| Column
ROEPEN IN DE WOESTIJN
Gisteren was het weer zover. Dan
komt er iemand bij me met een lijst medicijnen
die deze persoon slikt waar je steil van achter
over slaat. Wel vijftien verschillende pillen,
poeders en drankjes. |
|
Ton van Gelder
|
Ik maak dat tegenwoordig steeds
vaker mee. Drie keer per week is geen uitzondering meer.
Ik word daar zo moedeloos van. Als je 10, 15 verschillende
medicijnen gebruikt, dag in dag uit, jaar in jaar uit, dan ben je zo verschrikkelijk
op de verkeerde weg, daar zijn geen woorden voor! Ik word dan boos. En vraag
me af hoe het in dit land zo ver heeft kunnen komen.
Het gaat niet goed met de gezondheidszorg
in Nederland. In absolute zin, maar ook als je naar de
ons omringende landen kijkt. En dan heb ik het nog niet
eens zozeer over de wachtlijsten of het mismanagement in
de grote instellingen. Het probleem is veel fundamenteler.
De goedkope, zachte en relatief veilige therapievormen
- zoals acupunctuur en homeopathie - worden stelselmatig
afgebroken, de nek omgedraaid. Huisartsen wordt het werken
zo onaangenaam gemaakt, alles wordt dusdanig geprotocolleerd
en in keurslijven gedrongen, dat ook daar geen eer meer
te behalen is voor bevlogen, initiatiefrijke en creatieve
geesten. Wat overblijft, is een medisch bouwwerk dat rust
op 2 onwrikbare pijlers: de farmacie en de wetenschap.
Die worden op hun beurt gestut en gesanctioneerd door de
politiek.
Ik wil u niet ongerust maken, maar u moet
weten hoe het in zijn werk gaat, want het gaat wel over
uw gezondheid en over die van uw kinderen en kleinkinderen.
U bent absoluut niet gebaat bij een ontwikkeling die maakt
dat we steeds meer en steeds langer zware medicijnen slikken
met zijn allen. Toch is dat precies wat er gaande is. Dus
moet je je afvragen wie of wat er dan wel belang bij heeft
dat het medicijngebruik zo explodeert. En je moet je afvragen
waar die weerstand tegen disciplines als acupunctuur, homeopathie
en natuurgeneeswijzen toch vandaan komt. Welke rol spelen
de universiteiten, de media, de politiek, de zorgverzekeraars,
consumentenorganisaties en de farmaceutische industrie?
Laten we eens kijken. De universiteiten doen
onderzoek naar ziekten en naar oplossingen voor die ziekten.
Wetenschappelijk onderzoek is duur. Heel duur. Fundamenteel
medisch onderzoek vindt wel plaats, maar de bulk van al
het onderzoek wordt gesponsord door farmaceutische bedrijven.
Die doen eerst zelf onderzoek, ontwikkelen een medicijn
en sponsoren dan wetenschappelijk onderzoek naar hun medicijnen.
Als het geteste middel goed uit de bus komt, dan wordt
het middel snel en makkelijk goedgekeurd en kan het op
de markt gebracht worden. Komt het geteste middel slecht
uit de bus, dan wordt het verbeterd of afgevoerd en wordt
er een nieuw middel getest. Is er een nieuw middel tegen
een kwaal, dan worden de media verwittigd en krijgt het
grote publiek er alles over te horen.
Althans, alles wat erover bekend is. Tegenonderzoeken
vinden namelijk nauwelijks plaats. Wie heeft er belang
bij om aan te tonen dat er kwalijke bijwerkingen zijn op
lange termijn? Dat het middel erger is dan de kwaal? Wie
gaat het wetenschappelijk onderzoek bekostigen om dat type
vragen te stellen? Niemand. Degene die daar belang bij
heeft bent u, de consument. Maar u bent niet georganiseerd
en u beschikt met zijn allen niet over grote budgetten.
Ja, wel als u op een partij zou stemmen die deze belangen
voor u behartigt, maar die partij bestaat niet. Het zou
ook nog kunnen als er een consumentenbond was die zich
hard zou maken voor dit type onderzoek, maar zo'n bond
is er ook al niet. En dan houdt dus alles op. Ik
schrijf er op deze plaats wel eens over, maar ja, als eenling ben je een roepende
in de woestijn.
Je kunt het de farmacie niet kwalijk nemen.
Dat zijn bedrijven en bedrijven bestaan om geld te verdienen.
Het heeft ook geen zin om met het beschuldigende vingertje
te wijzen naar wie of wat dan ook. Maar er moet wel wat
gedaan worden, want op deze manier gaat het gierend mis.
Ik ben niet graag een roepende in de woestijn, maar ik
kan het niet langer aanzien. Ik doe mijn werk met plezier
en maak me ook geen zorgen om mijn persoonlijke werksituatie.
Ik red me wel. Maar ik heb ook kinderen en kleinkinderen.
Ik zal er de komende week eens diep over nadenken wat we
zouden kunnen doen om de toekomst van de zorg in gezondere
banen te
leiden.
Ton van Gelder,
arts
[top]
|