|
ENERGOLOGIEEEN WETENSCHAP ? W. Koekkoek, arts. April 2004
INHOUD ENERGOLOGIE, EEN WETENSCHAP?INHOUD ENERGETISCHE ANALYSE VAN EEN PATIËNT ENERGETISCHE BEHANDELING VAN EEN PATIËNT DIABETES MELLITUS TYPE1 (DM1) CORRELATIES TABEL MERIDIAAN BENAMINGEN NED, ENG. FRANS DEFINITIESEnergologie: Thermopunctuur: Namen van
meridianen: Merid: Energoscopie: Figuren: VerantwoordingDeze scriptie
is geschreven in het kader van het afsluitend NAAV C-examen
voor arts-acupuncturist. Niet alle gebruikte acupunctuur kennis
wordt uitgelegd, daar er wordt uitgegaan van een lezer met
basiskennis van de acupunctuur. Vraagstellingen1. Is er een wetenschappelijke methode om de energiestatus van de meridianen te meten? M.a.w. is er een meetmethode die betrouwbaar en reproduceerbaar is. 2. Zijn er wetenschappelijke verbanden tussen de energiestatus van (één of meerdere) meridianen en fysiologie of pathologie? M.a.w. is er statistisch significant bewijs voor een relatie (correlatie, regressie, etc.) tussen meridianen en fysiologie of pathologie. 3. Is
energologie een wetenschap? GeschiedenisV. Mujikov, een chirurg in St. Petersburg (Rusland) heeft een meetmethode ontwikkeld om met behulp van infrarood (IR) licht de energiestatus van meridianen te meten. Hiermee heeft hij duizenden metingen verricht, maar belangrijker is echter dat hij er uitgebreid statistiek op losgelaten heeft. Hij zocht naar een betrouwbare, reproduceerbare methode en kwam via de Akabane-test op infrarood licht daar beide met warmte te maken hebben. De test van Mujikov is echter beter gestandaardiseerd. Mujikov is uitgegaan van de Akabane-test, omdat dit het meest geschikt lijkt voor dit systeem met betrekking tot het specifieke karakter van zijn werking. Bovendien heeft het een stevige ideologische basis, is het gemakkelijk uit te voeren en is het goed dragelijk voor de patiënten (ZIE Theorie). De Akabane-test is gebaseerd op een eeuwen oude “heilige stokjes test”. Hierbij werd een brandend sandaalhouten stokje synchroon met de hartslag naar en van een Ting-punt bewogen totdat er pijn gevoeld wordt. Deze testuitslag werd aangegeven in het aantal keren dat het stokje naar de punten was toebewogen. Dit getal was dan een soort numerieke evaluatie van de energie in de gemeten meridiaan. In 1952 ontwikkelde Koben Akabane, een dokter in Japan, een test waarbij hij een elektrische spoel gebruikte, die continu warmte afgaf. De energiestatus werd dan bepaald door de tijd in seconden nodig om pijn te voelen. Sindsdien worden de testmethode met sandaalhout, elektrische spoel en later ook die met IR-licht, Akabane test genoemd. Volgens Mujikov echter verlaagt het feit dat de warmte toediening door de elektrische spoel niet gepulseerd plaatsvindt de betrouwbaarheid van de meting. TheorieUit onderzoek is gebleken, dat de invloed van warmte op “gewone” huid (geen Ting-punt) steeds dezelfde pijnreacties uitlokt, die alleen afhangt van de intensiteit van de geproduceerde warmte. Daarentegen blijkt dat de pijngrens voor warmte in acupunctuurpunten en vooral in de Ting-punten, voornamelijk door de meridiaan activiteit wordt bepaald. De Ting-punten worden hierbij gezien als “input-output” gebieden, d.w.z. het gebied waar er “gecommu-niceerd” wordt met de buitenwereld. Dit geldt ook voor infrarood licht. Bij de IR-meting zowel als de sandaalstok test wordt de energie in de vorm van warmte (Vuur) toegediend. Dit is te vergelijken met het toevoegen van Yang! Als de sandaalstok test een verlaagde energiepotentie van een Yang-meridiaan laat zien, dan zal de aan de Ting-punten toegevoerde energie heilzaam zijn, omdat dit het niveau van de Yang-meridiaanactiviteit laat stijgen. In dit geval zal in verhouding met de hypo-functie van de Yang-meridiaan de pijngrens hoog zijn, en het getal van testpulsen (= de index) zal ook hoog zijn. M.a.w. een grote index bij een lage energiestatus van een Yang-meridiaan. Bij een verhoogde energiepotentie van een Yang-meridiaan zal daar dus een lage index gemeten worden (snel vol, snel pijn) (ZIE FIG.1). Voor een Yin-meridiaan geldt het omgekeerde. Een hoge index betekent dat er veel Yang nodig is om de Yin te “neutraliseren”. Dan is er veel Yin aanwezig. Bij een lage index is er weinig Yin in de meridiaan (ZIE FIG.1). In dit hele verhaal gaat het om de asymmetrie tussen de linker en rechter tak van een meridiaan. Wanneer men m.b.v. Yang-invloed wil uitoefenen op de asymmetrie van een Yang- of een Yin-meridiaan, moet dat dus bij beide op de meridiaan