Welke rol speelde Nederland in de geschiedenis van de acupunctuur?

“Acupunctuur, bij de Chinezen en Japanners voor bijna alle ziekelijke aandoeningen in gebruik, wordt ook in Europa en vooral in onze tijd toegepast. Ofschoon acupunctuur niet alle ziekten genas waartegen zij werd te baat genomen heeft zij de verwachtingen toch niet geheel teleurgesteld.

Zij is daardoor waard als een van onze bruikbare geneeswijzen te worden gehandhaafd.”

Deze regels klinken actueel maar werden geschreven in 1828 inDe Acupunctura , een proefschrift van Jan Turk. Het was de eerste Nederlandse publicatie over eigen ervaringen met de toepassing van acupunctuur.

Acupunctuur heeft zich voor het begin van onze jaartelling in China ontwikkeld, maar bleef in het Westen onbekend totdat in de 16 e eeuw Portugese zeevaarders deze behandeling voor het eerst noemden. Ons land heeft een niet onbelangrijke rol gespeeld in de introductie van de acupunctuur in het Westen. Op 19 april 1600 strandde het Hollandse schip De Liefde op de Japanse kust. Het doel van de tocht naar Japan was het opbouwen van een handelsrelatie. Ervoor hadden de Spanjaarden en Portugezen ook pogingen ondernomen in contact met Japan te komen maar dit was mislukt omdat ze tevens een geloofsmissie hadden.

Vanaf 1641 mochten de Hollandse kooplieden als enige buitenlanders handel drijven met Japan. Dit geschiedde vanuit het eilandje Decima, waarbij het contact met het vaste land zeer beperkt bleef. Over en weer was er ook belangstelling voor andere zaken dan de handel zo ook voor de geneeskunde. De bij de V.O.C werkzame chirurgijns mochten wel het vaste land bezoeken en kwamen zo in aanraking met de Japanse geneeskunde, waaronder de acupunctuur die vanouds her in Japan werd toegepast. Van deze uitwisseling zijn zelfs in het hedendaags Japans nog oorspronkelijke Hollandse benamingen terug te vinden: dokutoru voor dokter, kirisuteru voor klisteer, enz.

De eerste maal dat de acupunctuur door Nederlandse chirurgijns werd genoemd is in 1642 geweest door Jacobus Bontius (1592-1631) die de methode noemt in zijn werk De Medicina Indorum. Waarschijnlijk heeft hij niet direct contact gehad met de acupunctuur, hij was als Inspecteur Chirurgijn te Batavia gevestigd en of hij ook in Decima is geweest is niet zeker.

Enkele chirurgijns die in dienst van de V.O.C. naar Decima voeren en er kortere of langere tijd verbleven hebben geschriften gepubliceerd over de acupunctuur. Bijvoorbeeld de Duitse arts Engelbert Kaempfer (1651-1716) die als opperchirurgijn in dienst was bij de V.O.C. en twee jaar op Decima verbleef. In zijn werk History of Japan dat in Londen werd uitgegeven en in het Frans, Duits en Nederlands werd vertaald, wordt de acupunctuur uitgebreid beschreven.

 

Afbeelding uit History of Japan van Engelbert Kaempfer

 

Kaempfer baseert zijn relaas op eigen observatie: wanneer de naalden op de juiste wijze zijn ingestoken...”dan houden de pijnen van de senki vlak daarna en dikwijls ogenblikkelijk op, als waren ze weggetoverd. Ik kan dit als waarheid verzekeren, daar ik er zeer dikwijls ooggetuige van ben geweest”.

Een nog uitgebreider verhaal over de acupunctuur is afkomstig van de chirurgijn Willem ten Rhijne (1649-1700) die weliswaar voor Kaempfer in Decima was maar pas veel later zijn ervaringen te boek heeft gesteld.

 


Willem ten Rhijne

 

 

 

 

Dissertatie van Willem ten Rhijne

Zijn proefschrift Dissertatio de Arthritide: de acupunctura werd pas in 1683 gepubliceerd. In dit werk staan zeer veel tekeningen die hij kopieerde van originele Chinese afbeeldingen.

 

Afbeelding in De Acupunctura van Willem ten Rhijne

Ten Rhijne heeft zijn kennis voornamelijk door gesprekken via een tolk met een Japanse arts opgedaan. Dat zijn conclusies op eigen observaties zijn gestoeld lijkt niet waarschijnlijk, hij maakt dan ook vergissingen en de verklarende tekst is niet overal even duidelijk. Hij beveelt de methode wel van harte aan: “de naald is gemaakt om de te gronde gerichte gezondheid van de mensen te herstellen”. Ook laat hij niet na te vermelden dat het schrijven van zijn proefschrift niet van een leien dakje ging: “het voorgaande over deze in Europa nog onbekende acupunctuur heb ik slechts met grote moeite en kosten uit geschriften en lessen van Japanners kunnen ontdekken en hier mededelen”

De acupunctuur heeft als geneesmethode perioden van opkomst en neergang beleefd, maar is nooit geheel verdwenen. Dit geldt niet alleen voor Nederland. Ook in Engeland en Frankrijk is de methode in voorbijgaande eeuwen beschreven en gebruikt. In latere tijden hebben Nederlandse artsen zich niet onbetuigd gelaten in de verbreiding van de acupunctuur.Zo schreef de beroemde stichter van de Weense geneeskundige school Gerard van Swieten (1700-1772) in zijn Commentaria in Harmani Boerhaave Aphrosimos (Leiden 1745) “het naaldensteken van de Japanners schijnt…pijnen en krampen op een wonderbaarlijke wijze te verlichten”.


Gerard van Swieten

Een belangrijke figuur die in de 18-de eeuw een rol heeft gespeeld in het bekendmaken van de acupunctuur was de koopman Isaac Titsingh (1740-1812) die 33 jaar in de Oost heeft doorgebracht. In 1778 was hij hoofd van de factorij te Decima. Hij heeft zeer veel geschreven waaronder: Beschreiving van het naalde steeken en moxa branden. Hierin staan veel nauwkeurige afbeeldingen met daarin de acupunctuurpunten. Belangrijk hierbij is ook dat in zijn beschrijvingen staat vermeld dat de naalden ook op plaatsen kunnen worden gestoken die ver van de plaats waar de kwaal is gelegen afliggen.

In de 19-de eeuw is de belangrijkste Nederlander die over acupunctuur heeft gepubliceerd de al eerder genoemde arts Jan Turk (1805-1888). Zijn proefschrift De Acupunctura werd in 1825 verdedigd.

 

De Acupunctura van Jan Turk

Hierin werden voor het eerst daadwerkelijke door de schrijver zelf verrichte behandelingen vermeld. Turk is echter niet in de Oost geweest! Zijn kennis over de acupunctuur heeft hij via de literatuur verkregen. Hoewel hij geen groot geleerde was (volgens Harting had hij zelfs “geen enkel sprankje van genie”) was hij een goed docent en had hij een florerende praktijk. Zijn kennis is vermoedelijk vooral uit het buitenland afkomstig waar veel over acupunctuur werd geschreven.

In de periode na Turk, de tweede helft van de 19-de eeuw en de eerste helft van de 20-ste eeuw, wordt nog wel over acupunctuur geschreven, maar minder frequent dan in de periode ervoor. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw komt er een hernieuwde belangstelling voor acupunctuur door het bezoek van president Nixon aan China.


R.G. van Bussel

 

[top]

 

 

De Naav Stichting NAAV Onderwijs Vragen? Zoek een acupuncturist in uw buurt Zoek