|

J.A. van Bekkum-Visser , arts
11-04-2003
Inhoudsopgave
Samenvatting
Inleiding
Werkwijze
Hoofdstuk 1:
1.1 De etiologie, symptomatologie en diagnostiek van ADHD volgens de Westerse geneeskunde
1.2. De oorzaken en biochemische mechanismen die hierbij een rol spelen
1.3. De Westerse behandelingsmogelijkheden
Hoofdstuk 2:
2.1. Oorzaken en mechanismen welke volgens andere inzichten een rol spelen in het ontstaan van ADHD
2.2. Behandelingsmogelijkheden die bij deze inzichten kunnen worden toegepast
Hoofdstuk 3:
3.1. De Chinese geneeskunde als diagnosticum van ADHD
3.2. Verschillende patronen van ADHD
3.2.1. Hitte
3.2.2. Hitte plus flegma
3.2.3. Zwakte van de middelste verwarmer
3.2.4. Nier deficiëntie
3.2.5. Shen wordt niet goed gevoed
3.2.5.1. Milt deficiëntie met lever exces
3.2.5.2. Hart en milt deficiëntie
3.2.5.3. Yang deficiëntie van nier en milt
3.2.6. Het hart wordt aangevallen
3.2.6.1. Yin leegte waardoor yang hyperactiviteit
3.2.7. De openingen van het hart worden geblokkeerd
3.2.7.1. Flegma hitte die het hart bestookt
3.2.7.2. Bloedstagnatie wat obstructie veroorzaakt
3.2.8. Behandeling van de ‘extra’ meridianen
3.2.9. Andere behandelingsmethoden binnen de TCM
3.3.1. Behandeling d.m.v. koperen en zinken plaatjes
Discussie
Conclusie
Literatuurlijst
Bijlage 1
Bijlage 2
Vraagstelling:
Wat kan de acupunctuur betekenen in de behandeling van ADHD en op welk(e) mechanisme(n) grijpt dit aan.
Samenvatting
Hyperactieve kinderen c.q. kinderen met ADHD geven problemen bij mensen in hun omgeving, maar ook bij wetenschappers en medici. Er zijn nog veel vraagtekens omtrent deze stoornis. De Westerse geneeskunde en de ‘alternatieve’ sector hebben verschillende theorieën en daarbij behorende behandelingen ontwikkeld. De vraag die ik me daarbij gesteld heb is:
Wat kan de acupunctuur betekenen in de behandeling van ADHD en op welk(e) mechanisme(n)grijpt dit aan?
In de Westerse geneeskunde wordt ADHD beschouwd als een psychiatrisch ziektebeeld, waarvoor een neurologisch substraat aanwezig is. Er zou een tekort zijn aan gedragsinhibitie door een deficiëntie van de neurotransmitter catecholamine en zijn metabole producten norepinefrine en dopamine in het CZS, op basis van interactie tussen genetische-en omgevingsfactoren. Ook organische en psychologische factoren en de interactie daartussen zouden een rol kunnen spelen bij het ontstaan van ADHD.
Psychostimulantia, adequate schoolkeuze en structurerende orthopedagogische begeleiding door de ouders zou van belang zijn bij de behandeling van ADHD.
Volgens een ander inzicht kan hyperactiviteit beter biochemisch verklaard worden. Een teveel aan suiker zou een teveel aan adrenaline in het bloed en een tekort aan met name vitamine B1 t/m 3 en geïoniseerd kalk kunnen veroorzaken. Een tekort aan met name vitamine B3 en B6 kan vervolgens weer zorgen voor een serotonine tekort, allen bijdragend aan hyperactief gedrag.
In de Chinese geneeskunde is hyperactiviteit vrijwel onbekend. Een mogelijke oorzaak voor dit grote verschil met het Westen is het grote antibiotica gebruik in dit laatste gebied, waardoor hitte vaak achterblijft in het lichaam.
De TCM beschrijft verschillende patronen van hyperactiviteit, voorkomend uit verschillende indelingen. Twee indelingen met patronen heb ik beschreven:
De eerste indeling bestaat uit 4 patronen:
- hitte
- hitte plus flegma
- zwakte van de middelste varwarmer
- nier deficiëntie
Een tweede indeling bestaat uit 3 patronen die weer onderverdeeld kunnen worden in 6 verschillende patronen:
2.1. shen wordt niet goed gevoed
1.1.: milt deficiëntie met lever exces
1.2.: hart en milt deficiëntie
1.3.: yang deficiëntie van milt en nier
2.2. het hart wordt aangevallen
2.1.: yin leegte waardoor yang hyperactiviteit
2.3. de openingen van het hart worden geblokkeerd
3.1.: flegma hitte die het hart bestookt
3.2.: bloed stagnatie wat obstructie veroorzaakt (11)
Hiervan zijn 1.1., 1.2., 2.3., 5 en 6 de ‘ware’ vormen van hyperactiviteit welke gebaseerd zijn op hitte en exces. De patronen 1.2, 1.3, 2.1. en 2.2. zijn gebaseerd op deficiëntie.
Ook de Westerse kennis kan mogelijk als basis worden gebruikt voor de vorming van een TCM patroon.
Behandeling kan d.m.v. naalden, maar ook o.a. door kruiden of metalen plaatjes die op de te behandelen punten worden gelegd.
Inleiding
Niet alleen ouders, leerkrachten en leeftijdsgenootjes blijken problemen met hyperactieve kinderen te ondervinden: ook wetenschappers en medici weten zich al jaren geen raad met het fenomeen hyperactiviteit. Is het een aangeboren afwijking, is er sprake van een (minimale) hersenafwijking, is het een opvoedingsprobleem, zit het in de voeding of in de milieuverontreiniging, of is het een combinatie van factoren? Waarom zijn het voornamelijk jongens die aan het probleem leiden? Een eenduidig antwoord op deze vragen is nooit gegeven. Bovendien heerst er over de wereld een groot meningsverschil over het aantal kinderen, dat aan de stoornis lijdt: volgens Amerikaanse wetenschappers lijdt 10-20% van de jongens aan het probleem, terwijl de Engelse wetenschappers in slechts 2% van de jongens het probleem tegenkomen. Ook aan de verschillende namen die aan de stoornis worden gegeven is te zien dat wetenschappers nog veel ongemak hebben met het probleem.
Minimal Brain Damage (minimale hersenbeschadiging), Minor (Minimal) Brain Dysfunktion (minimaal disfunctioneren van de hersenen), Attention Deficit Hyperactivity Disorder (aandachtsstoornis gecombineerd met hyperactiviteit)en Hyperkinesie zijn allemaal verschillende namen die aan de dezelfde stoornis wordt gegeven. Voor de duidelijkheid zal ik in deze scriptie de stoornis benoemen als ADHD, maar dit includeert dus ook alle andere benamingen die aan de stoornis worden gegeven. Waar men het duidelijk wel over eens is, zijn de gevolgen die de stoornis heeft voor de algemene ontwikkeling van de kinderen. Verbazingwekkend is dan, dat onderkend wordt dat het belangrijk is de stoornis op zo vroeg mogelijke leeftijd te onderkennen, maar dat tegelijkertijd in de Westerse geneeskunde kortweg gesteld wordt dat het ‘extreem moeilijk is de diagnose te stellen bij kinderen jonger dan 4 of 5 jaar’, waarbij men zich zelden bekommert om de vraag waarom het zo moeilijk is en hoe we dit probleem kunnen oplossen.(7)
Er zijn vele theorieën over de oorzaak van de stoornis. Duik je in de Westerse literatuur dan krijg je echter andere oorzaken voorgeschoteld, dan wanneer je je breder oriënteert en daarbij ook eens verdiept in de ‘alternatieve’ ideeën.
