|
In mijn scriptie vergelijk ik twee verschillende geneeskundige tradities en hun begrippen kaders. Door het formuleren van paradigma’s wordt het mogelijk te begrijpen waarom de verschillen onoverbrugbaar lijken, maar niet zijn. Ik heb gekozen om Traditional Chineese Medicin (TCM) en Anthroposofische geneeskunde te vergelijken omdat ik beide disciplines goed ken. Bovendien hebben ze zoals uit mijn scriptie blijkt veel gemeenschappelijk en zijn dus goed te vergelijken. Beiden hebben een afwijkende visie op de oorzaak van ziekten, beiden behandelen ziekten anders dan de universitaire geneeskunde, beiden hebben een additief karakter en wijzen de laatste niet af, relativeren wel de verworvenheden ervan. Ik beoog geen volledigheid, het is een inleiding. Al werkende merkte ik dat er zoveel over te schrijven is dat de scriptie als maar uitgebreider dreigde te worden. Daarom zijn alleen het onderwerp Onderstroom/ Bovenstroom en Yin/ Yang en de voor het begrip hiervan noodzakelijke onderwerpen verder uitgewerkt. Daarnaast heb ik heb nog een aantal onderwerpen aangestipt: de Chinese Elementen leer en de Anthroposofische parellen hiervan. De TCM is niet te begrijpen zonder een inzicht in deze elementen leer. Bij de beschrijving van ziektebeelden en therapieën wijd ik wat uit, om al redenerend te proberen de lezer mee te nemen in de denkt trant die ziekte en de therapie van uit de Anthroposofische geneeskunde en de TCM duidelijk maakt. De Chinese elementenleer heeft een anthroposofische tegenhanger die niet goed te doorgronden is omdat er naast overeenkomsten ook incongruenties zijn. Ik noem het heel kort omdat het een goed idee geeft over de valkuilen die er ook op dit gebied liggen. Het schrijven van mijn scriptie heeft mij veel genoegen verschaft, omdat het mijn eigen inzicht in de beide disciplines heeft vergroot. Ik overweeg het geheel uiteindelijk verder uit te werken en als boekje te publiceren. inhoudsopgave
In verschillende geneeskundige tradities in de wereld zijn opvallende overeenkomsten te vinden in het benaderen van een zieke en het begrijpen van de ziekte. De terminologie is soms opvallend overeenkomend. Het onderzoeken en vergelijken van deze paralellen vergroot het begrip over de beide systemen. West-Europees: dokter ik heb zo’ n last van brandend maagzuur, in TCM spreekt men van hitte in de maag. In de TCM vinden we talloze begrippen terug die binnen ons universitair geschoold begrippenkader totale onzin zijn. Dit wordt acupuncturisten én andere alternatieve geneeswijzen dan ook vaak verweten. Maar in de maag zit geen vuur, er brandt dus ook niets, toch vindt niemand het gek als een patiënt over brandend maagzuur spreekt. We maken zonder dat we ons het realiseren gebruik van andere dan de anatomisch-f ysiologische begrippen kaders en gebruiken die probleemloos in ons eigen medisch model. Dit heeft te maken met het feit dat wij een oude medische traditie hebben waarin een aantal elementen uit eerdere gezondheidssystemen in de omschrijving van klachten patronen behouden is gebleven. We zijn ons dit vaak niet bewust. De systemen zelf zijn verdwenen en vergeten. In het geval van brandend maagzuur gaat het om een gevoelsindruk gecombineerd met een overblijfsel uit de humoraal pathologie uit de tijd van Hippocrates en die halverwege de 19e eeuw definitief uit de medische praktijk verdreven werd door Virchow. De humoraal pathologie of krasenleer is een ziekteleer, waarin het menselijk lichaam beschouwd wordt als een samenstel van vier ‘humores’ of ‘krasen’. Die term wordt meestal vertaald met ‘sappen’ wat logisch is gezien de aard van de vier humores. Dat waren namelijk bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Als die vier, goed gemengd, met elkaar in harmonie waren, was er gezondheid; een verkeerde menging betekende ziekte en dan moest een behandeling toegepast worden om de harmonie in de menging weer te herstellen. Verschillende populaire termen in ons spraakgebruik bewaren de herinnering aan deze oude ziekteleer: zwartgalligheid, idiosyncrasie (letterlijk een geheel eigen menging, betekend nu een eigenaardige eigenschap), quintessens (letterlijk quinta essentia, het vijfde, wezenlijke bestanddeel). (Verburgh Geneeskunde op dood spoor p. 33) Het uitgaan van kennis die in eerste instantie niet meer bewust wordt ervaren en die impliciet aan de basis van een begrippenstelsel staat, is een paradigma. Kuhn introduceerde deze term en definieerde deze als ‘universally recognized scientific achievements that for a time provides model problems and solutions to a community of practitioners’( Kuhn The structure of scientific revolutions, preface viii ). Een paradigma wordt zo vanzelfsprekend gevonden dat hierover geen goede discussie mogelijk is. Wie