NAAV
Navigatie
Informatie over additieve geneeswijzen

IS ER EEN THERAPIE VOOR POSTTRAUMATISCHE DYSTROFIE ?

Scriptie in het kader van de N.A.A..V. opleiding

Mariëtte Thierbach

25-04-2000

1. Afkortingen en verklarende woordenlijst 
2. Introductie  
3. Een casus 
4. Andere namen en afkortingen voor posttraumatische dystrofie
5. Posttraumatische dystrofie, voorkomen, verloop, symptomen
6 Diagnosestelling 
7. Pathogenese, wat de literatuur vertelt 
8. Pathogenese, mijn persoonlijke idee 
  BBRS 
  Oscillatie
9. Therapieën
  Conservatief 
  Acupunctuur 
  Neuraaltherapie
  NEI (neuro-emotionele integratie)
  Preventie 
10. Internet 
11 Conclusie 
12. Literatuurlijst 

 

1. Afkortingen en verklarende woordenlijst.

PD: posttraumatische dystrofie

RSD: reflex symphatetic dystrofy

CRPS: complex regional pain syndrome

Afferent: aanvoerend, d.w.z. van de periferie naar het centrum

Efferent: afvoerend, d.w.z. van het centrum naar de periferie, efferens = middelpuntvliedend

Allodynie: stoornis in de pijngewaarwording; niet pijnlijke prikkels worden als pijnlijk ervaren

Hypesthesie: verminderde gevoeligheid van vooral het tastgevoel

Hyperesthesie: overgevoeligheid veroorzaakt door een bijzondere prikkelbaarheid van de gevoelszenuwen.

Hyperpathie: overgevoeligheid voor pijnprikkels; na overschrijding van de pijndrempel treedt een overmatige, lang aanhoudende pijn op.

BBRS : Basis Bio Regulatie Systeem 

VAS : vasculair autonoom signaal, meestal aan de pols gevoeld als testmethode. Ook wel: RAC = reflexe auriculo cardiaque of Pols van Nogier genoemd.

LSP = lateraliteits stuurpunt

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

 

2. Introductie

Waarschijnlijk is de eerste kennismaking die ik had met posttraumatische stress dystrofie al toen ik een jaar of 14 was. Er werkte toen een leuke vrouw bij mijn ouders in de supermarkt, die op een dag in de winkel uitgleed en op haar knie viel. Wij schrokken allemaal van de klap, maar zij stond lachend weer op. De volgende dag meldde ze zich toch ziek, omdat haar knie zoveel pijn deed. Ze is nooit meer bij ons komen werken, kwam na een jaar in de WAO als 23 jarige jonge vrouw. Nu zie ik hoe dom van ons en hoe pijnlijk voor haar het geweest moet zijn, dat ze werd afgeschilderd als een aanstelster, die niet wilde oefenen en daarom zo’n dik en stijf been kreeg. Ik herinner me nog goed haar grote werklust en inzet voor deze val en hoe ze een half jaar later met krukken liep, waardoor ze ook weer last van haar polsen kreeg. Naar mijn weten is de diagnose posttraumatische stressdystrofie in die tijd niet gesteld.

Zo’n 14 jaar later werkte ik als arts-assistent in het ziekenhuis in Ede. Hier werkte ik o.a. voor de anesthesisten en kreeg regelmatig de opdracht om een infuusnaald in te brengen bij patiënten met een posttraumatische reflex dystrofie. In mijn hele opleiding had ik hier nog niet van gehoord en ik was onder de indruk van dit mysterieuze ziektebeeld. Omdat een revalidatie-arts zich in dit ziekenhuis op de behandeling van deze aandoening had toegelegd, zag ik mensen die van heinde en ver kwamen voor de Mannitol infusen gecombineerd met Fluimicil. Stuk voor stuk jonge m–ÿ!¥ met ernstige trofische stoornissen van een of meerdere ledematen, die gelaten hun verhaal vertelden en me vroegen om vooral zo pijnloos mogelijk die infuusnaald in de goede extremiteit te zetten, anders kregen ze op die plek ook last. De hierop volgende kleine 10 jaar zag ik geen patiënten meer met reflexdystrofie. Toen ik weer de acupunctuur oppakte dacht ik echter weer direct terug aan deze aandoening die met zijn vreemde verschijnselen me zo deden denken aan Yin en Yang symptomen en een blokkade in de energiestroom.

Met deze scriptie wil ik het denken over dit ziektebeeld en de mogelijke oorzaken en therapieën weer eens aanwakkeren. In de aanloop tot deze scriptie heb ik gesproken met dhr. P. The, vaatchirurg en acupunctuur arts in het Gooi-Noord ziekenhuis, die op de pijnpoli regelmatig mensen met reflexdystrofie ziet en behandeld. Hij liet me kennis maken met de acupunctuur arts mevrouw L. Djojoadmodjo in Almere, naar wie hij regelmatig PD patiënten door verwijst voor de acupunctuurbehandeling waar hij tijdens zijn drukke spreekuren geen tijd voor heeft.  Beide stimulerende personen  wil ik hier dan ook voor hun inzet en informatie bedanken.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina


