NAAV
Navigatie
Informatie over additieve geneeswijzen
print deze scriptie

ENERGOLOGIE

EEN WETENSCHAP ?

W. Koekkoek, arts.

April 2004

 

INHOUD ENERGOLOGIE, EEN WETENSCHAP? 

INHOUD 

DEFINITIES 

VERANTWOORDING

VRAAGSTELLINGEN  

GESCHIEDENIS  

THEORIE 

MERIDIAAN CORRELATIES  

METING VAN EEN PATIËNT 

ENERGETISCHE ANALYSE VAN EEN PATIËNT

EEN VOORBEELD-PATIËNT   

ENERGETISCHE BEHANDELING VAN EEN PATIËNT

DIABETES MELLITUS TYPE1 (DM1) CORRELATIES

CONCLUSIE

BEDANKT 

SAMENVATTING 

SUMMARY

LITERATUURLIJST

STELLINGEN 

TABEL MERIDIAAN BENAMINGEN NED, ENG. FRANS

FIGUREN 1 T/M 6 BIJLAGEN


DEFINITIES

Energologie:
de wetenschap m.b.t. de energiestatus van meridianen in combinatie met fysiologie en pathologie.

Thermopunctuur:
het meten of beïnvloeden van een acupunctuurpunt d.m.v.  warmte (/infrarood licht).

Namen van meridianen:
In de tekst worden de Nederlandse namen en afkortingen gebruikt. In de tabellen en figuren worden (helaas) verschillende benamingen en afkortingen gebruikt. Dit zijn Engelse en Franse benamingen. Op blz. 18 staat een tabel met alle gebruikte namen en afkortingen.

Merid:
Praktisch, klein apparaat (zie voor- en achterblad) waarmee gestandaardiseerd infrarood licht gegenereerd wordt. D.m.v. een pen met aan het uiteinde een diode wordt dit licht gepulseerd aan een acupunctuurpunt “toegediend”. Vervolgens telt de Merid het aantal pulsen tot de pijngrens. Dit getal geeft dan een indicatie van de energiestatus van de gemeten meridiaan. Ook is het mogelijk om met een geringere sterkte infrarood licht acupunctuurpunten te beïnvloeden (thermopunctuur).

Energoscopie:
Het “bekijken” (= meten en analyseren) van de energiestatus van meridianen.

Figuren:
Wanneer in de tekst naar FIG. X (= figurenpagina X) wordt verwezen, dan wordt daar een pagina met figuren en/of tabellen mee bedoeld, m.a.w. naar meerdere afbeeldingen wordt dan met hetzelfde nummer verwezen. 

Verantwoording

Deze scriptie is geschreven in het kader van het afsluitend NAAV C-examen voor arts-acupuncturist. Niet alle gebruikte acupunctuur kennis wordt uitgelegd, daar er wordt uitgegaan van een lezer met basiskennis van de acupunctuur.

Vraagstellingen

1.   Is er een wetenschappelijke methode om de energiestatus van de meridianen te meten?

M.a.w. is er een meetmethode die betrouwbaar en reproduceerbaar is.

2.  Zijn er wetenschappelijke verbanden tussen de energiestatus van (één of meerdere) meridianen en fysiologie of pathologie?

M.a.w. is er statistisch significant bewijs voor een relatie (correlatie, regressie, etc.) tussen meridianen en fysiologie of pathologie.

3.  Is energologie een wetenschap?

Geschiedenis

V. Mujikov, een chirurg in St. Petersburg (Rusland) heeft een meetmethode ontwikkeld om met behulp van infrarood (IR) licht de energiestatus van meridianen te meten. Hiermee heeft hij duizenden metingen verricht, maar belangrijker is echter dat hij er uitgebreid statistiek op losgelaten heeft. Hij zocht naar een betrouwbare, reproduceerbare methode en kwam via de Akabane-test op infrarood licht daar beide met warmte te maken hebben. De test van Mujikov is echter beter gestandaardiseerd.

Mujikov is uitgegaan van de Akabane-test, omdat dit het meest geschikt lijkt voor dit systeem met betrekking tot het specifieke karakter van zijn werking. Bovendien heeft het een stevige ideologische basis, is het gemakkelijk uit te voeren en is het goed dragelijk voor de patiënten (ZIE Theorie).

De Akabane-test is gebaseerd op een eeuwen oude “heilige stokjes test”. Hierbij werd een brandend sandaalhouten stokje synchroon met de hartslag naar en van een Ting-punt bewogen totdat er pijn gevoeld wordt. Deze testuitslag werd aangegeven in het aantal keren dat het stokje naar de punten was toebewogen. Dit getal was dan een soort numerieke evaluatie van de energie in de gemeten meridiaan.

In 1952 ontwikkelde Koben Akabane, een dokter in Japan, een test waarbij hij een elektrische spoel gebruikte, die continu warmte afgaf. De energiestatus werd dan bepaald door de tijd in seconden nodig om pijn te voelen. Sindsdien worden de testmethode met sandaalhout, elektrische spoel en later ook die met IR-licht, Akabane test genoemd.

Volgens Mujikov echter verlaagt het feit dat de warmte toediening door de elektrische spoel niet gepulseerd plaatsvindt de betrouwbaarheid van de meting.

