en dat het optreden van ritmestoornissen vaker is bij patiënten met een onderliggende hartziekte.

Anderzijds is het zo dat  de idiopathische ventriculaire tachycardie,
vooral de rechterventrikel outflowtract tachycardie, juist op kan treden tijdens inspanning bij patiënten met structureel normale harten.                 
Deze ritmestoornis presenteert zich vaak tijdens het tweede en derde decade van het leven met hartkloppingen, duizeligheid of syncope.

Supraventriculaire tachycardieën inclusief atriumfibrilleren kunnen geïnduceerd  worden tijdens inspanning of bij beëindiging van inspanning wanneer de vermindering van de catecholamines    samengaat met een toename in vagale tonus.

Boezemfibrilleren tijdens deze relatieve toename van vagale tonus is vooral te vinden bij mannelijke atleten in het derde tot zesde decade van het leven.
Patiënten met het lang QT-syndroom, vooral congenitaal type 1of 2 presenteren zich karakteristiek met hartkloppingen tijdens uitgesproken inspanning of emotionele stress.
Het mechanisme is meestal een polymorfe VT, beter bekend als torsade de pointes.

Een zeldzame oorzaak van hartkloppingen tijdens catecholamine exces    is de abnormale sinustachycardie. Hierbij wordt een te snelle stijging van het sinusritme gezien, meestal bij jonge vrouwen. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door een overgevoeligheid voor bèta-adrenerge stimulatie.

top

1.2. DIAGNOSTISCHE EVALUATIE

In het grootste deel van de poliklinische patiënten met hartkloppingen is de oorzaak onschuldig. Uitgebreid kostbaar onderzoek is dan onnodig.
Het is belangrijk de patiënten te identificeren die een hoger risico hebben op een ernstige oorzaak van hartkloppingen.

De diagnostische evaluatie van patiënten met hartkloppingen begint met een anamnese met uitgebreide aandacht voor de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek en een 12-afleidingen ECG. Dit in combinatie met een beperkt laboratoriumonderzoek is voldoende om een definitieve diagnose te stellen in meer dan één derde van de patiënten.
Bij de resterende groep is ambulante monitoring zinvol en slechts enkele patiënten behoeven meer gespecialiseerd onderzoek.

1.2.1. ANAMNESE

Bij de anamnese let men vooral op de karakteristieke presentatie van de hartkloppingen, bijkomende verschijnselen en de leeftijd van de patiënt op het moment van het eerste optreden van de hartkloppingen.

1.2.1.1. LEEFTIJD

Hoewel de leeftijd geen onafhankelijke voorspeller is voor de aan- of afwezigheid van een cardiale oorzaak van hartkloppingen, kan dit wel helpen bij het maken van een differentiële diagnose.

Als voorbeeld een patiënt die sinds de kinderleeftijd snelle hartkloppingen heeft, zal waarschijnlijk een supraventriculaire tachycardie hebben, meestal als gevolg van een accessoire bundel, alhoewel een atrioventriculaire nodale re-entry tachycardie ook tot de mogelijkheden behoort. Andere vormen van paroxysmale supraventriculaire tachycardie zoals boezemfibrilleren, of atriale tachycardie, treden vaker op, op oudere leeftijd.
 
Ernstige ventriculaire ritmestoornissen treden meestal op bij de oudere patiënt met een structurele hartafwijking, maar idiopathische ventriculaire tachycardie kan al eerder optreden. Torsade de pointes als gevolg van lang-QT syndroom treedt vaak op voor het twintigste levensjaar.

1.2.1.2. BESCHRIJVING

Hartkloppingen kunnen op verschillende manieren beschreven worden. Er zijn echter specifieke beschrijvingen die het mogelijk maken de differentiaal diagnose te verkleinen.
Zo is het belangrijk te weten wat de hartfrequentie en de mate van regelmaat is van de hartkloppingen. Het kan helpen de patiënt te vragen het ritme met zijn vingers te tikken. Het kan ook helpen als de arts enkele voorbeelden van ritmes voordoet zodat de patiënt hier uit kan kiezen.

Snelle en regelmatige ritmes suggereren  paroxysmale supraventriculaire tachycardieën of ventriculaire tachycardieën. Snelle en onregelmatige ritmes kunnen wijzen op atriumfibrilleren, atriumflutter of een tachycardie met wisselend block.
 
Ook beschrijvingen van de patiënt kunnen helpen bij het stellen van de diagnose.
Voorbeelden hiervan zijn :

Overslagen van het hart.
De patiënt heeft het gevoel dat het hart stilstaat waarna na pauze een bonzende sensatie wordt gevoeld. Dit wordt meestal veroorzaakt door  supraventriculaire of ventriculaire premature contracties.

Een snel flutterend gevoel in de borst.
Dit kan het gevolg zijn van een sustained ventriculaire of supraventriculaire ritmestoornissen, inclusief sinustachycardie.

De regelmaat of irregulariteit van de hartkloppingen
kan een aanwijzing zijn voor de waarschijnlijke oorzaak, zoals boezemfibrilleren wat  irregulair is, terwijl sinustachycardie en AV nodale re-entry tachycardie regulair zijn.

Bonzend gevoel in de nek
een irregulair bonzend gevoel in de nek is het gevolg van atrioventriculaire dissociatie met onafhankelijke contractie van atria en ventrikels, waardoor sommige atriale contracties plaats vinden tijdens gesloten tricuspidalis- en mitralisklep.
Dit veroorzaakt de zogenaamde Cannon-A-Waves met een intermitterende toename van de A-golf  in de halsvene-curve.
Cannon-A-Waves kunnen optreden bij premature ventriculaire contracties, derde-graads- of compleet hartblock of ventrikeltachycardie.

Snelle en regelmatige nekpulsaties
welke het gevolg zijn van regelmatige uitgesproken A-golven kunnen gezien worden als het zogenaamde kikkerfenomeen. De sensatie van snel regelmatig bonzen in de nek komt het meest voor bij supraventriculaire tachycardieën, vooral de AV-nodale re-entry tachycardie of de atrioventiculaire tachycardie (pré-excitatie    syndroom).
De AV-nodale re-entry tachycardie is de meest voorkomende vorm van paroxysmale supraventriculaire tachycardie en komt drie keer zovaak voor bij vrouwen als bij mannen.
Bij de AV-nodale re-entry tachycardie worden de atria en ventrikels simultaan geactiveerd met een gemiddelde frequentie van 160 tot 180 slagen per minuut.
Als gevolg van de simultane, atriale en ventriculaire contractie, contraheren de atria steeds tegen gesloten of gedeeltelijk gesloten mitralis-en tricuspidalisklep.

Begin en einde van de hartkloppingen.
Het begin en het einde van de hartkloppingen kan soms een indicatie geven over de oorzaak.
→ Hartkloppingen die onwillekeurig en episodisch optreden en slechts   een moment bestaan, zijn in het algemeen het gevolg van premature  slagen terwijl een langzaam begin en einde suggereert dat er sprake is van een sinustachycardie.
→ Hartkloppingen die plotseling beginnen en eindigen kunnen veroorzaakt zijn door supraventriculaire of ventriculaire tachycardieën.

Patiënten leren vaak zelf hun hartkloppingen te termineren door
carotis-sinusmassage of andere vagale manoeuvres, zoals de
Valsalva-manoeuvre toe te passen.
Een beëindiging van de hartkloppingen op deze manier suggereert een supraventriculaire tachycardie, meestal een AV-nodale tachycardie of  een die gebruik maakt van een accessoire bundel.

Positionele hartkloppingen.
Patiënten met een AV-nodale re-entry tachycardie voelen vaak hartkloppingen als zij na bukken rechtop gaan staan.
De tachycardie kan beëindigen als de patiënt weer gaat liggen.
Vaak voelt een patiënt een intermitterend bonzende sensatie terwijl hij of zij in bed ligt, speciaal in rugligging of in de linkerzijligging.
Dit is meestal het gevolg van supraventriculaire of ventriculaire premature slagen die vooral optreden bij een langzame hartslag, zoals bij een rustende patiënt.
In de linkerzijligging is de punt van het hart dichter bij de borstwand, waardoor men de hartkloppingen beter gewaarwordt.