3. Een casus, fictief en illustratief

Ze had het allemaal goed voor elkaar. Getrouwd met een schat van een man, twee snoezige, nog jonge kinderen en een leuke parttime baan. Ze woonden in een leuk vrijstaand huis vlakbij de duinen en ze trokken er graag met het hele gezinnetje op uit. Voordat de kinderen er kwamen had ze samen met haar man veel geklommen, je weet wel tegen zo’n steile wand op en zomers tegen echte rotsen in Duitsland en Oostenrijk. Ze kon wel tegen een stootje en wat stress, dacht ze. Tot die ene dag, nu een half jaar geleden, dat ze haar knie stootte tegen een tafel, een onbenullig ongelukje, maar ze kan het zich nog precies herinneren. De pijn was veel heftiger dan ze verwacht had en bleef, branderig stekend. Zodra ze haar wat gezwollen knie ging belasten werd de pijn nog veel heftiger, dus zat er niets anders op dan krukken aan te schaffen om wat uit de voeten te kunnen. Haar huisarts kon naast de zwelling en de pijn niets bijzonders vinden en ook op de röntgenfoto was geen afwijking te zien. Het beste hielp het nog om met een plantenspuit koud water over haar knie en onderbeen te nevelen. Ja, ook haar onderbeen, want die was gek genoeg in de loop van enkele weken ook dikker en roder geworden en heel pijnlijk bij aanraken. De internist had er ook al naar gekeken en een duplex laten maken, waaruit bleek dat het gelukkig geen trombosebeen betrof. Sinds het ‘ongevalletje’ kon ze door de pijnklachten en het moeilijke lopen niet meer werken en de zorg voor het huishouden en gezin kon ze net aan dankzij de vele hulp die ze van haar man kreeg. Ze voelde zich wel een zeurkous, zeker als ze haar kinderen van zich af moest houden, omdat iedere aanraking van haar voor hen zo interessante been een heftige en langdurige brandende pijn deed veroorzaken. Net als bij de fysiotherapeut, waar ze door haar huisarts naar toe was gestuurd. Zodra ze de voorgestelde oefeningen ging doen, werd de pijn alleen maar erger en het was onmogelijk om hier ‘doorheen’ te gaan. Haar been hing als een ongebruikt, dik, warm en pijnlijk ding alleen maar in de weg, leek het voor een buitenstaander en tegelijkertijd leek ze het wel te koesteren in zachte kussens en met een soort stellage in bed, zodat het laken er niet tegenaan zou komen. Haar collega’s en ook de bedrijfsarts konden niet verhullen, dat ze haar een aansteller vonden. Gelukkig had de fysiotherapeut wel begrip voor haar en vertelde haar iets over posttraumatische reflexdystrofie. Het was hem namelijk opgevallen dat de huid van haar onderbeen aan het veranderen was, alsof de structuur grover was geworden, zweterig  en ook werd het huidhaar er dikker en donkerder. Ze had zelf ook al bemerkt dat het knippen van haar teennagels moeilijker was geworden. De nagels aan haar aangedane been groeiden harder en waren dikker geworden dan die aan haar ‘goede’ been. Met de informatie over de reflex dystrofie kwam ze via haar huisarts bij een chirurg terecht die dit ziektebeeld behandelde met infusen, medicijnen en een zalf, die gelukkig de pijn een beetje deed verlichten en de zwelling wat deed afnemen. Zo kon ze ook beter oefenen, wat niet meer was dan een paar keer per uur zelf haar tenen en voet te bewegen binnen de grenzen van wat mogelijk was, qua bewegingsuitslag en qua pijnklachten.  Op instructie van de fysiotherapeut  moest ze goed proberen om de beweging die ze maakte te voelen en er mee stoppen zodra het pijn ging doen. Gelukkig had ze nog geen spitsvoet ontwikkeld, had de fysiotherapeut haar verteld. Wat er ook bij hoorde wist ze, was dat een lichte aanraking al heel veel pijnklachten gaf. Het was voor haarzelf en haar gezin soms moeilijk te geloven dat ze geen aanstelster was. Via de chirurg kwam ze bij een acupunctuurarts terecht, een uitermate vriendelijke Indonesische vrouw.  Deze behandelde haar met dunne naaldjes in haar oor, in het niet aangedane been en in haar beide armen. Niet in haar linker hand, want die was ook al pijnlijk geworden. Nu echter weer met andere verschijnselen van de reflexdystrofie. Haar hand was waarschijnlijk overbelast geraakt door het steunen op de kruk. In tegenstelling tot haar been was haar hand juist kouder geworden en blauwig verkleurd. De pijn was wel hetzelfde. Tot haar aangename verbazing was al na enkele behandelingen de pijn in die hand verdwenen en was haar been al zo ver opgeknapt dat ze zonder krukken enkele meters kon lopen. Er zat duidelijk verbetering in haar situatie en ze was met in ‘acht nemen van haar grenzen’ weer op therapeutische basis begonnen met werken. Thuis hadden ze nu hulp in de huishouding en wat aanpassingen waardoor ze niet lang hoefde te staan tijdens het koken etc.

Eigenlijk had ze nog geluk gehad, hoorde ze via andere reflexdystrofie patiënten, dat de diagnose bij haar zo snel gesteld was. Zodoende had ze tijdig de juiste behandelingen gekregen, waardoor het ontstaan van spierafbraak, contracturen en botontkalking was voorkomen. Ook had het haarzelf en haar man goed gedaan te weten dat ze zich niet aanstelde, dat ze een ernstige aandoening had, waarvan de oorzaak nog onverklaard is en dat je er maar beter zo snel mogelijk aan behandeld kan worden.

En ook dat ze niet de enige was met posttraumatische dystrofie.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

 

4. Andere namen en afkortingen voor posttraumatische dystrofie

·        PD   Deze afkorting van posttraumatische dystrofie wordt veel in Nederland gebruikt, o.a. door de patiënten vereniging zelf. De term PD zal ik dan ook verder in deze scriptie gebruiken.

·        sympathische reflexdystrofie

·        reflex sympathetic dystrofy  of afgekort RSD, deze term wordt in de Engelstalige literatuur gebruikt

·        causalgie, in 1864 door de Amerikaan Mitchell voor het eerst beschreven beeld van pijn en atrofie na schotverwondingen met zenuwletsel

·        Sudeckse atrofie, naar de Duitse chirurg Sudeck, die rond 1900 het symptomenbeeld beschreef en het aanvankelijk zag als een ontspoorde ontstekingsreactie

·        algodystrofie of algoneurodystrofie

·        schouder-handsyndroom, vooral door cardiologen beschreven beeld van dystrofie ontstaan na een hartinfarct

·        trench-foot, (loopgraafvoet) plaatselijk koudeletsel aan een voet zonder bevriezing

·        reperfusie-syndroom, een beeld van PD ontstaan na tijdelijke bloedleegte, of ook wel na regionale perfusie met cytostatica

·        pourfour du petit syndroom

·        traumatisch angiospasme

·        posttraumatische osteoporose

·        CRPS, ofwel ‘complex regional pain syndrome’, de nieuwe internationale benaming die alle hierboven beschreven beelden bevat. CRPS wordt weer onderverdeeld in twee typen: I en II. Type I is het symptomencomplex van PD zonder aantoonbare beschadiging van de zenuwen, type II is het symptomencomplex van PD dat is opgetreden na of door een zenuwbeschadiging. Bijna alle PD patiënten vallen onder de categorie CRPS I.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina


5. Posttraumatische dystrofie, voorkomen, verloop, symptomen

Posttraumatische dystrofie treedt op als complicatie van een onschuldig trauma of operatie aan een onderste of bovenste extremiteit. Soms is er zelfs helemaal geen sprake van een trauma, wat nogal eens het geval is bij patiënten met actieve of reeds genezen PD, die spontaan PD aan een andere extremiteit ontwikkelen.

Volgens onderzoeken uit 1981 en 1983, waar Prof. R.J.A. Goris (Nijmegen) naar verwijst, is slechts één op de vijf personen, die een posttraumatische dystrofie hebben doorgemaakt, weer in staat om de oude werkzaamheden volledig te hervatten. Als incidentie na fracturen wordt aangegeven dat PD ontstaat na 1-2% van alle mogelijke fracturen, 2-5% na een perifeer zenuwletsel en 7% na een polsfractuur. In andere studies die zich gericht hebben op polsfracturen kan dit percentage zelfs oplopen tot 20%!  De maatschappelijke, medische en individuele gevolgen van PD zijn groot.

De eerste klinische symptomen van PD zijn meestal de klassieke tekenen van ontsteking. Al in de eerste weken kunnen sensibele stoornissen en parese optreden. In een latere fase treedt een progressieve toename van de neurologische symptomen op, alsook weefseldystrofie en atrofie. Men zegt wel eens dat de PD begint met de zogenaamde ‘warme dystrofie’ (warmer, rood en gezwollen) en later overgaat in de ‘koude dystrofie’ (kouder, blauw, dun). Dit hoeft echter niet het geval te zijn. De PD kan ook met de ‘koude dystrofie’ beginnen en een bestaande ‘koude dystrofie’ kan door inspanning weer warm worden.