 

Theorie

Uit onderzoek is gebleken, dat de invloed van warmte op “gewone” huid (geen Ting-punt) steeds dezelfde pijnreacties uitlokt, die alleen afhangt van de intensiteit van de geproduceerde warmte. Daarentegen blijkt dat de pijngrens voor warmte in acupunctuurpunten en vooral in de Ting-punten, voornamelijk door de meridiaan activiteit wordt bepaald. De Ting-punten worden hierbij gezien als “input-output” gebieden, d.w.z. het gebied waar er “gecommu-niceerd” wordt met de buitenwereld. Dit geldt ook voor infrarood licht.

Bij de IR-meting zowel als de sandaalstok test wordt de energie in de vorm van warmte (Vuur) toegediend. Dit is te vergelijken met het toevoegen van Yang!

Als de sandaalstok test een verlaagde energiepotentie van een Yang-meridiaan laat zien, dan zal de aan de Ting-punten toegevoerde energie heilzaam zijn, omdat dit het niveau van de Yang-meridiaanactiviteit laat stijgen. In dit geval zal in verhouding met de hypo-functie van de Yang-meridiaan de pijngrens hoog zijn, en het getal van testpulsen (= de index) zal ook hoog zijn. M.a.w. een grote index bij een lage energiestatus van een Yang-meridiaan. Bij een verhoogde energiepotentie van een Yang-meridiaan zal daar dus een lage index gemeten worden (snel vol, snel pijn) (ZIE FIG.1).

Voor een Yin-meridiaan geldt het omgekeerde. Een hoge index betekent dat er veel Yang nodig is om de Yin te “neutraliseren”. Dan is er veel Yin aanwezig. Bij een lage index is er weinig Yin in de meridiaan (ZIE FIG.1).

In dit hele verhaal gaat het om de asymmetrie tussen de linker en rechter tak van een meridiaan.

Wanneer men m.b.v. Yang-invloed wil uitoefenen op de asymmetrie van een Yang- of een Yin-meridiaan, moet dat dus bij beide op de meridiaan met de hoogste index gebeuren. Bij een hoge index van een Yang-meridiaan (leeg) voegt men dan extra Yang toe, bij een hoge index van een Yin-meridiaan (veel Yin aanwezig), vermindert men de hoeveelheid Yin (ZIE FIG.1).

Voorgaand is asymmetrie genoemd, maar alvorens dat te behandelen , moet eerst besproken worden wat een “normaal” energetisch beeld is. Wanneer men na vele metingen correlaties berekent (met o.a. Student-t criteria), dan ontstaan er 5-element beelden zoals in FIG.2 (gebruik hierbij de tabel op blz.18). Hierin is te zien hoe de meridianen elkaar positief (stimulerend) en negatief (remmend) beïnvloeden. Dit soort berekeningen en beelden kan men ook produceren na meerdere metingen van één persoon. Dan ontstaat er een specifiek beeld voor die ene persoon, waaruit alle fysiologische en pathologische invloeden zijn op te maken. Voldoet dit beeld dan niet aan het bovengenoemde normaalbeeld, dan ziet men de pathologische invloeden over langere tijd. Simpeler is het echter om na één meting een 5-elementen model te maken en die dan te behandelen (ZIE FIG. 3).

Een normaal beeld geeft symmetrie te zien tussen de rechter (Dexter) en linker (Sinister) takken van een meridiaan, behalve bij de Long- en Blaas- meridiaan (ZIE Meridiaan correlaties). Hieruit volgt dat asymmetrie of “verkeerde” symmetrie (Lo+Bla) laat zien dat er iets mis is met de energiestatus van de patiënt. Deze moet dan volgens de 5-elementenleer behandeld worden (ZIE Energetische behandeling van een patiënt).

De IR-bron waarmee gewerkt wordt, is een halfgeleider van het p-n type, lensvormig, bedekt met glas. Dit wordt op de huid gehouden totdat er (vaak plotseling) een pijnsensatie optreedt. De meridiaan is dan “gevuld”. Hieruit volgt al, dat meridianen met veel acupunctuurpunten meer pulsen nodig zullen hebben dan die met weinig punten. Uit onderzoek blijkt dit zelfs zeer precies te kloppen (dus grote specificiteit voor het testen van meridianen). Dit geldt echter voor jonge mensen, daar blijkt dat bij ouderen acupunctuurpunten “gaan sluiten”. Hierdoor verschuift ook de dipool (ZIE FIG. 4, FIG.5 en verderop in Theorie).

Meridianen blijken gemoduleerd (een sinusgolf) hun energie door te geven. Daarom is, na lang onderzoek en testen van vele frequenties, besloten om het IR-licht gemoduleerd in een frequentie van 28 Hz toe te dienen. Dit blijkt de optimale frequentie te zijn. Daarboven wordt het IR-licht ook gepulseerd toegediend, en wel met een frequentie gelijk aan de hartslag. Deze laatste twee toevoegingen (modulatie en pulsatie) en het feit dat hier sprake is van licht en geen rechtstreekse warmte, zijn grote verschillen met de “echte” Akabane test. Daarom is deze IR-test beter gestandaardiseerd en natuurlijker.