En dan hebben we het nog niet eens over de behandeling van de stoornis! Op elke theorie kunnen natuurlijk weer verschillende behandelingen worden losgelaten.
Wat ik nu graag wil weten, is of acupunctuur ook in dit rijtje van behandelingen past en op welke theorie dit dan aangrijpt. Mijn vraagstelling luidt dan ook:
Wat kan de acupunctuur betekenen in de behandeling van ADHD en op welk(e) mechanisme(n) grijpt dit aan.
Om deze vraag te kunnen beantwoorden, zal ik eerst de symptomen van de stoornis beschrijven volgens het Westerse model. Ook zal ik bekijken of de Chinese geneeskunde behulpzaam kan zijn bij het diagnosticeren van ADHD. Daarna zal ik zowel de Westerse als de ‘alternatieve’ theorieën omtrent het ontstaan van ADHD op een rijtje zetten.
Ook de behandelingsmogelijkheden van zowel de Westerse geneeskunde als van de ‘alternatieve’ geneeskunde zal ik uiteenzetten. Daarbij zal ik eindigen met de behandeling d.m.v. acupunctuur.
Door deze uitgebreide uiteenzetting hoop ik meer inzicht te krijgen in alle facetten van ADHD en daaruit lering te trekken, zodat ik ook zelf nog eens met en kritisch oog kan kijken naar de mogelijke acupunctuurbehandelingen.
Werkwijze
Om literatuur te verzamelen over ADHD, ben ik begonnen met het zoeken op internet. Na een tip die ik had gekregen over een ‘Chinees ziekenhuis’ welke erg veel literatuur zou bezitten over acupunctuur en TCM heb ik via www.China.pagina geprobeerd om dit ziekenhuis te achterhalen; helaas zonder succes. Wel waren er veel Chinese zoekmachines te vinden. Via de NHL heb ik uiteindelijk 2 artikelen gevonden welke betrekking hebben op ADHD bij kinderen en TCM. Via de NIWI heb ik deze artikelen geprobeerd op te vragen, maar ik kreeg geen ingang. Op een mail naar de infodesk van de NIWI waarin ik om hulp heb gevraagd bij het opvragen van artikelen, heb ik nooit reactie gekregen. Ik heb daarna geprobeerd om via de Medische Bibliotheek in Groningen de artikelen op te vragen (welke overigens geen zaken meer wilden doen met de NIWI, omdat deze slecht zou functioneren en over niet al te lang tijd zou verdwijnen). De aanvraag werd echter niet geaccepteerd omdat ik zowel geen medewerker ben van de RUG als het AZG. Via, via heb ik via de Universiteits Bibliotheek in Groningen de artikelen op kunnen vragen .
Op de website van de NAAV vond ik de scriptie van v. Dinteren, waarin allerlei sites over acupunctuur. Heel handig, alleen mijn onderwerp blijkt in China nog niet zo ‘ingeburgerd’
Via de COBO heb ik een bruikbaar artikel kunnen krijgen me Westerse inzichten over ADHD en al surfend over het internet kom je genoeg dingen tegen over ADHD. Zo kreeg ik ook een aardig beeld van wat er bij ADHD zoals speelde en dat er meer theorieën over zijn dan ik aanvankelijk dacht. Ik besloot het toen wat ‘breder’ aan te pakken en heb alles wat ik te pakken kon krijgen over ADHD doorgenomen. Veel werd er geschreven over ADHD en voeding en omdat ook mogelijk daar een link was te leggen met de Chinese geneeskunde heb ik me ook daar in verdiept. Via ankertjesboeken kwam ik aan een boekje dat ADHD samenbracht met voeding. Verder heb ik in acupunctuurboeken over verschillende disciplines stukken over ADHD c.q. hyperactiviteit kunnen vinden. Mogelijk dat met Westerse kennis de behandeling van ADHD binnen de TCM aangevuld kan worden…
Hoofdstuk 1
1.1 De etiologie, symptomatologie en diagnostiek van ADHD volgens de Westerse geneeskunde
De Westerse diagnose ADHD (Attention Deficit Hyperactive Disorder) is tamelijk subjectief. ADHD wordt beschouwd als een psychiatrisch syndroom. Het is echter niet goed afgrensbaar. Je zou het ook kunnen zien als een eigenschap die bij een deel van de bevolking in extreme mate voorkomt en bij 3-5% leidt tot disfunctioneren. In bijlage 1 zijn de symptomen op een rijtje gezet volgens de DSM4 criteria, zodat deze verder als uitgangspunt kunnen dienen.
Wanneer ongecontroleerd gedrag, hyperactiviteit en impulsiviteit in extreme mate bij kinderen voorkomen, blijken ze samen te zijn ontstaan en in samenhang te ontwikkelen. Kinderen ontwikkelen doorgaans eerst symptomen (de helft heeft die al op de leeftijd van een jaar) en pas tweeënhalf jaar later disfunctioneren op basis van deze symptomen. Met name hyperactiviteit en impulsiviteit nemen af met de leeftijd. Aandachtsproblemen nemen met de leeftijd minder af.. DSM4 criteria zijn volgens advies dan ook alleen goed toepasbaar op de leeftijdsgroep van 5-16 jaar. Beneden 3 jaar is hyperactiviteit en impulsiviteit niet te onderscheiden van agressief en uitdagend gedrag. 60% van de ADHD kinderen blijkt op 18 jarige leeftijd niet meer aan de criteria te voldoen. Slechts 10% bereiken het punt dat ze nog steeds enkele symptomen hebben en er geen sprake meer is van disfunctioneren(1).
Hyperactiviteit komt zes-tot achtmaal vaker voor bij jongens dan bij meisjes(3).
Een ander mogelijk diagnosticum is van biochemische aard. cAMP, CA en zijn metabole producten (DA, NE, DOPAC ) en Cr zouden gebruikt kunnen worden voor het stellen van de diagnose (en voor de behandeling) van hyperkinesie(4). Zie voor meer hierover 1.2. en 3.3.1.
1.2. De oorzaken en mechanismen die hierbij een rol spelen
Maar wat is nu precies de oorzaak van ADHD? Het wordt in de Westerse geneeskunde dus beschreven als een psychiatrisch syndroom, maar voor psychiatrische ziektebeelden is vaak een (neurologisch) substraat aantoonbaar. De hedendaagse theorie over ADHD is dat er een tekort is aan gedragsinhibitie. Gedragsinhibitie is het vermogen om een door prikkels van interne of externe aard uitgelokte of in gang gezette actie te onderdrukken, tegen te houden, te vertragen, uit te stellen of om te buigen. Gedragsinhibitie ontwikkelt zich bij kinderen vanaf ongeveer de leeftijd van een jaar en berust vooral op het functioneren van de (pre)frontale hersenschors en de basale ganglia (striatum)(1).Een deficiëntie van de neurotransmitter catecholamine(CA) en zijn metabole producten, voornamelijk norepinefrine (NE) en dopamine (DA) in het centrale zenuwstelsel hangt samen met een verminderde bloedtoevoer naar de prefrontale gebieden en het striatum en zorgt voor disfunctie van deze hersenstructuren(4). Met name de prefrontale cortex geeft bij patiënten met ADHD een vermindering activatie te zien. Bij kinderen zonder ADHD neemt deze activatie toe met de leeftijd. Om die reden wordt bij ADHD gedacht aan het bestaan van een rijpingsstoornis. Een zwakke gedragsinhibitie leidt tot tekorten in functies als: concentratie, aandacht, impulsiviteit, plannen, tijdsbesef, en werkgeheugen (allen frontale functies). Tekorten in deze functies hebben weer een nadelig effect op sociaal gedrag en sociale intelligentie.(1)
De ontwikkeling van de prefrontale hersenschors en de basale ganglia voltrekt zich op basis van de interactie tussen genetische factoren en omgevingsfactoren(1). Ook organische factoren (hersenbeschadiging, pre-, peri-, of postnataal ontstaan), psychologische factoren (verstoorde moeder/kindrelatie) en de interactie daartussen spelen een rol bij het ontstaan van ADHD(3).