Palpitaties geassocieerd met syncope of pré-syncope.
Duizeligheid, syncope of pré-syncope kan optreden bij hartkloppingen.  Dit is een teken dat men moet zoeken naar hemodynamisch belangrijke en potentieel gevaarlijke ritmestoornissen, zoals ventriculaire tachycardieën. Korte runs van non-sustained VT, kunnen syncope en hartkloppingen veroorzaken.

Soms kan syncope optreden bij supraventriculaire tachycardieën, vooral in het begin van de tachycardie.
Men veronderstelt dat dit type wegraking het gevolg is van acute vasodilatie, snelle hartslag met een lage cardiac output of een combinatie van beide.

1.2.1.3. PSYCHIATRISCHE AANDOENINGEN.

Er is geen geschikt screening-instrument voor psychiatrische oorzaken van ritmestoornissen. Uit onderzoek is gebleken dat patiënten met psychiatrische stoornissen significant jonger en meer belemmerd zijn door de hartkloppingen, zij somatiseren meer en maken zich meer zorgen om hun gezondheid.

De hartkloppingen duren meestal langer dan 15 minuten, er zijn meer bijkomende symptomen en ze worden beschreven als meer intens.
Deze patiënten gaan ook vaker naar de spoedeisende hulp.
Er bestaan wel diagnostische criteria voor de belangrijkste psychiatrische aandoeningen, waarbij ook palpitaties optreden, zoals paniekstoornissen, gegeneraliseerde angststoornis, somatisatie en depressie.

1.2.1.4. MEDICATIE EN GENOTSMIDDELEN.

Het is belangrijk te weten welke medicatie de patiënt gebruikt, aangezien hartkloppingen kunnen optreden bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen zoals sympaticomimetica, vasodilatantia, anti-cholinergica, of de ontwenningsperiode van bètablokkers.
Verder dient men te vragen naar nicotine- en cafeïnegebruik alsook het gebruik van drugs, zoals cocaïne of amfetamine.

1.2.1.5. ANDERE MEDISCHE AANDOENINGEN.

De andere aandoeningen die gepaard kunnen gaan met palpitaties zijn, hypo-glycemie, thyreotoxicose, anemie en pheochromocytoom.


1.2.2. LICHAMELIJK ONDERZOEK

Meestal is het niet mogelijk de patiënt na te kijken tijdens zijn hartkloppingen.
Toch zijn er een aantal aanwijzingen die gevonden kunnen worden bij lichamelijk onderzoek zoals aanwijzingen voor mitralisklep-prolaps (midsystolische click en een laatsystolisch geruis). Vrijwel elk type supraventriculaire tachycardie evenals premature ventriculaire complexen en non-sustained ventriculaire tachycardie kunnen hierbij optreden.

Het luid holosystolisch geruis dat gehoord wordt langs de linker sternumrand en wat toeneemt met de Valsalva-manoeuvre suggereert een hypertrofische obstructieve cardiomyopathie.
Hierbij vindt men vaak atriumfibrilleren als oorzaak voor hartkloppingen, maar er kan ook sprake zijn van een ventriculaire tachycardie.

Bij klinische aanwijzingen voor een gedilateerde cardiomyopathie of hartfalen, moet men denken aan de mogelijkheid van ventriculaire tachycardie evenals atriumfibrilleren.
 

1.2.3.  12-AFLEIDINGEN ECG

Als de ritmestoornis op een 12-afleidingen ECG wordt vastgelegd dan is de diagnose duidelijk. Dit is echter slechts zelden zo.
Toch kunnen in het rust-ECG in sinusritme aanwijzingen gevonden worden voor de oorzaak van de hartkloppingen.

Een kort PR-interval en Deltagolven bevestigen de aanwezigheid van ventriculaire pré-excitatie en dit suggereert de aanwezigheid van supraventriculaire tachycardieën.

Uitgesproken linkerventrikelhypertrofie met diepe Q’s in I, aVL en V4 tot V6 suggereren de aanwezigheid van hypertrofische obstructieve cardiomyophatie.

Linkerventrikelhypertrofie met aanwijzingen voor linkeratriumvergroting wijst in de richting van boezemfibrilleren als oorzaak van de hartkloppingen.

Bij aanwezigheid van pathologische Q-golven passend bij een doorgemaakt myocardinfarct moet men zoeken naar non-sustained of sustained ventriculaire tachycardie.

Geïsoleerde supraventriculaire en/of ventriculaire ectopie kan soms gezien worden in het 12-afleidingen-ECG.
De morfologie van de ventriculaire premature slagen, vooral bij patiënten met normale harten, kan wijzen in de richting van een idiopathische  ventriculaire tachycardie als oorzaak van de  palpitaties.
               
Verlenging van het QT- interval en abnormale T-golf morfologie suggereert de aanwezigheid van het  lang QT-syndroom.
Een bradycardie kan vergezeld gaan van premature ventriculaire complexen en de bijbehorende hartkloppingen.
Vooral een compleet hartblock kan vergezeld  gaan van ventriculaire premature complexen of een verlengd  QT-interval met torsade de   pointes.

1.2.4. LABORATORIUM ONDERZOEK

Er zijn geen evidence based guidelines voor laboratoriumonderzoek bij patiënten met hartkloppingen.
Het is wel zinvol anemie en hyperthyroïdie uit te sluiten.

1.2.5. VERDER DIAGNOSTISCH ONDERZOEK

Alhoewel de meeste patiënten met hartkloppingen geen levensbedreigende ziekten hebben,heeft het merendeel van hen terugkerende symptomen die een negatief effect kunnen hebben op hun kwaliteit van leven.

Als het niet gelukt is middels lichamelijke onderzoek, anamnese, laboratoriumonderzoek en ECG, een definitieve diagnose te stellen, kan het zinvol zijn aanvullend onderzoek te verrichten om een ernstige aandoening uit te sluiten of een behandelbare ritmestoornis aan te tonen.
Het kan ook dienen om de patiënt verder gerust te stellen.

Men kan 3 groepen patiënten identificeren die in aanmerking zouden moeten komen voor specifiek diagnostisch onderzoek.
→Ten eerste, de groep van patiënten waarbij na initieel diagnostische
    evaluatie gedacht moet worden aan een ritmestoornis, vooral bij de
    patiënten met syncope of pré-syncope.

→Ten tweede, de groep patiënten waarbij een verhoogd risico is op
    ritmestoornissen, zoals patiënten met een organische hartziekte of
    een andere afwijking die kan lijden tot ernstige ritmestoornissen
    (myocardinfarct, idiopathische gedilateerde cardiomyophatie,
    belangrijk kleplijden en hypertrofische cardiomyopathie).
    Andere hoogrisico patiënten zijn die met een familie anamnese voor
    ritmestoornissen, syncope of plotse dood, zoals cardiomyopathie of
    lang QT-syndroom.

→De derde groep patiënten bestaat uit de mensen die een specifieke
    verklaring willen voor hun symptomen.

Het specifieke aanvullend onderzoek bestaat uit diverse vormen van ambulante monitoring en elektrofysiologisch onderzoek.

1.2.5.1. AMBULANTE MONITORING.

Ambulante monitoring is het meest belangrijke instrument voor het stellen van de diagnose bij hartkloppingen.

Er  zijn drie mogelijkheden ;
→ Ten eerste holter-monitoring. Hierbij wordt gedurende 24 uur het ritme
     van de patiënt continu opgenomen.

→ De tweede mogelijkheid is de continue loopregistratie waarbij de
     patiënt de monitor langere tijd mee naar huis kan nemen.
     Hierbij is de registratie echter niet volledig uit te schrijven maar wordt
     een stuk ritme geregistreerd tot enkele minuten voor het activeren
     van de monitor.
     De patiënt kan de registratie eventueel per telefoonlijn naar het
     centrum waar dit beoordeeld wordt.

→ De derde mogelijkheid is de implanteerbare looprecorder waarbij het
     apparaatje subcutaan wordt ingebracht.
     Het apparaat kan automatisch geactiveerd worden volgens
     geprogrammeerde criteria, of door de patiënt zelf met een soort
     magneet. Dit apparaat kan meestal een jaar blijven zitten.