Waarom is er niet gekozen voor elektrische stimulatie/meting? Uit onderzoek blijkt dat bij het gebruik van microstroompjes, deze vergelijkbaar zijn met de achtergrond stroompjes die al op de huid aanwezig zijn. Dit zorgt ervoor dat de resultaten van de meting flinke vertekening en onvoldoende reproduceerbaarheid vertonen. Vergeet daarbij niet het wel of niet aanwezig zijn van zweet. Dit betekent niet alleen dat de huid wel of niet nat is (is te beïnvloeden door de oppervlakte bij alle metingen eerst nat te maken), maar dat er ook kleine zoutbruggen (accu’s=stroom) kunnen ontstaan. Daarboven zijn deze stroomtesters vaak erg duur door hun gecompliceerd ontwerp.

Bij het stijgen van de leeftijd ziet men een verschuiving van de DIPOOL (ZIE FIG. 4 en FIG.5), zowel bij de vrouw als de man. Dit komt alleen door de toe- en afname van het Water-deel van de dipool, het Vuur-deel blijft vrijwel constant. Deze dipool blijkt een belangrijke interpretatie mogelijkheid te zijn om snel een indruk te krijgen van de energiestatus van een patiënt en om snel te zien of de behandeling resultaat heeft opgeleverd (ZIE FIG. 5).

Een andere snelle interpretatie mogelijkheid is het percentage anabool/katabool (normaal 52% / 48%). Hierbij krijgt men snel een indruk of iemand erg “anabool” (opslag, obesitas, etc.) of katabool (verbruik, cachexie, etc.) is. Ook deze interpretatie kan snel een indruk geven over het succes van de behandeling.

De behandeling gebeurt ook d.m.v. IR-licht, alleen met minder energie. Doordat hierna in de behandelde meridiaan piekende , korte golfbewegingen ontstaan die na verloop van tijd terugkeren naar de oorspronkelijke vorm (die voor iedere meridiaan specifiek is), kan men pas na 20-45 minuten een controlemeting doen. Wanneer de Bla is beïnvloed, moet men 30-45 minuten wachten, daar deze de traagste golf en herstel heeft. Zie verder Energetische behandeling van een patiënt.

Meridiaan correlaties

Zowel Oosterse (empirisch), maar vooral de Westerse (correlaties, regressie, etc. statistiek) correlaties worden besproken. De Westerse correlaties met Westerse begrippen zoals fysiologie en pathologie zijn berekend na meten van duizenden gezonde (en zieke) personen.

Zie voor Engelse en Franse (in Rusland gebruikelijke) afkortingen van de meridianen de tabel op blz. 18.

Bespreking van de meridianen in volgorde van energiecyclus:

D=dexter=rechter meridiaan. Anabool.

S=sinister=linker meridiaan.  Katabool.

Hart (Ha), VUUR, Yin:

Hartritme.

Sinusknoop.

Arteriële druk (grote correlatie), hypertensie door hoge frequentie door sympathicus.

Meestal S hoog, dan hoge frequentie, D hoog dan lage frequentie.

Soms individueel bepaald, want arteriële druk is afhankelijk van 3 of meer meridianen.

Dunne darm (Du), VUUR, Yang:

Electrolyten balans.

Absorptie glucose en peptides (kleine molekulen).

Nutritie functie.

Grote invloed op allergie (met Di en Le).

Blaas (Bl), WATER, Yang:

Hormonale activiteit.

Bioritme voor alle fysiologische systemen.

Correleert met ALLE meridianen.

Hier MOET er een verschil tussen D en S zijn! Deze is echter afhankelijk van het geslacht. Bij de man moet S hoger zijn (S>D) en bij de vrouw moet D hoger zijn (D>S).

Nier (Ni), WATER, Yin:

Controleert Qi: D+S lage getallen, dan is er weinig Qi.

D: laat zien hoeveel energie er nu is.

S: laat zien hoeveel energie er nu verbruikt wordt.

Tijd na eten

       D

      S

  30 min

      15

     10

  90 min

      25

     20

110 min

      20

     25

Eten is een anabool proces. Na ongeveer een uur wordt energie verbruikt.

Controleert activiteiten.

Controleert stress

Controleert slaapactiviteit. Slapen na een goede maaltijd door grote activiteit Ni-systeem (Yin, geen aktie).

Bij een lage index (5,6) is er dus weinig Qi, “brandt” er veel =Yang (veel stress, weinig slapen). Dan moet men LoS met IR beïnvloeden, want anders brandt men het laatste restje Yin weg! Dus via Metaal Water stimuleren = energie geven.

Kringloop (Kri), VUUR, Yin:

Controleert de hartspier; de voeding, de bouw.

Controleert alle spieren in het lichaam.

Drievoudige verwarmer (3V), VUUR, Yang:

Sexuele activiteit.

Hemodynamiek (grote correlatie bij echo-onderzoek).

Verband met de snelheid van contracties, hoe de hartspier bloed wegperst.

Thyroid hormoon.

Galblaas (Ga), HOUT, Yang:

Perifeer zenuwstelsel.

Sympaticus/parasympaticus.

Arteriële druk.

Lever (Le), HOUT, Yin:

Leverfunctie, biochemisch, etc.

Centraal zenuwstelsel.

Mentale functies (psychose, schizofrenie. Niet M. Parkinson, want dat is meer een perifeer probleem: Ga.)

D hoog: glucosespiegel hoog. S hoog: glucosespiegel laag.

Invloed op allergie (met Di en Du).

Normaal gesproken is de Le erg stabiel.

