Klinisch
onderzoek veiligheid
Als je een naald in een lichaam steekt
en de anatomie niet beheerst, kan er een nare bijwerking optreden.
Zo zijn er door acupuncturisten in het verledern die niet goed
geschoold waren in de anatomie diverse nare bijwerkingen veroorzaakt.
Klaplongen zijn daarvan het bekendste voorbeeld. Artsen die
de acupunctuur niet zien zitten verwijzan dan ook vaak naar
dat soort gebeurtenissen. We hoeven niet in de verdediging
te gaan en te zeggen dat chirurgie ook gevaarlijk kan zijn,
omdat diverse malen door chirurgen het foute been afgezet is!
Zinvoller is te stellen dat de arts-acupuncturist die zijn
anatomie beheerst, en dat hoort zo bij elke arts, dit soort
fouten niet kan maken. En gelukkig zijn er ook onderzoeken
gedaan die de veiligheid van de acupunctuur bewijzen.
Een spciaal geval is acupunctuur bij patienten met een hartklep:
hier is voorzichtigheid geboden, en moet men niet met verblijfsnaalden werken.
Zo zijn er recent vier grote studies
gedaan in Japan, Zweden en Engeland waarbij er geen ernstige
bijwerkingen zijn gevonden in meer dan 14,000 behandelingen
door acupuncturisten. Als voorbeeld bespreken we een studie
die in het toonaagevende blad British Medical Journal (BMJ)
gepubliceerd werd.
In het BMJ werden de
resultaten gepubliceerd van een groot prospectief onderzoek
naar bijwerkingen binnen de praktijk van een groep acupuncturisten
(1). In
het totaal namen er 574 acupuncturisten aan deel . De
gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 49 jaar, waarvan
65% vrouwen waren. 62% van alle deelnemende acupuncturisten
voerden al meer dan vijf jaar een praktijk in de acupunctuur.
Er werden in totaal 34 407 behandelingen geregistreerd.
Er werden geen ernstige bijwerkingen gemeld, bijwerkingen
die gedefinieerd werden als opname in het ziekenhuis of sterfte.
Er werden in totaal
bij 15% milde voorbijgaande reacties beschreven, die optraden
bij 5136 van de 34.407 behandelingen. Zo werden er lokale
huidreacties beschreven op de plaats van de naald, in de vorm
van kleine bloeduitstortingen in 587 (1.7%), pijn in 422 (1.2%)
en bloedingen in 126 (0.4%) van de gevallen. Een klein
deel van de patiënten gaf aan dat de symptomen waarvoor
ze de acupuncturist bezochten verergerden (bij 966 (2.8%)
behandelingen), waarvan dan vervolgens bij 86% (830)
de symptomen na korte tijd verbeterde. De meest beschreven
milde en voorbijgaande 'bijwerking' was een gevoel van ontspanning
bij 4098 (11.9%) van de patiënten en een gevoel van
toegenomen energie in 2267 (6.6%). Wij zouden zelf dit
niet als bijwerking willen zien, maar als beoogd resultaat.
Hieraan kan je zien hoe strikt dit onderzoek opgezet is.
De conclusie in de BMJ
luidde:
'In this prospective survey, no serious
adverse events were reported after 34 407 acupuncture
treatments. This is consistent, with 95% confidence, with an
underlying serious adverse event rate of between 0 and
1.1 per 10 000 treatments. This conclusion was based
on data collected over a four-week period by one in three of
the members of the British Acupuncture Council. Even given
the potential bias of self-reporting, this is important evidence
on public health and safety as professional acupuncturists
deliver approximately two million treatments per year in the
United Kingdom . Comparison of this adverse event rate for
acupuncture with those of drugs routinely prescribed in primary
care suggests that acupuncture is a relatively safe form of
treatment.'
© Jan Keppel Hesselink
|