Alle structuren en alle functies van de extremiteiten blijken aangetast te (kunnen) worden. Osteoporose door de PD is niet ongewoon.

PD komt beduidend vaker voor bij vrouwen (3:1) kan op iedere leeftijd ontstaan, ook bij kinderen. Bij veel patiënten is er ook bijkomende pathologie van het bewegingsapparaat die als een soort ‘trigger punt’ op de PD werkt, b.v. carpaal tunnel  syndroom, tenniselleboog, neurinoom enzovoort. Behandeling hiervan is van grote invloed op de verbetering van de PD klachten.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

6. Diagnosestelling

Professor R.J.A. Goris in Nijmegen heeft in het Nederlandse taalgebied het meeste onderzoek geleid naar PD. Zijn criteria om als PD patiënt te worden gediagnosticeerd, worden nog steeds nagevolgd. Tenminste vier van de volgende zes symptomen dienen aanwezig te zijn in een gebied van de extremiteit veel ruimer dan, en in elk geval ook distaal van het primaire letsel:

  1.  onverklaarde diffuse pijn, welke niet als een normale reactie op het primaire letsel gezien kan worden.
  2. verschil in huidtemperatuur in vergelijking met de andere extremiteit (warmer of kouder)
  3. verschil in huidkleur in vergelijking met de andere extremiteit (roder of blauwer)
  4. diffuus oedeem
  5. bewegingsbeperking ernstiger dan passende bij het primaire letsel
  6. een toename van bovenbeschreven symptomen onder invloed van inspanning

De voorgestelde*) diagnostische criteria voor CRPS van het IASP (International Association for the Study of Pain) vertonen hiermee veel overeenkomst en houden rekening met subjectieve en objectieve symptomen:

  1. continue pijn die niet in verhouding staat tot het primaire trauma
  2. op zijn minst 1 subjectief symptoom in ieder van de 4 volgende categorieën
  3. in ten minste 1 objectiveerbaar symptoom in twee of meer van de volgende 4 categorieën
    1. Sensorisch: hyperesthesie en/of hyperpathie
    2.  Vasomotorisch: asymmetrische veranderingen in huidtemperatuur en/of huidkleur
    3. Sudomotorisch: oedeem, en/of veranderingen of asymmetrie in zweetsecretie
    4. Motorisch / trofisch: bewegingsbeperkingen en/of motorische stoornissen (zwakte, tremor, dystonie) en/of trofische veranderingen (haar, nagel, huid)

*) voorgestelde criteria omdat de oude IASP criteria de motorische en trofische veranderingen buiten beschouwing lieten (zie literatuurlijst nummer 6)

Goris vermeldt dat bij 12% (van 200 personen met PD, zijn eerste onderzoek)  pijn niet vanaf het begin op de voorgrond staat, wat weer in tegenspraak is met het eerste criterium van het IASP voor de diagnose CRPS.

Ook vond Goris dat er heel wat patiënten met langer bestaande PD zijn, die geen tekenen vertoonden van dystrofie of atrofie van de aangedane extremiteit en beschreef hij de neurologische afwijkingen die binnen een week tot 2 maanden ontstaan. Dit zijn vaak een combinatie van meerdere van de volgende symptomen: sok- of handschoenvormige hypesthesie, hyperpathie, hyperreflexie, abnormale tremoren, spierhypertonie, spierkrampen, verminderde spierkracht en discoördinatie tussen antagonistische spiergroepen.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

 

7. Pathogenese, wat de literatuur vertelt

Posttraumatische dystrofie is nog steeds een onbegrepen aandoening. Ik verwijs weer naar Goris voor enkele onderzoeken m.b.t. de bloed en zuurstofvoorziening van de aangedane ledematen. Bijna diagnostisch is dat het verdelingspatroon van de motore en sensibele stoornissen zich niet houdt aan de normale grenzen van zenuwwortels of perifere zenuwen.

EMG onderzoek van de aangedane spiergroepen zijn meestal niet afwijkend, of vertonen een lichte afwijking die niet past bij de ernst van de klachten.

Met technetium scintigrammen werd bij alle patiënten met een ‘warme PD’ een forse asymmetrische verdeling van zowel de arteriële bloedstroom, de veneuze bloedpool als de botactiviteit gezien. De arteriële bloedflow kan wel tot 2,5 keer hoger in het aangedane deel zijn en de zuurstofsaturatie in het veneuze bloed is ongeveer 15% hoger. De zuurstofconsumptie aan de PD-kant bleek 10 tot 20% lager en de lactaatproductie ongeveer tien keer hoger te zijn dan aan de gezonde kant.

Met behulp van een fosfor kernspinresonantie (31P-NMR-)onderzoek bleek een ernstige verstoring van de oxidatieve fosforylering (fosfocreatine metabolisme) ondanks een sterke toename van het arteriële zuurstofaanbod. Er blijkt sprake te zijn van een gestoord zuurstofmetabolisme direct rond of in de cellen of op het niveau van de kleinste capillairen. Waar precies is echter niet bekend. Elektronenmicroscopisch onderzoek van door PD atrofisch skeletspierweefsel, laat veranderingen in de mitochondriën zien (subsarcolemmale ophoping en afzetting van kristalachtige insluitsels). In alle biopten wordt in de vezels een matig verhoogde hoeveelheid lipofuscine (een onafbreekbaar residu van lysosomale activiteit) gezien en het capillaire vaatbed laat een toename van het aantal capillairen zien, welke een verwijde indruk maken en relatief bloedarm zijn. Door de elektronenmicroscoop bekeken blijkt het endotheel vaak oedemateus te zijn.

Deze verborgen hypoxie verklaart de hevige pijn die bij alle PD patiënten ontstaat, zodra ze de aangedane extremiteit gaan gebruiken. De toegenomen spieractiviteit vraagt om meer zuurstof die er niet kan komen en heeft de ischemische (pijn)klachten tot gevolg. Dat bij PD vrije (zuurstof)radicalen een rol blijkt wel uit het gunstige effect van radicalen vangers (zie therapie), maar ook hiervan is niet exact bekend welke radicalen precies ontstaan, waar en waarom.

Vooral in het verleden waren er mensen die in de persoonlijkheid van de PD patiënt een oorzaak zagen voor de stoornis. Ze zouden de afhankelijke, labiele karakterstruktuur met een lage pijndrempel als gemeenschappelijke factor zien. Onderzoek heeft dit nooit kunnen beamen en het is eerder aannemelijk dat de ernstige aandoening juist een verandering van de persoonlijkheid tot gevolg heeft.

Gezien het klachtenpatroon, die een sympathische disregulatie doet vermoeden, is ook aan een oorzaak in deze richting gedacht. Er zijn als behandeling frequent sympathectomieën verricht, echter met wisselend en vaak teleurstellend resultaat. Hieruit bleek al dat een ontregelde sympathicus activiteit niet de belangrijkste factor kon zijn in de pathogenese.