Long (Lo), METAAL,Yin:

Oxygenatie van de weefsels.

Hier MOET er een verschil zijn tussen D en S en wel D >S met een verschil

van 30-40%. Dan is er een goede oxygenatie.

Als S>D dan verstoort Yang de oxygenatie en is er minder opslag.

Als D>S meer dan 40%: kijk dan naar de dipool. Is er veel opslag (Water) dan

is er sprake van bronchospasme, asthma, of obstructieve bronchitis met een

asthmatische component.

Dikke darm (Di), METAAL, Yang:

Biochemie in het bloed.

Grote correlatie met C-peptide, cholesterol, etc.

Arteriële druk (belangrijkste, 95%, van de 5 [Di,Ga,Kri,3V,Ni] meridianen die hierop invloed hebben. Welke meridianen en hoe sterk die invloed is per meridiaan, is individueel bepaald.).

Absorptie grote molekulen (door bacteriën).

Met Le en Du invloed op allergie.

Maag (Ma), AARDE, Yang:

Maag.

Ulceratie.

Gastritis.

Bij DM 1 en 2 hoge getallen, soms D, soms S (individueel bepaald).

Milt (Mi), AARDE, Yin:

D: C-peptide, b-cellen activiteit.

S: a-cellen activiteit.

Controleert immunsysteem; D: goede werking, S: slechte werking. Als alleen MiD hoog is, is er sprake van een infectie/ontsteking, maar let hier bij op de verstreken tijd na een maaltijd! (ZIE FIG. 6) Als alleen MiS hoog is, is er sprake van slechte afweer.

Controleert glucosespiegel; als D hoog, dan is glucosespiegel hoog en vice versa. Bij hoge glucosespiegel is ook de LeD hoog (opslag).

                                    Normaal                             DM1                              Ontsteking

 

       D

       S

        D

       S

        D

      S

     Mi

      10

       8

       68

       5

       42

      5

     Le

        8

       6

       40

       7

         8

      6

Transportfuncties van het bloed, chemie en molekulen. Als S hoog is, dan is de bloedcirculatie van glucose laag. Dit kan ook na een maaltijd als de transportfunctie defect is.

N.B. Bovenstaande betekent dat, wanneer men bij een DM1 patiënt een hoge index MiD meet (meer dan 2 uur na voedsel in welke vorm dan ook!), deze behandelt met IR, na 30-45 minuten weer meet en dan een betere Mi- symmetrie vindt, er nog een (rest-)capaciteit van b-cellen is! Dit geldt natuurlijk alleen als er in die 30-45 minuten geen flinke lichaamsbeweging heeft plaatsgevonden of insuline is ingespoten.

Ren Mai (RM) = Conceptie meridiaan

Du Mai (DM) = Gouverneur meridiaan

Asymmetrie tussen deze twee meridianen wijst in de richting van pathologie in de onderbuik (uterus, prostaat).

In de volgende hoofdstukken wordt beschreven hoe een patiënt gemeten, geanalyseerd en behandeld kan worden. Dit gebeurt echter in algemene termen, daar deze scriptie geen gebruiksaanwijzing van de Merid is.

Meting van een patiënt

In de volgorde van dig.1 naar dig.2, etc. en wel voor iedere meridiaan eerst de rechter en dan de linker tak, wordt op de Ting-punten (voor de Ni op het punt van Voll) de pijngrens (=Index) bepaald.

De temperatuur van de omgeving is hierbij van belang, daar die de gevoeligheid kan beïnvloeden. Dit geldt natuurlijk ook voor patiënten met (lokale) sensibiliteitsstoringen.

Energetische analyse van een patiënt

Na de meting worden de gegevens door sofware in kolommen en 5-elementen figuur in beeld gebracht. Voor uitleg van de hieronder gebruikte termen lees men Theorie hierboven.

Voor een goede analyse van de meetgegevens volgt men het volgende protocol:

1.  Bekijk eerst de totalen anabool/katabool.

Rechts anabool 52%.

Links katabool 48%.

Verschil tussen beide is groter dan 10%: als er geen plausibele verklaring is (erg dikke of juist erg dunne patiënt) dan kan er fout gemeten zijn. Pas op met kanker!! Die verbergt zich voor het systeem en is dus tot erg ver in zijn ontwikkeling niet te zien. Daar zijn uitzonderingen op, maar het voert te ver om deze hier te behandelen.

2.  Dipool (de gouden proportie) 39/61%  (ZIE FIG. 5).

Let hierbij op de normale verschuiving in leeftijd en op het verschil tussen man/vrouw (ZIE FIG. 4).

Zoals reeds eerder vermeld is dit een snel richtmiddel voor het succes van de therapie.

3.  Bekijk de asymmetrie.

Is de asymmetrie Li /Re > 35% dan is er sprake van een afwijkende energiestatus.

De uitzonderingen hierop zijn Lo en Bla.

Vraag naar de tijd die is verstreken na de laatste voedselinname en betrek dat bij de interpretatie van de indexen.

4.  Maak een energetisch model (5 elementen ZIE FIG. 3) waarin de (pathologische) invloeden zichtbaar zijn.

5.  Bepaal welke elementen behandeld moeten worden.

6.  Bepaal welke meridianen behandeld moeten worden.

7. Bepaal welke acupunctuurpunten (Ting-, Luo- en Toniseringspunt) behandeld moeten worden.

8. Wanneer meerdere metingen van een patiënt in de sofware aanwezig zijn, is het mogelijk om een statistische analyse te laten doen (correlatie, regressie, etc.). Daaruit volgt dan een plaatje met meridiaaninvloeden (stimulerend en remmend) voor specifiek deze patiënt.

