|
OORZAAK EN BEHANDELING VAN HARTKLOPPINGEN
Johan Carl Chin
1. Hartkloppingen volgens de Westerse visie 1.1. Etiologie 1.2. Diagnostische evaluatie 1.3. De behandeling van hartkloppingen
2. Hartkloppingen volgens de Chinese visie 2.2. Diagnose 4. Verklaring van de gebruikte acupunctuurpunten
Hartkloppingen behoren tot de meest voorkomende problemen van patiënten die zich presenteren bij een internist of cardioloog. Hoewel de oorzaak meestal onschuldig is, zijn er hartkloppingen die het gevolg zijn van een potentiële levensbedreigende ritmestoornis. Men kan hartkloppingen definiëren als een onplezierige gewaarwording van een krachtige, snelle of onregelmatige hartslag. In mijn dagelijkse reguliere cardiologische praktijk word ook ik regelmatig geconfronteerd met patiënten met hartkloppingen. De behandeling in de westerse praktijk is meestal niet naar tevredenheid, noch van de dokter, noch van de patiënt. Op grond van het feit dat acupunctuur de onderliggende oorzaken en de gevolgen van de hartkloppingen ook aanpakt, zou ik verwachten dat een dergelijke behandeling meer effect heeft dan een medicamenteuze behandeling. Om deze reden vond ik het interessant om de Chinese benadering van hartkloppingen eens naast die van de Westerse geneeskunde te zetten. 1. HARTKLOPPINGEN VOLGENS DE WESTERSE VISIE 1.1. ETIOLOGIE De oorzaken van hartkloppingen kunnen verdeeld worden in cardiaal, psychiatrisch, door medicatie geïnduceerd, door gebruik van genotsmiddelen, metabole stoornissen,hoge cardiac output status en catecholamines exces. Bij een onderzoek bij 190 patiënten die zich met hartkloppingen meldden bij een universitair medisch centrum in Amerika werd bij 84% van deze patiënten een oorzaak gevonden ; Hartkloppingen kunnen bij verschillende psychiatrische stoornissen optreden zoals paniekaanvallen, generaliseerde angststoornis, somatisatie en depressie. De psychiatrische aandoening kan samengaan met een andere oorzaak van hartkloppingen. 67% van deze patiënten voldeed ook aan de criteria voor paniekstoornis. Deze bevindingen suggereren dat, hoewel er een goede bewijsvoering is dat psychiatrische stoornissen een veel voorkomende oorzaak van hartkloppingen is, deze diagnose niet geaccepteerd moet worden, tot dat een daadwerkelijke aritmie is uitgesloten. 1.1.2. CARDIALE OORZAKEN Zoals eerder vermeld zijn cardiale stoornissen een veel voorkomende oorzaak van hartkloppingen. Hartkloppingen kunnen het gevolg zijn ritmestoornissen, dat wil zeggen elke afwijking van het normale sinusritme of een belangrijke verandering in de hartfrequentie bij een stabiele ritmestoornis als atriumfibrilleren. Bij de eerder genoemde studie aan de universiteitskliniek, werden vier variabelen als onafhankelijke voorspellers voor een cardiale oorzaak van hartkloppingen gevonden ; Van de patiënten bij wie er geen van deze voorspellers werden gevonden, bleek er géén een cardiale oorzaak te hebben.