Voor een verklaring van de heftige en typische pijnen die bij PD optreden is veel gedacht over de rol van efferente en afferente zenuwbanen, met hun perifere receptoren, de dorsale ganglia  en de spinale nociceptieve neurone–ÿ!¥ingston (1943) stelde dat het pijnmechanisme gezien moest worden als een vicieuze cirkel. Er zijn sindsdien diverse theorieën ontstaan, waar echter nooit een organisch substraat voor kon worden aangetoond en die niet veel therapeutische gevolgen hebben gehad. Medicamenten met een centraal pijnstillende werking hebben net als perifeer werkende pijnstillers vooral een teleurstellend resultaat.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

8. Pathogenese, mijn persoonlijke ideeën

Al bij de eerste PD patiënt die ik in het ziekenhuis in Ede zag, kreeg ik (en met mij zullen er velen zijn) het idee van een blokkade in de energiestroom. Wat mij toen ook op viel, was een gebrek aan acceptatie van de aandoening of van het kleine ongelukje wat het begin van de klachten inluidde. Met mijn toen alleen regulier geschoolde kennis kon ik er echter geen verklaring voor vinden. De acupunctuur met de leer van de energiestroom door de meridianen en het betrekken van de emoties hierbij gaf een betere mogelijkheid om die vermeende blokkade te verklaren. Helaas is de acupunctuur niet de panacee tegen PD en de reden hiervoor is m.i. dat het weefsel waarin de meridianen liggen bij PD beschadigd is. 

De basis van dit denken ligt bij het grootste en tegelijkertijd meest onbekende orgaan van ons lichaam: het Basis Bio Regulatie Systeem, ofwel voor het gemak: BBRS genoemd.

8.1 Het Basis Bio Regulatie Systeem of  BBRS

Het belang van het BBRS werd beschreven door de Oostenrijkse experimentele histoloog professor A. Pischinger. Hij en zijn medewerkers hebben veel onderzoek verricht op het gebied van het BBRS en dit onderzoek wordt op universitair niveau nog steeds voortgezet in Duitsland en Oostenrijk. Het wordt gevormd door het losmazige bindweefsel en de extracellulaire vloeistof. Hierin liggen alle orgaanstructuren, spieren, botten etc. ingebed en het BBRS omvat circa 60% van het menselijke weefsel. Het bevat een netwerk van cellen, zenuwuiteinden, bloedvaten, lymfvaten en kristallijne structuren. Je zou het BBRS het grootste orgaan van ons lichaam kunnen noemen. Andere namen voor het BBRS zijn het ‘grondregulatiesysteem’ en het ‘transitmesenchym’. Het woordje ‘transit’ in ‘transitmesenchym’ benadrukt de functie van het BBRS, omdat het informatie doorgeeft. Geen enkel orgaan of orgaancel staat in rechtstreekse verbinding met de bloedbaan, zelfs niet met het kleinste bloedvaatjes. Zo staat er in de normale situatie zelfs geen enkele cel rechtstreeks in verbinding met elkaar zonder dat er een dun laagje van het BBRS tussen zit.  Het BBRS is de doorgever  van alle communicatieve informatie die ons lichaam laat functioneren. Ofwel zoals H.J. Lamers in zijn boeken over neuraaltherapie het BBRS mooi plastisch omschrijft: “…het vervult in ons organisme ongeveer dezelfde soort functies als in de menselijke maatschappij de post, de telefoon, de elektriciteit-, en watervoorziening, de bevoorradings- en reinigingsdienst etc.”.

Of zoals mijn vriend het vergeleek met het ‘glasvezelkabelnetwerk’, toen ik hem van de proteoglycanen en glyco-proteïnen vertelde die als onderdeel van het BBRS als een soort antenne op de celmembraan staan en bij de juiste omstandigheden hun ‘takken’ buigen en microscopisch kleine tunneltjes blijken te vormen. Het is goed voorstelbaar dat deze ‘tunneltjes’ de snelwegen van onze ‘informatie-stroom’ (naast bloed en zenuwbanen) zijn.

Het BBRS speelt een zeer belangrijke rol bij het in stand houden van de homeostase en vele oude bekende natuurgeneeskundige geneesmethoden hebben hun werking via dit grondsysteem. Het kan o.a. worden gezien worden als het weefsel waardoor het equivalent van de acupunctuurmeridianen lopen.

Het is een regulatiesysteem van het lichaam wat door langdurige blootstelling aan chronische prikkels uitgeput kan raken.  Deze chronische prikkels kunnen bestaan uit toxische stoffen, beschadiging (litteken), zware metalen, focale haarden, emotionele stress, onderdrukte emoties, vaccinaties, voedselintoleranties, mineralentekort, vrije radicalen etc.

Mijns inziens is bij een PD patiënt het BBRS door een of meerder factoren zo belast dat het zijn regulerende en communicerende functie niet meer goed kan uitvoeren. Ik stel me voor dat op dit niveau de oorzaak van de hiervoor besproken verstoorde extractie van zuurstof gezocht moet worden. Het veranderde celmetabolisme heeft ook weer gevolgen voor het milieu in en rond de cel, waarbij de ontstane vrije radicalen weer een extra belasting voor het BBRS vormen.


8.2 Oscillatie en vegetatieve dystonie.

In de auriculotherapie is het een goede gewoonte om te testen of de patiënt  niet aan het oscilleren is of last heeft van een vegetatieve dystonie. Moeilijke woorden die zich niet makkelijk laten uitleggen, maar wel aan de basis staan van een succesvolle behandeling.

Oscillatie en Yin Tang

Onder oscilleren wordt een wisselende reactie op een (therapeutische) prikkel verstaan.  Klinische verschijnselen van oscillatie zijn: emotionele, mentale en vegetatieve instabiliteit! 

Men krijgt dus sterk wisselende reacties op een op zich juiste therapie, of dit nu medicamenteus of acupunctuur of een andere therapievorm is. Het verstoort ook de oorprojectie.

Het punt Yin Tang is een reflexpunt van het verlengde merg  en is het test punt voor oscillatie.

Er zijn verschillende manieren om te testen of een persoon oscilleert en een ervan is met het zwart-wit hamertje en de VAS. (Zie strategieën in de ooracupunctuur deel 3 van Ton van Gelder). Ik zal hier nu verder niet op ingaan. 

De reflexinstabiliteit is een uiting van een tijdelijk of gefixeerd adaptatieprobleem. Dit probleem kan m.i. ook gezien  worden als een ‘blokkade’ of ‘verkramping’ van het BBRS. Het prikken van Yin Tang geeft een tijdelijk herstel van de adaptatie, zodat er betrouwbaarder verder getest kan worden en de reactie op (acupunctuur) therapie ook beter is. Het is echter alleen een symptomatische kortdurende behandeling en om de oscillatie echt te behandelen moet je op zoek gaan naar de oorzaak van de oscillatie. In de praktijk kan bij iedere daarvoor gevoelige persoon stress, angst, een ziekte, weefselbeschadiging en alle andere factoren die het functioneren van het BBRS beïnvloeden een oorzaak van de oscillatie zijn.

Gezien de symptomen bij PD, met de behoorlijke veranderingen in het weefsel van de aangetaste extremiteit, verwacht ik dat vele van deze patiënten zullen oscilleren. Dit kan ook verklaren waarom een patiënt met PD zo wisselend en onverwacht heftig kan reageren op een therapie.