Een voorbeeld patiënt

ZIE FIG. 3.

Vrouw, 42 jaar.

Klachten:

- terugkerende palpitatie aanvallen met een frequentie boven 160/min.

- regelmatig terugkerende pijn in de nek (vertebrale wervelkolom).

- hoofdpijnen achterop het hoofd.

- verspringende pijnen in de schouder- en ellebooggewrichten.

- constipatie

- ongelijkmatige menstruatie periodes

Vele therapieën en diagnoses hebben elkaar opgevolgd:

- rheuma, niet aktieve fase.

- myocardium sclerose.

- paroxysmale tachycardie.

- spastisch colon.

- chronische cystitis.

Als kind heeft ze herhaaldelijk tonsillitis en pneumonie (8-10 jaar) gehad.

- appendectomie (12 jaar).

- chronische cystitis vanaf 14 jaar.

- tachycardie aanvallen vanaf 38 jaar.

De test met IR-licht laat zien dat er asymmetrie is tussen linker en rechter indexen in:

- Mi:     verantwoordelijk voor immuunsysteem en voor de pijn in de gewrichten.

- Di:     colonklachten.

- Ha:    controleert het hartritme.

- Bla:   die verklaart de pijnen in de vertebrale wervelkolom, hoofdpijnen achterop het hoofd, maar ook de geslachtshormonen achtergrond, die in dit bijzonder geval verschijnt als een mannelijk type stoornis (nl. Vs>>Vd = BlaS >> BlaD).

Zodoende heeft de eerste beschadiging van het immuunsysteem in de

kinderjaren (Mi, wiens kenmerken zijn: tonsillitis en vooral appendectomie)

door direkte energie connecties geleid tot Lo-meridiaan hypofunctie en tot de

Di-meridiaan dysfunctie.

De verstoring van de regelfunctie van Aarde (Mi) en Metaal (Lo+Di)

veroorzaakte op hun beurt weer de dysfunctie van de Bla, vergezeld door

onmiskenbare disharmonie..

De verzwakking van het Water-element heeft door een verminderde remming van het Vuur, dit element in een hyperfunctie gebracht (er is niet genoeg Water om het Vuur te blussen). Dit energie overschot werd regelmatig ontladen door de Ha-meridiaan in de vorm van tachycardie aanvallen.

Ondanks de jonge leeftijd van deze patiënte heeft de pathologie al vier van de vijf elementen beschadigd.

Het Hout-element is in groot gevaar, omdat er een tekort is aan Water-energie. Klinisch kan deze situatie leiden tot ventrikelfibrilleren of een andere serieuze stoornis.

Het 5-elementen model geeft een mogelijkheid om een etiologisch / pathogenetisch behandel strategie voor deze bijzondere soort van multi-systeem pathologie op meridiaan niveau op te stellen.

In de eerste plaats wijst dit schema in de richting van normalisering van de toestand van de Aarde-meridiaan. Er moet zoveel mogelijk geprobeerd worden om de eerste oorzaak ook het eerst aan te pakken. Daarna met de klok meedraaiend de volgende gestoorde elementen beïnvloeden. In dit geval zijn dat opeenvolgend het Metaal- en Water-element. En alleen àls het nodig is daarna de Vuur-meridianen.

Door ervaring en onderzoek is inmiddels bekend dat systematische normalisatie van de 5-elementen, die het aangedane element in de pathogenese zijn voorgegaan, zal leiden tot een verdwijning van de symptomen van de onderliggende ziekte.

Energetische behandeling van een patiënt

Doel: het energetisch in balans brengen van de patiënt.

Behandel de bepaalde meridianen in de volgorde van de Sheng- (en Ko-) cyclus.

Behandel per meridiaan het Ting-punt, het Luo-punt en het punt van het element voorafgaand aan het element waar deze meridiaan bijhoort. Dit betekent dus het Toniseringspunt.

De ontwikkeling van deze behandelmethode heeft ook in deze volgorde plaatsgevonden. Het bleek dat, na het invoeren van het “bestralen”van de Luo- en Toniseringspunten, het succespercentage vergroot werd tot 90%.

Hermeten na 20-45 minuten, afhankelijk van de meridiaan die behandeld is.

Als het karakter van de pathologie puur functioneel is en er is maar één

element bij betrokken, dan kunnen één of twee behandelingen (mits goed

uitgevoerd) genoeg zijn om het te elimineren.

Zijn er meerdere obstakels, dan moeten er meerdere collateralen gebruikt

worden om de normale energiedoorstroming te herstellen.

Dan eventueel nog een keer meten en behandelen. Neem daarbij voldoende tussenpauze (reactie van meridianen op de IR-beïnvloeding, ZIE Theorie).

Thuis iedere dag meten/behandelen d.m.v. Sandalwood (in de toekomst een home-device), anders in het begin 3x/week bij de arts.