1.3.De Westerse behandelingsmogelijkheden
Psychostimulantia kunnen de bloedtoevoer naar het striatum normaliseren. Gezien de dopaminerge werking van psychostimulantia hangt dit waarschijnlijk samen met het feit dat het striatum veel dopaminerge neuronen bevat.(1).
Voor de behandeling is adequate schoolkeuze en een structurerende orthopedagogische begeleiding ( door de ouders) van belang. Daarbij kan gebruikt gemaakt worden van cognitieve gedragstherapeutische technieken. Medicamenteuze behandeling met stimulantia (vooral bij kinderen zonder nevengeschikte emotionele problematiek) leveren goede resultaten op(3).
Hoofdstuk 2
2.1 Oorzaken en mechanismen welke volgens andere inzichten een rol spelen in het ontstaan van ADHD
Volgens een ander inzicht die in de gemiddelde Westerse kliniek niet voorop staat , wordt hyperactiviteit beter verklaard door verkeerd voedsel en een tekort aan bepaalde vitaminen en mineralen. Niet zozeer psychisch c.q. neurologisch maar meer biochemisch. De uiterlijke kenmerken zijn dan een gevolg van biochemische onevenwichtigheid, die op zich weer veroorzaakt kunnen worden door verkeerde voedingsgewoonten en marginale vitaminen en mineralentekorten.
Bij dit verhaal spelen adrenaline welke als transmitter werk voor het sympathische deel van het vegetatieve zenuwstelsel en serotonine welke een adrenergische functie heeft en als transmitter dient in het centrum van de emotionele verwerking, de hypothalamus, een cruciale rol. Bij hyperactieve kinderen kan het gaan om een verhoogde concentratie adrenaline in het bloed of om een te beperkte hoeveelheid presynaptische serotonine.
Even terug naar de basis:
Het vegetatieve zenuwstelsel bestaat uit twee onderdelen:
- de sympathische tak
- de parasympathische tak
Deze takken werken antagonistisch en regelen het ‘milieu interieur’, de lichaamsfuncties, zoals spijsvertering, hartfunctie, en ademhaling. De parasympathische tak is met name gericht op verteren, stofwisselingsprocessen en ontspanning en heeft als neurotransmitter acetylcholine. De sympathische tak staat in dienst van kunnen vluchten, stress en overmatige activiteit en heeft als neurotransmitter adrenaline, wat afgegeven wordt door de bijnieren
Een hyperactief kind is druk en gedraagt zich ook alsof het permanent op de vlucht wil slaan. Dit wordt veroorzaakt door een verhoogde concentratie adrenaline in het bloed, welke afgegeven wordt door de bijnieren en activerend werk op het sympathische deel van het vegetatieve zenuwstelsel.
Als de emotionele belasting groter is dan de hoeveelheid serotonine die voorhanden is om deze te verwerken, slaan de stoppen door. Een beperkte hoeveelheid presynaptische serotonine zorgt voor een verminderde verwerkingscapaciteit. Bij een volwassene kan dit leiden tot angst en depressiviteit. Bij een kinderen eerder tot hyperactiviteit, omdat een kind nog niet wordt belemmerd door de grenzen van sociale attitudes. Het zal “vechtgedrag”vertonen. Freud beschreef al dat een ‘trauma’ leidt tot verweer, gevolgd door apathie en latentie en psychopathologie.
Er is dus een teveel aan adrenaline of een tekort aan serotonine. Wat is de etiologie hiervan:
De pancreas is ‘evolutionair afgesteld' op de suikerinname van de mens. Genetische invloeden zorgen er voor dat deze activiteit niet bij ieder hetzelfde is. De afgelopen 50 jaar is er een enorme toename geweest van de suikerconsumptie, waardoor de pancreas niet meer in staat is om de fijneafstelling te regelen. De pancreas reageert hierop met een vaak veel te grote afgifte van insuline bij al minimale inname van suiker. Dit kan dus snel aanleiding geven tot een hypoglycaemie. Adrenaline en glucagon worden afgegeven om glycogeen om te zetten in glucose. De adrenaline activeert ook het sympathische deel van het vegetatieve zenuwstelsel.
Serotonine is een biogene amine (gevormd uit een aminozuur). Voor de aanmaak van serotonine zijn de volgende stoffen belangrijk;
- 1-tryptofaan (het aminozuur waarvan serotonine is afgeleid)
- pyridoxine (vit B6)
- nicotinamide, niacine (vit B3)
Deze stoffen worden aangevoerd d.m.v. voedsel. Beperking hiervan leidt tot een onevenwichtige serotonine stofwisseling.
Ook kalkgebrek kan tot hyperactiviteit aanleiding geven. Kalk komt in twee vormen in ons lichaam voor:
- de geïoniseerde vorm
- de gebonden vorm (aan eiwit/albumine)
De geïoniseerde vorm kan worden uitgescheiden, m.n. via de nieren en is van belang voor de enzymfuncties en het zenuwstelsel. De aan eiwit gebonden vorm kan niet worden uitgescheiden en speelt de hoofdrol bij de botvorming.
Wanneer er een tekort ontstaat aan geïoniseerd kalk, wordt dat gecompenseerd door vrijmaking van kalk uit bot.
Toch hebben hyperactieve kinderen een tekort aan geïoniseerd kalk. Door de groter suikerinname wordt er in de darmen (geïoniseerd) kalk verbruikt om het gistingsproces tegen te gaan. Door de snelheid waarmee die situatie kan optreden, heeft het lichaam te weinig tijd om dit te compenseren d.m.v. vrijmaking van kalk uit het bot ten behoeve van het geïoniseerde kalk (tekorten aan geïoniseerd kalk is medisch niet aangetoond omdat daar geen zinvol onderzoek na is gedaan).
Vervolgens kan een tekort uit de vitamine-B- groep tot hyperactiviteit aanleiding geven. De hoeveelheid vitamine B die een mens nodig heeft is een discutabel punt. De Westerse geneeskunde gebruikt minimale waarden om bepaalde ziektebeelden te voorkomen en controleert deze waarden zonodig na aanleiding van de bloedconcentraties. Daarbij wordt echter geen rekening gehouden met de hoeveelheid vitamine B op intracellulair niveau. Bij hyperactief gedrag is zelden of nooit sprake van absolute vitamine deficiënties. Wel kan er sprake zijn van een marginaal tekort, wat symptomen welke passen bij hyperactiviteit tot gevolg kan hebben.
