Acupunctuur
en humaan fysiologisch onderzoek
Terwijl
iedereen denkt dat het enig zaligmakende onderzoek naar de
effecten van acupunctuur het klinisch onderzoek is (randomized
clinical trials, RCT), zijn de humaan fysiologische studies
minstens zo interessant. Vooral omdat specifieke onderzoeksvragen
hiermee opgelost kunnen worden, die men niet kan oplossen
door middel van gerandomiseerd klinisch onderzoek.
Zo is er
de laatste jaren gebleken dat acupunctuurpunten specifieke
werking hebben op delen van het centrale zenuwstelsel. En
verder is gebleken dat meridianen ook bestaan door onderzoek
met radioactieve tracing. Bij het inspuiten van radioactieve
tracing worden de meridianen op de monitor zichtbaar, en
men kon uitsluiten dat het hier ging om transport via zenuwen,
bloedvaten of lymfevaten.
Een voorbeeld
is een recent onderzoek naar
de effecten van het prikken van een bekend acupunctuurpunt,
Maag 36, op het glucose metabolisme in de hersenen. Er wordt
na het prikken van dit punt namelijk duidelijk een sterke
activiteit gezien in bepaalde hersendelen.
Een ander
voorbeeld van specifieke werking blijkt uit recent onderzoek
naar de anti-braakrefelxwerking van het punt RM
24. Tijdens onderzoek naar de hartfunctie door middel
van een sonde in de slokdarm, kan men door het prikken van
dit acupunctuurpunt de braak reflex significant verminderen.
Terwijl
iedereen dus zoekt naar bewijs van de werkzaamheid van acupunctuur
via de 'clinical trials', kan men via de fysiologische studies
soms veel beter inzicht verkrijgen. In ieder geval wordt
steeds duidelijker dat acupunctuur directe fysiologische
effecten heeft.
© Jan Keppel Hesselink
|