Retour na 2-3 weken. Na 3-4 weken moet er “iets” vooruitgang door de patiënt te merken zijn. Er is een duidelijk verschil door de patiënt te merken (weer afhankelijk van meridanen en verdere constitutie van de patiënt) na 2-3 maanden. Dit geldt natuurlijk niet voor anatomische veranderingen en andere niet energetisch behandelbare klachten/pathologie.

Diabetes Mellitus type1 (DM1) correlaties

In 1998 ontmoette Mujikov bij een congres in Duitsland een arts die problemen had met het regelen van zijn DM1. Hij was al 20 jaar DM1 patiënt.

Er was een forse asymmetrie te zien op Mi (D84, S16 ). 30 Minuten na behandeling werden zijn voeten warm die al jaren “niet warm waren te krijgen” en bleek de glucosespiegel te zijn gedaald zonder toediening van insuline.

Hierna is Mujikov een groot onderzoek in St. Petersburg begonnen waarbij behalve de metingen en behandelingen met IR-licht ook vele biochemische bepalingen werden gedaan

Uit dat onderzoek bleek, dat de glucosespiegel sterk gecorreleerd was aan de indexen van Mi en Le. De met insuline goed ingestelde patiënten bleken goede indexen te hebben.

N.B.: Gebruik voor alle tabellen de “vertaaltabel” op blz. 18.

Tabel 1.

Meridiaan invloeden op bloedglucosespiegel.

Hierbij wordt niet gekeken naar de lateraliteit van de takken (D/d of S/s).

--------------------------------------------------------------------------------

Independent variable             coefficient  std. error     t-value   sig.level

--------------------------------------------------------------------------------

CONSTANT                          11.09999    5.932366      1.8711      0.0693

         VC                                 -4.18261     4.03075      -1.0377      0.3062

          F                                  13.878131    2.736802     5.0709      0.0000

          E                                  -9.230855    4.367204    -2.1137      0.0413

--------------------------------------------------------------------------------

R-SQ. (ADJ.) = 0.3974  SE=      11.214341  MAE=       6.890254  DurbWat=  1.757

Previously:    0.3774           11.399304             6.922650            1.785

61 observations fitted, forecast(s) computed for 1 missing val. of dep. var.

Dit model laat al een voorspellende betrouwbaarheid (reliability) zien van 40%. Met behulp van de single-step regressie methode werden drie meridianen ontdekt die invloed hadden op de glucosespiegel. Verhoging van de Le-index, met een hoge graad van zekerheid (certainty) namelijk t=5,0 leidt tot een verhoging van de glucosespiegel, terwijl een stijging van  de Ma- en RM-index tot een daling van de glucosespiegel leiden.

Het onderzoeken van de rechter en linker takken van de meridianen gaf de mogelijkheid om een groepsafhankelijkheidsbeeld voor DM1 patiënten te maken met een vanuit de praktijk gezien zeer belangrijke voorspellende betrouwbaarheid van 66%.

N.B.: Voor alle volgende tabellen geldt:

Meridiaan invloeden op bloedglucosespiegel waarbij wèl naar de lateraliteit van de takken (d of s) wordt gekeken.

Tabel 2.

--------------------------------------------------------------------------------

Independent variable             coefficient  std. error     t-value   sig.level

--------------------------------------------------------------------------------

CONSTANT                          17.323788    4.932497      3.5122      0.0012

              RPs                       -7.951568    2.381384     -3.3391      0.0020

              Fd                           6.563005    1.311208      5.0053      0.0000

              Ed                          -9.123228    3.646809     -2.5017      0.0170

              RPd                        4.377225    1.371605      3.1913      0.0029

--------------------------------------------------------------------------------

R-SQ. (ADJ.) = 0.6648  SE=       8.364126  MAE=       5.653132  DurbWat=  1.925

61 observations fitted, forecast(s) computed for 1 missing val. of dep. var.

In dit model leidt een verhoging van de index van de rechter tak van de Le tot stijgen van de glucosespiegel met de hoogste graad van zekerheid (t=5,0) en de hoogste coëfficiënt van de invloed op de glucose spiegel. Daarna volgen in volgorde van de invloed betrouwbaarheid de MiS en MiD. MiS heeft een negatieve invloed op de glucosespiegel, MiD een positieve.

De MaD heeft ook een betrouwbare negatieve invloed.

Hier zit logica in. Glucose wordt geproduceerd in de lever en insuline in de pancreas. Een zekere balans hiertussen is normaal.

Maar waar komt het verschil tussen linker- en rechtertak vandaan?

Volgens Mujikov heeft dit te maken met cellen die een linker of een rechter torsie component hebben en beïnvloed worden door de linker of rechter tak van een meridiaan.

Glucose is een optisch rechtsdraaiend isomeer en moet in de lever met een rechtsdraaiende torsie component gemaakt worden.

Hetzelfde gebeurt in de pancreas. De alfa-cellen produceren glucagon (stimuleren de productie van glucose in de lever en helpen de vetzuren te oxideren), de beta-cellen insuline (helpt de glucose in de cellen te komen, waar het geconsumeerd wordt).

Modellen die voor mannen en vrouwen apart werden gemaakt, hielpen om de voorspellende betrouwbaarheid te vergroten. Tabel 3 laat de meridanen invloed zien op de glucosespiegel bij vrouwen met DM1. De voorspellende betrouwbaarheidscoëfficiënt van dit model steeg tot 75%.

Tabel 3.