bijvoorbeeld de relativiteit van de huidige geneeskunde ter discussie stelt, maakt licht de indruk dat hij geneigd is ook te geloven dat de aarde plat is. (* Verbrugh H 2 p 22 ) Paradigma’ s veranderen in de loop der eeuwen en zijn per cultuur anders. In de moderne tijd is er in onze cultuur slechts één paradigma, in tijden waarin mensen meer geïsoleerd leefden waren er meerdere scholen en meerdere paradigma’s. Het huidige wetenschappelijke paradigma zoals dat op de universiteiten gedoceerd en getolereerd wordt is het Natuurwetenschappelijke model. In de TCM zijn omschrijvingen zoals brandend maagzuur nog steeds verbonden met fysiologische begrippen, die weer een directe verbinding hebben met therapieën omdat hier er nog steeds een verbinding wordt gelegd tussen beleving, omschrijving van de klacht en oorzaak van de klacht. TCM is vooral geïnteresseerd in relaties en daarmee groot geworden, terwijl onze universitaire geneeskunde in de Natuurwetenschappelijke traditie groot is geworden met analyse. Ook de anthroposofische geneeskunde is geïnteresseerd in relaties, maar gaat in eerste instantie uit van de analyse zoals die ook in onze universitaire tradities wordt gedaan, om dit dan later in één geheel samen te voegen. Door de beide systemen te vergelijken ontstaat er een beter begrip van beide. Ieder gezichtspunt heeft ook zijn beperkingen. Ik pretendeer dan ook niet met de door mij vergeleken onderdelen van twee systemen alles wat deze systemen bevat te verklaren. Deze is scriptie bedoeld is voor artsen uit beide tradities. Ze hebben vaak weinig kennis van elkaars systeem. Daarom leg ik de basis begrippen vrij uitvoerig uit. inhoudsopgave
Ik introduceer nu het begrip categorie. Een categorie is een verzameling van gegevens en begrippen die een onderlinge relatie hebben en bij elkaar gezet een geheel vormen dat wat vertelt over de losse onderdelen en aan het begrip van de samenhang van de losse onderdelen een waarde toevoegt. De categorieën kunnen ook gegevens bevatten die in eerste instantie niet in gelijke eenheden en/ of meetwaarden worden uitgedrukt. Het is te zien als de losse gegevens die we van een patiënt verzamelen, het geheel kan worden samengevoegd in één categorie: de diagnose. Denken in categorieën is een oud gegeven. In de TCM vinden we dit terug en is het de basis ervan: Chi, Yin- Yang, de Vijf Elementen en hun afgeleiden, meridianen, etc. Ook in de Europese traditie vinden we het terug. Aristoteles introduceerde ook categorieën als eenheden om gegevens in te rubriceren teneinde meer inzicht te verkrijgen in deze gegevens. Door gegevens in te delen in een categorie kun je ze schikken en herschikken. Je kunt een onderwerp, maar ook een categorie uit elkaar rafelen in losse onderdelen, ze herschikken. In een categorie rangschik je gegevens. In de anthroposofische geneeskunde worden feiten en begrippen ook in één geheel samen gevoegd. Hier gaat het om feiten die door analyse verkregen zijn. Alle gegevens worden georganiseerd in categorieën met de bedoeling meer inzicht te krijgen in de losse feiten terwijl, het overzicht in alle details behouden blijft. inhoudsopgave
Het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan de geneeskunde die aan onze universiteiten gedoceerd wordt is niet een vast gegeven. Ik noemde dit al in de paragraaf 1.1. Op dit moment is aan de universiteiten de visie kort samen te vatten met: een mens is een gecompliceerd chemisch- natuurkundig retort, een ingewikkelde computer die uitsluitend te begrijpen is met behulp van de wetten van de bio- mechanika. Alles wat we nu nog niet begrijpen heeft te maken met de beperkingen van onze apparatuur en zal bij het vorderen van de techniek ook tot een oplossing komen. Dit optimisme hoort bij het paradigma. Het huidige paradigma werd universeel geaccepteerd rond het eind van de 19e eeuw. Het is duidelijk dat het beperken tot één categorie namelijk de wereld van de biomechanica grote voordelen heeft. Alles wat af zou kunnen leiden is weggelaten. Tunnel Vision doet zijn intrede, zodra het onderzoeksveld te groot wordt splits je een deel af, dat dan als zelfstandige eenheid verdergaat. Met de komst van dit tot het uiterste doorgevoerde paradigma is het aantal specialismen explosief gegroeid. Het wederzijds onbegrip is daardoor enorm toe genomen. Het voordeel is ook duidelijk: de technische mogelijkheden zijn enorm toegenomen. Andere categorieën worden logischerwijze systematisch buiten gesloten. Relativeren van eigen mogelijkheden en eigen visie wordt weliswaar gedaan, maar dit is hoort niet tot het ‘eigenlijke’ vakgebied, het is meer voor het privé gebruik. Hiermee heeft ook temaken dat vanuit deze gedachtegang de additieve geneeskunde als geheel wordt afgewezen, omdat deze andere systemen zich van een ander paradigma bedienen. Alles wat hierbuiten valt is dus onzin. In de huidige natuurwetenschappelijk georiënteerde wetenschap is de gevonden werkelijkheid universeel en uniek en dus overal en altijd geldig. inhoudsopgave