1.2.5.2. ELECTROFYSIOLOGISCH ONDERZOEK.

Invasief elektrofysiologisch onderzoek is een algemeen geaccepteerde techniek voor het stellen van de diagnose van een vermoede ritmestoornis en is verder belangrijk voor de therapie van sommige ritmestoornissen zoals de supraventriculaire tachycardieën.
 
Het maakt een gedetailleerde analyse mogelijk van het onderliggende mechanisme van de ritmestoornis en een precieze lokalisatie van plaats van het ontstaan van de ritmestoornis.
 
Dit onderzoek is geïndiceerd bij patiënten met een hoge pré-test waarschijnlijkheid van een ernstige ritmestoornis, zoals bij patiënten met structurele hartziekten.

Volgens de Amerikaanse cardiologische richtlijnen (ACC/AHA) moet elektrofysiologisch onderzoek verricht worden bij elke patiënt bij wie de ritmestoornissen sustained zijn of slecht verdragen worden.
Dit onafhankelijk van het feit of er een hartziekte bij deze patiënt  is aangetoond.

top   

1.3. DE BEHANDELING VAN HARTKLOPPINGEN

De behandeling van de meeste sustained supraventriculaire en ventriculaire ritmestoornissen als oorzaak van de hartkloppingen, dient te gebeuren door een specialist getraind in farmacologische en invasieve   elektrofysiologische behandeling van ritmestoornissen.

De meeste vormen van regulaire supraventriculaire tachycardieën en sommige ventriculaire tachycardieën kunnen behandeld worden met  radiofrequente ablatie.

De grootste uitdaging is de behandeling van benigne ventriculaire of supraventriculaire ectopie of de hartkloppingen geassocieerd met een normaal sinusritme.
Hierbij is het belangrijk de patiënt ervan te overtuigen dat het ritme niet levensbedreigend is.

1.3.1. BETABLOKKERS

Als de supraventriculaire en ventriculaire ectopie belemmerend is voor de patiënt kan men starten met bètablokkers.

Als de bètablokker de ritmestoornis niet onderdrukt, kan dit middel in ieder geval de symptomen verminderen waardoor de patiënt zich prettiger voelt.

In het algemeen zijn anti-aritmica zoals flecaïnide, sotalol e.d. niet aan te bevelen, omdat deze de kans op gevaarlijke ritmestoornissen verhogen (pro-aritmogeen effect). 

1.3.2. ABLATIE

Hier boven is reeds beschreven dat ablatie bij bepaalde SVT’s en VT’s toegepast kan worden.
Ablatie is in het algemeen niet geïndiceerd bij geïsoleerde ventriculaire  premature complexen, maar een enkele keer komt het voor dat  een ventriculaire bigeminie palpitaties geeft met vermoeidheid en bijna-collaps bij inspanning, omdat er sprake is van een langzame effectieve hartslag en een lage cardio output.

In deze situaties kan ablatie overwogen worden.

1.3.3. ELECTRO CARDIOVERSIE

Bij persisterende supraventriculaire tachycardieën alsook bij sustained ventriculaire tachycardieën.

1.3.4. DE IMPLANTEERBARE DEFIBRILLATOR

Wordt gebruikt bij patiënten met levensbedreigende ventriculaire tachycardieën of ventrikelfibrillatie.

 top

2. HARTKLOPPINGEN VOLGENS DE CHINESE VISIE

2.1. ETIOLOGIE

Bij palpitaties kan onderscheid gemaakt worden tussen de exces vorm en deficiëntie vorm.

De exces vorm kan voorkomen bij Flegma, Vuur en Stase.

De deficiëntie vorm kan onderverdeeld worden in Qi – deficiëntie,
Jing – deficiëntie, Yin – deficiëntie en Yang - deficiëntie

De deficiëntie vorm kan ontstaan bij zwakke constitutie, langdurige ziekte, bloedingen, oververmoeidheid en overmatige sexuele activiteit.
Verdere oorzaken zijn ;
→ emoties als angst, overbezorgdheid en droefheid.
→ de exogene oorzaken als Vocht, Hitte, Kou en Wind.

Becker, Flaws en Cansañas beschrijven drie grote groepen van oorzaken van palpitaties, waarbij vermeldt wordt dat palpitaties ontstaan door pathologische beweging van Hart-Qi.

→ De eerste groep wordt genoemd :
    nonconstruction and malnourishment  of  the Heart  

Waarbij de oorzaken zijn;
→ Yin-Bloed deficiëntie leidend tot een verminderende beweging van
     het bloed.
→ Yang-Qi deficiëntie leidend tot verminderende voeding en verrijking
     van het hart
→ verminderende Milt-energie met als gevolg Hart-Qi
     deficiëntie en Bloed deficiëntie.
→ Nier-Yin of Yang deficiëntie leiden tot hart-Yin of Yang deficiëntie
→ Long-Qi deficiëntie leiden tot Hart-Qi deficiëntie.
 

→ Het tweede mechanisme van hartkloppingen :
     the heat evels ascending to harass the Heart.

Er kan hier sprake zijn van volle of legeHitte wat leidt tot een te snelle bloedbeweging.

De Hitte kan intern ontstaan zijn of extern opgelopen. Bij stagnatie of depressie van Qi kan ook Hitte ontstaan die kan opstijgen naar Long en Hart ( bovenste verwarmer), kan combineren met Flegma waardoor Flegma Hitte ontstaat en die bij langdurige aanwezigheid leidt tot een Yin deficiëntie. 

→ de derde groep is de zogenaamde :
     obstruction of free flow of heart Qi.

Omdat Qi en bloed aan elkaar gekoppeld zijn kan dat leiden tot obstructie van de Bloedstroom, leidend tot Bloedstase en Flegma.
 
Verder kan het leiden tot Yang leegte met als gevolg kou en contractie  en constrictie waardoor stolling en stase van bloed op kan optreden en als laatste Vocht en Flegma ophoping ontstaan dat weer leidt tot Bloedstase.
 
Flegma speelt een belangrijke rol bij palpitaties en deze kan onder ander ontstaan door dieetfouten en onvoldoende inspanning (Milt-Yang deficiëntie),  Qi leegte en/of stagnatie, Yang leegte en Bloedstase. Deze laatste kunnen ontstaan door langdurige ziekten.

Verder kan een negatieve beïnvloeding van de beweging en de transformatie van water een rol spelen. Dit treedt op bij Long-Qi deficiëntie, Milt-Yang deficiëntie en Nier-Yang deficiëntie, Hitte kookt de vloeistof in tot Flegma en ook Qi stagnatie in het algemeen kan leiden tot Flegmavorming.

top

2.2. DIAGNOSE

Becker et al. maken onderscheid tussen 12 verschillende oorzaken van hartkloppingen,te weten :

- Hart-Qi leegte patroon
- Hart-Yang leegte patroon
- Hart-Yin leegte patroon
- Hart-Bloed leegte patroon
- Gecombineerde Qi en Yin leegte patroon
- Non-interactie tussen het Hart en Nier patroon
- Het Hart-Galblaas-Qi timiditeit patroon
- Water-Qi intimideert het Hart patroon
- Water-Slijm intimideert het Hart patroon
- Flegma-Vuur teistert het Hart patroon
- Vocht-hitte toxines vallen het Hart aan patroon
- Hart-Bloedstase en obstructie patroon

Maciocia beschrijft 9 pathologische syndromen van het hart waarbij er 8 gepaard kunnen gaan met hartkloppingen te weten ; 

  1. Hart-Qi leegte
  2. Hart-Yang leegte
  3. Hart-Yang collaps
  4. Hart-Bloedleegte
  5. Hart-Ying leegte
  6. oplaaiend Hart-Vuur
  7. Flegma dat het Hart aanvalt
  8. Hart-Bloedstagnatie.

Het syndroom waarbij geen hartkloppingen beschreven zijn, is ‘Flegma dat de Geest beneveld’.

De syndromen zullen hier achtereenvolgens besproken worden.
Uitgangspunt hierbij zijn de syndromen zoals besproken door Becker, zonodig aangevuld met de gegevens uit het boek van Maciocia.