Een ander belangrijk testpunt in de auriculotherapie voor vegetatieve verstoringen (dystonie) vindt men even voor de tragus in het lateraliteits stuurpunt (LSP). Dit is het gemeenschappelijke punt voor de 3 testpunten (of reactieve stuurpunten) van de 3 weefsellagen. De 3 weefsellagen worden onderverdeeld in het 'Diepe Weefsel', het 'Midden Weefsel' en het 'Oppervlakkige Weefsel', welke achtereenvolgend staan voor de produktie van energie, het transport van energie en de manifestatie of expressie van energie.

Gezien de aard van de verschijnselen bij PD verwacht men op zijn minst een stoornis in één van deze lagen. Persoonlijk ben ik geneigd om bij PD de stoornis vooral als een blokkade in het transport van energie te zien en het zal interessant zijn om patiënten met PD hier op te testen.

Als je geen manier om te testen beheerst, denk ik dat het de moeite loont om bij iedere behandeling van een PD patiënt Yin Tang en het LSP beiderzijds te prikken of te masseren.

Als de patiënt liever niet geprikt wil worden kan het ook gedaan worden door hem zelf het acupunctuurpunt Du 3 te laten masseren en daarbij een positieve affirmatie uit te laten spreken, zoals: “ Ik ben in balans en kan al mijn uitdagingen met gemak aan”. Dit moet dan wel met overtuiging gebeuren en met het lichaam in een kracht uitstralende houding. (Blik vooruit, rug recht, glimlach, diep in en uitademen.). Bij voorkeur 3 keer.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

 

9. Therapieën:

9.1 Conservatief

Voor de conservatieve therapie haal ik graag de adviezen van Goris aan. Van belang is dat de diagnose snel gesteld wordt en de therapie zo vroeg mogelijk wordt opgestart. Men zegt wel dat het herstel met therapie net zo lang duurt, als de tijd tussen aanvang van de klachten en start van de therapie. Hierbij komt ook nog dat uitstel van de behandeling kan leiden tot wellicht irreversibele weefselbeschadiging.

Het belangrijkste onderdeel (bij alle vormen van therapie) is een duidelijke uitleg aan de patiënt over zijn aandoening en de samenhang tussen inspanning en de toename van de ontstekingsachtige klachten. De patiënt dient zijn activiteiten aan te passen zo dat er geen verergering van de symptomen ontstaat. Ook de oefeningen moeten hierop gericht zijn, wat neerkomt op het enkele keren per uur zelf laten uitvoeren van onbelaste bewegingen binnen de bewegingsmogelijkheden (actieve ‘range of motion’) en binnen de pijngrens. Voor de fysiotherapie bestaan diverse oefenschema’s gericht op het stadium van PD waarin de patiënt zich bevindt.

Eventuele ‘trigger points’ moeten zorgvuldig opgespoord en behandeld worden. Dit ook weer op een manier die de PD symptomen niet doet verergeren.

Bij een ‘koude’ PD dient de perifere doorbloeding verbeterd te worden met medicatie als Isoptin per os (3 x 40 mg tot maximaal 4 x 80 mg) of Adalat per os (3 x 10 mg tot maximaal

4 x 20 mg). Deze medicatie kan worden verhoogd totdat de aangedane extremiteit weer een redelijke temperatuur heeft.

Voor de ‘warme’ PD, ofwel de acute fase, wordt aangeraden om met vrije radicalen vangers (hydroxyl radical scavengers) te behandelen. Deze behandeling bestaat uit een combinatie van mannitol per infuus, fluimicil per os en DMSO (dimethyl sulfoxide) per zalf of spray.

Voor de mannitol infusen is een ziekenhuisopname nodig, alhoewel ze met goede zorg ook thuis gegeven kunnen worden. De DMSO heeft als nadeel dat dit medicament nogal eens huidirritatie veroorzaakt en als bijwerking een onaangename huidgeur of vieze smaak in de mond geeft.

In het verleden was het gebruikelijk om de sympathicus chemisch of operatief uit te schakelen. Door de onvoorspelbare resultaten hiervan is dit in ieder geval bij de behandeling van de ‘warme’ PD verlaten. Er wordt nog wel eens toe besloten bij de behandeling van klachten van ‘koude’ PD, waarbij andere therapieën geen effect hadden of niet werden verdragen.


9.2 Acupunctuur, TCM:

Mijn eerste indruk bij PD was die van een blokkade in de energie stroom. Toen ik de acupunctuur leerde kennen, vermoedde ik een blokkade in de stroming van Qi door de meridianen en als gevolg hiervan een stoornis in de stroming van het bloed (Xue). De hierbij ontstane disbalans van het Yin en Yang evenwicht is duidelijk herkenbaar in de opvallende klachten van ‘warme’ en ‘koude’ PD. 

Koude PD – Yin symptomen: blauwe huidskleur, koudere huidtemperatuur, atrofie, doffe continue zeurderige pijn, toenemend bij bewegen (laatste geldt ook voor warme PD);

Warme PD – Yang symptomen: rode huidskleur, warme huidtemperatuur, oedeem, stekende branderige pijn die intermitterend is, vooral toenemend bij aanraking (en bij bewegen).

Zoals ik al in de introductie vermeldde, kwam ik via de chirurg dr. P. The in contact met mevrouw L. Djojoadmodjo, naar wie hij regelmatig PD patiënten van zijn pijnpoli doorverwees voor acupunctuur behandeling. En deze acupunctuurbehandeling door mevr. Djojoadmodjo bleek zeer goed te helpen. Ik had het genoegen haar te mogen ontmoeten en de ervaringen die zij heeft met de behandeling van PD patiënten heb ik hier verwerkt. (Ook verwijs ik hier graag naar de duidelijke scriptie van haar zus Nani Djojoadmodjo over PD).

Zij behandelt PD patiënten met een combinatie van lichaamsacupunctuur en Chinese ooracupunctuur. Zonder extra medicijnen, Chinese kruiden of dieetadviezen. In sommige gevallen ging de behandeling gelijk op met de conservatieve behandeling met mannitol infusen,  fluimicil en/of DMSO.

Een standaard recept van acupunctuurpunten voor PD patiënten is niet te geven. Niet altijd is het beeld even duidelijk in te delen in ‘warme’ of ‘koude’ PD. De mengvormen worden ook wel eens de vasolabiele fase genoemd. De klachten van de patiënt moeten bij ieder consult weer opnieuw bekeken worden, en afhankelijk van de reacties moet er zelfs tijdens het prikken de strategie aangepast worden. Wel zijn er enkele algemene richtlijnen te geven, vooral m.b.t. de ooracupunctuur.

Ooracupunctuur:
Bij voorkeur met stalen (tijdelijke) naaldjes prikken, gezien de vaak heftige reactie op ooracupunctuur bij PD patiënten.

De ooracupunctuur moet bij ‘warme’ PD altijd in het contralaterale oor plaatsvinden, omdat behandeling in het homolaterale oor een ernstige hoofdpijn tot gevolg kan hebben, is de ervaring van mevr. L. Djojoadmodjo.

Bij koude PD kan er wel in het homolaterale oor behandeld worden.