Op het eind van de vorige eeuw was er een esoterische traditie die een nieuwe impuls kreeg door de werken van mevrouw Blavatsky (* Isis Unveiled 1877). Er werd een nieuwe vereniging opgericht: de Theosofische vereniging. Er waren een groot aantal verschillende ideeën over hoe een verbinding tussen dat wat we zien en min of meer begrijpen en religieuze ervaringen, die we vaak niet bevatten, gelegd kunnen worden. Echter zonder dat er veel praktische consequenties aan verbonden werden. In de Theosofische vereniging, net als in de esoterische traditie waar zij op voort bouwde, wordt aangenomen dat naast de zichtbare wereld er een parallelle niet zichtbare wereld is, waarmee we verbonden zijn door geboorte en dood, maar die ook tijdens het leven op aarde invloed heeft op het bestaan. Onder bijzondere condities is contact hiermee mogelijk. In de vereniging was een streng hiërarchisch systeem met een centraal geleide organisatie waarbinnen te afwijkende ideeën niet werden getolereerd. Vanuit deze traditie, werkte Rudolf Steiner aan een eigen visie. Nadat de voorzitter van de theosofische vereniging de jonge Krishnamurti als de nieuwe Christus op aarde presenteerde, maakte zich van de Theosofische Vereniging los. (*Slavenburg Rudof Steiner H 1,p. 22 ) Hij richtte de antroposofische vereniging op, met als doel een verbinding te leggen tussen dat wat we zien en kunnen meten en dat wat we ervaren en niet kunnen meten, alleen kunnen omschrijven. Theosofie leunt zwaar op de niet christelijke tradities in de wereld, anthroposofie is sterk op een Christelijke traditie gestoeld, net als onze West- Europese cultuur. Hij wilde vooral dat deze ideeën een praktische uitwerking zouden krijgen zodat ze in het dagelijkse leven toepasbaar zouden zijn en zo ontstond naar aanleiding van vragen van een aantal artsen antroposofische geneeskunde. (*Slavenburg Rudof Steiner H 6) Samen met de Nederlandse arts Ita Wegman legde hij de basis voor de antroposofische geneeskunde en schreven zij een fundamenteel werk voor antroposofische geneeskunde. (*Steiner, Wegman, Grundlegendes für die Erweiterung etc.) De antroposofische geneeskunde is net als de TCM geïnteresseerd in relaties tussen verschijnselen en klachten. Beiden brengen verschijnselen en klachten in kaart. Anthroposofische geneeskunde plaatst in de reeks waarnemingen ook laboratorium analyses. Ze gaat uit van de analyse zoals die ook in onze universitaire tradities wordt gedaan. Veel meetwaarden krijgen een andere betekenis doordat ze in een kader geplaatst worden. Dit kader is een categorie. De categorieën kunnen ook gegevens bevatten over andere natuurrijken. Het geheel wordt groter dan alleen een diagnose. Als men de relatie kan omschrijven betekent dat ook in de antroposofische geneeskunde dat men een toegang heeft tot therapieën. In dit geheel ontstaat het begrip over de oorzaak. Ook in de antroposofische geneeskunde wordt gebruik gemaakt van begrippen uit oude geneeskundige systemen. Ook daar vinden we aarde, water, lucht en vuur. De overeenkomsten met de TCM zijn niet altijd zo eenvoudig te doorzien, maar op een aantal aspecten wel heel direct te vergelijken. Het antroposofische systeem van onderstroom/ bovenstroom en het yin/ yang uit de TCM zijn zonder meer te vergelijken. Beide polariteiten zijn omschreven met begrippen en losse gegevens, uit de biologie en geneeskunde, maar ook uit psychologie, natuurkunde, chemie, astronomie en esoterie. Dat is ook in de TCM duidelijk, vooral in het schema van de Vijf Elementen. (Zie Vijf Elementen ofwel Five Phases). Daarom zijn er ook relaties met allerlei andere aspecten in het leven te leggen, met directe therapeutische consequenties, niet alleen medicamenteus. Voorbeelden geef ik met de bespreking van de basis begrippen bij drie en vierledig mensbeeld. In het antroposofisch wereldbeeld worden ritme en verandering als de belangrijkste kenmerken van al het levende gezien. Verandering staat aan de basis van groei en ontwikkeling. Wat niet verandert gaat te gronde. Maar verandering betekend ook risico: een ontwikkeling kan fataal zijn of een ongekend succes worden. Ritme bestaat uit de inwerking van verschillende invloeden op elkaar. Deze invloeden zijn in te delen en zo kan men komen tot een aantal categorieën. Deze zijn in zichzelf en in relatie tot de andere categorieën samenhangend. In de relatie tot elkaar en de krachtsverhoudingen tussen de categorieën speelt zich een dynamiek af die bepalend is voor gezondheid en