2.2.1. Hart-Qi leegte patroon

De symptomen hierbij zijn hartkloppingen en onrust toenemend bij inspanning, kortademigheid, zwakke stem, lusteloosheid, bleke tot witte lippen, koude extremiteiten, spontaan gapen, zuchten en spontaan transpireren.
De tong is bleek, vergroot en zacht met een wit beslag.
De pols is leeg en zwak.

Maciocia geeft erbij aan dat er specifieke symptomen zijn van algehele Qi-leegte zoals kortademigheid, zweten, bleke gelaatskleur, vermoeidheid en de lege pols.
Specifieke Hartleegte symptomen zijn alleen de palpitaties die slechts licht zijn en af en toe optreden.
Oorzaken hierbij zijn bloedverlies door chronische ziekten, ernstige bloedingen of chronische bloeding.
De Hart-Bloed leegte leidt hierbij tot Hart-QI leegte
Tweede oorzaak is emotionele problemen, met name verdriet, waardoor Long-Qi leegte ontstaat met als gevolg  weer Hart-Bloed leegte.


2.2.2. Hart-Yang leegte patroon

De symptomen hierbij  zijn hartkloppingen en onrust toenemend bij inspanning, koud lichaam en extremiteiten, lusteloosheid, een somber wit gelaat, druk op de borst en kortademigheid.
De tong is bleek met wit beslag en een diepe hartgroeve.
De pols is leeg en zwak.

Maciocia vermeldt dat Hart-Qi leegte een onderdeel is van Hart-Yang leegte dat leidt tot palpitaties, kortademigheid, vermoeidheid, zweten en een bleek gelaat.
Specifiek voor Hart-Yang leegte zijn koude gevoel en de koude handen als gevolg van het feit dat de Wei–Qi niet door de Hart-Qi  naar de extremiteiten gevoerd kan worden. Hart-Yang leegte leidt verder tot druk op de borst door Qi-stagnatie en tot het heldere bleke gelaat.

Maciocia  beschrijft een bleke tong die nat en gezwollen is en een diepe en zwakke pols, in ernstige situaties ontstaat een knoperige pols, dat wil zeggen een langzame pols die op onregelmatig intervallen stopt.
Hart-Yang leegte wordt veroorzaakt door Hart-Qi leegte of chronische Nier-Yang leegte.


2.2.3. Hart-Yin leegte patroon
 
De symptomen bestaan uit hartkloppingen,ergernis en prikkelbaarheid, slapeloosheid, geheugenstoornis, blosjes op de wangen, droge tong, overmatig dromen, lichte temperatuursverhoging, nachtzweten, droge ontlasting en warmte van de 5 palmen.
De tong is rood met weinig of geen beslag, er kunnen zweertjes gezien worden.
De pols is dun en snel.

Maciocia heeft aan dat er geen Hart-Yang leegte bestaat zonder Hart-Bloed leegte. Dit laatste lijdt tot slapeloosheid, met name inslaapstoornis, door overvloedig dromen verstoorde slaap, neiging tot opspringen, slecht geheugen en angst.
De Hart-Yin leegte lijdt vooral tot een doorslaapstoornis en wordt vaak vergezeld of veroorzaakt door Nier-Yin leegte.
Andere oorzaken zijn angst, zich permanent zorgen maken, geagiteerd leven. Dit leidt allemaal tot beschadiging van het Yin.
Externe warmte kan leiden tot verbranding van de organische  vloeistoffen en uitputting van Hart-Yin.


2.2.4. Hart-Bloed leegte patroon
 
De symptomen zijn hartkloppingen, snelle hartslag, slapeloosheid, duizeligheid, geheugenstoornis, dof gelaat, ergernis, krachtverlies in handen en voeten, geestelijke vermoeidheid, bleke lippen en nagels.
De tong is bleek met een dun, wit beslag.
De pols is dun en zwak.

Maciocia beschrijft dat Hart-Qi leegte kan ontstaan uit Hart-Bloed leegte, omdat Bloed de moeder van Qi is. De Hart-Qi leegte leidt tot palpitaties. Toch is er een subtiel verschil tussen de bijbehorende palpitaties.
Bij Hart-Qi leegte zullen de palpitaties vooral overdag en bij inspanning optreden, zonder andere bepaalde verschijnselen, bij Hart-Bloed leegte zullen de palpitaties vooral ’s nachts voorkomen, zelfs in rust, met enig gevoel van ongemak op de borst of angst. 


2.2.5. Gecombineerde Qi enYin leegte patroon

De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen en snelle pols, dof rode wangen, soms opgeven van bloederig slijm, druk op de borst, kortademigheid, vermoeidheid, dof gelaat en spontaan transpireren.
De tong is rood met weinig beslag.
De pols is dun en snel.


2.2.6. Non-interactie tussen Hart en Nier patroon

Dit patroon wijst op een relatief ernstige Water-Vuur disharmonie, waarbij er onvoldoende water is om het vuur te koelen en te controleren.
De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen en onrust, ergernis, slapeloosheid, duizeligheid, tinnitis, geheugenstoornis, lage rugpijn, nachtelijke zaadlozing, droge mond en keel, nachtzweten.
De tong is rood met weinig beslag.
De pols is dun en snel.

Maciocia zegt hierover dat er sprake is van een combinatie van Nier-Yin leegte en Hart-Yin leegte die ontstaat doordat het Hart niet meer gevoed wordt door Nier-Yin. Dit leidt tot het opstijgen van Hart-Vuur leegte. Volgens de vijf-elementenleer moet het Hart-Vuur dalen om de Nieren te verwarmen en het Nier-Water moet stijgen om het Hart af te koelen. De oorzaak is dus Nier-Yin leegte, met bovendien een emotionele component als angst, verdriet of depressie.
Een frequente oorzaak hiervan is de emotionele shock en het verdriet volgend op het verscheuren van persoonlijke relaties.
Het syndroom kan zich overigens ook ontwikkelen uit chronische Hart-Yin leegte.


2.2.7. Hart-Galblaas-Qi timiditeit patroon

Dit beschrijft een complex patroon met combinatie van Hart-Qi leegte (met mogelijk ook Hart-Bloed leegte), Miltbeschadiging, Lever-Qi stagnatie, en wat Flegma accumulatie. De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen, bevreesdheid en angst, nerveuze bewegelijkheid, patiënt verliest snel de moed, is besluiteloosheid, slaapt slecht met uitgebreid dromen en angstig wakker worden.
De tong is rood met dun, wit beslag.
De pols is leeg en koordvormig.
 
2.2.8. Water-Qi intimideert het Hart patroon

Hierbij is het Water prominent aanwezig in het middelste en het onderste deel van het lichaam. De oorzaak is Yang leegte. De belangrijkste symptomen bestaan uit hartkloppingen, weinig urineproductie, oedeem, duizeligheid, dorst zonder behoefte om te drinken, koud lichaam en extremiteiten, geestelijke vermoeidheid, soms hoesten of hijgen, en cyanotische lippen.
De tong is bleek met een glanzend beslag.
De pols is diep, dun en glijdend of koordvormig en glijdend.


2.2.9. Water-Slijm intimideert het Hart patroon

Water-Slijm is een verder gevorderd stadium van Water-Qi intimidatie. Het dunne Water is dikker geworden en gecondenseerd in Slijm.
Dit slijm concentreert zich voornamelijk in de bovenste lichaamshelft zodat er Long- en borstsymptomen ontstaan.
De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen, duizeligheid, misselijkheid, braken van dun slijm en speeksel,vol gevoel in borst en epigastrio en kluwengevoel, kortademigheid, hoesten met veel wit slijm, dorst zonder behoefte om te drinken, koud lichaam en extremiteiten, geestelijke vermoeidheid, borborygmus, losse ontlasting en verminderde voedselinname.
De tong is bleek met een nat glimmend beslag.
De pols is koordvormig en glijdend.