De punten die geprikt worden zijn het drukgevoelige OCP (orgaan correspondentie punt, dus handpunt bij PD in de hand), het sympathicus punt en afhankelijk van de psychische toestand van de patiënt: (evt. testen met VAS of  puntzoeker) het nulpunt, Shen Men, het depressiepunt of het frustratiepunt.

Als een prik in het oor een heftige pijnreactie geeft dan direct ook het ‘oorrandpunt’ prikken. Dit is het punt op de rand van het oor op de radiaal door het nulpunt en het geprikte oorpunt.

Lichaamsacupunctuur:
Hoewel de meningen verdeeld zijn, is het prikken in het door PD aangedane gebied af te raden, tenzij er zeer snel en oppervlakkig geprikt wordt zonder stimulatie of Tae Chi opwekking. Dit omdat een pijnlijke prikkel de PD klachten doorgaans doet verhevigen.

Bij een ‘koude’ PD hoofdzakelijk toniserende naaldtechniek gebruiken en bij een ‘warme’ PD een sederende naaldtechniek. Hiervan evt. afwijken afhankelijk van de reactie van de patiënt.

Punten van maximale pijn (ah’shi) of relevante acupunctuurpunten die in het PD gebied liggen aan de contralaterale extremiteit prikken. 

Als b.v. beide handen zijn aangedaan dan de belangrijke punten proximaal van het PD gebied prikken, b.v. Di 14 of Dri 15. Deze punten doen de circulatie in de meridiaan weer toenemen. Wel voorzichtig i.v.m. evt. doortrekken van de PD klachten naar proximaal.

Het is altijd van belang om ook de pijnklachten buiten het PD gebied te behandelen, daar deze nogal eens een verheviging geven van de PD klachten. Dit kan met ooracupunctuur of met lichaamsacupunctuur waarbij natuurlijk het prikken van punten in het PD gebied   moet worden vermeden.

Vaak heeft de patiënt een vol gevoel t.h.v. plexus solaris (zonnevlecht, 3e chakra). Het prikken van Kri 6 en Dri 5 opent de borst weer. 

Afhankelijk van pols en tongdiagnostiek kan gekozen worden voor een selectie uit de volgende punten,die een gunstig effect hebben op alle vormen van PD, dus zowel warme als koude PD in zowel de onderste als de bovenste extremiteiten:

Le 3; Bronpunt van de levermeridiaan, element aarde. Heeft een sterke spasmolytische werking. O.a. tegen vaatkrampen en spierkrampen. Heft blokkades in de levermeridiaan op en organiseert het Qi. Werkt ook op het 3e chakra.
NB: samen met Di 4 (Ro Kou) harmoniseert Le 3 het vegetatieve stelsel, echter bij PD patiënten heel voorzichtig zijn met het prikken van Di 4.

Ni 3; Bronpunt van de niermeridiaan, element aarde. Een belangrijk geestelijk en psychisch omstemmingspunt. Doet het Yin van de nier toenemen, kalmeert het Yang en de lever, heft blokkades op en maakt de meridiaan doorgankelijk en is goed bij bewegingsklachten van de benen.

Mi 3; Bronpunt, element aarde. Bij een parese in de benen. Versterkt de miltenergie en voedt het Qi. (Ook stofwisselingspunt).

Mi 6; Reüniepunt van de 3 Yin meridianen van de voet. Versterkt de miltenergie, mobiliseert het vocht en voert dit af, reguleert het Yin, het Bloed (Xue), de lever en de nier. Ook bij motorische stoornissen van de onderste extremiteiten.

Mi 9 Ho-punt, element water. Versterkt de miltenergie.

Belangrijk oedeempunt.

Ma 36 Ho-punt, element aarde. Beïnvloedt de drempelwaarde voor pijn en vermindert pijnklachten, motore en sensibele stoornissen aan de onderste extremiteit. Door het algemene harmoniserende en energie gevende effect op de geest en het lichaam zeer geschikt voor alle soorten PD aan armen en/of benen.
NB: Ma 36 samen met Kri 6 is een sterk vegetatief stabiliserende combinatie, vergelijkbaar met het nulpunt in de oren.

Ga 34  Ho-punt, element aarde. Meesterpunt van de spieren, werkt op alle ziekten die met spieren en pezen samenhangen. Verbetert de doorbloeding van de benen.

Er zijn nog diverse andere punten die geschikt zijn om geprikt te worden afhankelijk van de specifieke klachten. B.v. Ha 7, Tm 19 en Yin Tang (zie ook bij oscillaties) bij psychische componenten. Bij PD in de onderste extremiteit b.v. Le 5, Ni 7, Ga 43 etc.

Bij PD patiënten kan niet van een overeenkomstige karakterstructuur gesproken worden, maar opvallend is wel dat de meeste de beperkingen van hun aandoening niet goed kunnen accepteren, wat zich uit in het stellen van doelen, die ze door hun aandoening juist niet kunnen bereiken. Wat mij persoonlijk in het ziekenhuis bij PD patiënten opviel is de volgende houding t.o.v. hun aandoening: ik kan er niets aan doen, ik kreeg die ziekte, ik ben slachtoffer. Dit doet denken aan een vastzitten op het niveau van het derde chakra. Het bij de PD patiënt in het oor frequent geprikte ‘nulpunt’ is tevens het hoofdpunt van het 3e chakra. Het 3e chakra of de plexus solaris (let op het hierboven beschreven volle gevoel bij PD patiënten t.h.v. de plexus solaris) heeft als verbonden orgaan de lever. Ego kracht en handelen staan centraal bij het 3e chakra (Manipura chakra). Ook naar de mening van mevr. L. Djojoadmodjo moet bij PD de storing vooral in de leverenergie gezocht worden.

9.3 Neuraaltherapie:

Bij neuraaltherapie worden kleine hoeveelheden lokaalanaestheticum (doorgaans procaïne 0,5-1%) op bepaalde plekken in het lichaam ingespoten om een genezing te bewerkstelligen.

Men beoogt via de injecties het zenuwstelsel zodanig te beïnvloeden dat neurovegetatieve functiestoornissen genezen worden. Ze veronderstellen hierbij dat een vegetatieve prikkel uit de periferie, zich op 3 verschillende functiegebieden met een verstoring kan uiten:

  1. Op het sensorische vlak uit de prikkeling zich vegetatief als dysaesthesie, ofwel pijn.
  2. Op het visceromotorische vlak in dyskinesie, ofwel ontregeling van de tonus van bloedvaten of holle organen.
  3. Op het secretoire vlak uit het zich in dyscrasie, ofwel een afwijkende secretie van klieren, o.a. zweetklieren.

Alle drie de bovenstaande stoornissen kunnen op zichzelf en onderling aanleiding geven tot een trofische weefselstoornis, ofwel een dystrofie. In de neuraaltherapie gaat men er ook van uit dat iedere prikkel uit de periferie, die niet wordt gecompenseerd, aanleiding kan geven tot een dysaesthesie, welke in principe met behulp van neuraaltherapie kan worden gereguleerd.

Bovenstaande lezende zie je veel vergelijkingen met het ziektebeeld van PD. Gestoorde pijnreacties op prikkels uit de periferie, ontregelde visceromotore en zweetreacties.