Bij hyperactieve kinderen spelen de volgende B-vitaminen een belangrijke rol:
- vitamine B1 (thiamine)
- vitamine B2 (riboflavine)
- vitamine B3 (nicothinamide,niacine)
- vitamine B5 (panthotheenzuur)
- vitamine B6 (pyridoxine)
De belangrijkste hiervan zijn:
Thiamine is noodzakelijk bij de vorming van acetylcholine. Bij een (licht) tekort aan thiamine wordt het parasympathische deel van het vegetatieve zenuwstelsel minder actief en gaat het sympathische deel overrulen. Het gevolg is dat adrenaline overactief wordt wat weer leidt tot hyperactief gedrag. (Vergelijking met de alcoholicus met delirium, welke misschien een pathologische vorm van hyperactief gedrag kan zijn).
De behoefte aan vitamine B1 (en vitamine B2) is afhankelijk van de hoeveelheid calorieën die genuttigd worden en niet van vetten afkomstig zijn: hoe meer koolhydraat/ suiker genuttigd wordt, des te groter de behoefte aan vitamine B1.
Een nicotinamide tekort zal in de Westerse landen weinig worden aangetroffen, omdat er voldoende dierlijke producten worden gegeten. Dierlijke producten bevatten het aminozuur tryptofaan dat van belang is bij het actief worden van de functie van vitamine B3. Suiker kan de opname van vitamine B3 echter ernstig beïnvloeden, omdat er gisting in de darm optreedt.
2.2. Behandelingsmogelijkheden die bij deze inzichten kunnen worden toegepast.
Een verminderde suikerintake kan de afgifte van adrenaline aan het bloed verminderen en de opname van vitamine-B3 verbeteren en de hoeveelheid geïoniseerde kalk in de darmen op pijl houden. Vermindering van het suikergebruik en tijdelijke kalkaanvulling bij kinderen resulteert bijna altijd in een gunstige verandering van de ongewenste situatie. Calciumcitraat (poedervorm) ,1 a 2 theelepels in water oplossen , is een bruikbaar suppletiepreparaat.
(Tijdelijke) suppletie van vitamine B1 (en vitamine B2) kan zinvol zijn, evenals de suppletie van vitamine B3 en vitamine B6 welke kunnen bijdragen aan een evenwichtige serotonine stofwisseling(2).
Hoofdstuk 3
3.1. De Chinese geneeskunde als diagnosticum van ADHD
De Westerse geneeskunde houdt zich voornamelijk bezig met ziekten en ziekteverwekkers die ze vaststelt, als apart geval behandelt, probeert te veranderen te beheersen of te vernietigen. De Chinese arts daarentegen richt zijn aandacht op zowel de lichamelijke als geestelijke kenmerken van een individu. Alle informatie die van belang is, zowel het symptoom als de algemene karaktertrekken van de patiënt , wordt bij elkaar gebracht en samengevoegd tot dat wat men in de Chinese geneeskunde het ‘disharmonisch patroon’ noemt.(9)
Er bestaat in de Chinese geneeskunde dus ook niet zoiets als een standaard protocol welke omschrijft wanneer je een kind hyperactief mag noemen. De term hyperactiviteit wordt dan ook gebruikt voor een heel spectrum aan gedragskenmerken van kinderen, variërend van zeer energiek tot gezinsontwrichtend en gewelddadig. Deze gedragskenmerken zijn in tegenstelling tot het Westen in China vrijwel onbekend. Wat zou daar de reden van kunnen zijn?
Kinderen zijn extreem yang in vergelijking met volwassenen (vaak omdat hun yin deficiënt is). Dit geeft vaak aanleiding tot ‘hete’ aandoeningen. In het westen worden tegen deze ziekten vaak antibiotica gebruikt, waardoor de hitte in het lichaam blijft; Je ziet daar in de laatste vijftig jaar ook een verschuiving van warme naar koude aandoeningen.
Daarbij beginnen rond twee jaar veel subfebriele ziekten de kop op te steken. Dit komt door de expressie van de relatie tussen de will-power en nier-yang. Hoe sterker de wil van een kind, hoe meer hitte aanwezig is. Hyperactiviteit wordt in de ‘ware’ vorm beschouwd als een ‘hete’ aandoening. Dit wordt later besproken.(8)
3.2. Verschillende patronen van hyperactiviteit
In tegenstelling tot het Westen kan in de Chinese geneeskunde hyperactiviteit onderverdeeld worden in categorieën. Hierbij kunnen verschillende indelingen worden gebruikt. Twee hiervan zal ik hieronder beschrijven, waarbij patronen onderling overlap vertonen. Waarschijnlijk zullen er nog meer indelingen zijn.
De eerste indeling bestaat uit vier patronen:
- hitte
- hitte plus flegma
- zwakte van de middelste verwarmer
- nier deficiëntie
De eerste twee zijn de meest voorkomende vormen en worden beschouwd als ‘ware’ hyperactiviteit door hun ‘hete’ karakter. De laatste twee zijn deficiënte patronen welke leiden tot hyperactiviteit en worden als zodanig niet als ‘ware’ vormen beschouwd.
Om kinderen te onderscheiden met ‘valse’- dan wel ‘echte’ hyperactiviteit, is door de rug van het kind te voelen. Als dit zwak is en gekromd, dan is het waarschijnlijk dat het kind een nier Qi deficiëntie heeft. Als de ruggengraat stevig aanvoelt en de rug stevig recht is, dan is het waarschijnlijk dat het kind een andere vorm van hyperactiviteit heeft (8)
De tweede indeling bestaat uit drie patronen, die verder onderverdeeld kunnen worden in zes verschillende patronen:
1 shen wordt niet goed gevoed
1.1.: milt deficiëntie met lever exces
1.2.: hart en milt deficiëntie
1.3.: yang deficiëntie van milt en nier
2 het hart wordt aangevallen
2.1.: yin leegte waardoor yang hyperactiviteit
3 de openingen van het hart worden geblokkeerd
3.1.: flegma hitte die het hart bestookt
3.2.: bloed stagnatie wat obstructie veroorzaakt (10)
De hierboven genoemde patronen zal ik hieronder ieder apart bespreken.
3.2.1. Hitte
Etiologie en pathogenese:
De hitte in het lichaam stijgt op en tast het hart en shen aan. Het shen raakt verstoord wat prikkelbaarheid en rusteloosheid veroorzaakt. Oorzaken hiervan kunnen zijn:
- voedsel welke hitte creëert in het lichaam
- voedsel additieven (kleur- en smaakstoffen)
- hitte die een kind via de moeder in de baarmoeder meekrijgt, b.v. door een vurig temperament van de moeder of door het eten van veel sinaasappels.
- ‘lingering pathogenic factor (LPF = een sluimerende pathogene factor), van immunisatie. Vooral de mazelen vaccinatie (zit in BMR) en HIB brengen hitte in het lichaam.
- Na een ziekte met verhoging van de lichaamstemperatuur. Als er b.v. antibiotica worden gebruikt bij een koortsende ziekte, kan de hitte opgesloten worden in het lichaam als een LPF.
- Accumulatie stoornis; kan de oorzaak zijn van hitte bij jonge kinderen.
Patronen en symptomen:
In jongere kinderen kan er een accumulatie stoornis zijn.