2.2.10. Flegma-Vuur teistert het Hart patroon

De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen die intermitterend optreden, ergernis en agitatie, schrikachtigheid, mogelijk ulceratie in de mond of pijn in de mond, bittere smaak in de mond, droge keel, duizeligheid, slapeloosheid, mogelijk ook bloedbraken, mogelijk neusbloedingen, donkere urine.
De tong heeft een rode tip met een geel of geel slijmerig beslag.
De pols is glijdend en snel of koordvormig en snel.

Maciocia vermeldt hierbij dat de mentale oorzaken worden veroorzaakt door Flegma dat de hartopeningen verstopt en verstoord. Naast de Hartsymptomen wordt dit syndroom gekenmerkt door Milt-Qi leegte zodat de transformatie en transport van vloeistoffen onmogelijk wordt. Hierdoor stapelen de vloeistoffen zich op en ontstaat Flegma. De interne Warmte vergemakkelijkt dit proces door de vloeistoffen te condenseren en te veranderen in Flegma.
Het mentale beeld kan zich zowel uiten in depressiviteit als in een manie.
De depressiviteit kan misleidend zijn doordat men denkt dat het een leegte syndroom is terwijl het om een exces syndroom gaat.
De verstopping van openingen van het Hart kan zelfs leiden tot coma.
Dit syndroom kan ontstaan door ernstige emotionele problemen waarbij een ernstige depressie leidt tot Qi stagnatie die op den duur verandert in Vuur.
Verder kan het excessief eten van warm en vet voedsel Warmte en Flegma creëren en kan het syndroom ook optreden bij koortsaanvallen veroorzaakt door externe Warmte die het pericard binnendringt.
In dit geval zullen we niet veel mentale symptomen vinden maar enkel de verwardheid en bewustzijnsverlies.
Externe Warmte kan ook bijdragen tot de vorming van interne Flegma Vuur.


2.2.11. Vocht-Hitte toxines vallen het Hart aan patroon

Bij dit patroon worden de ritmestoornissen veroorzaakt door primaire ziekte die extern is. Zoals hartkloppingen tijdens een virale myocarditis.


2.2.12. Hart-Bloedstase en obstructie patroon

De symptomen hierbij zijn hartkloppingen, stekende pijn en druk in de borst waarbij de schouders en bovenarmen mee kunnen doen, ribpijn op kan treden en dof paarse lippen. Droge mond en keel.
De tong is blauwachtig met mogelijk stase vlekken en wit of geel beslag.
De pols is knoperig met onregelmatige interrupties.

Maciocia heeft hierbij aan dat het syndroom niet zelfstandig voorkomt, maar ontstaat uit andere Hartsyndromen meestal uit Hart-Yang leegte, Hart-Bloed leegte of Hart-Vuur.
Dat betekent dat de hierboven vernoemde symptomen samen komen met die van Hart-Yang leegte, Hart-Bloed leegte of Hart-Vuur, afhankelijk van het betrokken syndroom. Het ontstaat meestal uit Hart-Yang leegte zodat er sprake is van een gecombineerd leegte- exces syndroom.

Hart-Yang deficiëntie  zorgt ervoor dat het Bloed in de borstkast niet kan circuleren zodat er stase ontstaat met als gevolg pijn en volheidgevoel.
Het kenmerk van de pijn is dat deze vooral voorkomt in herhaaldelijke opeenvolgende aanvallen en dat het veroorzaakt wordt door inspanning en koud weer.

Als de stase van Hart-Bloed veroorzaakt wordt door Hart-Vuur is het mechanisme anders, dan wordt de stase veroorzaakt door Warmte die het Bloed in de borstkast doet stollen.
In alle gevallen lijkt de ziekte op wat in de Westerse geneeskunde ‘angina pectoris’ genoemd wordt.
Bij Hart-Bloed stase als gevolg van Hart-Yang leegte zal de tong blauw-paars zijn door de interne Koude. De kleur is rood-paars als de oorzaak Hart-Vuur is. De verklaring van de knoperige pols is dat er een trage pols is als gevolg van de interne Koude, de onregelmatigheid wordt veroorzaakt door de stase van Bloed.

De oorzaak van Hart-Bloed stase ligt meestal in emotionele problemen zoals angst,droefheid, verontwaardiging of opgekropte woede.
Het Bloed raakt in de borstkast gestagneerd, omdat zich hier het gemakkelijkst opgekropte emoties kunnen concentreren.

 top  

2.3. BEHANDELING

Coen van der Molen beschrijft de volgende punten:

Bl 15 en RM 14                    Yu-Mo techniek
Ha7 en Kr 6                         stabiliseren Hart-Qi en Hart-Bloed
Ma 40 en Ga 34                   Bij onrust (voeren pathogene hitte af, lossen Flegma op)
Bl 20 en Bl 21                      stabiliseren de functie en activeren de productie van Qi en Bloed
RM 4, RM 17 en Ma 36        versterken de Milt, bevorderen het Yang en bestrijden de
                                            schadelijke vloeistoffen.

Ooracupunctuur:                subcortex, vegetativum, shen men, dunne darm en hart.
 
Becker en Maciocia hebben verschillende behandelingsmethoden per syndroom.

2.3.1. Hart-Qi leegte patroon

Behandelingsprincipe: voed het Hart, versterk de Qi en kalmeer de Geest.

Becker:     
Algemeen:                   Bl 15, Kr 6, Ma 36 en RM 17
Verstoorde slaap:       Ha 7
Duizeligheid:                DM 20
Bloedstase:                 Di 4 en Mi 6
Pijn op de borst:          RM 18
Schrikachtigheid:        Kr 7
Hevig transpireren:     Bl 43

Maciocia
:                   Ha 5, Kr 6, Bl 15, RM 17, RM 6. Alle punten toniseren

Een verklaring voor de puntkeuze wordt later in dit hoofdstuk gegeven.

2.3.2. Hart-Yang leegte patroon

Behandelingsprincipe: verwarm en suppleer Hart-Yang en kalmeer de Geest.

Becker:     
Algemeen:                                            Bl 15, Bl 44, DM 14,DM 13
Verminderde eetlust/losse ontlasting:  Ma 36
Duizeligheid en misselijkheid:                RM 12
Hartpijn:                                                 Kr 6
Knoopgevoel in de maag:                      RM 10
Symptomen Hart-Qi leegte:                   RM 17, Ma 36
Verminderde urine en oedeem:            Moxa RM 4
Doffe paarse lippen en nagels:             Di 4, Mi 6

Maciocia:                                                                   
Ha 5, Kr 6, Bl 15, RM 17, RM 6, DM 14. Toniseren, evt. Moxa


2..3.3. Hart-Yin leegte patroon

Behandelingsprincipe: verrijk Yin, klaar de Hitte, voed het Hart en kalmeer de Geest.

Becker:     
Algemeen:                                             Bl 16, Kr 6, Ha 7, Mi 6, Ni 3
Lage rugpijn/knieklachten:                     Ni 2
Nachtelijke zaadlozing:                          Bl 23 en Bl 52
Ergernis/slapeloosheid:                         Ha 7
Droge ontlasting:                                   Ma 36
Geheugenstoornis:                               Si Shen Cong

Maciocia:                                                                    
Ha 7, Kr 6, RM 14, RM 15, RM 4, Ha 6, Mi 6, Ni 7, Ni 6. toniseren


2.3.4. Hart-Bloed leegte patroon

Behandelingsprincipe: voed het Hart,vul het Bloed aan en kalmeer de Geest.

Becker:     
algemeen:                                               Bl 16, Bl 17, Bl 20, Ma 36, Kr 6
Geheugenstoornis:                                Si Shen Cong
Verminderde voedselinname:                RM 12
Duizeligheid:                                           Bl 18
Rode tong/keelpijn:                                 Kr 7
Excessief dromen:                                 Ha 7
Lever-Bloed leegte:                                Bl 18
Tremoren:                                               Le 3 en Mi 6
Spaarzame menstruatie:                        Mi 6
Amenorrhoe:                                          RM 3 en Ma 29
Nachtzweten/zaadlozing:                      Ni 7

Maciocia:                                                                    
Ha 7, Kr 6, RM 14, RM 15, RM 4, Bl 17, Bl 20. toniseren, evt. Moxa.


2.3.5. Gecombineerde Qi en Yin leegte patroon

Behandelingsprincipe: versterk het Qi, voed het Hart, verrijk en suppleer
Yin en Bloed.