De neuraaltherapie valt onder te verdelen in twee soorten, welke aanvullend naast elkaar gebruikt kunnen worden: de segmenttherapie en de stoorveldtherapie.

De segmenttherapie is het eerste ontdekt (1925) en houdt in dat het orgaan of deel van het lichaam daar wordt behandeld, waar het pijn doet of waar de ziekte of stoornis zich manifesteert. Deze vorm van therapie wordt ook binnen diverse reguliere vakgebieden gebruikt voor de behandeling van pijnklachten en wordt dan aangeduid als T.L.A. of therapeutische locaal anaesthesie. Ook binnen de reguliere behandeling van PD wordt dit toegepast, waarbij er een kwaddel lokaalanaesteticum onder de huid geplaatst wordt ter plekke van de meest pijngevoelige plekken. Een therapie welke door PD patiënten niet altijd met dank wordt ontvangen. Er kunnen ook kwaddeltjes lokaalanaesteticum onder de huid naast de ruggengraat (ongeveer de binnenste blaasmeridiaan) gegeven worden t.h.v. de bijbehorende ruggemergsegmenten.

De stoorveldtherapie (ontdekt in 1940) baseert zijn hele werking op een overbelasting van het basis bio regulatie systeem ofwel het BBRS (zie eerder in deze scriptie) door stoorvelden. Een stoorveld kan op een verder in het lichaam gelegen plek via vegetatieve zenuwbanen en het BBRS een aandoening veroorzaken of in stand houden. De aandoening is dan therapieresistent totdat het stoorveld wordt behandeld met b.v. de ‘procaïne-prik’.

Het BBRS dat de informatiestroom door het hele lichaam verzorgt, ontvangt als eerste alle ziekteprikkels en zet de passende reactie hierop in gang. Het verwerkt en neutraliseert als het ware de prikkels.  Blijven echter bepaalde (ziekte)prikkels storen, b.v. verrotte tandwortels,  amandelen of een litteken, dan wordt het orgaan BBRS in de uitoefening van zijn normale functies gehinderd. Ziekmakende prikkels kunnen dan niet meer geneutraliseerd worden en kunnen verstoringen elders in het lichaam geven. Meestal uit die stoornis zich als pijn.

Nogal eens volgt deze verstoring de loop van een meridiaan. Een voorbeeld is b.v. chronische hoofdpijn bij een litteken op de pink, die de dunne darmmeridiaan blokkeert. Als dan het litteken met procaïne geïnfiltreerd wordt, blijkt ineens de energie weer over het litteken door te kunnen stromen en is soms al enkele seconden later de hoofdpijn verdwenen. Dit laatste noemt men dan het ‘Sekunden’ fenomeen.

Neuraaltherapie blijkt bij PD patiënten goed te kunnen werken. Het nadeel van de neuraaltherapie is echter de gevoelige injecties, die door PD patiënten als zeer pijnlijk worden ervaren en in het begin van de behandeling nogal eens een toename van de PD klachten doet veroorzaken. Het aantal mensen met PD die de behandeling daarom niet voort willen zetten is daarom aanzienlijk.


9.4 NEI
(neuro-emotionele integratie): 

Neuro-emotionele integratie is een therapievorm ontwikkeld uit een combinatie van kinesiologie en neuro-linguistisch programmeren. Basisidee is dat onverwerkte gebeurtenissen en de bijbehorende emoties zich in het BBRS vast kunnen zetten en hier verzwakkingen of blokkades in de energiestroom veroorzaken. Deze kunnen bij hiervoor gevoelige personen aanleiding geven tot lichamelijke klachten. Een basisdenken wat ook voor de TCM niet vreemd is. De emoties die bij NEI worden onderzocht zijn net als bij de TCM gekoppeld aan organen. Met behulp van kinesiologische testen kan als het ware met het onderbewuste gesproken worden en kunnen de blokkerende emoties bewust gemaakt worden en worden verwerkt. NEI- therapeuten spreken echter niet van verwerken maar van integreren. De emotie is namelijk gaan blokkeren, omdat het niet symmetrisch door de linker en de  rechter hersenhelft is begrepen of geïntegreerd. Je voelde misschien wel de pijn van de emotie (linker hersenhelft), maar je begreep niet wat er gebeurde (rechter hersenhelft), of andersom.  De gebeurtenis die aan de basis van deze blokkerende onverwerkte emotie ligt hoeft niet eens heel schokkend te zijn en ligt meestal in de kinderleeftijd. Verder in het leven kunnen meerdere onverwerkte gebeurtenissen zich als het ware vastgehecht hebben aan deze eerste gebeurtenis. Belangrijk is het om echt naar de eerste onverwerkte gebeurtenis terug te gaan. Als deze geïntegreerd wordt verliezen direct de hiermee samenhangende latere onverwerkte emoties hun pijnlijke gewicht.  De integratie gebeurt standaard door de nulpunten in beide oren te stimuleren en gelijktijdig de oorspronkelijke situatie voor de geest te halen en deze los te laten (weg te ademen). De zo ontstane ‘lege’ plek wordt direct daarna opgevuld met een positieve gedachte of affirmatie die hierop betrekking heeft. Acceptatie, vergeving en loslaten spelen sleutelrollen in deze vorm van therapie. 

Ik heb zelf nog niet gehoord van (aanvullende) behandelingen van PD patiënten m.b.v. deze therapie. De reden dat ik deze therapie in deze scriptie vermeld, is dat ik wel verbluffende resultaten van deze therapie gezien heb op gebieden waar andere therapieën geen verbetering gaven. Verder is het een niet invasieve behandeling, waarbij de patiënt zelf het gevoel heeft zijn psychische weerbaarheid te verhogen.

Het opruimen van de onverwerkte emoties leidt m.i. direct tot een ontgifting van het BBRS en een stabieler vegetatief systeem.

9.5 Preventie:  

Terug naar het reguliere circuit met de vrije radicalen theorie ter verklaring van de ontstekingsachtige verschijnselen bij PD, wil ik graag nog de aandacht vestigen op een recent in de Lancet gepubliceerd onderzoek. Om PD na polsfracturen te voorkomen is een dubbelblind onderzoek verricht bij 123 mensen, die zich op de EHBO in Beverwijk meldden met een conservatief te behandelen polsfractuur. Ze moesten direct starten met het innemen van ofwel een placebo, ofwel 500mg Vit.C dagelijks, gedurende 50 dagen. Het aantal mensen dat PD ontwikkelde was statistisch significant lager in de groep die de Vit. C slikten. Uit dit hoopgevende onderzoek komt de aanbeveling dergelijke onderzoeken ook op te starten bij andere fracturen of operaties.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina



10. Via internet

Klazien van de Gein, heeft  een–ÿ!¥age die echt het bezoeken waard is! Ze heeft de page: Maatschappelijke en medische problemen met betrekking tot de ziekte Reflexdystrofie genoemd. Sinds 17 jaar is ze bekend met posttraumatische reflexdystrofie waardoor ze in een rolstoel terecht is gekomen. Ze was altijd een actieve vrouw die veel van dansen hield en door de PD in een rolstoel terecht is gekomen. Via haar internetsite vertelt ze veel over zichzelf waarbij ze demonstreert hoe ze een nieuwe invulling aan haar leven heeft gegeven. Een nieuwe hobby is nu rolstoeldansen en zoals wel uit de levendige en leuke site blijkt, natuurlijk de computer! 