1.1.3. RITMESTOORNISSEN TIJDENS CATECHOLAMINE-EXCES Sommige sustained supraventriculaire en ventriculaire tachy-aritmieën kunnen veroorzaakt worden door sympathische stimulatie en catecholamine-exces zoals optreedt tijdens inspanning en tijdens stress. Bij inspanningsonderzoeken blijkt echter dat non-sustained supraventriculaire en ventriculaire premature slagen meer voorkomen dan aanhoudende ritmestoornissen en dat het optreden van ritmestoornissen vaker is bij patiënten met een onderliggende hartziekte. Anderzijds is het zo dat de idiopathische ventriculaire tachycardie, Supraventriculaire tachycardieën inclusief atriumfibrilleren kunnen geïnduceerd worden tijdens inspanning of bij beëindiging van inspanning wanneer de vermindering van de catecholamines samengaat met een toename in vagale tonus. Boezemfibrilleren tijdens deze relatieve toename van vagale tonus is vooral te vinden bij mannelijke atleten in het derde tot zesde decade van het leven. Een zeldzame oorzaak van hartkloppingen tijdens catecholamine exces is de abnormale sinustachycardie. Hierbij wordt een te snelle stijging van het sinusritme gezien, meestal bij jonge vrouwen. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door een overgevoeligheid voor bèta-adrenerge stimulatie. In het grootste deel van de poliklinische patiënten met hartkloppingen is de oorzaak onschuldig. Uitgebreid kostbaar onderzoek is dan onnodig. De diagnostische evaluatie van patiënten met hartkloppingen begint met een anamnese met uitgebreide aandacht voor de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek en een 12-afleidingen ECG. Dit in combinatie met een beperkt laboratoriumonderzoek is voldoende om een definitieve diagnose te stellen in meer dan één derde van de patiënten. 1.2.1. ANAMNESE Bij de anamnese let men vooral op de karakteristieke presentatie van de hartkloppingen, bijkomende verschijnselen en de leeftijd van de patiënt op het moment van het eerste optreden van de hartkloppingen. 1.2.1.1. LEEFTIJD Hoewel de leeftijd geen onafhankelijke voorspeller is voor de aan- of afwezigheid van een cardiale oorzaak van hartkloppingen, kan dit wel helpen bij het maken van een differentiële diagnose. Als voorbeeld een patiënt die sinds de kinderleeftijd snelle hartkloppingen heeft, zal waarschijnlijk een supraventriculaire tachycardie hebben, meestal als gevolg van een accessoire bundel, alhoewel een atrioventriculaire nodale re-entry tachycardie ook tot de mogelijkheden behoort. Andere vormen van paroxysmale supraventriculaire tachycardie zoals boezemfibrilleren, of atriale tachycardie, treden vaker op, op oudere leeftijd. 1.2.1.2. BESCHRIJVING Hartkloppingen kunnen op verschillende manieren beschreven worden. Er zijn echter specifieke beschrijvingen die het mogelijk maken de differentiaal diagnose te verkleinen. Snelle en regelmatige ritmes suggereren paroxysmale supraventriculaire tachycardieën of ventriculaire tachycardieën. Snelle en onregelmatige ritmes kunnen wijzen op atriumfibrilleren, atriumflutter of een tachycardie met wisselend block. Overslagen van het hart. Een snel flutterend gevoel in de borst. De regelmaat of irregulariteit van de hartkloppingen Bonzend gevoel in de nek Snelle en regelmatige nekpulsaties Begin en einde van de hartkloppingen. Patiënten leren vaak zelf hun hartkloppingen te termineren door Positionele hartkloppingen. Palpitaties geassocieerd met syncope of pré-syncope. Soms kan syncope optreden bij supraventriculaire tachycardieën, vooral in het begin van de tachycardie. 1.2.1.3. PSYCHIATRISCHE AANDOENINGEN. Er is geen geschikt screening-instrument voor psychiatrische oorzaken van ritmestoornissen. Uit onderzoek is gebleken dat patiënten met psychiatrische stoornissen significant jonger en meer belemmerd zijn door de hartkloppingen, zij somatiseren meer en maken zich meer zorgen om hun gezondheid. De hartkloppingen duren meestal langer dan 15 minuten, er zijn meer bijkomende symptomen en ze worden beschreven als meer intens. 1.2.1.4. MEDICATIE EN GENOTSMIDDELEN. Het is belangrijk te weten welke medicatie de patiënt gebruikt, aangezien hartkloppingen kunnen optreden bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen zoals sympaticomimetica, vasodilatantia, anti-cholinergica, of de ontwenningsperiode van bètablokkers. 1.2.1.5. ANDERE MEDISCHE AANDOENINGEN. De andere aandoeningen die gepaard kunnen gaan met palpitaties zijn, hypo-glycemie, thyreotoxicose, anemie en pheochromocytoom.