Becker:     
algemeen:                                             Bl 15, Ma 36, Kr 6, Kr 4, Mi 6
Verminderde eetlust/losse ontlasting:  RM 12
Ophoesten bloederig slijm:                   Lo 6
Nachtzweten:                                      Ni 7
Transpireren/koude intolerantie/
knoperige pols:                                     Moxa op RM 4
symptomen bloedstase:                       Bl 17

Maciocia:  heeft dit syndroom niet beschreven.


2.3.6. Non-interactie tussen Hart en Nier patroon

Behandelingsprincipe: verbeter de interactie tussen Hart en Nier, kalmeer de Geest, versterk de wilskracht.

Becker:     
Algemeen:                                              Bla 15, Ha 7, Bl 23, Ni 3
nachtzweten:                                         Ha 6 en Ni 7
Lage rugpijn:                                           Bl 27
Veel dromen:                                          Bl 44
Zweertjes op de tong:                            Kr 7

Maciocia:                                                                   
Ha 7, Ha 6, Ha 5, Yin Tang, Bl 15, RM 15, Ga 13, DM 24, Ni 3, Ni 10,
Ni 9, RM 4, Kr 6, Mi 6
Toniseren: Ni 3, Ni 9, Ni 10, RM 4, Mi 6 ( Nier-Yin voeden)
Sederen: Ha 5, Ha 6, Ha 7, Bl 15, kr 6 (Hart Warmte leegte elimineren).
Harmonisatie overige punten ( Yin Tang, RM 15, Ga 13, DM 24)


2..3.7. Hart-Galblaas Qi timiditeit patroon

Behandelingsprincipe: Benadel vrees en versterk de wilskracht,voed het Hart en kalmeer de Geest.

Becker:     
Algemeen:                                               Bl 15, Kr 6, Ha 7, Bl 19.
Nachtmerries:                                          Kr 5
Ergernis en slapeloosheid:                      Ha 5
Wazig zien:                                             Ni 3 en Ga 37
Verminderde voedselinname en
Misselijkheid:                                            Ma 36
Duizeligheid en misselijkheid                   Ga 20

Maciocia:  heeft dit syndroom niet beschreven.


2.3.8. Water-Qi intimideert het Hart patroon

Behandelingsprincipe: Yang verwarmen, de Kou bestrijden en de belemmering van het Water bestrijden.

Becker:     
Algemeen:                                             Bl 13, Bl 15, Bl 20, Bl 23, RM 6, Mi 9
Misselijkheid:                                          Kr 6
Oedeem onderste extremiteiten:           Ma 28
Verminderde urine productie:               RM 3
Buikpijn/diarree                                     Moxa  DM 4
Ophoesten dun wit slijm:                      Moxa RM 4
Vol gevoel onder het Hart:                   RM 13
Hijgen:                                                  Ding Chuan

Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven


2.3.9. Water-Slijm intimideert het Hart patroon

Behandelingsprincipe: verwarm Yang, bestrijd Kou, en transformeer het Slijm.

Becker:
Algemeen:                                                         RM 4, Mi 9, RM 12, Kr 6
Hoesten:                                                  Bl 13
Hijgen                                                       Ding Chuan
Veel Flegma                                            Ma 40
Buikpijn/borborygmus/diarree:              Moxa DM 4
Volheid onder het hart:                           RM 13
Uitgesproken hartkloppingen:               RM 14 en Bl 15

Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven


2.3.10. Flegma-Vuur teistert het Hart patroon


Behandelingsprincipe
: Klaar de Hitte, transformeer Flegma en kalmeer de Geest.

Becker:
Algemeen:                                               Ha 4, Ha 7, Bl 13, Lo 5, Ma 40
Obstipatie:                                               Bl 25
Druk op de borst:                                    RM 13
Bloedneus:                                              DM 23
Bloedbraken:                                           Ma 34
Slijmerig braken:                                      Mi 5 of Ma 44

Maciocia:
Kr 5, Ha 7 , Ha 8, Ha 9, Kr &, RM 15, Bl 15, RM 12, Ma 40, Mi 6, Le 3, Le2, Bl 20, DM 20, Ga 13, Ga 15, Dm 24.
RM 12 en Bl 20 toniseren, rest sederen. Geen Moxa.


2.3.11. Vocht-Hitte toxines vallen het Hart aan patroon

Behandelingsprincipe: Klaar de Hitte, elimineer Vocht en los de toxines op.

Becker:
Algemeen:                                               Ha 8, Kr 7, Bl 12, Bl 13, Lo7,
Di 4, 3V 5
Druk op de borst:                                    RM 17
Keelpijn:                                                  Lo 11 laten bloeden
Hijgen:                                                     Ding Chuan
Koorts:                                                    DM 14 laten bloeden

Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven


2.3.12. Hart-Bloed stase en obstructie patroon

Behandelingsprincipe: breng Qi in beweging, versnel het bloed, transformeer stase en bevrijd de stroom door de netwerkvaten.
(Maciocia:Bloed reguleren, stase elimineren, Hart-Yang toniseren en verwarmen en de geest kalmeren)

Becker:
Algemeen:                                                Bl 14, RM 17, Bl 17, Kr 6, Mi 6
Hijgen:                                                      RM 22 en Ding Chuan
Ernstige pijn in de borst met kou:             verbind RM 14 met RM 15
Vol gevoel in epigastrio en borst:            RM 12 en Ma 36

Maciocia:
Kr 6, Kr 4, Ha 7, Rm 17, Bl 14, Bl, 17, Mi 10, Ni 25.
Sederen tijdens aanvallen.
Harmoniseren tussen aanvallen door. Moxa bij Hart-Yang leegte.

top

3 Patienten voorbeelden

Casus 1:
Man van 50 jaar, heeft vanwege een slechtlopende eigen zaak al jaren dag en nacht moeten werken om te overleven. Zijn vrouw kon dit niet meer aan en besloot er met zijn beste vriend vandoor te gaan. Dit is inmiddels 3 jaar geleden, maar patiënt heeft hier nog dagelijks veel verdriet van. Patiënt heeft sinds een jaar last van hartkloppingen, waarvoor hij naar de cardioloog is geweest. Deze vond geen cardiale oorzaak en heeft geprobeerd patiënt gerust te stellen, maar kon verder niets voor hem doen. Terwijl patiënt dit vertelt maakt hij een geagiteerde indruk. Patiënt is duidelijk prikkelbaar. Uit de verdere anamnese blijkt dat patiënt pijn in de onderrug heeft en weinig donkere urine. Hij vroeg zich af of hij het aan de nieren had? Hij slaapt slecht en heeft last van nachtzweten.
Hij gebruikt geen westerse medicatie meer, maar gebruikt op advies van een oosterse vriend een Chinees kruidendrankje tegen vermoeidheid.
Bij onderzoek zien we een hardhorende man, die een vermoeide indruk maakt.  De tong is rood en gepeld, de punt mogelijk nog iets roder. De pols is oppervlakkig, leeg en snel.

Bespreking:
Door het overwerk is een Nier-Yin leegte ontstaan, welke verergerd is door het gebruik van Nier-Yang stimulerende kruiden. De scheiding en het aanhoudende verdriet hebben geleid tot een Hart-Yin leegte. Hierdoor is het syndroom van de “non-interactie tussen Hart en Nier” ontstaan.
Het Water van de Nier kan het Vuur van het Hart niet meer controleren, daardoor vlamt de Lege Warmte van het Hart op met mentale agitatie,slapeloosheid en palpitaties. De hardhorendheid en lage rugklachten zijn het gevolg van Nier-Yin leegte. Het nachtzweten, de donkere urine, rode tong en snelle pols passen bij de Lege Warmte van de Nier

Het behandelingsvoorstel volgens Becker is:
Algemeen:                                               Bla 15, Ha 7, Bl 23, Ni 3
nachtzweten:                                          Ha 6 en Ni 7
Lage rugpijn:                                            Bl 27


Casus 2:
Vrouw van 35 jaar, komt vanwege hartkloppingen.
Zij blijkt jarenlang geïntimideerd en mishandeld te zijn door haar echtgenoot, is doodsbang voor hem. Zij durfde nauwelijks op de afspraak te komen omdat haar echtgenoot dit onzin vond.
Naast de hartkloppingen, die vooral ’s avonds in rust voorkomen en gepaard gaan met onrust, heeft zij last van duizeligheid en slaapt zij slecht. Dit laatste blijkt te maken te hebben met overvloedig dromen.
Zij heeft een dofbleek gelaat, de tong is bleek, dun en droog.
De pols is ruw en dun

Bespreking:
De langdurige angst heeft de Shen verstoord, waardoor de Hart functie onderdrukt is. Dit heeft geleid tot Hart-Bloed leegte.