Een van de onderwerpen in de hoofdpagina is b.v. welke therapieën ze gehad heeft en hun wisselende mate van succes. Mannitol, Fluimicil, Ketensin, prednison (heeft ze ook voor reuma en astma) en Lioresal (voor de spastische krampen) hebben bij haar goed gewerkt. Acupunctuur, injecties in hals schouder en nek (neuraaltherapie), sympathicusblock, een epidurale catheter, Adalat, kleurentherapie en fysiotherapie gaven helaas maar tijdelijk resultaat. Jomanda, DMSO zalf en spray (gestopt wegens uien-knoflooksmaak in mond en huiduitslag), iriscopist, homeopaat, hydrotherapie, chiropracter en marihuanathee hielpen helemaal niet bij haar. Ze geeft van bijna iedere therapie een beschrijving, echter helaas niet van de acupunctuur.

Ik heb hierover via internet contact met haar opgenomen en ze mailde me dat ze juist heel goed resultaat had gehad van ooracupunctuur, maar dat ze dit niet had kunnen voortzetten omdat de artsenpraktijk waar ze naar toeging alleen via trappen bereikbaar was, wat voor haar onmogelijk werd. Ook had ze lichaamsacupunctuur gehad, wat ze als heel onaangenaam had ervaren, omdat de naaldjes ook in de aangedane ledematen werden geplaatst wat heel veel pijnklachten gaf.  Klazien geeft duidelijk aan dat ze haar eigen persoonlijk reacties vertelt, en dat iedere PD patiënt er anders op kan reageren en alles goed met zijn arts moet bespreken.  Ook geeft ze naast de vele tips en ondersteunende en goed gerubriceerde verhalen, diverse keren aan dat je vooral binnen je eigen grenzen moet blijven qua inspanning.

Haar adres: http://home.hetnet.nl/~vdvecht/index.html

De site is vooral opgebouwd om PD patiënten te ondersteunen en er staat een adres en hyperlink in naar de patiënten vereniging.

Nederlandse vereniging voor posttraumatische dystrofie

Postbus 31157

6503 CD Nijmegen

013-4554951 ma t/m vrij 9-12 en 14-16.30, ma-avond 19.00-21.00

Homepage van de patiëntenvereniging: http://PDVer.ATComputing.nl 

hier vind je weer een link naar een elektronische bibliotheek doc-online: http://www.paramedich.org/NPi  

via deze website die de Nederlandstalige en Engelstalige literatuur vanaf 1990 afscant, vond ik 516 hits op reflexdystrofie, waarvan er slechts in 7 artikelen over acupunctuur gemeld wordt. Deze artikelen zijn nog in bestelling en niet in deze scriptie verwerkt.

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina



11. Conclusie

Gezien de vele medische, maatschappelijke, sociale en individuele gevolgen van posttraumatische dystrofie of PD blijft een multidisciplinaire aanpak onontbeerlijk.

Door het  instabiele reactiepatroon van de persoon met PD op invloeden van buitenaf, zij het stress, andere (pijn)klachten of therapieën, is het van belang dat er door de therapeuten onderling goed gecommuniceerd wordt en op zijn minst goed naar de patiënt geluisterd wordt. Zeker als er bijkomende pathologie is, waar een nieuwe invasieve behandeling (operatie!) voor opgestart moet worden. Acupunctuur en met name de ooracupunctuur heeft in alle stadia van de ziekte een pijnstillend en herstellend effect.

Aan de basis van PD ligt mijns inziens een verstoring van de functie van het BBRS (basis bio regulatie systeem), welke kan zijn ontstaan door stoorvelden, littekenblokkades, emotionele blokkades, toxinen, anti-oxidanten etcetera. De C in CRPS typte I, de ‘nieuwe’ internationale benaming van PD, staat niet voor niets vo€ÿ!¥ex. Van iedere symptomatisch behandelende arts en therapeut vergt het aandacht en creativiteit (en tijd!) om bij (nieuwe) klachten te zoeken naar die therapie die de minste storing geeft aan het fragiele systeem.

De arts / therapeut werkzaam in de ‘additionele geneeskunde’ bekend met het BBRS, die geïnteresseerd is in de behandeling van de oorzaak van de verstoring van het energiesysteem vindt een interessante puzzeltocht in de behandeling van het meestal meervoudig belastte en beschadigde BBRS van de PD patiënt.

M.b.t. de preventie van PD wil ik hier nogmaals de aandacht vestigen op het hoopgevende onderzoek uit Beverwijk dat in december van 1999 in de Lancet is gepubliceerd. Hier is in een dubbelblind onderzoek aangetoond, dat extra toediening van Vitamine C na polsfracturen een preventieve werking heeft op het ontwikkelen van PD.

Deze scriptie is geschreven op basis van literatuur onderzoek, gesprekken met mensen met ervaring in de behandeling van PD en eigen ideeen over etiologie en behandeling. Ik heb helaas zelf nog geen ervaring in de behandeling van mensen met deze lastige aandoening opgedaan. Iets waar de komende tijd zeker verandering in zal komen. Voor aanvullingen, suggesties en ervaringen m.b.t. de behandeling wil ik gaarne benaderd worden, bij voorkeur

per e-mail: mac.thierbach@planet.nl

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina



12. Literatuurlijst

  1. Acupunctuur, C. van der Molen

  2. Acupunctuur behandeling van posttraumatische dystrofie, Nani R.U. Djojoadmodjo, scriptie

  3. Complex regional pain syndrome: are the IASP diagnostic criteria valid and sufficiently comprehensive? , R. Norman Harden e.a., Pain 83 (1999), 211-219

  4. Effects of vitamin C on frequency of reflex sympathetic dystrophy in wrist fractures: a randomised trial, Paul Zollinger e.a., The Lancet 354 (1999), 2025-2028

  5. Klapper INTEGRA-A cursus van Roy Martina, hoofdstuk over BBRS.

  6. Neuraaltherapie,  H.J. Lamers, (1985), blz. 197-202 , De neuraaltherapie volgens Huneke en blz. 266-273, Inzichten in het basis-bioregulatiesysteem vanuit de neuraaltherapie 

  7. PAOG Posttraumatische Reflexdystrofie, R.J.A. Goris e.a. (1988)

  8. Posttraumatische Dystrofie, red. Dr. J.B. van Mourik, hoofdstuk 9, ISBN 90-800231-4-0

  9. Strategieën in de Ooracupunctuur deel 3, A. van Gelder

  10.  Zakwoordenboek der Geneeskunde, Coëlho

 

inhoudsopgave

overzicht scripties

beginpagina

Toolbar
© Acupunctuur.com. Acupunctuur.com is door de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging opgezet om meer informatie te geven over additieve geneeswijzen. De informatie op deze pagina's kan echter nooit een bezoek aan uw huisarts of specialist overbodig maken.
Ontwerp en onderhoud:
Hippo WebDesign, Amsterdam