ziekte. Gezondheid en ziekte worden niet gedefinieerd als een goede en een foute situatie, maar als een verstoring in de dynamische verhoudingen. Deze verstoring heeft gevolgen hebben voor het organisme. Het organisme verandert. Het wordt na een infectie immuun, of dramatischer: het gaat dood. De categorieën zijn overal in de natuur terug te vinden en spelen een belangrijke rol in de relatie tussen geneesmiddelen en ziekten. Met behulp van categorieën kan duidelijk gemaakt worden wat een plant tot geneeskrachtig kruid maakt. Daarbij wordt ook de toepassing inzichtelijker. (Zie appendix I) Fenomenologie is het rangschikken en systematische bewerken van gegevens op een zodanige manier dat uit de bewerking een inzicht in relaties en functioneren ontstaat. Dit inzicht geeft aanleiding tot het herindelen in categorieën. Deze categorieën vormen een soort instrument om het onderwerp opnieuw te benaderen. Het kan vooral inzicht geven in onderlinge relaties tussen verschillende onderwerpen. Essentieel in de fenomenologische benadering van een onderwerp is dat na verzamelen en schikken van de gegevens, niet meteen een conclusie getrokken wordt. De gegevens worden door een proces van herhaald eventueel dagelijks beschouwen door de waarnemer verwerkt en tot iets van zichzelf gemaakt. De waarnemer en het waargenomene worden als het ware één. In dit proces ontstaan vaak allerlei invallen, die dan ook weer getoetst worden op hun waarde voor het betreffende onderwerp, of ze in overeenstemming zijn met de bekende gegevens en of ze bijvoorbeeld in de bestudeerde categorie thuishoren. Die invallen zou men inspiratie kunnen noemen. Ze zijn niet af te dwingen, inzicht gevend en komen niet uit het alledaagse bewustzijn. In de anthroposofie worden ze daarom als van een hogere orde gezien. Pas daarna komen conclusies, die samen gaan met een groter begrip van het geheel. Deze methode is kenmerkend voor een anthroposofische benadering van een onderwerp. Men zou het een meditatieve benadering kunnen noemen. Deze methode heb ik ook toegepast bij het vergelijken van de verschillende categorieën. Voorbeelden hiervan geef ik in de appendices I, II, en III. Peter Holmes noemt in The Energetics of Western Herbs in hoofdstuk 3 Meaning of Integration deze methode the phenomenological paradigm, die TCM en Greekse geneeskunde uit de tijd van Hyppocrates gemeen hebben. Dit geldt naar mijn mening ook voor Anthroposofische geneeskunde. 5.2.2 Benadering van mens en natuur Er zijn binnen de anthroposofische geneeskunde verschillende indelingen en benaderingswijzen, die ieder hun eigen toepassing hebben en die niet absoluut gescheiden van elkaar gezien kunnen worden en met elkaar samen hangen en invloed op elkaar hebben. De besproken indelingen zijn essentieel voor anthroposofische geneeskunde daarom bepreek ik ze hier. In het drieledig mensbeeld worden drie verschillende gebieden of categorieën onderscheiden met elk een geheel eigen karakter. (Steiner, Eine Okkulte Physiologie voordracht 1 en 2) Het zijn Zenuw- Zintuig Stelsel of Boven Pool, met als belangrijkste lichaamsregio het hoofd, het Ritmisch Stelsel of Midden Gebied met als belangrijkste regio de thorax met hart en longen en het Stofwisselings- Ledematen Stelsel of Onder Pool, met als belangrijkste lichaamsregio de ledematen/ spieren en darmen. Deze zijn in verschillende verhoudingen in de verschillende delen van het lichaam vertegenwoordigd. De gebieden zijn weer te beschouwen als categorieën met allerlei eigen kenmerken. Deze driegeleding vinden we ook weer terug in de categorieën zelf: er zit ook zenuw weefsel in de spieren en darmen, die bij het stofwisselings ledematen systeem horen. De hypofyse, als producent van hormonen op zich en in het bijzonder als producent van hormonen, die grote invloed op de stofwisseling hebben, is een onderdeel van het CZS met stofwisselings kwaliteiten. Het ontstaan van de uitersten - de polen – begint vanuit het midden. In de embryologie zie je deze ontwikkeling bij het organisme weer terug. Het zenuwstelsel zowel als de stofwisselings organen ontwikkelen zich uit één geheel, dat zich in twee delen, die polair tegenover elkaar liggen opsplitst. Hier ligt weer de parallel met de Traditioneel Chinese Geneeskunde, waar vanuit het Chi, als het midden, Yin en Yang ontstaan. (Zie ook het citaat van Lao Tzu in het hoofdstuk: TCM Basis begrippen.) Driegeleding bij de mens