- zeer actief
- rusteloos
- praatgraag
- kan vernielzuchtig zijn
- slapeloosheid: wordt vroeg wakker (5 uur ‘s morgens), of is midden in de nacht 1of 2 uur wakker
- rode lippen
- mogelijk rood gezicht
- tong: rood
- pols: snel, maar moeilijk te voelen
Behandeling:
Principe van de behandeling: hitte klaren en shen kalmeren
Belangrijke punten:
Ha-7 (shen men) kalmeert het shen
Le-2 (xing jian) kalmeert het shen, klaart de hitte en onderdrukt manisch gedrag
Ma-44 (nei ting) klaart hitte van de maag
Als de hoofdpunten niet lijken te werken, gebruik dan Ha-8 (shao fu) in plaats van Ha-7. Dit punt kalmeert het shen en klaart de hitte van het hart. Andere misschien nog bijdragende punten:
Le-4 (he gu) klaart hitte
Le-3 (tai chong) kalmeert het shen, klaart hitte en reguleert de circulatie van Qi
Behandelingsmethode:
Gebruik een sterk reducerende methode.
Als er een accumulatiestoornis aanwezig is, gebruik dan M-UE-9 (si feng)
Reactie op de behandeling:
Wanneer en kind veel hitte in zich heeft, voelen ze het prikken van de naalden niet. De interna hitte verstoort het stromen van Qi naar de handen en voeten waardoor deze wat doof aan kunnen voelen. Deze kinderen maken echter vaak wel een drama van de behandeling. De behandeling begint dus effect te resulteren wanneer het kind de behandeling wat rustiger over zich heen laat komen, maar het insteken van de naalden beter begint te voelen.
Prognose:
Over het algemeen zijn er tien tot vijftien behandelingen nodig, afhankelijk van de hoeveelheid hitte die in een kind zit. Bij weinig hitte kan misschien volstaan worden met minder behandelingen.
Advies:
Alle kleurstoffen, additieven melkproducten, sinaasappels en suiker uit de voeding elimineren. Verder meer sporten en minder televisie kijken en minder computerspelletjes spelen.
3.2.2. hitte plus flegma
Etiologie en pathogenese :
Hitte en flegma stijgen op en tasten het hart aan, verstoren het shen en leiden tot boosheid en moedwillige agressie. Flegma vertroebelt de geest, wat er voor kan zorgen dat kinderen dingen gaan doen waarvan ze weten dat het fout is (het ‘moraal’ raakt wat uitgeschakeld). Hitte en flegma kunnen de volgende oorzaken hebben:
- LPF b.v. de immunisatie tegen mazelen (BMR) en HIB. LPF kan ook flegma veroorzaken.
- Een dieet dat rijk is aan flegma producerend voedsel, bv. Melkproducten, geraffineerde suiker, tarwe. Bij jonge kinderen kan dit voedsel een accumulatiestoornis veroorzaken, bij oudere kinderen kan het voedsel zelf hitte en flegma produceren. Vaak hebben deze kinderen een glutenallergie.
- Door het soort dieet en de regelmatigheid van voeden kan een accumulatiestoornis ontstaan welke hitte en flegma kan produceren in het lichaam.
Patronen en symptomen:
In jongere kinderen kan er een accumulatiestoornis zijn.
- snel geïrriteerd
- rusteloos
- schreeuwen
- driftige buien
- slapeloosheid (vroeg wakker en onrustig tijdens de slaap)
- gewelddadig
- opzettelijk destructief
- vroeg geoccupeerd met seks
- mogelijke anale en genitale fixatie
- kan moeilijk concentreren
tong: rood, mogelijk met geel beslag
pols: snel, glijdend maar moeilijk te voelen
Behandeling:
Principe van de behandeling: hitte klaren, flegma oplossen en de geest kalmeren.
Belangrijke punten:
Ha-7 (shen men) kalmeert het shen
Ha-8 (shao fu) kalmeert het shen en klaart hitte van het hart
Le-2 (xing jian) klaart hitte, kalmeert het shen en onderdruk het manische gedrag
Ma-40 (geng long) transformeert het flegma
Ga-34 (yang ling quan) transformeert het flegma
P-5 (jian shi) kalmeert het shen en klaart de flegma rond het hart
Behandelingsprincipe:
gebruik een sterk reducerende techniek
Reactie op de behandeling:
Gedurende de behandeling zal het flegma verminderen. Meestal verdwijnt deze via de darmen en de neus, maar dit kan ook d.m.v. braken. De ontlasting kan gedurende een paar maanden dun zijn afhankelijk van de hoeveelheid flegma. Ook kan er een productieve hoest ontstaan. De reactie ten gevolge van het klaren van de hitte is hetzelfde als bij hitte alleen.
Prognose:
Tien tot dertig behandelingen kunnen nodig zijn, afhankelijk van de ernst van de situatie. Wanneer als hitte en flegma is verdwenen zou er een onderliggende milt disfunctie kunnen worden aangetroffen.
Advies:
Hetzelfde als bij hitte. Daarnaast geen pinda’s of pindakaas gebruiken.
3.2.3. Zwakte van de middelste verwarmer
Etiologie en pathogenese:
Omdat de milt energie zwak is lukt het het kind niet om al de energie die het nodig heeft uit zijn voedsel te halen. Daarom zal het kind via zijn ouders proberen te krijgen en daarbij zijn ouders uitputten. Wanneer het niet lukt de energie te krijgen die het kind nodig heeft (b.v. omdat de ouders grenzen stellen), wordt het kind boos, waarschijnlijk omdat het angstig wordt door het plotselinge energieverlies. Er ontstaat een tijdelijke deficiëntie van energie en het bloed circuleert niet goed meer, waardoor het hart niet goed meer gevoed kan worden. Het kind kan hierdoor angstig en rusteloos worden, gejaagd zijn en kan niet stil zitten. Veel voorkomende oorzaken zijn:
- milt Qi deficiëntie kan onder andere zijn oorsprong hebben in immunisatie, anestetica gebruik gedurende de bevalling, een grote lengte van een kind bij de geboorte en langtermijn accumulatie stoornis. Ook teveel vruchtensap drinken kan leiden tot milt Qi deficiëntie.
-
Geen grenzen stellen door de ouders, waardoor de kinderen manipulatief worden. De ouders raken uitgeput, waardoor ze nog minder in staat zijn om grenzen te stellen.
Patronen en symptomen:
- grijs of vaal gezicht
- doffe of haatdragende ogen
- lippen kunne dof zijn
- slechte eetlust
- manipulatief
- slecht slapen of weinig slaap nodig hebben
- heeft vaak grote dorst en drinkt veel vruchtensap
- houdt van destructieve spelletjes, video spelletjes, of agressieve spelletjes met geweren
- kan gemeen zijn tegen broers of zussen, en onbeschoft tegen ouders
- tong: bleek, mogelijk met een rode tongpunt
- pols: waarschijnlijk zwak of draadvormig
Behandelingsprincipe:
De middelste verwarmer versterken, de milt toniseren. De ouders aanmoedigen om grenzen te stellen.
Belangrijke punten
Mi-6 (san yin jiao) toniseert de milt
Ma-36 (zu san li) toniseert de maag en de milt
Le-3 (tai chong) kalmeert het shen en reguleert de ciculatie van Qi
Ha-7 (shen men) kalmeert het shen
CV-12 (zhong wan) gebruik moxa
Reactie op de behandeling:
Deze kinderen schreeuwen moord en brand tijdens de behandeling, grotendeels om hun ouders te manipuleren. Door de ouders weg te laten gaan (als het kind oud genoeg is), wordt het kind vaak kalm.