met de hoogste index gebeuren. Bij een hoge index van een Yang-meridiaan (leeg) voegt men dan extra Yang toe, bij een hoge index van een Yin-meridiaan (veel Yin aanwezig), vermindert men de hoeveelheid Yin (ZIE FIG.1). Voorgaand is asymmetrie genoemd, maar alvorens dat te behandelen , moet eerst besproken worden wat een “normaal” energetisch beeld is. Wanneer men na vele metingen correlaties berekent (met o.a. Student-t criteria), dan ontstaan er 5-element beelden zoals in FIG.2 (gebruik hierbij de tabel op blz.18). Hierin is te zien hoe de meridianen elkaar positief (stimulerend) en negatief (remmend) beïnvloeden. Dit soort berekeningen en beelden kan men ook produceren na meerdere metingen van één persoon. Dan ontstaat er een specifiek beeld voor die ene persoon, waaruit alle fysiologische en pathologische invloeden zijn op te maken. Voldoet dit beeld dan niet aan het bovengenoemde normaalbeeld, dan ziet men de pathologische invloeden over langere tijd. Simpeler is het echter om na één meting een 5-elementen model te maken en die dan te behandelen (ZIE FIG. 3). Een normaal beeld geeft symmetrie te zien tussen de rechter (Dexter) en linker (Sinister) takken van een meridiaan, behalve bij de Long- en Blaas- meridiaan (ZIE Meridiaan correlaties). Hieruit volgt dat asymmetrie of “verkeerde” symmetrie (Lo+Bla) laat zien dat er iets mis is met de energiestatus van de patiënt. Deze moet dan volgens de 5-elementenleer behandeld worden (ZIE Energetische behandeling van een patiënt). De IR-bron waarmee gewerkt wordt, is een halfgeleider van het p-n type, lensvormig, bedekt met glas. Dit wordt op de huid gehouden totdat er (vaak plotseling) een pijnsensatie optreedt. De meridiaan is dan “gevuld”. Hieruit volgt al, dat meridianen met veel acupunctuurpunten meer pulsen nodig zullen hebben dan die met weinig punten. Uit onderzoek blijkt dit zelfs zeer precies te kloppen (dus grote specificiteit voor het testen van meridianen). Dit geldt echter voor jonge mensen, daar blijkt dat bij ouderen acupunctuurpunten “gaan sluiten”. Hierdoor verschuift ook de dipool (ZIE FIG. 4, FIG.5 en verderop in Theorie). Meridianen blijken gemoduleerd (een sinusgolf) hun energie door te geven. Daarom is, na lang onderzoek en testen van vele frequenties, besloten om het IR-licht gemoduleerd in een frequentie van 28 Hz toe te dienen. Dit blijkt de optimale frequentie te zijn. Daarboven wordt het IR-licht ook gepulseerd toegediend, en wel met een frequentie gelijk aan de hartslag. Deze laatste twee toevoegingen (modulatie en pulsatie) en het feit dat hier sprake is van licht en geen rechtstreekse warmte, zijn grote verschillen met de “echte” Akabane test. Daarom is deze IR-test beter gestandaardiseerd en natuurlijker. Waarom is er niet gekozen voor elektrische stimulatie/meting? Uit onderzoek blijkt dat bij het gebruik van microstroompjes, deze vergelijkbaar zijn met de achtergrond stroompjes die al op de huid aanwezig zijn. Dit zorgt ervoor dat de resultaten van de meting flinke vertekening en onvoldoende reproduceerbaarheid vertonen. Vergeet daarbij niet het wel of niet aanwezig zijn van zweet. Dit betekent niet alleen dat de huid wel of niet nat is (is te beïnvloeden door de oppervlakte bij alle metingen eerst nat te maken), maar dat er ook kleine zoutbruggen (accu’s=stroom) kunnen ontstaan. Daarboven zijn deze stroomtesters vaak erg duur door hun gecompliceerd ontwerp. Bij het stijgen van de leeftijd ziet men een verschuiving van de DIPOOL (ZIE FIG. 4 en FIG.5), zowel bij de vrouw als de man. Dit komt alleen door de toe- en afname van het Water-deel van de dipool, het Vuur-deel blijft vrijwel constant. Deze dipool blijkt een belangrijke interpretatie mogelijkheid te zijn om snel een indruk te krijgen van de energiestatus van een patiënt en om snel te zien of de behandeling resultaat heeft opgeleverd (ZIE FIG. 5). Een andere snelle interpretatie mogelijkheid is het percentage anabool/katabool (normaal 52% / 48%). Hierbij krijgt men snel een indruk of iemand erg “anabool” (opslag, obesitas, etc.) of katabool (verbruik, cachexie, etc.) is. Ook deze interpretatie kan snel een indruk geven over het succes van de behandeling. De
behandeling gebeurt ook d.m.v. IR-licht, alleen met minder
energie. Doordat hierna in de behandelde meridiaan piekende
, korte golfbewegingen ontstaan die na verloop van tijd terugkeren
naar de oorspronkelijke vorm (die voor iedere meridiaan specifiek
is), kan men pas na 20-45 minuten een controlemeting doen.