De invulling van de onderdelen: ‘Ermee verbonden functie’, ’Effect’ en ‘Bewustzijns toestand’ worden vooral in en Anthroposofische geneeskunde gehanteerd. Ze zijn tot stand gekomen op aanwijzingen van Steiner. (Steiner, Von Seelenrätseln) Meegaand in deze denktrant zijn de relaties te begrijpen. De ermee verbonden functies hangen zeer nauw samen, ze zijn eigelijk niet los van elkaar te zien. Zonder waken een denken. Veel studeren betekend veel activiteit van de bovenpool. Je zit stil, je krijgt het snel koud, als je het de hele dag doet word je moe, je neemt niet meer op, je kunt niet meer nadenken; als je niet op tijd stopt val je in slaap boven je boeken. De energie is verbruikt. Je kunt dat enigszins voorkomen door activiteit van de onderpool: even een wandelingetje maken frist je op, betekent dat ik weer verder kan met mijn scriptie. Uiteindelijk moet je stoppen en gaan slapen, de vegetatieve fase in ons leven treedt in. Dit betekent herstel -lees hier opbouw- in de ruimste zin van het woord. Het te veel stimuleren van de onderpool werkt de activiteit van de bovenpool ook weer tegen, een volle maag studeert niet graag! Voelen als functie die als essentieel wordt gezien voor het midden gebied, wordt aangegeven door Steiner (zie schema hieronder). Hier wordt eigenlijk vooral geduid op het reactieve karakter van het midden, wat hier gebeurt wordt in boven of onderpool bepaald. Slapen: tragere hartslag. Verhoogde stofwisseling bij koorts: snellere hartslag. Van onze stofwisseling zijn we ons niet bewust, maar ook de consequenties van wat we willen overzien we nooit volledig. Deze drie geleding is ook terug te vinden in de gehele natuur. Dit vormt weer een basis voor het vinden van geneesmiddelen in de natuurrijken en het verklaren van de werking binnen dit systeem van categorieën. Goethe en later Steiner hebben het concept van de ‘ideale-’ of ‘oerplant’ geformuleerd, waarbij wortel- blad en bloei-processen gescheiden zijn. In deze oerplant hebben wortel, blad en bloem typerende eigenschappen, die niet in de andere plantorganen gevonden worden. Ze bevinden zich op een vaste plaats aan de plant. Datgene wat typerend is voor de bloei: opvallende geur (etherische oliën) en kleur wordt hier dus niet de wortels gevonden. Voor wortels is de afwezigheid hiervan juist typerend. Iedere afwijking van dit schema wordt als afwijkend gezien en is een aanwijzing voor potentiële geneeskracht. De gebieden worden naar analogie bij de mens benoemd. De Boven Pool, met als belangrijkste organen de bloemen, het Ritmisch Stelsel of Midden Gebied met als belangrijkste organen bladeren en het Onder Pool met als belangrijkste organen de wortels. Voor planten ziet het schema er dan als volgt uit: Driegeleding in het plantenrijk
Werkzaamheid heeft vooral met de overeenkomst van de categorie te maken. Dit is waar het aangrijpingspunt van een planten deel ligt. Men zou de mens kunnen zien als ‘omgekeerde plant’ (* Bockemuhl, Lebenszusammenhänge p.64) In de verschillende delen van de plant vinden bepaalde typerende processen plaats. Voor de bloemen zijn etherische oliën kenmerkend, je zou kunnen zeggen ze horen er thuis. Als er een verschuiving in de verhoudingen plaats vindt krijg je een ziekte proces, als deze verschuiving typisch is voor een plant is het bijna per definitie een geneeskrachtige plant. Dit proces vindt dus in een ander deel van de plant plaats dan waar het volgens de typische indeling thuis hoort, er dus iets bijzonders aan de hand. Het is vaak een proces waarbij werkzame (giftige) stoffen worden gevormd. Voorbeeld I: Eucalyptus globulus heet in het Duits ‘Fieberbaum’. De boom heeft een speciale relatie tot warmte en licht: ze groeit in een heet klimaat het beste. De bladeren groeien niet horizontaal, maar verticaal, naar beneden gericht, het licht strijkt er vooral langs, zodat het direct op de stam valt. De grote hoeveelheid etherische olie wordt door de gehele plant, tot in de wortels gevormd. Verhardings- processen zijn sterk aanwezig: het hout is zeer hard, de bladeren en de bloem hoofdjes zijn ook houtig. De meeste bomen met hardhout groeien traag, de eucalyptus groeit snel. De eucalyptus neemt ongebruikelijk veel water uit de bodem op en verdampt ook ongebruikelijk veel water via de bladeren, de middenpool van de plant. Dit is de relatie met het element water. Etherische olie is een warmte drager: het is zeer vluchtig en brandbaar. Dit is de relatie met het element warmte. Belangrijk indicatie gebied: bronchitis. Bij een bonchitis wordt door het lichaam te veel vocht geproduceerd in de middenpool. Het proces gaat gepaard met verhoogde activiteit van het warmte organisme zich uitend in koorts. Bij bronchitis wordt in de anthroposofische geneeskunde dus - samen met andere maatregelen- de etherische olie uit de Eucalytus globulus als uitwendige therapie gebruikt in de vorm van een olie die op de thorax wordt aangebracht (Schramm, H.M. Heilmittel-Fibel zur anthroposofischer Medizin, p. 365) Voorbeeld II: Cichorium intibus is een voorbeeld van een plant met een afwijkende bouw: afwezigheid van etherische