Meestal is het niet mogelijk de patiënt na te kijken tijdens zijn hartkloppingen. Het luid holosystolisch geruis dat gehoord wordt langs de linker sternumrand en wat toeneemt met de Valsalva-manoeuvre suggereert een hypertrofische obstructieve cardiomyopathie. Bij klinische aanwijzingen voor een gedilateerde cardiomyopathie of hartfalen, moet men denken aan de mogelijkheid van ventriculaire tachycardie evenals atriumfibrilleren. 1.2.3. 12-AFLEIDINGEN ECG Als de ritmestoornis op een 12-afleidingen ECG wordt vastgelegd dan is de diagnose duidelijk. Dit is echter slechts zelden zo. Een kort PR-interval en Deltagolven bevestigen de aanwezigheid van ventriculaire pré-excitatie en dit suggereert de aanwezigheid van supraventriculaire tachycardieën. Uitgesproken linkerventrikelhypertrofie met diepe Q’s in I, aVL en V4 tot V6 suggereren de aanwezigheid van hypertrofische obstructieve cardiomyophatie. Linkerventrikelhypertrofie met aanwijzingen voor linkeratriumvergroting wijst in de richting van boezemfibrilleren als oorzaak van de hartkloppingen. Bij aanwezigheid van pathologische Q-golven passend bij een doorgemaakt myocardinfarct moet men zoeken naar non-sustained of sustained ventriculaire tachycardie. Geïsoleerde supraventriculaire en/of ventriculaire ectopie kan soms gezien worden in het 12-afleidingen-ECG. 1.2.4. LABORATORIUM ONDERZOEK Er zijn geen evidence based guidelines voor laboratoriumonderzoek bij patiënten met hartkloppingen. 1.2.5. VERDER DIAGNOSTISCH ONDERZOEK Alhoewel de meeste patiënten met hartkloppingen geen levensbedreigende ziekten hebben,heeft het merendeel van hen terugkerende symptomen die een negatief effect kunnen hebben op hun kwaliteit van leven. Als het niet gelukt is middels lichamelijke onderzoek, anamnese, laboratoriumonderzoek en ECG, een definitieve diagnose te stellen, kan het zinvol zijn aanvullend onderzoek te verrichten om een ernstige aandoening uit te sluiten of een behandelbare ritmestoornis aan te tonen. Men kan 3 groepen patiënten identificeren die in aanmerking zouden moeten komen voor specifiek diagnostisch onderzoek. →Ten tweede, de groep patiënten waarbij een verhoogd risico is op →De derde groep patiënten bestaat uit de mensen die een specifieke Het specifieke aanvullend onderzoek bestaat uit diverse vormen van ambulante monitoring en elektrofysiologisch onderzoek. 1.2.5.1. AMBULANTE MONITORING. Ambulante monitoring is het meest belangrijke instrument voor het stellen van de diagnose bij hartkloppingen. Er zijn drie mogelijkheden ; → De tweede mogelijkheid is de continue loopregistratie waarbij de → De derde mogelijkheid is de implanteerbare looprecorder waarbij het 1.2.5.2. ELECTROFYSIOLOGISCH ONDERZOEK. Invasief elektrofysiologisch onderzoek is een algemeen geaccepteerde techniek voor het stellen van de diagnose van een vermoede ritmestoornis en is verder belangrijk voor de therapie van sommige ritmestoornissen zoals de supraventriculaire tachycardieën. Volgens de Amerikaanse cardiologische richtlijnen (ACC/AHA) moet elektrofysiologisch onderzoek verricht worden bij elke patiënt bij wie de ritmestoornissen sustained zijn of slecht verdragen worden. top De behandeling van de meeste sustained supraventriculaire en ventriculaire ritmestoornissen als oorzaak van de hartkloppingen, dient te gebeuren door een specialist getraind in farmacologische en invasieve elektrofysiologische behandeling van ritmestoornissen. De meeste vormen van regulaire supraventriculaire tachycardieën en sommige ventriculaire tachycardieën kunnen behandeld worden met radiofrequente ablatie. De grootste uitdaging is de behandeling van benigne ventriculaire of supraventriculaire ectopie of de hartkloppingen geassocieerd met een normaal sinusritme. 1.3.1. BETABLOKKERS Als de supraventriculaire en ventriculaire ectopie belemmerend is voor de patiënt kan men starten met bètablokkers. Als de bètablokker de ritmestoornis niet onderdrukt, kan dit middel in ieder geval de symptomen verminderen waardoor de patiënt zich prettiger voelt. In het algemeen zijn anti-aritmica zoals flecaïnide, sotalol e.d. niet aan te bevelen, omdat deze de kans op gevaarlijke ritmestoornissen verhogen (pro-aritmogeen effect). 1.3.2. ABLATIE Hier boven is reeds beschreven dat ablatie bij bepaalde SVT’s en VT’s toegepast kan worden. In deze situaties kan ablatie overwogen worden. 