Behandelingsvoorstel volgens Becker:        
algemeen:                                                Bl 16, Bl 17, Bl 20, Ma 36, Kr 6
Duizeligheid:                                            Bl 18
Excessief dromen:                                  Ha 7

top

4 Verklaring van de gebruikte acupunctuurpunten

Lo 5 (Chi Ze) :             elimineert Long-Warmte,stimuleert daling van Long-Qi,verjaagt het Flegma van de Long, werkt gunstig op de Blaas, ontspant de spieren

Lo 6 (Kong Zui):          reguleert Long-Qi en doet het dalen, dispenseert de Warmte, stopt bloedingen

Lo 11 (Shao Shang):  verjaagt de Wind (extern en intern), stimuleert daling en verspreiding van Long-Qi, heeft gunstige effecten op de keel, opent de openingen en herstelt het bewustzijn

Di 4 (He Gu):               verdrijft externe Wind, bevrijdt de oppervlakte, stimuleert de verspreidende functie van de Long, kalmeert de pijn, heft obstructies van de meridiaan op, versterkt het Qi, harmoniseert de stijging en de daling

Ma 28 (Shui Dao):       bevordert de mictie, opent de waterwegen, verlicht het Syndroom van Moeilijke Mictie, reguleert de menstruatie, kalmeert de pijn

Ma 29 (Gui Lai):          elimineert stagnatie van Bloed

Ma 34 (Liang Qiu):      onderwerpt rebellerend Maag-Qi, heft obstructies van de meridiaan op, verjaagd het vocht en de wind

Ma 36 (Zu San Li) :     gunstige effecten op Maag en Milt, versterkt  Qi en Bloed, verjaagt de Koude, versterkt het lichaam, doet het Yang stijgen, verjaagd de Wind en Vocht, resorbeert oedemen

Ma 40 (Feng Long):    lost Flegma op

Ma 44 (Nei Ting) :       disperseert de Warmte, disperseert het exces, reguleert het Qi, kalmeert de pijn, bevordert de vertering, elimineert de wind ter hoogte van het gelaat

Mi 5 (Shang Qiu) :       versterkt de Maag en de Milt, elimineert het Vocht

Mi 6 (San Yin Jiao):    versterkt het Yin, kalmeert de geest, lost Flegma op

Mi 9 (Yin Ling Quan):  elimineert het Vocht, gunstige effecten op de onderste verwarmer, gunstige effecten op de mictie, heft obstructies van de meridiaan op

Mi 10 (Xue Hai) :         koelt het Bloed, elimineert Bloedstase, reguleert de menstruatie, tonifieert het Bloed

Ha 4 (Ling Dao) :        heft obstructies van de meridiaan op

Ha 5 (Tong Li):            versterkt Hart-Qi, elimineert Warmte-leegte van het Hart, doet Warmte van het hoofd dalen

Ha 6 (Yin Xi):               versterkt Hart-Yin, stopt nachtzweten, elimineert lege Warmte

Ha 7 (Shen Men):       Stimuleert Hart-Bloed en Hart-Yin, kalmeert de geest, verspreidt de Warmte

Ha 8 (Shao Fu):          elimineert Hart-Vuur en herstelt bewustzijn

Ha 9 (Shao Chong):   elimineert Hart-Vuur en herstelt bewustzijn

Bl 12 (Feng Men):       verjaagd en voorkomt externe Wind, bevrijd de oppervlakte, stimuleert de verspreidende werking van de Long, reguleert het Ying-Qi en het Wei-Qi

Bl 13 (Fei Shu):           stimuleert de verspreidende en dalende functie van de Long, Reguleert Long-Qi, reguleert het Wei-Qi en het Ying-Qi, tonifieert Long-Qi, kalmeert de hoest, disperseert de Warmte

Bl 14 (Jue Yin Shu):    reguleert het Hart (instemmingspunt van het pericard)

Bl 15 (Xiu Shen):                  Versterkt Hart-Qi, verspreid Hart-Vuur,

Bij Moxa: versterkt Hart-Yang

Bl 17 (Ge Shu):           versterkt Bloed (reüniepunt)

Bl 18 (Gan Shu):         gunstige effecten op Galblaas en Lever,elimineert Warmte-Vocht, doet het gestagneerde Qi circuleren, heeft gunstige effecten op de ogen, verjaagt de Wind

Bl 20 (Pi Shu):             versterkt Bloed, versterkt Milt-Qi in productie van Bloed

Bl 23 (Shen Shu):       versterkt de Nier en voedt Nier-Jing, versterkt de onderrug, voedt het Bloed,gunstige effecten op botten en merg, elimineert Vocht, stimuleert de Nier om Qi te ontvangen, gunstige effecten op ogen en oren

Bl 25 (Da Chang Shu):        bevordert de functies van de dikke darm, versterkt de onderrug, heft obstructies van de meridiaan op, verlicht zwellingen en volheidgevoel

Bl 27(Xiao Chang Shu):bevordert de functie van de Dunne Darm,   elimineert het Vocht, diperseert de Warmte, heeft gunstige effecten op de mictie

Bl 43 (Gao Huang) :    versterkt het Qi, behandelt de leegte, voedt het Jing, voedt Long-Yin, vitaliseert de Shen, kalmeert hoest en astma

Bl 44 (Shen Tang):     kalmeert de Shen

Bl 52 (Zhi Shi):             versterkt de Nier, versterkt de rug, versterkt de wilskracht

Ni 2 (Ran Gu):             disperseert Warmte leegte, vitaliseert de Yin Qiao Mai, koelt het Bloed

Ni 3 (Tai Xi):                 versterkt Nier-Yin

Ni 6 (Zhao Hai):           versterkt Nier-Yin en bevordert de slaap

Ni 7 (Fu Liu):                versterkt de Nier,stopt nachtzweten (+ Ha 6)

Ni 9 (Zhu Bin):             versterkt Nier-Yin, kalmeert de Shen
Ni 10 (Yin Gu):             versterkt Nier-Yin

Ni 25 (Sen Cong) :      lokaal borstpunt om Qi en Bloed in de borst te doen circuleren, vooral goed bij Hart-Yang leegte geassocieerd aan Nier-Yang leegte

Kr 4 (Xi Men) :             stopt pijn in hartgebied tijdens acute aanval

Kr 5 (Jian Shi) :            lost Flegma van het Hart op en bevrijdt de openingen

Kr 6 (Nei Guan):          versterkt Hart-Qi, kalmeert de geest, reguleert   Hart-Bloed, opent de borst

Kr 7 (Da Ling) :            kalmeert de Shen en verspreid Hartvuur

3V 5 (Wai Guan):        verjaagt Wind Warmte,bevrijdt de oppervlakte, heft obstructies van de meridiaan op, gunstige effecten op het oor, onderwerpt Lever-Yang

Ga 13 (Ben Shen):      kalmeert de Shen

Ga 15 (Tou Lin Qi):     kalmeert de Shen, herstelt evenwicht (manisch/depressief)

Le 2 (Xing Jiang):        bedwingt Vuur

Le 3 (Tai Chong):        kalmeert de Shen en bedwingt Vuur

RM 3 (Zhong Ji):         lost Warmte Vocht op, bevordert de Qi transformerende werking van de Blaas, elimineert Warmte

RM 4 (Guan Yuan):    versterkt Yin, verankert de Shen bij lege Warmte, voedt Nier-Yin en Nier-Jing, doet Warmte dalen