oliën in de bovenpool en een onderpool met afwijkende bouw en aanwezigheid van een grote hoeveelheid bitterstoffen. (Zie verder appendix III) Voorbeeld III: Bryophyllum is een voorbeeld van een plant met een afwijkende bouw in het midden gebied. Het voortplantings proces uit de bovenpool is hierin als het ware terug geschoven. (Zie verder appendix II) In het vierledig mensbeeld gaat het om een soort delen van het lichaam die een bepaald karakter, bepaalde eigenschappen hebben, die fundamenteel van elkaar verschillen. Omdat ze zo verschillend van karakter zijn kunnen ze elkaar doordringen. Tot op zekere hoogte vergelijkbaar met bijvoorbeeld klei waarin water zit maar ook zuurstof kan zitten. Elk deel wordt als een éénheid gezien met eigen kenmerkende eigenschappenen. We hebben ze gemeenschappelijk met de natuurrijken. Deze delen worden wezensdelen genoemd en heten fysiek-, ether-, astraal- en ‘ik’- lichaam, ze worden uitvoerig beschreven door Steiner en Wegman. (* Steiner, Wegman, Grundlegendes für die Erweiterung der Heilkunde Hoofdstuk1) Naast gemeenschappelijke kenmerken hebben deze rijken verschillen, die in het onderstaand schema zijn samengevat. De mens is hierin het evolutionair bezien jongste deel, het mineraal het oudste deel. Je zou kunnen zeggen het mineraal is het meest uitgekristalliseerd als vorm en volledig bepaald door omgevings factoren, zonder eigen activiteit. Bij de mens is dit omgekeerd, de mens wordt niet bepaald door zijn omgeving, de omgeving wordt bepaald door de mens. vierledig mensbeeld samen gevat in categorieën
De categorieën zijn weer verder in te delen en er kunnen meerdere eigenschappen aan toe gekend worden. Vierledig mensbeeld in categorieën verder aangevuld
Hier vinden we weer elementen uit de Griekse natuur filosofie terug, waarin de mens wordt gezien als samengesteld uit een kosmisch en een aards deel. Ook in de TCM zien we dit terug in de vorm van Yin (het aardse deel) en Yang (het kosmische deel). Er is nog een verdere differentiatie die een verwantschap heeft met de Chinese Vijf Elementen. Hierin worden relaties tussen organenfuncties psychologische en omgevingsfactoren gelegd. Op een aantal plaatsen wordt dit weer genoemd (zie appendix I, II, III) Relaties in de Anthroposofische geneeskunde: Planeet processen
In de anthroposofische geneeskunde worden de categorieën genoemd naar het erbij horende hemellichaam of soms het metaal. Zoals met in de TCM van het element hout spreek, gebruikt met in de Anthroposofische geneeskunde van het saturnus proces. Men kent men zogenaamde ‘eiwit vormende organen’, dat zijn er vier, namelijk lever, hart, longen, nieren. De relaties temperament, emotie en lichaamsbouw zijn met name voor deze organen beschreven. De werking van deze organen is alleen te begrijpen als ze worden beschouwd als behorend tot een categorie, een eenheid die de voor ons bekende werking van een orgaan overstijgt. Het idee is door Rudolf Steiner geïntroduceerd en heeft niet zozeer met vorming als wel met onderhoud van bestaande structuren in het lichaam te maken. We kunnen ons dit gedeeltelijk voorstellen als we bedenken dat de bijnieren, met de productie van aldosteron een sterke invloed op de opbouw en dus op de eiwitstofwisseling hebben, zoals in de opbouw zelf de lever weer een cruciale rol speelt. In de eiwitstofwisseling wordt een afbraak en een opbouwfase onderscheiden: voor het eiwit in het lichaam geïncorporeerd kan worden wordt het met enzymen deels afkomstig uit de pancreas afgebroken, deze afbraak kant wordt in de anthroposofische geneeskunde als één kant van het proces gezien, de onderhoud- respectievelijk opbouw- kant staan deze genoemde organen en in die zin is er dus een parallel met de vijf elementen in de TCM. De bij deze elementen behorende organen worden als ‘opslag organen’ beschreven, met eiwitten wordt ook informatie opgeslagen. (*Steiner, Geisteswissenschaft und Medizin GA.312 12e voordracht) Er worden door Steiner op verschillende plaatsen in zijn werk twee stomen genoemd. In der ‘Unsichtbare Mensch in uns’ en in ‘Grundlegendes’ komen de belangrijkste verwijzingen voor. Hij beschrijft twee stromen als twee verschillende uitingen van één en dezelfde ‘levenskracht’ of ‘levensether’ die zich uit in twee tegengestelde werkingsprincipes. De Onderstroom komt binnen via stofwisseling ‘van onderen’ het lichaam binnen, de andere Bovenstroom via de periferie, ‘van boven’ via de zintuigen. Zoals in de TCM de Chi en de uiting hiervan het Yin enYang alles doordringen en dus is allerlei gezichtpunten terug te vinden zijn, geld dit ook voor deze Twee Stromen. In beide systemen worden allerlei gegevens hierin onder gebracht. Het gaat in mijn ogen om hetzelfde. Ik kom hier nog uitvoerig op terug.