1.3.3. ELECTRO CARDIOVERSIE Bij persisterende supraventriculaire tachycardieën alsook bij sustained ventriculaire tachycardieën. 1.3.4. DE IMPLANTEERBARE DEFIBRILLATOR Wordt gebruikt bij patiënten met levensbedreigende ventriculaire tachycardieën of ventrikelfibrillatie. 2. HARTKLOPPINGEN VOLGENS DE CHINESE VISIE 2.1. ETIOLOGIE Bij palpitaties kan onderscheid gemaakt worden tussen de exces vorm en deficiëntie vorm. De exces vorm kan voorkomen bij Flegma, Vuur en Stase. De deficiëntie vorm kan onderverdeeld worden in Qi – deficiëntie, De deficiëntie vorm kan ontstaan bij zwakke constitutie, langdurige ziekte, bloedingen, oververmoeidheid en overmatige sexuele activiteit. Becker, Flaws en Cansañas beschrijven drie grote groepen van oorzaken van palpitaties, waarbij vermeldt wordt dat palpitaties ontstaan door pathologische beweging van Hart-Qi. → De eerste groep wordt genoemd : Waarbij de oorzaken zijn; → Het tweede mechanisme van hartkloppingen : Er kan hier sprake zijn van volle of legeHitte wat leidt tot een te snelle bloedbeweging. De Hitte kan intern ontstaan zijn of extern opgelopen. Bij stagnatie of depressie van Qi kan ook Hitte ontstaan die kan opstijgen naar Long en Hart ( bovenste verwarmer), kan combineren met Flegma waardoor Flegma Hitte ontstaat en die bij langdurige aanwezigheid leidt tot een Yin deficiëntie. → de derde groep is de zogenaamde : Omdat Qi en bloed aan elkaar gekoppeld zijn kan dat leiden tot obstructie van de Bloedstroom, leidend tot Bloedstase en Flegma. Verder kan een negatieve beïnvloeding van de beweging en de transformatie van water een rol spelen. Dit treedt op bij Long-Qi deficiëntie, Milt-Yang deficiëntie en Nier-Yang deficiëntie, Hitte kookt de vloeistof in tot Flegma en ook Qi stagnatie in het algemeen kan leiden tot Flegmavorming. Becker et al. maken onderscheid tussen 12 verschillende oorzaken van hartkloppingen,te weten : - Hart-Qi leegte patroon Maciocia beschrijft 9 pathologische syndromen van het hart waarbij er 8 gepaard kunnen gaan met hartkloppingen te weten ;
Het syndroom waarbij geen hartkloppingen beschreven zijn, is ‘Flegma dat de Geest beneveld’. De syndromen zullen hier achtereenvolgens besproken worden.
De symptomen hierbij zijn hartkloppingen en onrust toenemend bij inspanning, kortademigheid, zwakke stem, lusteloosheid, bleke tot witte lippen, koude extremiteiten, spontaan gapen, zuchten en spontaan transpireren. Maciocia geeft erbij aan dat er specifieke symptomen zijn van algehele Qi-leegte zoals kortademigheid, zweten, bleke gelaatskleur, vermoeidheid en de lege pols.
De symptomen hierbij zijn hartkloppingen en onrust toenemend bij inspanning, koud lichaam en extremiteiten, lusteloosheid, een somber wit gelaat, druk op de borst en kortademigheid. Maciocia vermeldt dat Hart-Qi leegte een onderdeel is van Hart-Yang leegte dat leidt tot palpitaties, kortademigheid, vermoeidheid, zweten en een bleek gelaat. Maciocia beschrijft een bleke tong die nat en gezwollen is en een diepe en zwakke pols, in ernstige situaties ontstaat een knoperige pols, dat wil zeggen een langzame pols die op onregelmatig intervallen stopt.
Maciocia heeft aan dat er geen Hart-Yang leegte bestaat zonder Hart-Bloed leegte. Dit laatste lijdt tot slapeloosheid, met name inslaapstoornis, door overvloedig dromen verstoorde slaap, neiging tot opspringen, slecht geheugen en angst.
Maciocia beschrijft dat Hart-Qi leegte kan ontstaan uit Hart-Bloed leegte, omdat Bloed de moeder van Qi is. De Hart-Qi leegte leidt tot palpitaties. Toch is er een subtiel verschil tussen de bijbehorende palpitaties.
De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen en snelle pols, dof rode wangen, soms opgeven van bloederig slijm, druk op de borst, kortademigheid, vermoeidheid, dof gelaat en spontaan transpireren.
Dit patroon wijst op een relatief ernstige Water-Vuur disharmonie, waarbij er onvoldoende water is om het vuur te koelen en te controleren. Maciocia zegt hierover dat er sprake is van een combinatie van Nier-Yin leegte en Hart-Yin leegte die ontstaat doordat het Hart niet meer gevoed wordt door Nier-Yin. Dit leidt tot het opstijgen van Hart-Vuur leegte. Volgens de vijf-elementenleer moet het Hart-Vuur dalen om de Nieren te verwarmen en het Nier-Water moet stijgen om het Hart af te koelen. De oorzaak is dus Nier-Yin leegte, met bovendien een emotionele component als angst, verdriet of depressie.