Wanneer de Bla is beïnvloed, moet men 30-45 minuten wachten,
daar deze de traagste golf en herstel heeft. Zie verder Energetische
behandeling van een patiënt. Meridiaan correlatiesZowel Oosterse (empirisch), maar vooral de Westerse (correlaties, regressie, etc. statistiek) correlaties worden besproken. De Westerse correlaties met Westerse begrippen zoals fysiologie en pathologie zijn berekend na meten van duizenden gezonde (en zieke) personen. Zie voor Engelse en Franse (in Rusland gebruikelijke) afkortingen van de meridianen de tabel op blz. 18. Bespreking van de meridianen in volgorde van energiecyclus: D=dexter=rechter meridiaan. Anabool. S=sinister=linker meridiaan. Katabool. Hart (Ha), VUUR, Yin: Hartritme. Sinusknoop. Arteriële druk (grote correlatie), hypertensie door hoge frequentie door sympathicus. Meestal S hoog, dan hoge frequentie, D hoog dan lage frequentie. Soms individueel bepaald, want arteriële druk is afhankelijk van 3 of meer meridianen. Dunne darm (Du), VUUR, Yang: Electrolyten balans. Absorptie glucose en peptides (kleine molekulen). Nutritie functie. Grote invloed op allergie (met Di en Le). Blaas (Bl), WATER, Yang: Hormonale activiteit. Bioritme voor alle fysiologische systemen. Correleert met ALLE meridianen. Hier MOET er een verschil tussen D en S zijn! Deze is echter afhankelijk van het geslacht. Bij de man moet S hoger zijn (S>D) en bij de vrouw moet D hoger zijn (D>S). Nier (Ni), WATER, Yin: Controleert Qi: D+S lage getallen, dan is er weinig Qi. D: laat zien hoeveel energie er nu is. S: laat zien hoeveel energie er nu verbruikt wordt.
Eten is een anabool proces. Na ongeveer een uur wordt energie verbruikt. Controleert activiteiten. Controleert stress Controleert slaapactiviteit. Slapen na een goede maaltijd door grote activiteit Ni-systeem (Yin, geen aktie). Bij een lage index (5,6) is er dus weinig Qi, “brandt” er veel =Yang (veel stress, weinig slapen). Dan moet men LoS met IR beïnvloeden, want anders brandt men het laatste restje Yin weg! Dus via Metaal Water stimuleren = energie geven. Kringloop (Kri), VUUR, Yin: Controleert de hartspier; de voeding, de bouw. Controleert alle spieren in het lichaam. Drievoudige verwarmer (3V), VUUR, Yang: Sexuele activiteit. Hemodynamiek (grote correlatie bij echo-onderzoek). Verband met de snelheid van contracties, hoe de hartspier bloed wegperst. Thyroid hormoon. Galblaas (Ga), HOUT, Yang: Perifeer zenuwstelsel. Sympaticus/parasympaticus. Arteriële druk. Lever (Le), HOUT, Yin: Leverfunctie, biochemisch, etc. Centraal zenuwstelsel. Mentale functies (psychose, schizofrenie. Niet M. Parkinson, want dat is meer een perifeer probleem: Ga.) D hoog: glucosespiegel hoog. S hoog: glucosespiegel laag. Invloed op allergie (met Di en Du). Normaal gesproken is de Le erg stabiel. Long (Lo), METAAL,Yin: Oxygenatie van de weefsels. Hier MOET er een verschil zijn tussen D en S en wel D >S met een verschil van 30-40%. Dan is er een goede oxygenatie. Als S>D dan verstoort Yang de oxygenatie en is er minder opslag. Als D>S meer dan 40%: kijk dan naar de dipool. Is er veel opslag (Water) dan is er sprake van bronchospasme, asthma, of obstructieve bronchitis met een asthmatische component. Dikke darm (Di), METAAL, Yang: Biochemie in het bloed. Grote correlatie met