inhoudsopgave
De oudste gegevens over acupunctuur dateren uit de prehistorie. Hoe men tot de ontdekking kwam dat met het stimuleren van bepaalde punten een genezingsproces kan worden beïnvloed zullen we wel nooit te weten komen. Er zijn wel verschillende theorieën in omloop. De meest gehoorde in dat door ‘Trial and Error’ ontdekt werd dat bij verwonding van bepaalde punten op het lichaam pijn elders en/ of ziekten werden beïnvloed. Door uitproberen zou men op andere punten en op het meridianen systeem zijn gekomen. In het leerboek van het Shanghai college of traditional medicine wordt deze theorie in het hoofdstuk over meridianen genoemd. (*Shanghai college of traditional medicine, Acupunture a comprehensive text.)Persoonlijk lijkt mij het zeer onwaarschijnlijk dat het systeem van de meridianen zo is ontstaan. Het ontdekken van een acupunctuur punt lijkt dan misschien wel aannemelijk, het overige is veel te gecompliceerd. Zelfs al zou dit mogelijk zijn, men miste ons huidige analytische vermogen, wat nodig is om een grote hoeveelheid informatie te ordenen en rubriceren. Ik denk dat net als tegenwoordig ‘invallen’ een grote rol gespeeld zullen hebben. Mensen als Fou Hi zoals beschreven in nauwe verbinding met de natuur. Mensen waren in vroeger tijden veel meer onder de indruk hiervan. De relatie was mede daardoor anders, met als gevolg heel andere inzichten. (Zie ook het commentaar van Schnorrenberger bij de vertaling van de Nei Tsjing Op de volgende pagina.) Aanvankelijk
werden stenen naalden gebruikt die later werden vervangen door metalen
naalden. De vroegste aanwijzingen voor het gebruik komen niet uit
China maar uit India en Oost- Afrika. In China werd het systeem
door Fou Hi en Chen Nong verder uitgewerkt. Houang Ti, de legendarische
Gele Keizer, compileerde de toenmalige kennis in Nei Tsjing, het
leerboek van de Gele Keizer over de Klassieke Chinese acupunctuur.
Fou Hi was de grondlegger en daarom de belangrijkst. Hij leefde
in nauw contact met de natuur en hij kwam met zijn waarnemingen
van de fenomenen in de natuur tot het inzicht Alles in de natuur is aan ritmen onderhevig, alles wisselt elkaar af: dag/ nacht, warmte/ koude, samentrekken/ uitdijen, al deze factoren beïnvloeden elkaar. Al deze invloeden zijn niet goed of slecht, ook hier hangt de waarde en betekenis af van waar de ene of de andere invloed overheerst. Deze krachten zijn een onderdeel van een groter geheel: de levenskracht: Qi (Chi, Tchi), de categorieën heten Yin en Yang, ik kom er in paragraaf 5 ( twee stromen versus Yin- Yang) uitgebreid op terug. Het is de verbinding maar tegelijk ook het principiële onderscheid tussen kosmos- omgeving dichtbij en ver weg- en aarde. Het is ook anders gezegd, door Lao-Tzu:
De
indeling is niet absoluut, nergens is alleen Yin of Yang, hetgeen
in de Monade wordt gesymboliseerd in een donker Yin stipje in het
Yang en een licht Yang stipje in het Yin. Qi,
de levenskracht, is in alle levende wezens aanwezig. Qi, ook simpel
energie genoemd, stroomt door het lichaam. Niet op een willekeurige
manier, maar door ‘kanalen’ (in Engelstalige litteratuur: channels),
meridianen genoemd. Huang Ti preekt over rivieren. (*Nei Tsjing
Ling Tsju Tsjing p.149) Meridianen zijn verbonden met organen en
met de Chinese pols (zie Chinese pols). Er is meridiaan Qi (Jing-luo-zhi-qi)
en orgaan Qi (Zang-fu-zhi-qi). Het Qi in de meridianen wordt voor
een belangrijk deel verzorgd vanuit de gekoppelde organen, voor
een ander deel vanuit de andere meridianen. De meridiaan Qi is een
soort golf die volgens een bepaald patroon stroomt. De meridianen
vormen paren van één yin en één yang meridiaan, waarvan er altijd
één begint of eindigt in het hoofd. Er zijn verschillende soorten
Qi. Qi met een Yin en Qi met een Yang karakter die door de Yin en
Yang meridianen stroomt. Yang meridianen stroomt. Acupunctuurpunten zijn plekken, al dan niet op meridianen gelegen, waar de Qi aan de oppervlakte komt of geconcentreerd wordt. Ze liggen niet in de huid maar in het losmazige bindweefsel eronder. Door ze met een dunne naald aan te prikken kan de Qi gestuurd worden. Als het Qi onvoldoende is kan deze niet door acupunctuur vergroot worden, prikken zorgt slechts voor een herverdeling van het Qi. 6.2.4 Qi en energie productie Voedsel wordt verteerd en een deel wordt opgenomen in het lichaam. Bij het omzetten van de energie speelt het Chinese orgaan 3-verwarmer (3-V) een belangrijke rol. De 3-verwarmer is gelokaliseerd in het maaggebied en bestaat uit drie delen. Het bovenste deel waartoe longen en hart horen, een middendeel met de maag en milt/pancreas, en een onderste deel met nier, blaas en lever. In de maag wordt voedsel gesplitst in reine en onreine