Dit beschrijft een complex patroon met combinatie van Hart-Qi leegte (met mogelijk ook Hart-Bloed leegte), Miltbeschadiging, Lever-Qi stagnatie, en wat Flegma accumulatie. De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen, bevreesdheid en angst, nerveuze bewegelijkheid, patiënt verliest snel de moed, is besluiteloosheid, slaapt slecht met uitgebreid dromen en angstig wakker worden. Hierbij is het Water prominent aanwezig in het middelste en het onderste deel van het lichaam. De oorzaak is Yang leegte. De belangrijkste symptomen bestaan uit hartkloppingen, weinig urineproductie, oedeem, duizeligheid, dorst zonder behoefte om te drinken, koud lichaam en extremiteiten, geestelijke vermoeidheid, soms hoesten of hijgen, en cyanotische lippen.
Water-Slijm is een verder gevorderd stadium van Water-Qi intimidatie. Het dunne Water is dikker geworden en gecondenseerd in Slijm.
De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen die intermitterend optreden, ergernis en agitatie, schrikachtigheid, mogelijk ulceratie in de mond of pijn in de mond, bittere smaak in de mond, droge keel, duizeligheid, slapeloosheid, mogelijk ook bloedbraken, mogelijk neusbloedingen, donkere urine. Maciocia vermeldt hierbij dat de mentale oorzaken worden veroorzaakt door Flegma dat de hartopeningen verstopt en verstoord. Naast de Hartsymptomen wordt dit syndroom gekenmerkt door Milt-Qi leegte zodat de transformatie en transport van vloeistoffen onmogelijk wordt. Hierdoor stapelen de vloeistoffen zich op en ontstaat Flegma. De interne Warmte vergemakkelijkt dit proces door de vloeistoffen te condenseren en te veranderen in Flegma.
Bij dit patroon worden de ritmestoornissen veroorzaakt door primaire ziekte die extern is. Zoals hartkloppingen tijdens een virale myocarditis.
De symptomen hierbij zijn hartkloppingen, stekende pijn en druk in de borst waarbij de schouders en bovenarmen mee kunnen doen, ribpijn op kan treden en dof paarse lippen. Droge mond en keel. Maciocia heeft hierbij aan dat het syndroom niet zelfstandig voorkomt, maar ontstaat uit andere Hartsyndromen meestal uit Hart-Yang leegte, Hart-Bloed leegte of Hart-Vuur. Hart-Yang deficiëntie zorgt ervoor dat het Bloed in de borstkast niet kan circuleren zodat er stase ontstaat met als gevolg pijn en volheidgevoel. Als de stase van Hart-Bloed veroorzaakt wordt door Hart-Vuur is het mechanisme anders, dan wordt de stase veroorzaakt door Warmte die het Bloed in de borstkast doet stollen. De oorzaak van Hart-Bloed stase ligt meestal in emotionele problemen zoals angst,droefheid, verontwaardiging of opgekropte woede. 2.3. BEHANDELINGCoen van der Molen beschrijft de volgende punten:Bl 15 en RM 14 Yu-Mo techniek Ooracupunctuur: subcortex, vegetativum, shen men, dunne darm en hart. 2.3.1. Hart-Qi leegte patroon Behandelingsprincipe: voed het Hart, versterk de Qi en kalmeer de Geest. Becker: Een verklaring voor de puntkeuze wordt later in dit hoofdstuk gegeven. 2.3.2. Hart-Yang leegte patroon Behandelingsprincipe: verwarm en suppleer Hart-Yang en kalmeer de Geest. Becker: Maciocia:
Behandelingsprincipe: verrijk Yin, klaar de Hitte, voed het Hart en kalmeer de Geest. Becker: Maciocia:
Behandelingsprincipe: voed het Hart,vul het Bloed aan en kalmeer de Geest. Becker: Maciocia: Behandelingsprincipe: versterk het Qi, voed het Hart, verrijk en suppleer Becker: Maciocia: heeft dit syndroom niet beschreven.
Becker: Maciocia:
Behandelingsprincipe: Benadel vrees en versterk de wilskracht,voed het Hart en kalmeer de Geest. Becker: Maciocia: heeft dit syndroom niet beschreven.