C-peptide, cholesterol, etc. Arteriële druk (belangrijkste, 95%, van de 5 [Di,Ga,Kri,3V,Ni] meridianen die hierop invloed hebben. Welke meridianen en hoe sterk die invloed is per meridiaan, is individueel bepaald.). Absorptie grote molekulen (door bacteriën). Met Le en Du invloed op allergie. Maag (Ma), AARDE, Yang: Maag. Ulceratie. Gastritis. Bij DM 1 en 2 hoge getallen, soms D, soms S (individueel bepaald). Milt (Mi), AARDE, Yin: D: C-peptide, b-cellen activiteit. S: a-cellen activiteit. Controleert immunsysteem; D: goede werking, S: slechte werking. Als alleen MiD hoog is, is er sprake van een infectie/ontsteking, maar let hier bij op de verstreken tijd na een maaltijd! (ZIE FIG. 6) Als alleen MiS hoog is, is er sprake van slechte afweer. Controleert glucosespiegel; als D hoog, dan is glucosespiegel hoog en vice versa. Bij hoge glucosespiegel is ook de LeD hoog (opslag). Normaal DM1 Ontsteking
Transportfuncties van het bloed, chemie en molekulen. Als S hoog is, dan is de bloedcirculatie van glucose laag. Dit kan ook na een maaltijd als de transportfunctie defect is. Ren Du Asymmetrie tussen deze twee meridianen wijst in de richting van pathologie in de onderbuik (uterus, prostaat). In de volgende hoofdstukken
wordt beschreven hoe een patiënt gemeten, geanalyseerd
en behandeld kan worden. Dit gebeurt echter in algemene termen,
daar deze scriptie geen gebruiksaanwijzing van de Merid is.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het BAP (biologisch actief punt) bevindt zich op de kruising van de horizontale en verticale lijn van een nagelriem.
| Nederlands | Engels |
Afk. op MERID Bij 24 BAP |
Afk.op MERID Bij 26 BAP |
Afk. in figuren (Frans) |
|
1 |
Longen R |
Lungs |
Lud (1) |
P |
|
2 |
Longen L |
Lungs |
Lus (2) |
P |
|
3 |
Dikke Darm R |
Large Intestine |
Lid (3) |
GI |
|
4 |
Dikke Darm L |
Large Intestine |
Lis (4) |
GI |
|
5 |
Kringloop R |
Pericardium |
HCd (5) |
MC |
|
6 |
Kringloop L |
Pericardium |
HCs (6) |
MC |
|
7 |
Driev.Verwarmer R |
Triple Heater |
THd (7) |
TR |
|
8 |
Driev. Verwarmer L |
Triple Heater |
THs (8) |
TR |
|
9 |
Hart R |
Heart |
Htd (9) |
C |
|
10 |
Hart L |
Heart |
Hts (10) |
C |
|
11 |
Small Intestine |
Sid (11) |
IG |
||
12 |
Dunne Darm L |
Small Intestine |
Sis (12) |
IG |
|
Conceptie meridiaan (RM 24) |
Alleen bij 26 BAP |
CV (13) |
VC |
||
Gouverneur meridiaan (DM 26) |
Alleen bij 26 BAP |
GV (14) |
VG |
||
13 |
Milt R |
Spleen |
SPd (13) |
(15) |
RP |
14 |
Milt L |
Spleen |
SPs (14) |
(16) |
RP |
15 |
Lever R |
Liver |
Livd (15) |
(17) |
F |
16 |
Lever L |
Liver |
Livs (16) |
(18) |
F |
17 |
Maag R |
Stomach |
Std (17) |
(19) |
E |
18 |
Maag L |
Stomach |
Sts (18) |
(20) |
E |
19 |
Galblaas R |
Gall Bladder |
GBd (19) |
(21) |
VB |
20 |
Galblaas L |
Gall Bladder |
GBs (20) |
(22) |
VB |
21 |
Nieren R |
Kidney’s |
Kid (21) |
(23) |
R |
22 |
Nieren L |
Kidney’s |
Kis (22) |
(24) |
R |
23 |
Blaas R |
Bladder |
Bld (23) |
(25) |
V |
24 |
Blaas L |
Bladder |
Bls (24) |
(26) |
V |






|
|
|
| © Acupunctuur.com.
Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging
opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen.
De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan
uw huisarts of specialist overbodig maken. Ontwerp en onderhoud: Hippo WebDesign, Amsterdam |
|