--------------------------------------------------------------------------------

Independent variable             coefficient  std. error     t-value   sig.level

--------------------------------------------------------------------------------

CONSTANT                        23.881392    5.918608      4.0350      0.0005

                RPs                        -6.106297    2.759818    -2.2126      0.0371

                Fd                           6.432937    1.32788        4.8445      0.0001

                Ed                        -13.91464     4.019018     -3.4622      0.0021

                Rd                          -4.004711   1.893141     -2.1154      0.0454

              RPd                           5.202921   1.436439      3.6221      0.0014

--------------------------------------------------------------------------------

R-SQ. (ADJ.) = 0.7522  SE=       8.393783  MAE=       5.667226  DurbWat=  1.814

Previously:    0.4522           12.480549             7.979804            1.556

33 observations fitted, forecast(s) computed for 1 missing val. of dep. var.

Dit model lijkt sterk op de vorige. Hier komt echter de NiD erbij, wiens indexverhoging voor een verlaging van de glucosespiegel zorgt. Uit onderzoek bleek dat deze meridiaan mee gaat doen in de regulatie van de glucosespiegel wanneer de glucosespiegels hoog zijn. In het geval dat de NiD in een verhoogde index laat zien, hebben we te maken met glucoseverlies door zijn diffusie vanuit het bloed in de urine door de niermembranen. Dit model is dus erg logisch vanuit het gezichtsbeeld van moderne biochemie en pathofysiologie!

Ieder persoon, en zeker de zieke, heeft veel individuele verschillen op het niveau van bio-energie. Daarom kan het beste resultaat bereikt worden door een individueel model van de meridiaaninvloeden te maken.

Tabel 4 laat de resultaten zien van meridiaaninvloeden op de glucosespiegel verkregen bij een vrouwelijke type 1 DM na 25 metingen. Ondanks het feit dat dit een lineiar model is, is de voorspellende betrouwbaarheidscoëfficiënt  92%!!

Tabel 4.

--------------------------------------------------------------------------------

Independent variable             coefficient   std. error      t-value    sig.level

--------------------------------------------------------------------------------

CONSTANT                         38.737325    3.974909       9.7455      0.0000

              RPs                           -7.27543      1.698505     -4.2834      0.0004

              Fd                            10.918353    0.711864     15.3377      0.0000

              Fs                           -14.867348     3.006534     -4.9450      0.0001

              Ed                            -5.541321     2.3918         -2.3168      0.0318

              Rd                            -6.976714     1.219125     -5.7227      0.0000

--------------------------------------------------------------------------------

R-SQ. (ADJ.) = 0.9275  SE=       4.848804  MAE=       3.733570  DurbWat=  1.408

Previously:    0.5984           11.409031             7.818426            1.857

25 observations fitted, forecast(s) computed for 1 missing val. of dep. var.

Hieruit is een persoonlijk 5-elementen model te maken, waarna zeer gerichte behandeling mogelijk is.

Bovenstaande statistische grootheden kunnen misschien tot verwarring leiden. Simpel gezegd: een sig.level onder de 5% (p<o,o5) is significant (sommigen leggen de grens lager b.v. p<0,005, waarbij er dus een nog grotere significantie is), een R-SQ (R-square=R-kwadraat) vanaf 30% is “betekenisvol”. Bekijk nu nog eens bovenstaande tabellen: “Read them and weep”, maar dat dan natuurlijk in positieve zin.

Sterker nog: met statistiek is met behulp van de indexen bepaald door IR-licht metingen een (persoonlijke) formule te maken waarmee de glucosespiegel is uit te rekenen met een betrouwbaarheid van 85%.

Conclusie

In deze scriptie zijn geen bewijzen beschreven voor de correlaties tussen alle meridianen en fysiologie of pathologie, dan zou er een boekwerk zijn ontstaan. De vele statistische berekeningen (correlaties, regressie, reliability, etc.) laten echter duidelijk zien dat er vele significante relaties bestaan. Dit alles uitgaande van de Akabanemetingen met IR licht, wat dus een wetenschappelijk verantwoorde meting blijkt te zijn (Vraagstelling 1).

Wiskundig gezien kan men er niet onderuit dat de energiestatus van meridianen iets zegt over processen in het menselijk lichaam (Vraagstelling 2). Deze energiestatus is te beïnvloeden, waardoor dus ook processen in het lichaam zijn te beïnvloeden. Dan kun je toch met recht zeggen dat de kennis over de energiestatus van het menselijk lichaam een
wetenschap is (Vraagstelling 3)!

Bedankt

Natasha Smits, voor haar hulp bij het vertalen van Russische artikelen.

Derk Buiskool Leeuwma, voor het beschikbaar stellen van enkele tekeningen.

Valerie Mujikov, zonder wie deze hele scriptie en wetenschap niet mogelijk was.

Samenvatting

Is energologie een wetenschap?

Voor op deze vraag ingegaan wordt, wordt eerst een nieuwe, betrouwbare, reproduceerbare, Russische meetmethode d.m.v. infrarood licht besproken. Met deze methode is de energiestatus van de meridianen te bepalen.

Wanneer die status bekend is, is het mogelijk om d.m.v. statistische berekeningen verbanden te leggen tussen bepaalde meridianen en fysiologie en pathologie. Deze verbanden zijn door een Russische chirurg (Mujikov) aangetoond met significantie en hoge betrouwbaarheid. Dit betekent dat er een wetenschappelijk bewijs is geleverd dat er een verband is tussen de “oosterse”, empirisch bepaalde meridianen en de “westerse”, wetenschappelijk bepaalde fysiologie en pathologie.