Behandelingsprincipe: Yang verwarmen, de Kou bestrijden en de belemmering van het Water bestrijden. Becker: Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven
Behandelingsprincipe: verwarm Yang, bestrijd Kou, en transformeer het Slijm. Becker: Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven 2.3.10. Flegma-Vuur teistert het Hart patroon
Becker: Maciocia:
Behandelingsprincipe: Klaar de Hitte, elimineer Vocht en los de toxines op. Becker: Maciocia: Heeft dit syndroom niet beschreven
Behandelingsprincipe: breng Qi in beweging, versnel het bloed, transformeer stase en bevrijd de stroom door de netwerkvaten. Becker: Maciocia: 3 Patienten voorbeeldenCasus 1: Bespreking: Het behandelingsvoorstel volgens Becker is: Casus 2: Bespreking: Behandelingsvoorstel volgens Becker: 4 Verklaring van de gebruikte acupunctuurpuntenLo 5 (Chi Ze) : elimineert Long-Warmte,stimuleert daling van Long-Qi,verjaagt het Flegma van de Long, werkt gunstig op de Blaas, ontspant de spieren Lo 6 (Kong Zui): reguleert Long-Qi en doet het dalen, dispenseert de Warmte, stopt bloedingen Lo 11 (Shao Shang): verjaagt de Wind (extern en intern), stimuleert daling en verspreiding van Long-Qi, heeft gunstige effecten op de keel, opent de openingen en herstelt het bewustzijn Di 4 (He Gu): verdrijft externe Wind, bevrijdt de oppervlakte, stimuleert de verspreidende functie van de Long, kalmeert de pijn, heft obstructies van de meridiaan op, versterkt het Qi, harmoniseert de stijging en de daling Ma 28 (Shui Dao): bevordert de mictie, opent de waterwegen, verlicht het Syndroom van Moeilijke Mictie, reguleert de menstruatie, kalmeert de pijn Ma 29 (Gui Lai): elimineert stagnatie van BloedMa 34 (Liang Qiu): onderwerpt rebellerend Maag-Qi, heft obstructies van de meridiaan op, verjaagd het vocht en de wind Ma 36 (Zu San Li) : gunstige effecten op Maag en Milt, versterkt Qi en Bloed, verjaagt de Koude, versterkt het lichaam, doet het Yang stijgen, verjaagd de Wind en Vocht, resorbeert oedemen Ma 40 (Feng Long): lost Flegma op Ma 44 (Nei Ting) : disperseert de Warmte, disperseert het exces, reguleert het Qi, kalmeert de pijn, bevordert de vertering, elimineert de wind ter hoogte van het gelaat Mi 5 (Shang Qiu) : versterkt de Maag en de Milt, elimineert het Vocht Mi 6 (San Yin Jiao): versterkt het Yin, kalmeert de geest, lost Flegma op Mi 9 (Yin Ling Quan): elimineert het Vocht, gunstige effecten op de onderste verwarmer, gunstige effecten op de mictie, heft obstructies van de meridiaan op Mi 10 (Xue Hai) : koelt het Bloed, elimineert Bloedstase, reguleert de menstruatie, tonifieert het Bloed Ha 4 (Ling Dao) : heft obstructies van de meridiaan op Ha 5 (Tong Li): versterkt Hart-Qi, elimineert Warmte-leegte van het Hart, doet Warmte van het hoofd dalen Ha 6 (Yin Xi): versterkt Hart-Yin, stopt nachtzweten, elimineert lege Warmte Ha 7 (Shen Men): Stimuleert Hart-Bloed en Hart-Yin, kalmeert de geest, verspreidt de Warmte Ha 8 (Shao Fu): elimineert Hart-Vuur en herstelt bewustzijn Ha 9 (Shao Chong): elimineert Hart-Vuur en herstelt bewustzijn Bl 12 (Feng Men): verjaagd en voorkomt externe Wind, bevrijd de oppervlakte, stimuleert de verspreidende werking van de Long, reguleert het Ying-Qi en het Wei-Qi Bl 13 (Fei Shu): stimuleert de verspreidende en dalende functie van de Long, Reguleert Long-Qi, reguleert het Wei-Qi en het Ying-Qi, tonifieert Long-Qi, kalmeert de hoest, disperseert de Warmte Bl 14 (Jue Yin Shu): reguleert het Hart (instemmingspunt van het pericard) Bl 15 (Xiu Shen): Versterkt Hart-Qi, verspreid Hart-Vuur, Bij Moxa: versterkt Hart-Yang Bl 17 (Ge Shu): versterkt Bloed (reüniepunt) Bl 18 (Gan Shu): gunstige effecten op Galblaas en