energie. Voedsel energie heet Ying-Qi. Het reine deel dat licht is en opstijgt, verbindt zich met de adem energie uit de longen en verspreidt zich over de thorax. De onreine energie daalt naar de nieren, waar het in de onderste drieverwarmer / nieren weer verder gereinigd wordt. Het reine deel gaat naar de lever en vervult een functie bij de bloed aanmaak. De onreine energie gaat naar de blaas, waar het water eruit verdampt en naar de longen gaat om zich met de adem energie te verbinden tot Wei-Qi (afweer energie) Er is nog een aparte soort Qi, de Zong-Qi ofwel ancestrale energie. Deze wordt in China de zee van het Qi genoemd en bevind zich in de borst. De prenatale Qi ofwel Yuan-Qi erf je van je ouders en wordt opgeslagen in de nieren. (*Nei Tsjing Ling Tsju Tsjing H.18) Het Yin en Yang vinden we ook terug in de inwendige organen die worden in gedeeld in Yin (Wu-zang) en Yang (liu-fu) organen. U vindt ze terug in het schema met de vijf elementen. Ze worden gekoppelde organen genoemd. De koppeling wordt in de TCM ook wel de broeder-zuster relatie genoemd. Er is tussen beide een verschil in activiteiten. Yang organen zijn bewegelijk en zijn direct betrokken bij de afbraak kant van de stofwisseling en bij absorptie- en uitscheidings processen. Vertering is een afbraak proces, voedingsstoffen worden van hun karakteristieken ontdaan om vervolgens in organen van de Yin groep verder opgebouwd te worden tot lichaamseigen substanties. Yin organen zijn niet of minder bewegelijk dan de Yang organen. Ze zijn betrokken bij productie, transformatie, regulatie en opslag van ‘Fundamentele Substanties’ waarvan Qi en Bloed hier genoemd zijn. Yin organen hebben het meest te lijden van Yin invloeden, zoals de hoeveelheid voeding, stofwisselingsstoornissen en lichaamsbeweging. Yang organen hebben het meest te lijden van Yang invloeden, zoals psychische factoren, angst, stress en psychische overbelasting. Ze reageren vooral met spasme. Ook de pijngewaarwording is verschillend: yang is meer pijn gevoelig dan het Yin. De drie verwarmer en de kringloop kennen wij niet als orgaan. Zij moeten naar mijn mening ook vooral als een concept worden gezien dat vanuit de ontstaansgeschiedenis van de TCM kan worden begrepen. Wij kennen celstofwisseling en kunnen die met onze biochemische kennis beschrijven en begrijpen. In de TCM is de drie-verwarmer die door het hele lichaam wekt een voorloper hiervan. Ze beïnvloedt de ademhaling, de spijsvertering en het uro-genitale systeem. 6.2.6 Chinese pols Met het voelen van de pols, het voelen van de arteria radialis, wordt in de TCM niet alleen de pols frequentie gevoeld. Het is een ingenieus systeem waarbij gevoelsindrukken van wijs- middel- en ring vinger die naast elkaar op de a. radialis worden geplaatst, met elkaar vergeleken worden. Er wordt diep en oppervlakkig gevoeld, linker en rechter pols vergeleken. Er wordt een logische relatie gelegd tussen lokalisatie op de pols en orgaan. Voor de therapie is deze methode klassiek en van groot belang voor het bepalen van de ziekte oorzaak, welk orgaan is aangedaan, de prognose en dus van de therapie.
De Elementen leer is één van de pijlers van de TCM. Hier zijn alle belangrijke regels voor diagnostiek en behandeling uit af te leiden. Hier wordt een relatie gelegd tussen allerlei entiteiten die binnen het natuurwetenschappelijk denken geen relatie hebben: organen, psychische factoren, metalen, planeten, seizoenen, enzovoort. Dit wordt ook gedaan in de Anthroposofische geneeskunde, ook hier vinden we relaties die overigens maar ten dele samenvallen. Ze zijn een belangrijke ingang voor de te volgen therapie. In de TCM spelen de organen lever, hart, milt/ pancreas, long, nier een speciale rol. In de Anthroposofische geneeskunde spelen lever, hart, pancreas, long, nier ook een speciale rol. Bij beiden zijn er onderlinge relaties die bij de behandeling van ziekten een rol spelen. Ook hier zijn de overeenkomsten weer opvallend. Ook hier worden weer uiterlijke kenmerken en psychische kenmerken samen gebracht in categorieën die in de anthroposofische geneeskunde onder andere als constituties benoemd worden, waarbij organen, metalen en psychologische karakteristieken samen gebracht worden. Het orgaan is een belangrijke motor achter karakter trekken. Door het in categorieën onder brengen ontstaat er een groter inzicht en een directe verbinding met de therapie, omdat in deze categorie ook de verbindingen met planten en metalen gelegd wordt en er bovendien karakteristieken aan verbonden zijn die mensen kunnen hebben. (Zie hiervoor appendix I en II) In de TCM zien de relaties er als volgt uit. Vijf Elementen ofwel Five Phases
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||