Prognose:
De prognose is zeer variabel. Soms zijn tien behandelingen genoeg, soms zijn er meer dan dertig nodig, afhankelijk van de thuissituatie.
Advies:
Grenzen stellen door de ouders. Geen vruchtensap en sterke drank meer geven en stoppen met televisie kijken en videospelletjes spelen. Verder is een goed voedingspatroon, beweging en een regelmatige levensstijl belangrijk.
3.2.4. Nier deficiëntie
Etiologie en pathogenese:
De yuan Qi (basale Qi) van de nieren is zwak.. De nieren kunnen hierdoor de energie niet beneden houden en stijgt op om vervolgens het hart en het shen te beïnvloeden. Dit resulteert in hyperactief gedrag. Dit wordt duidelijker wanneer het kind moe of teveel wordt geprikkeld. De oorzaken van nier deficiëntie zijn onder andere:
- Constitutionele nier zwakte b.v. door een zwakke constitutie van de ouders, een genetische stoornis of een ernstige ziekte van de moeder tijdens de zwangerschap.
- Een langdurige ziekte, waardoor de nier verzwakt raakt.
- Een ernstige ziekte, waardoor de nierenergie aangetast wordt.
Patronen en symptomen:
- dun, lang en mooi
- bleek gezicht
- fragiel lichaam
- vaak ziek
- de ogen zijn te helder, schitteren te veel
- wanneer het kind overenthousiast wordt kan het gezicht rood worden
- hyperactief aan het einde van de dag, wanneer het kind moe wordt
- hyperactief bij teveel prikkels (b.v bij een feestje)
- hyperactief na televisie kijken
- vaak zeer angstig voor naalden
- tong: kan bleek of rood zijn
- pols: fijn
Behandelingsprincipe:
de nier toniseren en het shen kalmeren.
Belangrijke punten:
Bl-23 (shen shu)
Ni-1 (yang quan)
Le-8 (qu quan)
Mi-6 (san yin jiao)
Omdat kinderen met nier deficiëntie vaak zeer bang zijn voor naalden, kan je deze dan ook beter ook niet gebruiken. Angst voor de naalden kan de nier nog verder verzwakken. Kruiden zijn vaak effectief. Om de punten te behandelen kan je het beste moxa gebruiken.
Reactie op de behandeling:
Als er alleen met moxa wordt behandeld zal het kind tevreden zijn.
Prognose:
Het kan maanden duren voordat deze kinderen opknappen.
Advies:
Het kind moet aangemoedigd worden om te rusten; vroeg naar bed en geen televisie of een andere vorm van stimulatie vanaf een paar uur voor bedtijd. Verder moeten de kinderen suiker vermijden en aan rustige lichaamsbeweging doen.(8)
3.2.5. Shen wordt niet goed gevoed
3.2.5.1. milt deficiëntie met lever exces
Dit patroon heeft een overlap met het patroon ‘ zwakte van de middelste verwarmer’ uit de vorige indeling. Beide patronen bevatten een milt deficiëntie. Daarbij bevat dit patroon symptomen van lever exces wat emotionele spanning, gemakkelijk boos worden en een koortpols tot gevolg heeft. Daarbij slapen de patiënten slecht en oncontroleerbare bewegingen, wat toegeschreven kan worden aan het feit dat het shen niet goed wordt gevoed.
Behandelingsprincipe:
De milt versterken en de lever harmoniseren
Belangrijke punten:
Tai Chong (Le 3)
He Gu (Di 4)
Zu San Li (Ma 36)
Shen Men (Ha 7)
3.2.5.2. hart en milt deficiëntie:
Ook dit patroon vertoont overlap met het patroon ‘zwakte in de middelste verwarmer’. Naast milt deficiëntie symptomen zijn er ook bloed deficiëntie symptomen, waardoor het hart niet goed gevoed kan worden.
Behandelingsprincipe:
De milt en hart versterken, Qi versterken en het bloed voeden.
Belangrijke punten:
Xin Sh (Bl 15)
Ge Shu (Bl 17)
Gao Huang Shu (Bl 47)
Pi Shu (Bl 20)
3.2.5.3. yang deficiëntie van milt en nier
Ook dit patroon heeft overlap met ‘zwakte van de middelste verwarmer’. Door deficiëntie van de yang Qi van de milt en de nier kan het shen niet goed worden onderhouden. Dit patroon geeft zowel symptomen van nier deficiëntie, milt deficiëntie als yang deficiëntie
Behandelingsprincipe:
De nier versterken, versterk de Qi, sterk de ‘wil’ en breng het shen tot rust.
Belangrijke punten:
Shen Zu (Bl 23)
Ming Men (GV 4)
Zhi Shi (Bl 51)
Guan Yuan (CV 4)
ZU San Li (Ma 36)
3.2.6. Het hart wordt aangevallen
3.2.6.1. yin leegte waardoor yang hyperactiviteit
Dit patroon komt bijna geheel overeen met ‘nier deficiëntie uit de vorige indeling. De nadruk wordt alleen wat meer gelegd op het onderdrukken van het opstijgende yang van de lever
Behandelingsprincipe:
Nier yin versterken en voeden, het lever yang onderdrukken, het hart kalmeren en de intelligentie verhogen.
Belangrijke punten:
Tai Xi (Ni 3)
San Yin Jiao (Mi 6)
Nei Guan (Kri 6)
Da Zhui (DM 14)
Qu Chi (Di 11)
3.2.7. De openingen van het hart worden geblokkeerd
3.2.7.1. flegma hitte die het hart bestookt
Dit patroon komt overeen met het patroon ‘hitte en flegma’ uit de vorige indeling.
Behandelingsprincipe:
Hitte klaren en vrijmaken van damp, flegma transformeren en het hart kalmeren
Belangrijke punten:
Feng Long (Ma 40)
Zhong Wan (RM 12)
Nei Guan (Kri 6)
Da Zhui (DM 14)
Qu Chi (Di 11)
3.2.7.2. bloed stagnatie wat obstructie veroorzaakt
Dit is een patroon welke voortkomt uit een combinatie van 1+3 van de tweede indeling. Het komt voort uit een combinatie van blokkade van de poorten van het hart en hartbloed met daarbij deficiëntie van Jing waardoor het shen niet goed gevoed kan worden. Hierbij gaat men van het idee uit dat bloed stagnatie de aanmaak van nieuw of vers bloed belemmert waardoor een deficiëntie van het Jing ontstaat.
Behandelingsprincipe:
Het bloed in beweging brengen, het bloed voeden en Jing voortbrengen, shen kalmeren en de intelligentie verhogen.