RM 6 (Qi Hai):             versterkt Qi in hele lichaam,

moxa : versterkt Yang in lichaam

RM 9 (Sui Fen):           bevordert de transformatie van vloeistoffen, controleert de waterwegen

RM 10 (Xia Wan):       bevordert de daling van Maag-Qi, heft voedselstagnatie op, versterkt de Milt

RM 12 (Zhong Wan):  versterkt de Milt, helpt Flegma op te lossen

RM 13 (Shang Wan): onderwerpt rebellerend Maag-Qi

RM 14 (Ju Que) :        kalmeert de geest, versterkt Hart-Bloed

RM 15 (Jiu Wei) :        kalmeert de geest, versterkt Hart-Bloed, versterkt Hart-Yin

RM 17 (Dan Zhong):   reguleert Qi en Bloed in de borstkas, stimuleert circulatie Zhong-Qi

RM 18 (Yu Tang):       behandeling van afonie, bronchitis, astma, hevige hoestaanvallen, pleuritis

RM 22 (Tian Tu):         stimuleert de daling van Long-Qi, lost Flegma op, disperseert de Warmte, stopt het hoesten heeft gunstige effecten op de keel, verlicht astma

DM 4 (Ming Men) :      tonifieert Nier-Yang, voedt Yuan-Qi, verwarmt Ming Men verjaagt de Koude, versterkt de onderrug, heeft gunstige effecten op het Jing

DM 13 (Tao Dao):       disperseert de Warmte, bevrijd de oppervlakte, reguleert Shao Yang

DM 14 (Da Zhui):        moxa : versterkt Hart-YangDM 20 (Bai Hui):                   herstelt het bewustzijn in geval van comaDM 23 (Shang Xing):  opent de neusDM 24 (Shen Ting):    kalmeert de ShenSi Shen Cong:             kalmeert interne Wind

Yin Tang:                     kalmeert de Shen

Ding Chuan:                (0,5 cun lateraal van DM 14) kalmeert astma, verjaagt externe wind

top

5 Conclusie

Zoals verwacht, is er een duidelijk verschil tussen de Westerse en Chinese benadering van patiënten met hartkloppingen.

De Westerse benadering is vooral gericht op de onderliggende ritmestoornis en vooral het herkennen van potentieel gevaarlijke ritmestoornissen of ritmestoornissen waar een adequate behandeling voor bestaat.

Als dit niet het geval is, zijn de therapeutische mogelijkheden beperkt en komen eigenlijk, naast geruststelling van de patiënt, alleen bètablokkers in aanmerking. De manier waarop de patiënt de hartkloppingen ervaart lijkt minder belangrijk. Dit komt ook omdat de Westerse geneeskunde geen goede mogelijkheden heeft om het welbevinden van de patiënt te verhogen, tenzij het gaat om echte psychiatrische stoornissen als oorzaak van de hartkloppingen.

De Chinese  benadering is veel meer patiëntgericht. De hartkloppingen zijn hier slechts een klein onderdeel van een syndroom, waarbij de Shen een belangrijke rol speelt. Hierdoor wordt de beleving en het welbevinden van de patiënt in één adem genoemd met de hartkloppingen. De behandeling is daardoor ook meer op het geheel gericht en niet alleen op de hartkloppingen.
De behandelingsmogelijkheden zijn dan ook uitgebreider, omdat elk syndroom een andere benadering kent.

Mijns inziens moeten beide benaderingen naast elkaar gebruikt worden.
Het is van groot belang dat een potentieel gevaarlijke ritmestoornis vroegtijdig onderkent wordt, en door de cardioloog behandeld wordt. Het gaat hierbij om levensbedreigende ritmestoornissen, maar ook om bijvoorbeeld atriumfibrilleren.

Deze laatste wordt vaak als onschuldig beschouwd, maar is potentieel invaliderend door de kans op een cardiale embolie en hartfalen. Ook andere persisterende tachycardieën horen mijns inziens bij de cardioloog thuis, omdat ook daar de kans op hartfalen of myocardischaemie bestaat.

De overblijvende groep, die verreweg de grootste is, kan mijns inziens behandeld worden met acupunctuur.
Dit zijn dan de patiënten met hartkloppingen zonder aangetoonde onderliggende ritmestoornissen, de patiënten met enkelvoudige premature ectopische complexen, of nonsustained ventriculaire en supraventriculaire tachycardieën, bij verder structureel normale harten, Kortom de patiënten die geen medicamenteuze behandeling behoeven, en met hun palpitaties ‘moeten leren leven’.

Verder zou ik mij kunnen voorstellen dat de patiënten die medicamenteus behandeld worden voor hun ritmestoornis, een adjuvante behandeling met acupunctuur kunnen ondergaan.
De gebruikte medicatie zal namelijk meestal niet de ritmestoornis volledig onderdrukken, maar vooral de klachten van de patiënt verminderen.
Als daarbij de energetische status van de patiënt ook verbeterd wordt met acupunctuur, zou dit potentierend kunnen werken.
De acupuncturist zal wel rekening moeten houden met het effect van het gebruik van anti-aritmica op de polskwaliteit.

top

6 Samenvatting

In het algemeen kan men stellen dat de Westerse benadering en de Chinese benadering van de patiënt en zijn ziekte sterk van elkaar afwijken.

Het doel van deze scriptie was een vergelijking te maken tussen de beide benaderingen, met betrekking tot hartkloppingen en te onderzoeken in hoeverre deze van elkaar verschillen, maar vooral ook om te beoordelen hoe ze naast elkaar gebruikt kunnen worden.

De Westerse benadering is vooral gericht op de eventuele ritmestoornis die ten grondslag ligt aan de hartkloppingen. Het belangrijkste onderscheid daarbij is potentieel gevaarlijk versus onschuldig.
Maar een klein deel van de patiënten met hartkloppingen heeft een potentieel gevaarlijke ritmestoornis. Voor het resterende, overgrote deel, heeft de Westerse geneeskunde geen goede behandelingsmogelijkheden. Toch hebben deze patiënten vaak veel klachten.

De Chinese benadering is meer patiëntgericht. Er wordt hierbij niet gekeken naar het type ritmestoornis, maar naar de klacht hartkloppingen als onderdeel van een syndroom. Hier staat dus niet de ritmestoornis centraal, maar een energetische stoornis, die voor meerdere klachten van de patiënt verantwoordelijk is. Men onderscheid excesvormen en deficiëntievormen.
Becker, Flaws en Casañas beschrijven 12 syndromen, die elk een andere behandeling behoeven. Deze syndromen zijn beschreven in deze scriptie, aangevuld met gegevens van Maciocia.

Daarnaast zijn er patiëntenvoorbeelden beschreven, waarvan ik hoop dat ze verduidelijkend zijn voor de tekst.

Ik hoop dat deze scriptie zal bijdragen aan de behandeling van de grote groep patiënten met vervelende maar ongevaarlijke hartkloppingen, die onvoldoende resultaat hebben bij de Westerse behandelingsmethoden.

top

7 Bronvermelding

Heartdisease, a textbook of cardiovascular medicine 5th edition
E. Braunwald, editor
W.B. Saunders Company

Praktische Cardiologie
Dr. G. Kan
2e herziene druk
Utrecht 1997
Wetenschappelijke uitgeverij Bunde

Overview of Palpitations
P. Zimetbaum
Up-to-date online 13.3
www.uptodate.com

Cardiologie
J.R.T.C. Roelandt, K.I. Lee, H.J.J. Wellens, F. Van der Werf
Houten/Mechelen 2002
Bohn Stafleu Van Lochum

Circulatoire onderwerpen
H. bosman
SNO syllabus TCM 2
2004-2005

Grondslagen van de Chinese Geneeskunde
G. Maciocia
Brussel 2003
Satas n.v.

The Treatment of Cardiovascular Diseases with Chinese Medicine
S. Becker, B. Flaws, R. Casañas
Boulder 2005
Blue Poppy Press

top

 

top
inhoud

overzicht scripties
beginpagina

Toolbar
© Acupunctuur.com. Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen. De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan uw huisarts of specialist overbodig maken.
Ontwerp en onderhoud:
Hippo WebDesign, Amsterdam