Gezien dit verband is de kennis omtrent de energiestatus van meridianen en alles wat daar mee samenhangt dus ook een wetenschap.

Summary

Is energology a science?

Before this question is answered, a new, reliable, reproducible, Russian measuring methode which uses infrared lights is discussed. This methode allows you to determine the energy status of the meridians (chinese energy channels).

Using this energy status , a Russian surgeon (Mujikov) attempted to demonstrate the correlations between certain meridians, and physiology and pathology. These correlations have been proven to be significant and highly reliable using statistical calculations.

This means that scientific proof has been given that Eastern, empirically determined meridians and Western, scientifically determined physiology and pathology correlate.

In view of this correlation, the knowledge concerning the energy status of the meridians and everything connected with this energy status is a science.

Literatuurlijst

Valerie G. Mujikov:    Introduction in energoskopia of man.

Valerie G. Mujikov:    Use of meridian energy channel test in diabetes mellitus patients.

Valerie G. Mujikov:    Use of channel test methods for monitoring condition of patients having diabetes mellitus.

Valerie G. Mujikov:    Theory and practice of thermopuncture channel diagnostics and treatment.

Coen van der Molen: Acupunctuur.

Coen van der Molen: Electro Acupunctuur volgens Voll.

C. H. Hempen:           Atlas van de acupunctuur.

Stellingen

1.       Er is een wetenschappelijke methode om de energiestatus van  meridianen te meten.

2.       Er zijn wetenschappelijk verbanden tussen de energiestatus van één of meerdere meridianen en fysiologie of pathologie.

  3.       Uit stelling 1 en 2 volgt dat energologie een wetenschap is.

  4.       Een flauwekul-stelling kan voor een glimlach zorgen na de diepe frons na het lezen van een ingewikkeld.proefschrift.

5.       Een examinator, die een examen, scriptie of proefschrift serieus neemt, gaat geen tijd verdoen aan een aanval op een flauwekul-stelling.

6.       Boosheid en starheid zijn twee slechte reacties op goed(bedoeld)e kritiek.

7.       Het verzinnen van flauwekul-stellingen is een leuk tijdverdrijf onder vrienden.

8.       Een examinator, die een examen, scriptie of proefschrift serieus neemt, gaat niet neuzelen over een duidelijke verschrijving.

9.       Verschuilen achter regels is een verdedigingsmethode die toont dat de opponent niet serieus genomen wordt.

10.       Het maken van deze scriptie heeft dankzij computerellende verhoudingsgewijs veel te veel tijd gekost.

11.       Energologie hoort een nieuw medisch specialisme te worden.


BAP punten (=Ting punten)

 
Het BAP (biologisch
 
 
 
 
 
 
 


Het BAP (biologisch actief punt) bevindt zich op de kruising van de horizontale en verticale lijn van een nagelriem.

  Nederlands

Engels

Afk. op MERID

Bij 24 BAP

Afk.op

MERID

Bij 26 BAP

Afk. in figuren (Frans)

1

Longen R

Lungs

Lud   (1)

 

P

2

Longen L

Lungs

Lus   (2)

 

P

3

Dikke Darm R

Large Intestine

Lid    (3)

 

GI

4

Dikke Darm L

Large Intestine

Lis    (4)

 

GI

5

Kringloop R

Pericardium

HCd  (5)

 

MC

6

Kringloop L

Pericardium

HCs  (6)

 

MC

7

Driev.Verwarmer R

Triple Heater

THd  (7)

 

TR

8

Driev. Verwarmer L

Triple Heater

THs  (8)

 

TR

9

Hart R

Heart

Htd  (9)

 

C

10

Hart L

Heart

Hts (10)

 

C

11

Dunne Darm R

Small Intestine

Sid (11)

 

IG

12

Dunne Darm L

Small Intestine

Sis (12)

 

IG

 

Conceptie meridiaan (RM 24)

Alleen bij 26 BAP

 

CV (13)

VC

 

Gouverneur meridiaan (DM 26)

Alleen bij 26 BAP

 

GV (14)

VG

13

Milt R

Spleen

SPd (13)

(15)

RP

14

Milt L

Spleen

SPs (14)

(16)

RP

15

Lever R

Liver

Livd (15)

(17)

F

16

Lever L

Liver

Livs (16)

(18)

F

17

Maag R

Stomach

Std  (17)

(19)

E

18

Maag L

Stomach

Sts  (18)

(20)

E

19

Galblaas R

Gall Bladder

GBd (19)

(21)

VB

20

Galblaas L

Gall Bladder

GBs (20)

(22)

VB

21

Nieren R

Kidney’s

Kid  (21)

(23)

R

22

Nieren L

Kidney’s

Kis  (22)

(24)

R

23

Blaas R

Bladder

Bld  (23)

(25)

V

24

Blaas L

Bladder

Bls  (24)

(26)

V

 

ENERGOLOGIE

EEN WETENSCHAP !

 

Toolbar
© Acupunctuur.com. Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen. De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan uw huisarts of specialist overbodig maken.
Ontwerp en onderhoud:
Hippo WebDesign, Amsterdam