Bruikbare acupunctuurpunten:
Xue Hai (Mi 10)
He Gu (Di 4)
Xin Shu (Bl 15)
Ge Shu (Bl 17)
Shen Zu ( Bl 23) (10)
Naast het fejt dat er naast de twee beschreven indelingen waarschijnlijk nog andere indelingen te maken zijn, kunnen er ook nog combinaties van de patronen worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan is:
hyperactief lever yang met deficiëntie van hart en milt
Volgens dit patroon is de hyperkinesie die past bij de (Westerse) stoornis ADHD toe te schrijven aan hyperactiviteit van het yang van de lever met daarbij een deficiëntie van het hart en de milt. Dit geeft onbalans van het yin en yang met daardoor een deficiëntie symptomencomplex, met daarbij exces symptomen. Teveel aan lever yang heeft hyperkinesie, geïrriteerdheid en labiliteit m.b.t. het onder controle houden van het temperament tot gevolg. Deficiëntie van het hart en de milt leiden tot gebrek aan voeding voor het hart, leidend tot ongeduld en verhoogde afleidbaarheid, met daarbij klinische symptomen als gejaagde bewegingen, moeilijk stil kunnen zitten en dikwijls dingen kwijt zijn.(5)
Bij alle patronen moet nog een analyse worden gemaakt van andere klachten en symptomen om tot een geheel passend patroon te komen.
3.2.8. Behandeling van de ‘extra’ meridianen
In de acupunctuurtheorie bestaan er ‘gewone’ meridianen en zogenaamde ‘extra’ meridianen. Dit zijn een soort afgescheiden meridianen waardoor de energie alleen gaat stromen, wanneer er door pathologie een exces is welke de gewone meridianen niet kunnen verwerken. Zo’n extra meridiaan kan d.m.v. bepaalde punten worden geleegd.
Uit ervaring is gebleken dat behandeling van deze extra meridianen effectief werkt bij symptomen als hyperkinesie, rusteloosheid, verhoogde afleidbaarheid en verhoogde prikkelbaarheid.(5)
3.3. Andere behandelingsmethoden binnen de TCM
Behandeling d.m.v. acupunctuurnaalden is niet in alle gevallen bij kinderen met ADHD goed mogelijk. Andere behandelingsmethoden binnen de TCM zijn voorhanden. Chinese kruiden worden bij de behandeling van ADHD veel gebruikt, maar wordt hier niet uitgebreid beschreven. Ook kan gebruik worden gemaakt van koperen en zinken plaatjes. Omdat deze methode minder bekend is zal ik deze hieronder toelichten. Waarschijnlijk zijn er nog meer behandelingsmethoden die geschikt zijn voor kinderen (mogelijk laser of roller ), maar daar wordt hier niet verder op ingegaan.
3.3.1. Behandeling d.m.v. koperen en zinken plaatjes
Omdat kinderen met ADHD zich niet altijd even gemakkelijk laten behandelen met naald-acupunctuur kan er ook behandeld worden met een acupunctuurtechniek welke gebruik maakt van contactplaatjes. Het betreft twee metalen plaatjes, de een van koper en de andere van zink en ieder 1 millimeter in doorsnee, die op het te behandelen gebied worden gelegd. Dit zou dezelfde werking hebben als het prikken met een naald.
Er wordt verondersteld dat koperen en zinken plaatjes (‘ion spheres’) welke geplaatst worden boven de punten de yin- en yang-energie in evenwicht kunnen brengen. Deze onbalans is de oorzaak van hyperactiviteit.
Er is onderzoek naar gedaan of je d.m.v. een combinatie van een hypnoticum en de behandeling van ‘extra’ meridianen hyperactieve kinderen sneller in kon laten slapen, dan met hypnotica alleen (in dit geval voor een EEG onderzoek). Twintig kinderen werden opgesplitst in twee groepen van tien. Beide groepen kregen een hypnoticum (monosodium trichlorethyl phosfaat 50mg) voor het ondergaan van de EEG. Een groep kreeg daarbij een acupunctuurbehandeling. De vraag was of de kinderen die zowel een hypnoticum als een acupunctuurbehandeling kregen (8 jongens en 2 meisjes in de leeftijd van 3 jaar en 5 maanden tot 9 jaar en 6 maanden; gem. 5jaar en 8 maanden) sneller in slaap vielen dan de kinderen die alleen een hypnoticum hadden gekregen ( 8 jongen en 2 meisjes in de leeftijdsgroep van 3 jaar en 3 maanden tot 9 jaar en 6 maanden; gem. 5 jaar en 8 maanden).
De volgende punten werden behandeld: Bij jongens werd een koperen plaatje bevestigd op het punt galblaas-41 (Zu Lin Qi) en een zinken plaatje werd bevestigd op het punt 3V-5 (Wei Guan). Bij meisjes werd een koperen plaatje bevestigd op het punt Kri-6 (Nei Guan) en galblaas-41 (Zu Lin Qi), terwijl een zinken plaatje werd bevestigd op de punten milt-4 (Gong Sun) en 3V-5 (Wei Guan). De plaatjes werden bilateraal met tape op de huid bevestigd.
De groep kinderen die alleen het hypnoticum had gebruikt viel significant later in slaap dan de kinderen die zowel een hypnoticum als een acupunctuurbehandeling hadden gekregen. Er was geen verschil tussen de meisjes en de jongens. Het lukte niet om de kinderen in slaap te krijgen met alleen acupunctuur.(5).
Discussie
Dat er grote verschillen zijn wat betreft diagnosticeren en behandelen tussen de Westerse- en Chinese geneeskunde is algemeen bekend. Dit gaat ook op voor de diagnosticeren en behandeling van ADHD. Daarnaast blijken er ook nog heel wat theorieën voorhanden in het ‘grijze’ gebied; niet zozeer Westers of Chinees, maar wel interessant en wellicht bruikbaar. Soms gaan theorieën van de verschillende stromingen lijnrecht tegen elkaar in, soms zijn er toch overeenkomsten.
Om de vraagstelling te kunnen beantwoorden of acupunctuur wat kan betekenen in de behandeling van ADHD en op welke mechanismen dit dan ingrijpt, bleek het nodig om ook de Westerse mechanismen uiteen te zetten. ADHD is in de eerste plaats een Westerse diagnose en een vrijwel onbekend ziektebeeld in China. In de TCM-literatuur is dan ook niet veel te vinden over ADHD.
In de literatuur die ik gevonden heb, worden de Chinese patronen zo veel mogelijk gevormd op basis van de Westerse diagnose ADHD of op basis van Westerse hyperactiviteit. Hyperactiviteit omvat een zeer brede range van zeer energiek tot opzettelijk destructief en is op zich geen DSM- diagnose, maar een onderdeel van de diagnose ADHD. Omdat ADHD bestaat uit een heel scala van symptomen, worden de symptomen die wel bekend zijn in China eruit gelicht. Dit zijn onder andere symptomen als ‘geïrriteerdheid’ (yi nu, duo nu), ‘slapeloosheid’ (bu main), ‘overvloedig dromen’ (duo meng), ‘benauwende dromen waarin geesten voorkomen’ (meng yan), ‘geagiteerdheid’ (fan zao) en ‘verminderd geheugen’ (jian wang)(10)
Maar waarom zouden we in de Chinese geneeskunde eigenlijk niets doen met de kennis die in de Westerse geneeskunde is opgedaan?.
De hedendaagse Westerse Theorie over ADHD is, dat er een deficiëntie van de neurotransmitter catecholamine en zijn metabole produkten zou zijn, met name norepinefrine en dopamine. Adrenaline is echter ook een metabool produkt van catecholamine en heeft net als norepinefrine een sympaticomimetische werking. Nu wordt in een andere beschreven theorie beweerd, dat er door een overschot aan adrenaline in het bloed, welke veroorzaakt wordt de grote consumptie van suiker, de symptomen van ADHD ontstaan. Theorieën die je dus niet in het verlengde van elkaar kunt leggen. Met deze (biochemische) gegevens komen we wat betreft de Chinese behandeling denk ik ook niet veel verder.