Lever,elimineert Warmte-Vocht, doet het gestagneerde Qi circuleren, heeft gunstige effecten op de ogen, verjaagt de Wind Bl 20 (Pi Shu): versterkt Bloed, versterkt Milt-Qi in productie van Bloed Bl 23 (Shen Shu): versterkt de Nier en voedt Nier-Jing, versterkt de onderrug, voedt het Bloed,gunstige effecten op botten en merg, elimineert Vocht, stimuleert de Nier om Qi te ontvangen, gunstige effecten op ogen en oren Bl 25 (Da Chang Shu): bevordert de functies van de dikke darm, versterkt de onderrug, heft obstructies van de meridiaan op, verlicht zwellingen en volheidgevoel Bl 27(Xiao Chang Shu):bevordert de functie van de Dunne Darm, elimineert het Vocht, diperseert de Warmte, heeft gunstige effecten op de mictie Bl 43 (Gao Huang) : versterkt het Qi, behandelt de leegte, voedt het Jing, voedt Long-Yin, vitaliseert de Shen, kalmeert hoest en astma Bl 44 (Shen Tang): kalmeert de Shen Bl 52 (Zhi Shi): versterkt de Nier, versterkt de rug, versterkt de wilskracht Ni 2 (Ran Gu): disperseert Warmte leegte, vitaliseert de Yin Qiao Mai, koelt het Bloed Ni 3 (Tai Xi): versterkt Nier-Yin Ni 6 (Zhao Hai): versterkt Nier-Yin en bevordert de slaap Ni 7 (Fu Liu): versterkt de Nier,stopt nachtzweten (+ Ha 6) Ni 9 (Zhu Bin): versterkt Nier-Yin, kalmeert de Shen Ni 25 (Sen Cong) : lokaal borstpunt om Qi en Bloed in de borst te doen circuleren, vooral goed bij Hart-Yang leegte geassocieerd aan Nier-Yang leegte Kr 4 (Xi Men) : stopt pijn in hartgebied tijdens acute aanval Kr 5 (Jian Shi) : lost Flegma van het Hart op en bevrijdt de openingen Kr 6 (Nei Guan): versterkt Hart-Qi, kalmeert de geest, reguleert Hart-Bloed, opent de borst Kr 7 (Da Ling) : kalmeert de Shen en verspreid Hartvuur 3V 5 (Wai Guan): verjaagt Wind Warmte,bevrijdt de oppervlakte, heft obstructies van de meridiaan op, gunstige effecten op het oor, onderwerpt Lever-Yang Ga 13 (Ben Shen): kalmeert de Shen Ga 15 (Tou Lin Qi): kalmeert de Shen, herstelt evenwicht (manisch/depressief) Le 2 (Xing Jiang): bedwingt VuurLe 3 (Tai Chong): kalmeert de Shen en bedwingt Vuur RM 3 (Zhong Ji): lost Warmte Vocht op, bevordert de Qi transformerende werking van de Blaas, elimineert Warmte RM 4 (Guan Yuan): versterkt Yin, verankert de Shen bij lege Warmte, voedt Nier-Yin en Nier-Jing, doet Warmte dalen RM 6 (Qi Hai): versterkt Qi in hele lichaam, moxa : versterkt Yang in lichaam RM 9 (Sui Fen): bevordert de transformatie van vloeistoffen, controleert de waterwegenRM 10 (Xia Wan): bevordert de daling van Maag-Qi, heft voedselstagnatie op, versterkt de Milt RM 12 (Zhong Wan): versterkt de Milt, helpt Flegma op te lossen RM 13 (Shang Wan): onderwerpt rebellerend Maag-Qi RM 14 (Ju Que) : kalmeert de geest, versterkt Hart-Bloed RM 15 (Jiu Wei) : kalmeert de geest, versterkt Hart-Bloed, versterkt Hart-Yin RM 17 (Dan Zhong): reguleert Qi en Bloed in de borstkas, stimuleert circulatie Zhong-Qi RM 18 (Yu Tang): behandeling van afonie, bronchitis, astma, hevige hoestaanvallen, pleuritis RM 22 (Tian Tu): stimuleert de daling van Long-Qi, lost Flegma op, disperseert de Warmte, stopt het hoesten heeft gunstige effecten op de keel, verlicht astma DM 4 (Ming Men) : tonifieert Nier-Yang, voedt Yuan-Qi, verwarmt Ming Men verjaagt de Koude, versterkt de onderrug, heeft gunstige effecten op het Jing DM 13 (Tao Dao): disperseert de Warmte, bevrijd de oppervlakte, reguleert Shao Yang DM 14 (Da Zhui): moxa : versterkt Hart-YangDM 20 (Bai Hui): herstelt het bewustzijn in geval van comaDM 23 (Shang Xing): opent de neusDM 24 (Shen Ting): kalmeert de ShenSi Shen Cong: kalmeert interne Wind Yin Tang: kalmeert de Shen Ding Chuan: (0,5 cun lateraal van DM 14) kalmeert astma, verjaagt externe wind 5 