Wel interessant is, dat door een verminderde bloedtoevoer naar de prefrontale gebieden van de hersenen, terplekke een verminderde activiteit te zien is bij kinderen met ADHD. Vermindering van bloedtoevoer kan binnen de TCM worden gezien als een leverprobleem, welke niet in staat is het volume van het bloed in het systeem te regelen. Het kan gezien worden als een hartprobleem, welke de transformatie van voedsel in bloed niet kan uitvoeren of het bloed niet goed kan rondpompen. Ook kan het voortkomen uit een miltprobleem met mogelijk een nierprobleem, omdat deze twee organen een belangrijke rol spelen in de aanmaak van bloed.
Ook het feit dat er in de Westerse geneeskunde gedacht wordt aan een rijpingsstoornis wijst binnen de TCM in de richting van de nier.
Opmerkelijk is het, dat in de Westerse geneeskunde weinig of niet wordt gesproken over het dieet als mogelijke oorzaak van ADHD. Als je de theorie beschouwt die beweert dat het dieet en dan voornamelijk het suikergebruik de hoofdzakelijke oorzaak is van hyperactieve symptomen, zou je je ook kunnen richten op het feit dat de pancreas deze suiker moet verwerken. Binnen de TCM zou je je in dit geval dus kunnen richten op een probleem in de middelste verwarmer.
Binnen de Chinese wordt er in de eerste plaats behandeld met acupunctuur, maar als advies moet worden meegegeven dat het dieet (zeker ook het suikergebruik) moet worden aangepast. Maar wat als het suikergebruik nu echt zo belangrijk is; dan wordt bij de Chinese geneeskunde een dubbele behandeling uitgevoerd. Welke helpt dan?
De Chinese patronen van hyperactiviteit zijn uitgebreid beschreven. De patronen en behandelingen hiervan zijn uit ervaring vastgesteld. Op zich niet verwonderlijk, want de meeste Chinese punten en behandelingen zijn immers op deze wijze ‘ontdekt’.Het wil dus zeker niet zeggen dat dit de enige goede TCM theorieën en behandelingen zijn. Combinaties van deze patronen zullen dus zeker mogelijk zijn. De patronen vertonen ook veel overlap.
Wanneer de patronen in het kader van de Ba Gang worden geplaatst, zie je dat er zowel exces als deficiëntie kan zijn, het een intern patroon betreft die zowel heet als koud kan zijn en dat het zowel een yang- als yin- beeld kan betreffen. De basissubstanties ‘Qi’, ‘Xue’, Jing’, en ‘Shen’ kunnen betrokken zijn. Als Zang Fu organen kunnen de nier, milt lever en hart betrokken zijn.
Als de Westerse kennis gebuikt wordt voor het opstellen van een TCM patroon, zie je dat je ook hierbij kan werken met dezelfde Ba Gang, basissubstanties en Zang Fu organen. Op z’n Chinees kan je dus zowel ‘links als rechtsom’…
Conclusie
ADHD is een zeer complexe aandoening. Er zijn veel theorieën over de mogelijke oorzaken en mechanismen. Eenduidig zijn deze echter zeker niet. Juist hierdoor is ADHD een aandoening welke naar mijn idee zeer geschikt is voor een multidisciplinaire benadering. Mogelijk heeft ADHD niet één oorzaak als grondslag, maar meerdere en kunnen deze oorzaken weer van verschillende kanten worden benaderd en behandeld. De Westerse geneeskunde kan mogelijk een bijdrage leveren in een goede TCM behandeling. Andersom kan de Westerse geneeskunde nog heel veel leren van de TCM door meer holistisch naar deze aandoening te kijken. Al met al denk ik dat acupunctuur een goede bijdrage kan leveren in de behandeling van ADHD. Het kan daarbij aangrijpen op veel mechanismen (TCM organen). De behandeling zal daarbij in tegenstelling tot de Westerse behandeling afhangen van het patroon dat bij de desbetreffende ADHD patiënt past.
Literatuurlijst
1.Gunning, W.B.:ADHD bij kinderen en adolescenten. Cobo-bulletin, 35(2):21-27,2002
2.Huibers, J.: Hyperactieve kinderen. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer,1998.
3.Brande, J.L.van den: Kindergeneeskunde. Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, Utrecht, 1993, p.471
4.Yuanling, S., Yurun, W., Xiuhua, Q., Yunyu, W.: Clinical observation and treatment of hyperkinesia in children by traditional chinese medicine. J. Trad. Chin. Med., 14(2):105-109,1994
5.Matzumoto, K., Tsujimoto, T., Morishita, H., Ueeda, K.: A variation of acupuncture used in the sedation of hyperactive children. J. Acupuncture, 18(4),1990
6.Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie: Diagnostische Criteria van de DSM-4. Swets en Zeitlinger, Lisse, 1995, p.94
7.Veenstra, J.: Attention in preschool children with and without signs of ADHD; proefschrift. Rijksuniversiteit Groningen, 1995
8.Scott, J., Barlow, T.: Acupuncture in the treatment of children. Eastland Press, 1999, p.377- 389
9.Kaptchuk,T.J.:Handboek Chinese geneeswijzen. Kosmos- Z en K uitgevers, 1983
10.Flaws, B., Lake, J.: Chinese medical psychiatry. Blue Poppy press, 2001, p.281-288
Bijlage 1
DSM-4 criteria van ADHD
A. Ofwel (1), ofwel (2):
- zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau.
Aandachtstekort
- slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
- heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
- lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
- volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)
- heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
- vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school of huiswerk)
- raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
- wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
- is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
- zes (of meer) van de volgende symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
Hyperactiviteit
- beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn stoel
- staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
- rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan die beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
- kan moeilijk rustig spelen of zich bezig houden met ontspannende activiteiten
- is vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’
- praat vaak aan een stuk door
Impulsiviteit
- gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
- heeft vaak moeite op zijn/ haar beurt te wachten
- verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op
- Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig
- Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school [of werk] en thuis)
- Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatige functioneren
- De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis)
Bijlage 2
Tabel voor heet en koud voedsel
koud:
appel
banaan
cottage cheese
grapefruit
komkommer
mosselen
peer
selderij
sla
yoghurt
koel:
aubergine
citroen
gerst
groene linzen
groene thee
gestoomd voedsel
kalfslever
koemelk
krab
lamslever
meloen
mung bonen
rauwe tomaten
spinazie
tofu
varkensvlees
waterkers
witte wijn
zachte kaas
zoute haring
neutraal:
aardappelen
aardbeien
bruine rijst
champignons
kokosnoot
dadels
druiven
eieren
erwt
haring
kalfsvlees
kool
pruimen
stokbonen
tarwe
tuinbonen
warm:
chocolade
geitenmelk
gekookte tomaten
gerookt voedsel
geroosterd voedsel
haver
kip
koffie
mint thee
pinda’s
pompoen
radijs
rapen
rode bonen
rode wijn
sesam zaad
sinaasappels
thee (indiaans)
uien
varkenslever
vijgen
wildbraad
witte penen
wortelen
zwarte bessen
heet:
amandelen
bieten
bruine linzen
Brusselse spruitjes
cayenne peper
geitenvlees
gember
kaneel
knoflook
kruidnagel
lamsvlees
paling
peper
perzik
|