ConclusieZoals verwacht, is er een duidelijk verschil tussen de Westerse en Chinese benadering van patiënten met hartkloppingen. De Westerse benadering is vooral gericht op de onderliggende ritmestoornis en vooral het herkennen van potentieel gevaarlijke ritmestoornissen of ritmestoornissen waar een adequate behandeling voor bestaat. Als dit niet het geval is, zijn de therapeutische mogelijkheden beperkt en komen eigenlijk, naast geruststelling van de patiënt, alleen bètablokkers in aanmerking. De manier waarop de patiënt de hartkloppingen ervaart lijkt minder belangrijk. Dit komt ook omdat de Westerse geneeskunde geen goede mogelijkheden heeft om het welbevinden van de patiënt te verhogen, tenzij het gaat om echte psychiatrische stoornissen als oorzaak van de hartkloppingen. De Chinese benadering is veel meer patiëntgericht. De hartkloppingen zijn hier slechts een klein onderdeel van een syndroom, waarbij de Shen een belangrijke rol speelt. Hierdoor wordt de beleving en het welbevinden van de patiënt in één adem genoemd met de hartkloppingen. De behandeling is daardoor ook meer op het geheel gericht en niet alleen op de hartkloppingen. Mijns inziens moeten beide benaderingen naast elkaar gebruikt worden. Deze laatste wordt vaak als onschuldig beschouwd, maar is potentieel invaliderend door de kans op een cardiale embolie en hartfalen. Ook andere persisterende tachycardieën horen mijns inziens bij de cardioloog thuis, omdat ook daar de kans op hartfalen of myocardischaemie bestaat. De overblijvende groep, die verreweg de grootste is, kan mijns inziens behandeld worden met acupunctuur. Verder zou ik mij kunnen voorstellen dat de patiënten die medicamenteus behandeld worden voor hun ritmestoornis, een adjuvante behandeling met acupunctuur kunnen ondergaan. 6 SamenvattingIn het algemeen kan men stellen dat de Westerse benadering en de Chinese benadering van de patiënt en zijn ziekte sterk van elkaar afwijken. Het doel van deze scriptie was een vergelijking te maken tussen de beide benaderingen, met betrekking tot hartkloppingen en te onderzoeken in hoeverre deze van elkaar verschillen, maar vooral ook om te beoordelen hoe ze naast elkaar gebruikt kunnen worden. De Westerse benadering is vooral gericht op de eventuele ritmestoornis die ten grondslag ligt aan de hartkloppingen. Het belangrijkste onderscheid daarbij is potentieel gevaarlijk versus onschuldig. De Chinese benadering is meer patiëntgericht. Er wordt hierbij niet gekeken naar het type ritmestoornis, maar naar de klacht hartkloppingen als onderdeel van een syndroom. Hier staat dus niet de ritmestoornis centraal, maar een energetische stoornis, die voor meerdere klachten van de patiënt verantwoordelijk is. Men onderscheid excesvormen en deficiëntievormen. Daarnaast zijn er patiëntenvoorbeelden beschreven, waarvan ik hoop dat ze verduidelijkend zijn voor de tekst. Ik hoop dat deze scriptie zal bijdragen aan de behandeling van de grote groep patiënten met vervelende maar ongevaarlijke hartkloppingen, die onvoldoende resultaat hebben bij de Westerse behandelingsmethoden. top7 BronvermeldingHeartdisease, a textbook of cardiovascular medicine 5th edition Praktische Cardiologie Overview of Palpitations Cardiologie Circulatoire onderwerpen Grondslagen van de Chinese Geneeskunde The Treatment of Cardiovascular Diseases with Chinese Medicine
top
|
||||||||||||||
| ©
Acupunctuur.com. Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur
Vereniging opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen.
De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan uw
huisarts of specialist overbodig maken. Ontwerp en onderhoud: Hippo WebDesign, Amsterdam |
|